Mirakel in Veurne

Posted by  ivan.vanherpe@westhoek.net   in       1 year ago     436 Views     Leave your thoughts  

6 maart 1414: mirakel in Veurne
‘Op den 6de Maerte 1414 is een miraeckel geschiet in de kercke van Ste. Walburge binnen Veurne’. Haha, interessant. Ik lees geboeid verder. ‘De huysvrauwe van Jan Weghervoet, geseyt Paulin, Elisabeth genaemt, woonachtich op de prochie van St. Nicolaes, hadde eenigen tijdt geweest dat sy niet spreken en conde, als of sy geslagen hadde geweest van eene geraecktheyt.’ Ik krijg er het raden naar wat er bedoeld wordt met een geraaktheid, hoe dan ook, onze mevrouw gaat op bedevaart naar het heilig kruis van de Sint-Walburgakerk.

‘Blootvoets ende alleenlich gecleet in haer hemde, met eene wassen keersse in hare handen, daer in datter een goutstuck stack, in geselschappe van noch negenthien andere persoonen, harer naeste vrienden, oock gelijck sy gecleet, ende oock elck eene wassen keersse, daer in eenen silveren penninck stack.’ 20 mensen in hun hemd met elk een kaars in de hand met daarin wat afkoopgeld voor de Heer. Zeg maar, een mirakel op bestelling. ‘Ende naer volbracht te hebben hunlieder devotie, begonde de geseyde vrauwe tot spraecke te commen: sy was genesen.’De proost en de kanunniken zijn er natuurlijk als de kippen bij om het geval nog wat op te blazen en nemen ‘een oorcontschappe van dit miraeckel, ende daer van hunne besegelde brieven uutgegeven, welcke onder de archieven van ’t capittel bewaert worden.’

Na dat mirakel blijft het voor 7 jaar windstil in Veurne. De moord op hertog Jan zonder Vrees in 1419 raakt blijkbaar niemands koude kleren. In 1421 is het al zijn zoon hertog Filips de Goede die de jaarlijkse herverkiezing van de magistratuur van de kasselrij opnieuw verplicht maakt. Gedaan met de eeuwigdurende postjes die afgekocht werden bij zijn vader. De kronieken schrijven het ook letterlijk: ‘het magistraet der casselrie van Veurne hadde van het jaer 1410 tot nu toe onverandert gebleven, volgens de previlegie die sy daer toe vercregen hadden van Jan, hertogh van Bourgondien; de voornaemste ende notabelste inwoonders waren jaloers om dat sy uut ’t magistraet gesloten bleven.’

De wantoestanden worden aangeklaagd
Ja, dat zal wel. Een stadsbestuur dat nu al 11 jaar in hetzelfde zadel blijft zitten, zal begrijpelijkerwijze inderdaad wel de nodige wrevel en weerstand opwekken. Blijkbaar is er ook sprake van willekeur en machtsmisbruik bij de voogd en de schepenen. Een aantal notabelen pikt het ondemocratisch beleid in de kasselrij van Veurne niet langer en richt zich tot Filips de Goede. Het toegekende privilege was enkel geldig tijdens het leven van Jan zonder Vrees en zou eigenlijk moeten vervallen zijn nu hij er niet meer is.

‘Bovendien verclaerden sy dat de leden van een blijvend magistraet byna altijdt seer qualick regeeren, dat sy seer groote teyren ende oncosten ten laste van ’t gemeente deden, welcke groote oncosten ende ommestellingen veroorsaeckten, waer door datter vele inwoonders der casselrie hun vertrocken in andere, het gone soude veroorsaecken dat de casselrie allengskens onbewoont moest worden.’ Ze verzoeken de hertog om een einde te maken aan die wantoestanden en het bestuur van de stad en de kasselrij opnieuw jaarlijks te laten herverkiezen. Op 7 mei 1421 wordt de nieuwe wet geofficialiseerd.

De wethouders worden naar vroegere gewoonte weer jaarlijks gekozen en niemand kan langer dan 2 jaar na elkaar in functie blijven. Er valt weer een gat van 9 jaar in die oude jaarboeken van Veurne. De teller van de tijd staat nu op 1430. ‘Soo als ten anderen jare (1429), trock den hertogh Philips den Goeden in Vranckrijck te velde, alwaer hy straffen oorlogh voerde ende de stadt van Compiegne belegerde.’ Ondertussen is er grote opschudding ontstaan in Cassel en Cassel-Ambacht. Oproer tegen de lokale baljuw en het stadsbestuur omdat ze op bevel van de hertog kampgevechten buiten de wet hebben gesteld. Ik heb in mijn kronieken een tijdje geleden al een vol hoofdstuk gewijd aan deze rebellie in Cassel.

De goden zullen wel beslissen
Het interesseert me uitermate om de opstand ook eens vanuit Veurnse hoek te bekijken. Colaert vander Clyte, de heer van Komen, bekleedt de functie van hoogbaljuw in Cassel. Hij stelt zich heel fanatiek op tegen de gebruikelijke kampgevechten die volgens hem barbaars en heidens zijn. En dat is ook zo. In vroegere tijden was het aanwenden van dergelijke kampvechten stevig in gebruik doorheen heel Vlaanderen.

Een geschil tussen mensen moest beslist worden in een onderling gevecht, en wie meester bleef, had het recht aan zijn kant. Zo eenvoudig was het. Die kampgevechten worden trouwens gejureerd door vier erfachtige rechters. Eén van die rechters die dus hun functie van vader op zoon doorgeven, is de heer van Watou. De heerlijkheid van Watou behoort trouwens tot het grondgebied van Cassel-Ambacht. De goden zullen wel aan de zijde staan van diegene die onschuldig is. Het principe is eenvoudig. Zelfs nadat Christus en zijn vader, God senior, hun intrede hebben gedaan in de geschiedenis, blijft deze praktijk verder in gebruik. De graven van Vlaanderen en de steden hebben al eeuwen geleden nieuwe rechtspraak ingevoerd en die onmenselijke kampgevechten afgeschaft.

Zo heeft Boudewijn de inwoners van Ieper op 17 oktober 1118 vrijgesteld van de gerechtelijke tweestrijd en trouwens eveneens van de water- en de vuurproef. Dat de praktijk anno 1400 nog altijd bestaat in Cassel-Ambacht heeft alles te maken met zijn ligging en met het feit dat de graven van Vlaanderen niet altijd hun impact hebben gehad op de plaatselijke bevolking. Colaert vander Clyte wil daar nu voor eens en voor altijd van af. ‘Hy vervolchde de campvechters seer straffelick, ende daer er vande selve eenichte gevangen wierden om recht over hun gedaen te worden volgens de placaten ende bevelen des hertogs, is het gemeente begonnen oproerich te wesen jegens den balliu ende het magistraet.’

Cassel zet de Westhoek in vuur en vlam
‘De situatie escaleert. Enkele edelen stoken de boel op, het begint met het bevrijden van enkele gevangenen uit hun cel, maar het volk wordt stoutmoediger met de dag. ‘Sy namen met groote hoopen de wapens op, ende deden soo vele moeyelickheden aen den balliu ende de magistraetpersoonen dat ze genootsaeckt waren te vertrecken.’ De opstand groeit uit tot een ordinaire plunderpartij. ‘Den hoop van wederspannige vermeerderde van dach tot dach, besonderlick toen sy begonden vele huysen van eerlicke lieden te rooven ende overal grooten buyt te maecken, quam al het droef ende quaet volck van Vlaenderen sich onder hun begeven.’

Kastelen en versterkingen worden aangevallen. Zo bijvoorbeeld het kasteel van Nieppe, dat nochtans goed voorzien is van grafelijke ridders. In het begin van december moet het kasteel van Renescure er aan geloven. Hoe mooi is trouwens de vroegere Vlaamse naam van dat plaatsje: Ruysscheure is daarenboven ook de thuisbasis van baljuw vander Clyte. Er bestaat echter niet de minste compassie: ‘sy wierpen ’t selve daer naer ten gronde af, als oock noch eenige andere stercke huysen van daer ontrent.’

De revolutie in Cassel zet heel de Westhoek in vuur en vlam. Bij ons kijken ze met grote ogen naar wel 20.000 Casselnaars die het aandurven om het openlijk op te nemen tegen de hertog van Bourgondië. Het risico dat andere kasselrijen het voorbeeld van Cassel-Ambacht zullen volgen, is niet ondenkbeeldig. De opstandelingen doen in elk geval wat ze kunnen om de rest van Vlaanderen mee in het bad te trekken. Die van Veurne en Veurne-Ambacht doen er alles aan om zich te beschermen tegen eventuele opstandelingen die het zouden aandurven om het Westhoekgebied binnen te vallen. Er wordt volk opgesteld tot in Roesbrugge en langs het hele traject van de Ijzer, allemaal om te beletten dat de Casselnaars de stroom zullen oversteken.

De ellende duurt bijna 10 maanden
Verder zuidwaarts blijft de Ijzer onbeschermd en ondervinden de bewoners er wel last van plunderingen. Er logeert een garnizoen binnen de stad van Veurne om de stad te verdedigen in geval van nood. Renaut Knibbe, hoogbaljuw van Veurne, wordt aangesteld als kapitein van het garnizoen. De man woont normalieter in Beveren-aan-den-Ijzer. Hij kwijt zich stipt en nauwkeurig van zijn taak en ‘hy sont dagelicx volck uut in Casselambacht om hunlieder voornemen te weten ende te bespieden watter omgingh.’

De ellende duurt bijna 10 maanden. Hertog Filips de Goede heeft in Frankrijk andere katten te geselen, maar met het winterseizoen in zicht verhuist zijn leger naar Vlaanderen. In Artesië krijgt hij een update over de toestand rond Cassel en hij besluit om drastisch op te treden. Er moet een einde komen aan deze weerspannigheid. De jaarboeken van Veurne hebben het over de bijzondere koude januarimaand van 1431: ‘Ende daer mede in de maendt van januarii is de hertog naer Cassel getrocken. Alhoewel het alsdan soo eenen couden winter was als met oyt geweten hadde, heeft den hertogh noch ’t ongemack, noch de strenchheyt vanden selven ontsien.’

De meeste Casselnaars slaan in paniek op de vlucht als ze de komst vernemen van het leger van de hertog. Diegenen die ter plekke blijven, ontsnappen niet aan de colère van Filips de Goede. ‘Dieder bleven, hebben op den 24ste dier maendt met groote ootmoedichheyt den hertogh te gemoete gegaen. Allen waren bloothoofts ende blootvoets, ende boden in die gesteltenisse aen hunlieder prince hunnen persoon ende baden hem om genade.’ De hertog krijgt medelijden met de sukkelaars, weet Pauwel te vertellen. Hij komt trouwens op de proppen met nog meer details, het lijkt er wel op dat hij er zelf bij is geweest.

40.000 verkleumde Casselnaars
‘De inwooners van gansch het Casselsche van sestien tot veertig jaren oud, trokken bloothoofds en barvoets, door de geestelykheid die kruisen en vanen droegen voorgegaen, ten getalle van veertig duizend den hertog tot op eene uer van St. Omaers te gemoet. Zoo haest sy hem ontwaerden, knielden sy, alhoewel sy door de koude des winter en door de regen die in stroomen nederviel byna versteven waren, in het slyk neer.’ Filips vergeeft de sukkelaars om het kwaad dat ze gedaan hebben. Met de opstokers van de revolutie heeft hij minder compassie. Vijf onder hen worden onthoofd en hun eigendommen worden aangeslagen.

Een van de slachtoffers hier is de gegoede edelman Boudewijn van Bavinckhove. Dat van dat medelijden is maar een relatief begrip. Ik kan er in komen dat de wapens massaal moeten ingeleverd worden, maar het financieel plaatje dat nu over de hoofden van het landvolk gedeponeerd wordt, is niet mals. Zesduizend gouden kronen moeten er opgehoest worden. ‘Hy vernietichde daerenboven alle hunlieder previlegien ende gaf hun andere welcke geschreven waren naer sijn goetduncken.’

De goede afloop van de revolutie in de streek van Cassel wordt met vreugde onthaald in Veurne. ‘Ten selven dage noch brocht een bode de mare tot Veurne van ’t gone datter gebeurt was, daerom er tot Veurne ende in Veurnambacht alle vreuchden bedreven wierden: want een ider seer blijde was dat dese saecke een eynde genomen had sonder dat met een inlandschen oorloghe daer door had moeten onderstaen.’

Dit fragment komt uit Boek 5 van De Kronieken van de Westhoek

No Comments

No comments yet. You should be kind and add one!

Leave a Reply

You can use these tags:   <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <s> <strike> <strong>