Moord op de Zwarteberg

Posted by  ivan.vanherpe@westhoek.net   in       1 year ago     701 Views     Leave your thoughts  

Moord op de Zwarteberg –

Bloedige twist te Sint Jans-Cappel (Frankrijk)


1 dode – 3 gekwetsten – Een herberg verwoest. Een Poperingenaar doodgestoken. Aanhouding van zes Belgen!

Op de Franse zijde van de Zwarteberg, op het uiteinde der gemeente Sint-Jans-Cappel, is zondag een vreselijk drama afgelopen. In de herberg ‘Hotte en Bas’, had een bloedige twist plaats die eindigde met een moord. Er waren ook verscheidene gekwetsten. Ziehier hoe de zaken gebeurd zijn:

Het drama. Een werkman doodgestoken.
Zondagavond rond 5 uur, gingen zes Belgische hoppeplukkers binnen in genoemde herberg, gehouden door de echtgenoten Hennebel, waar men volop aan het dansen was. De zes woeste kerels waren bedronken en zochten ruzie tegen de accordeonspeler.

René Minne, 41 jaar, geboren te Poperinge, kostganger der herberg sedert 15 jaren, wilde de speelman beschermen. Deze tussenkomst vermeerderde de woede van de dronkaards, en, opgehitst door de drank, haalden zij hun messen te voorschijn en vielen Minne te lijve.

Minne bood zijn aanvallers een wanphopige tegenstand, maar overmand en langs alle kanten getroffen, viel hij weldra ten gronde waar hij bewusteloos bleef lliggen, uit talrijke wonden overvloedig bloed verliezend.

De herbergier en zijn vrouw die, tijdens het gevecht, hun kostganger ter hulp wilden, werden ook door de woestaards onmenselijk mishandeld. De herbergier bekwam verscheidene messteken in de hand en in ’t lijf, doch zonder dodelijke gevolgen; de vrouw werd met een pintglas, met groot geweld geworpen, aan het hoofd gekwetst. Een jong meisje, dat om hulp riep, werd ook aan de hand gekwetst.

Verwoesting der herberg.
Vooraleer de herberg te verlaten, doorkerfden de moordenaars nog de deur met hun moordpriemen; vervolgens sloegen zij in de herberg alles kort en klein, rukten de slagvensters af om de vensters en de deuren in te beuken en vertrokken dan al zingen zonder het minste leed te laten blijken.

De gendarmen ter plaats
Van deze feiten verwittigd, haastten zich twee gendarmen van Belle ter plaatse te gaan waar zij rond 7 ure ’s avonds toekwamen. Zij vonden het slachtoffer Minne met de doodsreutel in de keel, maar weldra blies hij de laatste adem uit.

Het slachtoffer
De ongelukkige die in een plas bloed lag, was overal doorsteken. Hij had een steek gekregen in de bil, in schuinse richting, zo diep, dat de wonde op twee centimeters na, langs de binnenzijde uitkwam. Hij had nog een gapende wonde van 6 cm diep, in de rug onder het schouderblad die de top van de long doorboorde, nadat hij reeds op het voorhoofd een harde slag bekomen had, insgelijks een bloedende wonde veroorzakende. Gans zijn lichaam vormde slechts één ijselijke wonde.

Vooraleer door de woestaards vermoord te worden, had Minne, reeds gesteken zijnde, zich nog krachtdadig verdedigd met een stoofijzer. Ongelukkiglijk had hij het niet lang kunnen uithouden tegen de zes aanvallers, en weldra bezweek hij onder de slagen.

De vermoorde René Minne was te Poperinge geboren de 25 september 1869 en was de zoon van Aloïs en Sophie Lazoore. Zijn moeder, broeder en zuster leven hier nog te Poperinge. Hij was ongehuwd, werkt in de ijzeren weg en kocht zijn tafel bij de echtgenoten Hennebel.

Op zoek
De gendarmen zetten zich seffens op zoek naar de laffe moordenaars. Zij doorliepen al de herbergen en verwittigden nog twee douaniers.

De aanhoudingen
Hun opzoekingen voortzettend, kwamen zij ter herberg ‘Au Refuge du Renard’, op het grondgebied van Boeschepe, alwaar rond de 40 hoppeplukkers binnen waren, meestal Belgen.

Een jongeling die zijn gekwetste hand wilde verduiken, werd aangehouden, alsook nog twee andere kerels die verbleekten op het zicht der openbare macht. Natuurlijk ging de aanhouding niet gemakkelijk, daar die kerels erge tegenstand boden. Drie der makkers konden middelerwijl over de grens in België vluchten. De drie aangehoudenen verklaarden te noemen; Arthur Sinnaeghel, Jules Beaupré en Florimond Debruyne, allen van Klerken. Zij werden naar het gevang van Hazebrouck over gevoerd.

Het onderzoek in Frankrijk
Maandag en woensdag is het parket van Rijsel ter plaatse geweest. M. Coupillaud, onderzoeksrechter van Hazebrouck, heeft donderdag geheel de morgen en tot 6 uur in de namiddag getuigen onderhoord. Hij heeft deze in tegenwoordigheid gesteld van Sinnaeghel, Debruyne en Beaupré.

Sinnaeghel en Beaupré werden stellig herkend door personen die ze gezien hadden met bebloede messen in de handen. Beaupré had het zijne, dat gans gekromd was, doen bewonderen. De gevangenen loochenden echter alles en gedroegen zich zeer onbeschoft tegen de getuigen; soms ook begonnen zij te wenen, zonder echter de minste uitleg te geven.

De moordenaar
Beaupré werd herkend voor deze die Minne zou gesteken hebben, zelfs nog toen hij reeds ten gronde lag.

Het onderzoek in België
Het nare nieuws van de laffe moord werd dezelfde avond nog in Poperinge gekend, waar het niet kon missen om een diepe indruk te maken en een algemene verontwaardiging te verwekken. In onze stad immers zijn de zondagmorgen al de vreemde hoppeplukkers vergaderd zodat men met reden mocht denken dat de moordenaars hier ’s morgens ook geweest waren.

Van de maandag reeds verwittigd door de parketten van Hazebrouck en Ieper, dat drie van de lafaards langs onze streek in België gevlucht waren, deed de politie van onze stad ieverige opzoekingen. Woensdagmorgen kwam de heer politiecommissaris te weten dat een van de daders, zekere Madelin Charles, de maandagmorgen rond 9 uur bij de landbouwer Pieter Vercruysse, langs de Woesten-kalsijde, toegekomen was.

De vader van de aangehouden Sinnaeve was daar aan het hoppeplukken. M. Vanhoutte, politiecommissaris, begaf zich ter plaatse en vernam inderdaad dat de kerel daar geweest was. Vooraleer er te gaan had hij de maandagmorgen rond 8 uur bij M. Dewulf, doktoor, geweest om er zich te doen bezorgen; hij was door messteken erg gewond aan duim en vingers.

Op de hofstede had hij van het gevecht en de moord gesproken en verklaard dat de twee andere gevluchten, Aloiïs Maddelein, zijn broeder en een zekere Dewilde, ook beide van Klerken, naar huis gegaan waren om zich daar te laten aanhouden. De dinsdagmiddag vertrok hij ook huiswaarts met hetzelfde doel.

Alle 3 aangehouden
De gendarmerie van Klerken werd verwittigd en de woensdagavond werden de drie kerels aangehouden. Na ondervraagd te zijn geweest door de commandant, werden ze naar Veurne vervoerd om er te beschikking te blijven van de heer onderzoeksrechter. Volgens hen zou Beaupré de eigenlijke moordenaar zijn.

Zij hadden hun messen ’s morgens gekocht te Poperinge
Tijdens hun ondervraging hebben de aangehouden verklaard dat zij de zondagmorgen te Poperinge geweest waren en er aan een marktkramer hun messen gekocht hadden. Het waren goedkope messen van 30 centiemen, maar fijn geslepen en met een scherp punt.

De politie vernam ook dat dezelfde zes kerels bij het verlaten van de stad, ’s morgens rond 11 uur, woedend dronken waren van alcool te drinken. Bij hun voorbijtrekken langs de huizen van de Zwijnlandreek, hadden zij al de bewoners verschrikt, hun messen getrokken en doodsbedreigingen geuit tegen al wie had durven naderen. In de herberg ‘De Leene’ bij V. Maerten, waren zij binnen gegaan en hadden er met pintglazen naar de baas geworpen.

Daar zij plukten te Boeschepe waren zij al drinken tot aan de Zwartenberg voortgezwierd waar zij, verhit door de drank, hun bloedige misdaad zouden begaan.

Het lijk der vermoorde
Het lijk van het ongelukkig slachtoffer René Minne werd donerdagavond rond 7 uur per rijtuig naar Poperinge overgebracht en in het dodenhuis van het gasthuis gelegd. Deze morgen, zaterdag, werd het met een lijkdienst van 8 ½ ure in Sint-Janskerk begraven.

Enkele weken later in de krant:

Confrontatie te Watou
Onze lezers herinneren zich nog de moord gepleegd op zondag 4 september te Sint-Jans-Cappel op de Zwarteberg. Zes dronken vreemde plukkers drongen binnen ter herberg ‘Hotte en Bas’ en zochten ruzie tegen de speelman. René Minne, kostganger der herberg, die zich hiertegen verzette, werd door de bloeddorstige kerels met messteken vermoord.

Ten einde wat licht te brengen in het onderzoek, is er vrijdag 30 september op de Steendam (frontieren tussen Houtkerke Frankrijk en Watou-België een confrontatie gehouden geweest tussen de 6 betichtten van de moord en een tiental getuigen.

Het onderhoor gebeurde op de brug. Er werd fel gekeven en gestreden. Een van de drie meisjes, als getuigen opgeroepen, beweerden dat ze alle zes hadden gesteken. Het bleek nochtans dat er maar drie gesteken hebben.

Het verdriet van de ouders van de aangehoudenen die ook ter plaatse gekomen waren, samen met nog veel andere inwoners van hun streek was hartverscheurend om zien. Een tiental Franse en een tiental Belgische gendarmen waren tegenwoordig om de rust te doen handhaven.

De confrontatie om 10 uur begonnen was geëindigd om 2 uur. Geen bijzonders voorvallen, maar bijna op alles veel tegenspraak van alle zes de betichtten, die elk van zijn kant probeerden er gaaf en onschuldig uit te geraken.

Geen der zes werd losgelaten. De ene drie werden langs Watou, naar Veurne gedaan en de andere drie naar Hazebrouck. Is het niet ongelukkig, dat van ons volk, dat alom gekend is om zijn werkzaamheid, een deel steeds zulke barbaarse zeden volgt. Dat alle opvoeders in het algemeen en de ouders in het bijzonder, in het vervolg meer de opvoeding van hun kinderen onder dit oogpunt verzorgden, en meer edele gevoelens in het hart van ’t kind plantten, heel natuurlijk zou vechten, en dat bijzonderlijk met messen, voor goed uit ons schoon land verdwijnen.

Jules Beaupré en Arthur Sinnaghel verschenen donderdag 20 november voor de correctionele rechtbank van Hazebrouck. Na hun ondervraging werden de echtgenoten Hennebelle en Rachel Vitse die tijdens het gevecht ook gekwetst werden, onderhoord. Daarna werd overgegaan tot het horen van elf getuigen die opvolgend hetgeen zij van de bloedige gebeurtenis gezien hadden, kwamen verhalen.

Het rekwisitorium, de pleidooien en het vonnis werden verdaagd tot de zitting van zaterdag. Jules Beaupré, wonende te Klerken, werd veroordeeld tot 18 maanden gevang; Arthur Sinnaeghel, van dezelfde gemeente, werd vrijgesproken. De derde betichte, Florimond Debruyne, tegenwoordig in voorlopige vrijheid gesteld, zal later geoordeeld worden.

Uit De Poperingenare van 1910 – www.historischekranten.be

No Comments

No comments yet. You should be kind and add one!

Leave a Reply

You can use these tags:   <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <s> <strike> <strong>