Mijn wijf zou op vier eiers staan

Posted by  ivan.vanherpe@westhoek.net   in       6 months ago     213 Views     Leave your thoughts  

Nog 5 weken en dan is het Pasen, misschien toch al eens repeteren. We beginnen alvast met eieren te goochelen….

 

Een ei op een balke (een dubbeltje op zijn kant. Een riskante zaak)
Komsi, komsa, de katte legt eieren (het is maar half en half)
Altijd een ei of een kieken (het is altijd wat met hem)
Het is met dat lastig wijf altijd eieren of jongen (met haar is er altijd ruzie, ze is nooit tevreden)
Op eieren zitten (op hete kolen zitten)
Hij zit op iets te broeden
Hij blijft op de eieren zitten (hij durft niets te vragen)
Een ei ophebben (verlegen zijn)
Hij kan geen ei omdraaien (hij is onhandig)
Rondlopen als een hen die een mei moet leggen (ongedurig zijn)
Hij loopt zo snel alsof hij eieren in zijn schoenen heeft
Een eiertrapper gaat zo voorzichtig alsof hij op eieren wandelt (licht behaagziek)
‘Mijn wijf zou op vier eiers staan zonder er een half dozijn te breken’, zei de vent en zijn Donia woog 90 kilo.
Men moet geen ei onder een haan leggen, want die trapt hij kapot met zijn poten.
Met iemand een eitje te pellen hebben (iemand aanpakken)
Hij lust geen rauwe eieren
Rotte eieren naar iemand werpen
Die een omelet wil eten moet de schaal breken (wie een snoek wil vangen moet een visje uitwerpen)
Het is koek en ei (ze zijn eensgezind)
Vriendschap is zoals een ei, het beste steekt van binnen.
Ze gelijken zo goed op elkaar gelijk twee eieren.
Hij is uit een ander ei gebroed (hij is een heel ander type)
Het is zo eenvoudig als het ei van Columbus.
Wat zal het zijn; eieren of jongen? (schiet op en begin bij het begin)
Zijn hoofd is hol als een lege eierdop.
Het is een ei (hij is ezeldom)
Hij is een hard eitje (niet gemakkelijk om hem van zijn standpunt af te brengen)
Je bent zacht als een zacht gekookt eitje.
Zou het ei beter wezen dan de hoen? Dat zou de drommel doen!
Het ei wil wijzer zijn dan de kip (jongeren denken dat ze alles beter weten)
Hij is pas uit zijn ei gekropen (hij is nog jong en onervaren, groen of nat achter zijn oren)
Zo het ei, zo de kip.
Kwaad ei, kwaad kuiken (zo de vader zo de zoon)
Kwaad ei, kwaad kuiken (kwaad stront, kwaad kuiken)
Zulk kieken, zulk ei, zulk ei, zulk kieken.
Hij is het uitzelfde ei uitgebroed.
Men moet niet te veel eieren onder één hen leggen.
Ook op één ei broedt een hen.
Een zwarte hen legt witte eieren.
Hij gelooft kieken te zijn, maar het ei is nog niet gelegd.
Eieren is het werkwoord voor eieren leggen.
Geen ei roepen vooraleer het gelegd is.
Het kieken piept al eer de schaal gebroken is.
Dat is voor hem een eierleggende kip (een zaak met voordeel)
De eieren uit het nest stelen (iemand te snel af zijn)
Hij springt er op als een clarisse (non) op een hardgekookt eitje (hij grijpt direct zijn kans)
Vragen is vrij en krijgen is de kunst, zei hij en hij liet de eieren liggen maar nam de kip mee.
De kippen leggen goed, maar ze hebben de eieren opgevreten (ze hebben veel geld verdiend maar niets nagelaten)
Een eierzuiper is een gierigaard.
Ze zitten op lege eierschalen (hun bezittingen lijken op iets maar zijn niets waard)
Hoenderen die veel grazen leggen weinig eieren.
Een wijze hen legt wel een ei in de brandnetels (ook de besten kunnen zich vergissen)
Beidt wat (wacht even), laat de hen eerst op haar eieren komen.
Het is een wijze hen die geen eieren verloren legt.
Er zijn meer mensen die missen dan hennen die pissen, wanneer iets foutiefs gedaan is.
Een ander krijgt het ei en hij ontvangt een lege dop (onrecht is ’s werelds loon)
Hij heeft het ei gelegd dat een ander heeft uitgebroed (hij profiteert van een anders inspanning)
Men moet geen kip zijn om een ei te kunnen beoordelen.
Mijn ideeën zijn als eieren, ze moeten bevrucht worden om zich te kunnen vermenigvuldigen, te ontwikkelen en te groeien.
Moest ge een kieken zijn, ge zoudt een ei leggen om toch iets te doen te hebben.
Op eieren zitten: het geld onder zich houden.
Hij kiest eieren voor zijn geld.
Hij ziet op geen ei en laat de hen lopen.
Hij wil weten van waar de eieren komen (hij is wantrouwig)
Hij wil er ei of kuiken van hebben: hij wil weten hoe de zaak in elkaar zit.
Ik zit niet op eieren, ik kan wachten, ik heb tijd.
Hij zit daar met eieren (hij is daar goed thuis en heeft een oogje op de huisbazin)
Eieren in de pan slaan (copuleren)
Zij is zo vol als een ei (ze is in verwachting)
Een ei in de kast hebben (een appelte tegne de dorst bezitten)
Hij ligt op zijn eieren (hij is rijk en geniet van zijn geld)
Een appel geven om een ei te krijgen.
Iets verkopen voor een pan eieren (iets goedkoop weggeven)
Ze zoekt het hennenei en laat het ganzenei liggen (ze grijpt het kleine en verwaarloost het grote)
Zijn eieren verloren dragen (een nadelige zaak ondernemen)
Hij kreeg de kip met het ei (de man die een weduwe met een kind huwt).
Naar iemand gooien met rotte eieren (iemand bekladden en belasteren)
Als dat ei breekt zal het stinken (als de zaak uitkomt dan zal het stinken)
De haan legt kromme eieren.
Een koude mei is een gouden ei.
Het weer is zo zacht als een ei.

Uit ‘Die Chronycke Bachten de Kupe’ van 1998

No Comments

No comments yet. You should be kind and add one!

Leave a Reply

You can use these tags:   <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <s> <strike> <strong>