Nieuw: De Kronieken van Diksmuide

Posted by  ivan.vanherpe@westhoek.net   in  ,      2 years ago     621 Views     Leave your thoughts  

Zopas op www.westhoek.net geplaatst: De Kronieken van Diksmuide. Ga op reis naar het Diksmuide van de 14de en de 15de eeuw…

Alvast de introductie hier:

De Kronieken van Diksmuide

Nog even en ik verlaat de jaren 1400 op zoek naar een nieuwe horizon en me goed bewust van de gevaren van een onbekende toekomst. Vooraleer de stap naar de 16de eeuw te wagen, wil ik echter absoluut nog eens terug naar het vroegere Diksmuide. In het jaar 2011 heb ik ooit een hoofdstuk geschreven over de intrigerende stichting van deze stad. De komst en vooral de afkomst van de Engelsman Arnulf de Bevere hebben toen gezorgd voor een onbekend stukje geschiedenis van een van onze belangrijkste Westhoeksteden.

En nu sta ik hier opnieuw. Ik wil de draad opnemen ergens rond het einde van de jaren 1200 en op zoek gaan naar het verder verloop van de lokale geschiedenis. Mijn reisbrochures liggen al op de salontafel. De Neckermann catalogus van dienst prijkt hier voor me met zijn Franse titel ‘Histoire de la Ville de Dixmude et de ses chatelains’. Geschreven door abt Ferdinand Van de Putte, regent in het bisschoppelijk college van Brugge in het jaar 1842. De auteur is vooraanstaand lid van de geschiedkundige kringen van Morinië en die van Brugge.

Van de Putte is een kind van de Westhoek en wordt geboren in Rumbeke. Hij loopt school in Ieper en in Diksmuide en zal tijdens zijn carrière nog pastoor worden in Boezinge, Poperinge en Kortrijk. Zijn leven strekt zich uit tussen 1807 en 1882. Hij moet zich dus in zijn gloriejaren bevinden als hij zich in 1842 waagt aan de oude geschiedenis van Diksmuide.

Ik blader door het boek. De titel; ‘Chronique de la Ville de Dixmude’ oogt aantrekkelijk. Ik hou halt. Hier begint mijn nieuwe episode. In 958 richt graaf Boudewijn er de eerst publieke markt op. Dat zal wel het gevolg geweest zijn van de aanwezigheid van Arnulf de Bevere sinds 940. In 962 stopt graaf Arnulf de Jonge voor het eerst wat eigendomsrechten toe aan de plaatselijke kerk die toen nog in zijn kinderschoenen staat en nog volledig afhankelijk is van de hoofdkerk in Esen.

In 1045 is Diksmuide groot genoeg geworden om op eigen kerkelijke benen te staan. De bisschop van Terwaan wijdt er een nieuwe kerk die nu volledig los staat van die van Esen. Er komt zonder twijfel een economisch vervolg als de Ieperlee in het jaar 1166 wordt uitgegraven. Het nieuwe kanaal dat in deze tijd nog omschreven staat als ‘Yperleet’ zorgt voor een verbinding tussen Ieper, Scheepsdale bij Brugge, Diksmuide en Nieuwpoort.

Ook de Ijzer wordt in goede banen gelegd en zorgt voor een reünie tussen Ieper, Diksmuide en Nieuwpoort. De tijd is dan al doorgeschoven tot aan 1251. Goede tijden wisselen af met slechte tijden. Maar ik hoor de mensen niet klagen. In 1270 worden stad en kerk door het vuur verwoest. Gwijde van Dampierre maakt van de heropbouw gebruik om nieuwe stadswallen aan te leggen. Een robuuste mix van grove aarden wallen en allerhande versterkingen.

Onze graaf moet dan al over een soort van glazen bol beschikken. Het zou wel eens allemaal veel minder kunnen worden. De jaren 1200 zijn verlopen in relatieve vrede en voorspoed en van een oorlog is er sinds de komst van de Noormannen eigenlijk al enkele eeuwen geen sprake.

De periode van de moord op Karel de Goede moet wel gezorgd hebben voor een belangrijk conflict in Vlaanderen, maar Ferdinand Van de Putte vindt van die gebeurtenissen niet het minste spoor terug in de archieven van Diksmuide.

De toestand van peis en vrede en ongebreidelde groei blijft inderdaad niet duren. De schrijver springt naar het jaar 1297. Er melden zich onweersbuien aan de einder. In Vlaanderen komt het tot een fameuze tweespalt tussen de inwoners onderling. Een deel blijft trouw aan de graaf van Vlaanderen en de rest kiest de zijde van de nieuwe koning van Frankrijk. Filips de Schone is de nieuwe wonderboy van zijn generatie en ambieert de volledige zeggenschap over het grondgebied dat al eeuwen beheerd wordt door de graven van Vlaanderen. Dat grondgebied draagt de naam van Vlaanderen en Gwijde van Dampierre heeft het er bepaald moeilijk dat de Franse koning zich als een typische schoonmoeder begint te manifesteren.

De Fransgezinden krijgen de koosnaam ‘Leliaards’ toegestopt, een verwijzing naar de lelies op hun nationale vlag. De bisschop van Terwaan, de abt van Ter Duinen, de burggraaf van Veurne, de heren van Diksmuide en Sint-Winoksbergen zijn stuk voor stuk notoire Leliaards en Fransgezind in hart en nieren.

Ik vertel de historie zoals Van de Putte ze heeft neergeschreven. Het zint Dampierre hoegenaamd niet dat de leiding van de Westhoek meezeult met de Fransen. Hij laat, op kosten van de bevolking, Duitse soldaten aanvoeren om zijn positie in het Westland te handhaven. Zoon Robrecht van Bethune kan niet lachen met de dissidente steun voor Filips de Schone en zakt af naar Veurne om er de schuldigen te straffen.

Zijn actie is ondoordacht en impulsief en gooit alleen maar olie op het vuur. De commandant van Veurne, Boudewijn Reyfin speelt het staalhard tegenover Robrecht en bezorgt hem en de Vlamingen een militaire nederlaag in de moddervelden van Bulskamp. De gravenzoon koelt achteraf zijn woede op de binnenstad van Veurne waar zijn Duitsers zich uitleven aan ontoelaatbare plunderingen. De bewoners van Diksmuide en Nieuwpoort willen een soortgelijke ravage voorkomen en geven zich prompt over. Na het vertrek van de vreemde grafelijke troepen, nemen de Fransen beide steden weer in. Als voorzorg besluiten ze om ze achteraf ook nog beter te versterken.

Ik moet wat gewoon raken aan de stijl van kroniekschrijver Van de Putte. Hij schrijft gehaast en van veel details is er geen sprake. De naam van Bulskamp als locatie voor het militair treffen, blijft verbazingwekkend genoeg achterwege. Ook de gebeurtenissen van het jaar 1300 worden in een soort van Twittertaal ingeblikt. Zoiets als; ‘de stad wordt omringd door stenen muren. Charles de Valois maakt er zich baas en verhoogt de belastingen.’

Daarna zit ik al direct in het jaar 1316. Er wordt een vredesverdrag ondertekend tussen de prominenten van Frankrijk en van Vlaanderen. Ook afgevaardigden van de voornaamste Vlaamse steden moeten zich engageren. Voor Diksmuide is dat Jan Balquart. En het lijkt er in 1302 wel op dat de Guldensporenslag een fantoom van de geschiedenis was. Ferdinand Van de Velde spendeert er in elk geval geen aandacht aan.

1328 dan maar. Diksmuide krijgt een serieuze zwiep in de nadagen van de slag van Cassel waar Zannekin en zijn Vlamingen in massa sneuvelen. Een Brugse divisie die zich tijdens de confrontatie strategisch heeft opgesteld ter hoogte van Doornik verneemt het nieuws van de nederlaag van de Vlamingen en spoedt zich naar Diksmuide om er de Fransen te beletten om verder door te stoten naar Brugge. Maar tegen het machtige leger van Charles de Valois is zoiets onbegonnen werk en zo trekken ze zich verder terug naar hun thuisbasis. De bevolking van Diksmuide krijgt achteraf een boete van 6000 pond en de stedelingen verliezen tot overmaat van ramp ook nog hun stedelijke rechten.

Die krijgen ze in 1330 terug van graaf Lodewijk van Nevers. Er wordt een vast mannetje van de graaf als ruwaard geïnstalleerd. Zijn naam is Jacques Sac. In het Vlaams Jacobus Zak, een naam die weinig goeds voorspelt, maar dat is een subjectieve invulling van mijn kant. Sac wordt in elk geval belast met de veiligheid in de stad en met het strikt laten respecteren en doen opvolgen van de privileges.

No Comments

No comments yet. You should be kind and add one!

Leave a Reply

You can use these tags:   <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <s> <strike> <strong>