Nieuwpoort mag van geluk spreken

Posted by  ivan.vanherpe@westhoek.net   in       1 year ago     450 Views     Leave your thoughts  

Ik laat René Dumon aan het woord in zijn boeiend geschreven geschiedenis van Nieuwpoort. De schrijver brengt me terug naar de junimaand van 1383. Een Engels leger is ontscheept in de Westhoek. De stad Nieuwpoort neemt geen risico en geeft zich prompt over aan de troepen van bevelhebber Spencer. Veel heeft te maken met de goede verstandhouding die er bestaat tussen de havenstad met handelspartners van aan de andere kant van het water.

De Ram, een lokale zoutzieder, zorgt er als leider van een pro-Engelse fractie voor dat de Engelsen vrije toegang krijgen tot Nieuwpoort en de stad zonder geweld innemen. Ik heb het al uitvoerig gehad over het beleg van Ieper dat zich tijdens de zomer van 1383 ontvouwt in het hartje van de Westhoek. Over de hulp die duizenden Gentenaars bieden aan hun Engelse kompanen bijvoorbeeld. De lokale situatie in Ieper. Deze gebeurtenissen zijn allemaal en één voor één de revue van mijn kronieken gepasseerd. In zijn geschiedenis van Nieuwpoort komt René Dumon af met getuigenissen vanuit zijn stad. Ik ben best gretig om die aan mijn kronieken van de Westhoek toe te voegen. De problemen zijn er natuurlijk vanzelf gekomen. Ik keer enkele jaren terug in het verleden.

De geschiedenis van Nieuwpoort toont aan dat de emmer van de staatslasten al in 1379 aan het overlopen is. De mensen hebben er genoeg van. Altijd maar afdokken om de oorlogen van graaf Lodewijk van Male te bekostigen en om hem dan nog in staat te stellen om zich aan allerhande ‘wulpsheden en sinnelickheden’ over te leveren.el van Vlaanderen. Het hangt natuurlijk een beetje af van de plaatselijke situaties in de talrijke steden en op het platteland, maar algemeen kan gezegd worden dat de opstandelingen op flink wat aanhangers mogen rekenen. Alleen zijn ze niet overal even sterk om zich te laten gelden. Ieper staat op tegen de graaf. Veurne en het Westland blijven aan zijn zijde staan. Op 1 oktober 1380 komt er in Veurne een bevelschrift binnen met de dringende opdracht om 700 mannen naar Oudenaarde te sturen om van daar uit deel te nemen aan het beleg van Gent.

Diezelfde vraag zal ongetwijfeld ook gericht geweest zijn aan Nieuwpoort. Dat beleg in 1380 is trouwens geen succes en de Westhoekers komen onverrichter zake terug. In 1381 volgt een identieke mobilisatie die opnieuw op een sisser uitdraait. De stad Gent blijkt niet in te nemen. 1382 wordt een scharnierjaar. In plaats van zich over te geven, trekken de Gentenaars verrassend naar Brugge waar ze een groot leger van de graaf over hun knie leggen. De graaf kan zich met moeite redden en vlucht noodgedwongen naar Rijsel. Voortaan spannen die van Brugge samen met de Gentenaars. Dat heeft zo zijn effecten op de weifelende plattelandsbevolking van West-Vlaanderen. Ze overhandigen hun respectieve stadssleutels aan Filips van Artevelde, de leider van het Gents verzet tegen de graaf.

De Vlamingen krijgen slaag in Westrozebeke
Alleen Oudenaarde en Dendermonde doen daar niet aan mee en dat heeft alles te zien met het feit dat beide steden bezet gehouden worden door de grafelijke troepen. De stadspapieren van Nieuwpoort kunnen het niet echt bewijzen, maar het lijdt geen twijfel dat ook Nieuwpoort zich heeft aangesloten bij het kamp van die van Gent. Voor de tweede keer dus komt Nieuwpoort openlijk in opstand tegen zijn wettelijke vorst. Op 27 november 1382 keren de kansen. De Vlamingen krijgen er van langs in Westrozebeke en graaf Lodewijk neemt de macht weer in handen. Met dank aan de Fransen en vooral aan zijn schoonzoon Filips de Stoute.

Alleen Gent blijft standhouden. Engeland gaat onverstoorbaar verder met het steunen van de rebelse stad. Hier liggen uiteraard de kiemen van de zware aanval die Engelse troepen zullen laten ontbranden in de Westhoek. Frankrijk en Engeland hebben recent een wapenstilstand afgesloten en dat betekent dat de Engelsen zich onmogelijk kunnen keren tegen het regime van Lodewijk van Male, want hoe je het ook bekijkt: Vlaanderen is een leengebied van Frankrijk en de reeks van graven van Vlaanderen regeren over het gewest dank zij de goodwill van de Franse koningen. Er komt een andere alibi op de proppen om oorlog te voeren. De Godsdienst! Paus Urbanus VI ondertekent in Rome een bulle die Engeland oproept om deel te nemen aan een kruistocht tegen de Fransen die hun steun hebben toegezegd aan een alternatieve paus. Die van Avignon.

Jan Sporkin van Veurne
De Fransen hebben de pauselijke staten aangevallen en moeten van antwoord gediend worden door het Engelse volk. De Engelsen – Urbanisten tot de laatste man – krijgen de bisschop van Norwich als commandant. Henri Spencer is een gewezen krijgsman. Hij ontscheept op 3 april 1383 in Kales en beslist om eerst naar Vlaanderen op te rukken. Grevelingen valt als eerste in Engelse handen en de vijand stormt verder richting Mardijk en Duinkerke. De grafelijke troepen houden zich op ter hoogte van Sint-Winoksbergen. Lodewijk van Male roept de manschappen van Veurne, Diksmuide en Nieuwpoort onmiddellijk op om de Engelsen de weg naar Duinkerke te versperren.

Diplomatiek overleg levert niets op. Wat hebben de Vlamingen nu te zien met die keuze van pausen? Hier is iedereen sowieso onderhorig aan de paus van Rome zoals de Engelsen dat wensen. Maar al dat lievemoederen helpt niet. De Vlamingen wonen op het grondgebied van Frankrijk en moeten zodus behandeld worden zoals alle ander Fransen. De Nieuwpoortnaars, samen met die van Diksmuide en Veurne-Ambacht, worden geleid door Jan Sporkin van Veurne en ontmoeten de Engelse troepen in de duinen aan de oostkant van Duinkerke. De Engelsen sturen een wapenheraut naar Sporkin om hem te vragen of ze bereid zijn te vechten voor de paus van Rome (en dus mee te stappen met hun leger). De ruiter wordt echter brutaal van zijn paard gesleurd en gedood. Dom natuurlijk, want de revanche laat niet op zich wachten.

Een hallucinante ongeluksdag
De woede van de Engelsen kent geen grenzen. Ze storten zich met vreselijk geweld op de verschrikte troepen van het Westland. Ze worden hierbij geleid door de Gentenaar Rasse Van de Voorde. De Nieuwpoortnaars en hun bondgenoten trekken zich vechtend achteruit tot in de straten van Duinkerke. Maar de havenstad valt onvermijdelijk in de handen van de vijand. 9000 Vlamingen sneuvelen. Wie overleeft, vlucht naar huis om er de rampzalige tijding te verspreiden. 25 mei 1383 betekent een hallucinante ongeluksdag voor de mensen van Nieuwpoort schrijft René Dumon. De meeste steden geven zich nu direct over bij de nadering van de Engelsen. Toch worden er overal gewelddaden gepleegd. Veurne krijgt het zwaar te verduren.

Een voor een worden de Westhoeksteden ingepalmd door de vijand. Bergen, Cassel, Broekburg, Veurne, Belle, Mesen , Poperinge vallen in de macht van de Engelsen. Nieuwpoort biedt evenmin weerstand. Heel het kustgebied tot aan Blankenberge volgt dit voorbeeld. De rest is bekend. Het beleg van Ieper blijkt na een maandenlange status quo een dikke flop voor de Engelsen en hun kwaadaardige bisschop. De belegeraars trekken zich op 12 augustus terug uit vrees voor de komst van een machtig Frans leger. De Engelsen zitten al op hun tandvlees en vinden het veiliger om zich tijdig uit de voeten te maken. In de Westhoek verspreidt het gerucht van de terugtrekking zich als een lopend vuur. En dat leidt tot nogal wat wilde gissingen. Van paniek en wanorde na een zogezegde zware nederlaag is er echter geen sprake. En al evenmin de verhalen van eventuele zegevierende Fransen.

De Nieuwpoortnaars hebben het verkeerd voor
Die zijn in geen mijlen te bekennen aan de oostkant van Ieper. Neen. De terugtocht van het Engelse leger gebeurt ordelijk en georganiseerd. Al die verkeerde veronderstellingen dwarrelen ook van mond tot mond in Nieuwpoort. ‘De Engelsen krijgen er van langs, de sukkelaars, ze moeten het maar weten’. De menselijke roddelmachines draaien op volle toeren. De ambachtslieden en de Nieuwpoortnaars die aan de kant van de Vlaamse graaf Lodewijk van Male staan, profiteren van de situatie om zich te roeren en zich te distantiëren van de Engelsgezinden in de kuststad. Tot groot ongenoegen uiteraard van De Ram en zijn Engelsgezinde aanhangers. Dumon nuanceert hun houding. Bij de terugkeer van de graaf, zal Nieuwpoort zonder meer gestraft en beboet geworden zijn omdat ze hun stad zomaar in handen hebben gegeven van de vijand.

Door zich alsnog te mengen in de afrekening tegen de Engelsen, kunnen ze hun blazoen misschien alsnog opblinken. Zo kunnen nieuwe straffen misschien vermeden worden. Trouwens, welk risico nemen ze nu nog, vragen ze zich af, de Engelsen zijn in de grootste wanorde op de vlucht. Ze zullen geen moeite hebben om korte metten te maken met hen. Er worden mannen uitgestuurd in de richting van het Brugse Vrije, naar de streek van Gistel en Mannekensvere waar enkele lokale boeren zich bij hen aansluiten. Hier en daar worden ze geconfronteerd met kleine groepjes Engelsen en Gentenaars die op zoek zijn gegaan naar voedsel. Die laatsten zijn geen partij voor de Nieuwpoortnaars. Er vallen doden en gewonden en de vijand moet in het stof bijten. Enkele Engelsen slagen er in om te ontkomen en brengen bij hun oversten verslag uit van de vijandelijke acties van die van Nieuwpoort. De gevolgen blijven niet uit. Uit het Anglo-Engelse legers splitst een omvangrijke divisie zich af om wraak te nemen op Nieuwpoort die onverwacht hun vertrouwen heeft geschonden.

Ze sloegen dood wie ze vonden
De inwoners zien de bui al hangen en slaan op de vlucht. De overmoedige agressie van hun mannen was dom en nu zullen ze die stupiditeit contant betalen. Enkele notoire Engelsgezinde Nieuwpoortnaar riskeren het om achter te blijven in de veronderstelling dat ze zullen gespaard worden door hun vrienden. De ‘Jaerboeken van Veurne’ getuigen hoe verkeerd ze het voor hadden! ”d’ Engelschen ende de Gentenaers trocken naer Nieupoort, namen die andermael in ende sloegen al de menschen doodt die sij aldaer vonden. Sij plunderden daer naer de stadt, roofden de kercke, ende trocken met hunnen buyt eensdeels te schepe naer Engelant ende eensdeels met wagens naer Bergen. Ende willende teeckenen van hunnen grammen moedt laten, staecken ze, eer dat sij van daer vertrocken, stadt ende kercke in brant. Niet een huys en bleef er over.’

Ik moet even slikken als ik deze getuigenis overneem. De Ieperlingen zijn door het oog van de naald gekropen als ik dat allemaal lees. Het lot dat Nieuwpoort onderging in de eerste week van september van 1383, was ongetwijfeld ook voor Ieper voorbehouden. Het ergste gebeurde op 6 september, vertelt René Dumon, hij roept me bij de les. In Nieuwpoort is het allemaal te doen. Nieuwpoort aan zee wordt geplunderd en geruïneerd. De buit verhuist deels naar Engeland en naar Sint-Winoksbergen wat door de schrijver enigszins schattig als Bergen omschreven wordt. In onze hedendaagse tijden spreken we van Bergues.

De Sint-Lauwerijnskerk verandert in een burg
Over die buit is weinig geweten. Het zullen wel voor een deel klokken, openbare weegschalen, kostbare deuren, behangsels en alle soorten van goud- en zilverwerk geweest zijn. Het beste van wat er te stelen viel in de kerken en de huizen van de stad. Dumon focust zich verder op de inhoud van de buit. Die moet buitengewoon zijn. Volle scheepsladingen met gestolen tuig verhuizen rechtstreeks naar Engeland. Er worden daar speciale maatregelen getroffen om er voor te zorgen dat niets van de goederen zou blijven hangen in Bergen. Veel van de stukken bevinden zich nog altijd daar, beweert hij. Ik kan zijn interesse voor Engeland begrijpen. De man leeft op Engelse bodem wanneer hij zijn boek over Nieuwpoort neerpent. Zijn ‘Geschiedenis van Nieuwpoort’ is gewoonweg een schitterend boek waar ik een ongelooflijke bewondering voor koester.

Dumon werd er in 1891 geboren als zoon van een lokale kolenhandelaar en moest tijdens de eerste wereldoorlog noodgedwongen uitwijken naar Engeland waar hij het achteraf schopt tot Belgische consul in Newcastle. Vanuit zijn overzees leven zal hij nooit zijn heimat vergeten. Tussen 1931 en 1971 werkt hij aan zijn meesterwerk dat dus verschijnt op het moment dat hijzelf 80 jaar is. Zes jaar voor zijn dood. Wat ze in Veurne schrijven over de totale vernietiging van hun buurstad, is wel wat overdreven. Ik laat René postuum weer aan het woord. De Onze-Lieve-Vrouwkerk is prooi van de vlammen geworden. Maar de Sint-Lauwereinskerk blijft wel overeind en zal kort daarna trouwens omgevormd worden tot een soort van versterkt kasteel zoals een archiefstuk van 5 april 1542 verraadt.

Ook de stadshalle blijft overeind staan
‘..leglise de nostre dicte ville de Neufport estoit assise et situee en la place et au lieu ou est et siet nostre chastel dudit Neufport pour le present, et l’appelloit on lors leglise Sint Laurent; laquelle eglise, a la requeste de nos predecesseurs de bonne memoire, contes sw Flandres, ceux de nostre ville ottroyerent pour en faire une belle forteresse et chastel qui y est de present.’ De Engelsgezinde De Ram moet ook wel op enige compassie hebben kunnen rekenen van de vijand. Zijn zoutkeet ‘bleef staande na den brande’. Veel zal hij trouwens niet meer hebben aan zijn part van de zaak. Omdat hij ‘ghetrect had mitten ingelschen’ wordt zijn deel achteraf verbeurd verklaard. Ook de gevangenis blijft overeind tijdens de vernielingstocht. De tolrekeningen van 1383-1384 geven aan dat er achteraf werk van gemaakt wordt om ‘eener clocke in de vanghenisse’ te hangen.

Ook de Halle zal blijven staan zijn. De stadsrekeningen tussen 1389 en 1392 hebben het over feiten zoals, ‘van datter een wiele staet op de halle’ en van de ‘scepene clocke’ die terug wordt gehangen. De toestand ervan zal wel bedenkelijk zijn, de hal blijft wel functioneren zoals tevoren, maar de bestuurders van de stad zullen zich vermoedelijk moeten tevreden stellen met een eerder bescheiden ‘scepenhuys’. De hertog van Bourgondië komt op bezoek in 1392 en hij wordt tijdens zijn officieel bezoek plechtig ontvangen in de Nieuwpoortse halle. De stadsrekeningen spreken van een uitgave om ‘taflen te haelen op de halle en weder ’t huys te draegen als geduchte heer hier laetst was’. Het schepenhuis lijkt niet langer geschikt om er een banket te organiseren. Er wordt dus besloten om te tafelen in de halle zelf.

Filips de Stoute zal het beter moeten doen
De Fransen en de Engelsen sluiten op 26 januari 1384 een wapenstilstand en dat valt niet in goede aarde bij Lodewijk van Male. Hij is er fel tegen gekant, maar er wordt niet langer naar hem geluisterd. Hij trekt zich gedesillusioneerd terug in de Sint-Bertinusabdij van St.-Omer waar hij 4 dagen later overlijdt. René Dumon stelt zich eigenaardig genoeg geen vragen bij zijn dood. Vlak voor zijn dood heeft hij nog bekend dat veel van de rampen die Vlaanderen de voorbije jaren hebben overspoeld eigenlijk zijn eigen schuld waren. Zijn schoonzoon die hem zal opvolgen (Filips de Stoute) moet het beter doen en zal er een vette kluif aan hebben om al het onrecht dat het Vlaamse volk te beurt viel, te herstellen. Lodewijk van Male was de laatst regerende graaf over Vlaanderen. Voortaan zal het gewest geregeerd worden door de hertogen van Bourgondië.

De Vlaamse steden zijn er als de kippen bij om hun trouw aan Filips te bezweren. Alles heeft natuurlijk te maken met hun vraag of ze hun vroegere voorrechten en vrijheden kunnen recupereren. Aan die wens wordt niet zomaar gevolg gegeven. De nieuwe heeft zijn tijd nodig om een standpunt in te nemen. Bovendien zit hij nog opgescheept met de Gentse weigering om zich aan hem te onderwerpen. Dat laatste gebeurt uiteindelijk te Doornik op 18 december 1385. Gelukkig wacht Filips de Stoute niet zo lang om de vrijheden terug te schenken aan de berouwvolle Vlaamse steden. Dat is al eerder gebeurd in mei van 1384.

De scheepswerven krijgen veel werk
Daarmee is de vrede in Vlaanderen zeker nog geen feit. Een nieuwe oorlog kondigt zich al aan. Kort na de overgave van Gent verklaren Filips de Stoute en de Franse koning de oorlog aan Engeland. De opbouw van een machtige vloot in de haven van Sluis is het eerste wapenfeit van die nieuwe escalatie. Er is sprake van de inzet van Franse troepen. De aankondiging van deze nieuwe confrontatie wordt in Nieuwpoort op gemengde gevoelens onthaald. Is er nog niet genoeg ellende geweest? Het conflict zal de handel met de Engelsen blokkeren en de visserij belemmeren. Er zijn ook positieve kanten aan de oorlog.

De plaatselijke scheepswerven zullen weer volop werk krijgen om bestellingen van nieuwe oorlogsschepen af te werken. Er wachten drukke tijden voor de scheepsbouwers en hun onderaannemers. Van alle kanten sijpelen er trouwens Franse troepen binnen. Heel het Vlaamse kustgebied krijgt er mee te maken. De beleidsvoerders sporen hun inwoners aan om de Fransen goed te ontvangen. Dat mag niet beletten dat de vreemdelingen zich overgeven aan excessen tegenover de lokale bevolking. Ze drijven het zo ver dat ze door de Bruggelingen buiten gegooid worden. De drukte aan de scheepsbouw houdt maar een relatief korte tijd aan. De oorlogssituatie dreigt zich nu volledig tegen Nieuwpoort te keren. De betrekkingen met Engeland blijven geschorst. Op zee is het een ramp voor de vissers. Veel te onveilig. En de Franse vloot aarzelt het hele jaar 1386 om uit te varen richting Engeland. Een kat-en-muisspel heeft er niets aan.

Jan Buyck leidt de Franse vloot
In de lente van 1387 krijgen de kusten regelmatig onverwachte bezoeken van Engelse oorlogsbodems die komen koekeloeren wat er aan de hand is in Vlaanderen. De Engelsen zijn op de hoogte van de verscheping van een Franse vloot in La Rochelle richting Sluis. De schepen zijn vol gestouwd met wijn en proviand voor de uitgehongerde troepen daar in Sluis. Erg riant moet de toestand in Vlaanderen dus allesbehalve zijn. De Franse vloot staat onder leiding van een Vlaming. Jan Buyck. Tussen Duinkerke en Nieuwpoort worden zijn schepen onderschept door de Engels oorlogsschepen en volgt er een gevecht op open zee. De aanval van de Engelsen is niet meteen een succes en het grootste deel van de Franse vloot vervolgt zijn weg in de nachtelijke duisternis. Jan Buyck beslist om verder te varen richting Sluis, maar dat wordt hem noodlottig.

Niet ver van Blankenberge volgt er een nieuwe Engelse charge. Een van de Engelse schepen wordt geleid door de Gentenaar Pieter Van den Bossche en het is precies dat schip dat er in slaagt om het vaartuig van Buyck te enteren en te overmeesteren. De slag tussen de Engelsen en de Fransen eindigt met een catastrofe voor de Fransen. Wat over blijft aan Franse schepen, wordt naar de Engelse kusten overgebracht. Jan Buyck zelf sterft in een Engelse gevangenis. En de manschappen in Sluis blijven letterlijk en figuurlijk op hun honger zitten. Hier en daar ontschepen de Engelsen aan de Vlaamse kusten. Er is geen sprake van een aanval. Er volgen verkenningstochten. Wel is er sprake van de plundering van Koksijde en van Aardenburg. Nieuwpoort wordt met rust gelaten. Misschien heeft dat iets te maken met de nieuwe versterkingen die Filips de Stoute er heeft laten aanbrengen. Dat was ook het geval voor Nieuwpoort, Diksmuide, Bergen en Broekburg.

De stadsgordel wordt grondig aangepakt
De nieuwe stadsmuren overtreffen de verwachtingen van de Nieuwpoortnaars. Er wordt trouwens een nieuwe burg aangekondigd. De oude burcht tussen de Potterstraat en de De Roolaan ligt er zwaar gehavend bij na de stadsbrand van 1383. Het aanwenden van de bestaande Sint-Lauwereinskerk en dat gebouw te verbouwen tot een kasteel lijkt de beste optie. Vooral met de wetenschap dat deze toren zowat de hoogste is in de streek. De verbouwingen worden aangevat in 1386 en zijn klaar in het voorjaar van 1387. Daarmee is de kous niet af. De hele gordel rond de stad wordt aangepakt. Een decreet uit juli 1387 heeft het over werken ‘entour le chastiel’ en over de bouw van een volledige vestingsgordel. Met bakstenen stadsmuren, hier en daar onderbroken door talrijke puntige stenen torens.

Er komen schuilplaatsen met walgewelven en er worden drie stenen stadspoorten gepland. Aan de buitenzijde van de vestingen zullen de grachten verbreed worden tot zowat 42 meter. Bepaald indrukwekkend en ook de diepte van de gracht staat in evenredigheid met de rest. Het water komt van de zee dat via een systeem van sluizen zal worden aan- of afgevoerd. De vestingswerken maken van Nieuwpoort een van de machtigste forten van Vlaanderen. Tot tevredenheid van de bevolking. De keerzijde, het financieel plaatje, moeten de mensen er wel bij nemen. Allemaal geen evidentie, de wonden van de ravage van 1383 zijn nog niet geheeld en er moet nog een nieuwe kerk gebouwd worden. De nieuwe lasten maken het er allemaal niet gemakkelijker op.

De werken duren zowat tien jaar
Met de nieuwe beschermende gordel is de interne ruimte flink verkleind. Heel het Westkwartier werd prijsgegeven. Het grootste deel van dit kwartier wordt ingenomen door de nieuwe stadswallen en door de brede grachten. Van de ooit dichtbevolkte wijk blijft amper nog iets over. Ook aan de oostelijke zijde van de stad wordt er grond prijsgegeven. De binnenstad strekt nu nog tot aan het Sinte-Lauwereinskasteel.

De werken duren vermoedelijk een kleine 10 jaar. In 1392 komt hertog Filips de Stoute poolshoogte nemen van de stand van zaken. Het stadsbestuur heeft de timing ervan wat uitgesteld en dat is niet echt naar zijn zin. Het bestuur heeft dit op eigen houtje beslist en krijgt een standje. De Nieuwpoortnaars excuseren zich en vragen hem nu officieel of hij met deze vertraging kan instemmen. Het antwoord volgt op 15 april vanuit Bonen (Boulogne). Hun verzoek wordt gunstig beoordeeld omdat de stedelingen ‘soyent tres bien et deligemment fait des reparation, fortification et garde dicelle noste ville et que iceulx soient et demeurent sans le muer en aucune manière.’

De waterwegen van Nieuwpoort houden stand
Zo breekt de 15de eeuw aan. De vestingen zijn vermoedelijk af rond 1402. Nieuwpoort kan er nu prat op gaan dat ze een modelvesting is aan de Vlaamse kust. De stad biedt een prachtig uitzicht. Filips de Stoute staat nog altijd aan het roer, Nieuwpoort zelf wordt beheerd door ridder Lanceloot de Lissche. De tweespalt in de kerk tussen de Urbanisten en de Clementijnen is nog altijd niet van de baan. Zo veel zal er dus op 20 jaar niet veranderd zijn. René Dumon focust zich op de toestand van zijn stad daar aan het begin van de nieuwe tijden. Hij probeert wat structuur te brengen in zijn geschriften en hij vangt aan met de scheepvaart op de binnenwateren. Ik volg hem op de voet. Wat hij schrijft, boeit me uitermate. De bestaande waterwegen hebben, ondanks de moeilijke tijden, stand gehouden.

De focus van de scheepvaart naar het binnenland ligt vooral op het bereiken van Ieper die op dat moment nog altijd een van de grootste handelssteden van Vlaanderen is. Ook Diksmuide, Sint-Omer en Veurne zijn vlot bereikbaar via het water. Naar het oosten toe is er de verbinding met Oudenburg en Brugge die vanaf 1385 verplicht worden om een stuk van de onderhoudskosten van de kanalen op zich te nemen. De meeste kosten worden gedragen door Ieper. De succesvolle Ieperse kooplieden hangen in grote mate af van Nieuwpoort en zijn waterwegen. Vooral de Ieperse lakenhandel spant de kroon en kijkt niet op een inspanning om initiatieven te nemen die de verbindingen te water kunnen verbeteren. De Ieperlingen schrikken er niet voor terug om het grootste deel van de kosten te dragen voor wat betreft de verbreding en de verdieping van de kanalen en uiteraard ook voor de aanleg van dijken en sluizen langs het hele traject.

De middeleeuwse kilometerheffing op het water
Op de scheepvaart worden rechten getaxeerd. Noem het beetje een kilometerheffing zoals wij die in onze tijden stilaan zijn gaan kennen en in de toekomst ongetwijfeld nog zullen betalen. 75% van de kilometerheffingen gaat naar de investeerders in Ieper. De rest verdwijnt in de zakken van de graaf. Hij laat zich inderdaad rijkelijk betalen voor de vergunningen die hij uitkende voor wat betreft het graven van vaarten of voor het verbeteren van het waterwegennet. Ook in de oude geschiedenis van Nieuwpoort leer ik weer over de grote impact die Ieper uitoefent op het water in de Westhoek. In zomertijd is er steevast een probleem met de lage waterstand en de droogte en dan mogen de beheerders zeewater bijsteken. Zolang ze maar geen schade berokkenen aan de eigenaars van de oevers.

Tot twee keer toe moeten er dammen worden aangelegd om toch maar de bevaarbaarheid op peil te houden. In maart 1404 is er sprake van nieuwe dijken tussen Nieuwpoort en Oudenburg. Een teveel aan water en een dreiging van overstromingen zal hier ongetwijfeld zijn rol gespeeld hebben. Tussen Ieper en respectievelijk Nieuwpoort en Brugge werden er de voorbije eeuwen een hele reeks sluizen en overdrachten aangelegd. Dergelijke overdrachten zijn als schuine schansen, hellingen waar gebruikt van gemaakt wordt om de schepen met behulp van paarden of mechanische middelen naar de hoger gelegen bedding te slepen. Het gewicht mag nooit de 6 ton laadvermogen overschrijden.

De overdrachten tussen Ieper en Nieuwpoort
Ik bekijk het lijstje van de dammen en de overdrachten. Het jaar van de aanleg staat er netjes bij vermeld. Ik vertrek van Ieper en vaar voorbij de overdracht van Ieper (1219), die van Steenstraat (1251) en dan de sluizen van Nieuwpoort en Koolkerke (1265 en 1290). De sluis met de naam ‘Moneken Speye’ (1297). De overdrachten van Oudenburg en Snaaskerke (1302). De sluis in Nieuwendamme (1335) , die van ter Hagen te Oudenburg (1370) en die aan de St.-Leonardspoort te Brugge (1414). Tot slot is er nog sprake van de Zeghers en de Zesbrootoverdrachten en van de sluis ter hoogte van Hanexbrugghe, allemaal aangelegd tussen 1414 en 1416. Een statistiek uit 1297 geeft me een idee van de drukte die er op deze waterwegen heerst. Over een periode van 122 dagen meren er te Ieper 3337 schuiten en schepen aan. 3250 ‘escuttes’ en 87 ‘marktsceipen’. De overdracht van Ieper is met andere woorden goed voor een passage van 27 vaartuigen per dag. Tijdens de dag zowat 2 schepen per uur vermoed ik.

Op 18 december van 1416 geeft hertog Jan zonder Vrees de Ieperlingen zijn toestemming om een korte verbindingsvaart te graven in Nieuwendamme. Zo kan de afstand tussen Ieper en Brugge wat ingekort worden. Er komt hier trouwens een overdracht. De kosten zullen geprefinancierd worden door Ieper en daarna terugbetaald worden via nieuwe rechten. Deze worden geheven op de tonnenmaat van de schepen. Er wordt getaxeerd in drie categorieën: vol, halfvol of leeg. De graaf en de Ieperlingen verdelen de inkomsten zoals ze dat gewoon zijn. Op 1 april 1422 wordt de uitbating van de overdracht in pacht afgestaan aan een derde partij. Nieuwpoort leeft natuurlijk niet alleen van zijn verbinding met Brugge en Ieper. De zee speelt nog altijd de grootste rol. Met de scheepvaart op zee als sluitstuk.

De veiligheid op de zee is een echt zorgenkind
Een boeiende import van smeekolen uit Newcastle tijdens de 14de eeuw. René Dumon is, zoals eerder aangegeven, zelf de zoon van een kolenhandelaar en woont dan nog ten tijde van zijn boek in datzelfde Newcastle. Hij voelt zich ongetwijfeld thuis in wat hij neerpent. De scheepvaart op zee is hoe dan ook een zorgenkind voor Nieuwpoort. Het gehakketak tussen Frankrijk en Engeland blijft maar aanslepen. De oorlogen tussen beide landen hebben zowaar de focus van de zeelieden veranderd. In plaats van te vissen of goederen te transporteren, focussen nogal wat schippers zich om nu zelf rooftochten te organiseren.

Dit is een fragment uit deel 5 van De Kronieken van de Westhoek

 

No Comments

No comments yet. You should be kind and add one!

Leave a Reply

You can use these tags:   <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <s> <strike> <strong>