Natte voeten

Posted by  ivan.vanherpe@westhoek.net   in       10 months ago     270 Views     Leave your thoughts  

Handen van de bank, ’t vlees is verkocht (lachend gezegd van iemand die een verloofd meisje ten dans vraagt)


Ze goan mank aan ’t zelfste been (ze hebben hetzelfde gebrek)


‘k goan het deur de billen jagen (ik ga het opeten, verteren of verkwisten)


Hij heeft natte voeten (hij is dronken)


De grond werd lijk pap onder zijn voeten (alle vastigheid viel weg)


Hij heeft veel klytte onder zijn voeten (hij bezit veel grond)


Hij speelt met zijn tenen tot plezier van zijn hielen (hij doet niets nuttig)


Hij heeft een eksteroge in zijn kele (het is een dronkaard)


De katte gaat met mijn lege moage niet weglopen (hij heeft veel gegeten)


Zijn herte is goed, moar den omloop deugt nie (er is niet veel goeds aan die persoon)


Hij schudt zijn lever (hij lacht hartelijk)


Van de lever eten (schulden maken)


Hij maakt een apothekerie van zijn lijf (hij slikt veel geneesmiddelen)


Men kan hem uit zijn vel schudden (hij ziet er welgedaan uit)


Hij houdt zijn achterpoorte open (hij gaat dikwijls naar de grote wc)


D’ er zit haar aan de klinke (dat zal moeilijk worden)


Hij heeft er maar vier en een kleintje (hij heeft ze niet alle vijf)


‘k ligge met een droge bleine (ik heb geen geld meer)


Hij komt als nen hond in de hutsepot (hij is niet welkom)


Hij liet zijn honger in ’t pateel (hij kon nog meer eten)


Een geklede stutte (een belegd broodje)


Als dat ei breekt, zal het stinken (als dat aan het licht komt…)


Hij geeft een ei om een kieken were te krijgen (een kleinigheid opofferen om iets groter terug te krijgen)


Hij komt met ’t zout als ’t ei op is (hij is te laat)


Zeem in de mond en galle in ’t herte


Hij leeft lijk è muis in ’t meel (hij leeft onbezorgd)


‘k moeten zeure soepe eten (ik heb het niet breed)


’t is vuile vis en vuile beuter (het zijn twee slechte personen)


Zijn paspoort is al geschreven (hij zal nu snel ontslagen worden)


Hij komt altijd een bakste ten achter (hij is altijd net te laat)


Hij lacht als een boer met zeer in zijn tanden (hij lacht zuur)


Een mirakel up een korrewagen (een vreemd geval)


Het rookt daar geweldig (er is dikwijls ruzie in de menage)


Een huis met gouden balken (met een te hoge hypotheek)


Hij heeft een ferme gevel voor zijn huis (hij heeft een grote neus)


Dat past lijk een klinke op een kraaiennest (dat past helemaal niet)


De katte in de kelder metselen (iemand slechts oppervlakkig genezen)


Lijk een snoek op de zolder zitten (daar niet passen)

No Comments

No comments yet. You should be kind and add one!

Leave a Reply

You can use these tags:   <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <s> <strike> <strong>