Moordpoging in Noordschote

Posted by  ivan.vanherpe@westhoek.net   in       1 month ago     158 Views     Leave your thoughts  

Adolf Verpoucke, geboren te Lichtervelde de 24se augustus 1901 en nu wonende te Noordschote, steenweg Lizerne, waar hij handel drijft in pluimgedierte en konijnen, was zaterdagnamiddag bedronken naar huis gegaan.

Zoals het helaas maar al te vaak gebeurt, ontstond er een twist tussen de echtgenoten. Van woorden kwam het tot daden en Verpoucke wierp met teljoor en pan zodat de vrouw aan het hoofd lichtjes gekwetst werd. Daarna begaf hij zich te bed.

Toen hij ingeslapen was, maakte een hevige woede zich meester van de vrouw die een groot kapmes haalde en haar man te lijf ging binst zijn slaap. Een diepe wonde in de hals, een in de kaak en een in het oor deden het bloed overvloedig stromen.

Daarvan verschrikt liep de vrouw met haar twee kinderen weg en ging zich gevangen geven bij de garde M. Delva, met de woorden ‘ik heb mijn vent vermoord’. Aanstonds deden burgemeester Soenen en de garde het nodige en weldra waren doktoor en gendarmen van Merkem ter plaatse.

Na ter plekke de eerste zorgen ontvangen te hebben, werd Verpoucke naar het hospitaal van Ieper overgebracht waar hij verzorgd werd. De vrouw werd aangehouden en naar de gendarmerie van Merkem overgebracht.

Na een eerste verhoor verklaarde de vrouw die moordpoging gedaan te hebben als gevolg van mishandelingen, de nood en het ongelukkig leven dat ze te leiden had.

Zaterdagvoormiddag is het parket ter plaatse geweest en, wonder! Verpoucke was verdwenen uit het hospitaal en was thuis toen het parket afstapte.

De vrouw werd naar het gevang van Kortrijk overgebracht.

Uit ‘De Poperinghenaar’ van 1929
www.historischekranten.be