Nog een van die kaloten

Posted by  ivan.vanherpe@westhoek.net   in       1 year ago     437 Views     Leave your thoughts  

Een katholieke muzikant aangevallen

Rond 10 uur vertrok Cyrille Merlevede, wonende in de schrijnwerkerij Watoustraat uit de Katholieke Kring en ging langs de Hondstraat huiswaarts. Halverwege de straat gekomen, riepen enige mannen hem toe; ‘nog een van die kaloten die benauwd heeft.’ Merlevede bemoeide zich daar echter niet mee.

Wat verder gekomen bleef hij staan om enkele woorden te zeggen aan iemand die hij ontmoette. Een van de bende die hem al nageschreeuwd had, liep tot bij hem, pakte hem vast en schudde hem, zeggende dat hij daar niet mocht staan. Merlevede gerocht uit zijn handen en ging verder. Aan de hoek van de Watoustraat gekomen, bleef hij nog eens staan. Over van woede sprongen dezelfde kerels hem op het lijf, begonnen hem te schoppen en te slaan en toen zij ophielden was Merlevede de vingers gekwetst met een snijdend voorwerp, waarschijnlijk een mes.

Cyrille Merlevede keerde terug naar de Katholieke Kring en deed er het geval uiteen aan enkele kennissen. Deze vergezelden hem naar het politiebureel waar hij het gebeurde vertelde en de namen van zijn aanranders te kennen gaf. Het waren de gebroeders Questroy, wonende langs de Abeele kalsiede.

Doodsbedreigingen en moordpogingen

Ten einde verder alle geschillen te vermijden, trokken enige vrienden met Merlevede huiswaarts en dronken bij hem een glas bier. Waren daar onder andere buiten de baas Cyrille Merlevede, twee van zijn neven; Joseph en René Merlevede; en Julien Couttenier lid van het korps van de pompiers en Frederik Feys, een man van 67 jaar oud die intussen was binnengekomen en een glas bier dronk.

Opeens kwamen twee mannen binnen die bij dranke, zijn zekere Questroy en Cyrille Dalleine. ‘Zie’, zegt Couttenier tegen Cyrille Merlevede, dat is de broer van deze die u aangerand hebben in de Hondstraat: de baas staat op en vraagt aan die mannen wat zij believen, en op hun vraag naar bier, zegt hij hen dat zij geen drank zullen hebben, zet de deur open en verzoekt hen om buiten te gaan.

De kerels beginnen op te spelen, Julien Couttenier en René Merlevede springen toe, nemen Nestor Questroy elk bij een arm en willen hem aan de deur zetten. Zo zij in het portaal komen, springt Dalleine toe en duwt de drie mannen buiten. Questroy die met een hand in de broekzak zit, trekt zijn mes en geeft Couttenier een steek in de schouder.
Toen allen zo buiten zijn, komen vier mannen van achter een wagen gesprongen en vallen verraderlijk Couttenier te lijve. Hij wordt gestampt en geslagen. Gewapend met een stok, geeft hij een van zijn aanvallers een slag op het hoofd, maar door het getal overmeesterd, wordt hij ten gronde geworpen en vier of vijf lafaards vallen op hem.

Frederik Feys, verschrikt, is buiten gelopen maar dat gevecht ziende, keert hij weer binnen, de arme man voelde niet al binnen komen dat hij in de rug een dodelijke messteek gekregen had met een dolkmes.

Opeens hoort men Couttenier roepen; ‘Cyrille, schiet, het zijn moordenaars, ze gaan mij doodsteken!’. De baas loopt er naartoe met een revolver gewapend; zich waarschijnlijk eraan verwachtend, slaat Nestor Questroy voor de deur. Als Cyrille in ’t portaal komt, heft Questroy zijn hand op gewapend met een mes. ‘Indien gij schiet’, roept hij briesend uit, ‘steek ik u morsdood.’.

Niet zeker zijnde van zijn wapen dat in lange tijd niet meer afgeschoten is geweest, schiet Cyrille niet, maar het zicht van een revolver heeft de moordenaars genoeg schrik ingeboezemd om Couttenier los te laten, die nu erin gelukt binnen te kruipen.

Hij is gans bebloed aan het hoofd en zijn kleren zijn doorstoken. Cyrille Merlevede wil het portaal toesteken. Hij krijgt alsdan van Jerome Questroy een zo geweldige slag met een stok op de rechterarm dat geheel zijn elleboog erg gekwetst is. Hij krijgt nochtans de deur toe.

Geheel dit bloedig toneel had plaats gegrepen in enige minuten en toe Cyrille binnen kwam, zag hij Feys bleek als een lijk op een stoel zitten. Heel de stoel waarop hij zat was nat en het bloed zijpte erdoor op de grond. De ongelukkige had een dolksteek van 10 centimeters diep in de rug gekregen.

Seffens liep Joseph Merlevede naar stad om hulp. Intussentijd waren de woestaards beginnen ruiten in te slaan. Dat horend deed de baas opnieuw de deur open en twee mannen kwamen nu binnen, zekere Jerome Vanstavel en Jules Tally. Die mannen hielden zich stil en vroegen aan de baas of ze wisten wie er de ruiten insloeg.

Ondertussen was de heer doktor Devos en de heer commissaris toegelopen en boden seffens hun hulp aan de gekwetste. Couttenier verloor veel bloed door de 7 messteken die hij gekregen had, maar had geen erg wonden. Zijn vest was heel doorstoken en het mag als een wonder aanzien zijn dat hij geen dodelijke wonden bekomen heeft.

Met Frederic Feys was het erger. De man had een zeer gevaarlijke wonde in de rug en de doktor moest daar blijven tot 2 uur van de nacht om het bloed te stelpen.

Middelerwijl was onze ijverige politiecommissaris op zoek gegaan naar de laffe daders en vond hen in de herberg ‘De Driehoek’. Het dolkmes werd gevonden op Remi Questroy en seffens aangeslagen. Het is een echte poignard met een koordeken eraan om de vinger er in te steken.
Couttenier kon nog naar huis gaan maar Feys moest bij Merlevede blijven. ’s Anderendaags morgens werd hij naar het gasthuis overgebracht . Het droevig nieuws van deze laffe moordpoging werd de zondagavond rond 11 1/2 uur aangekondigd in de Katholieke Kring waar nog menige leden vergaderd waren. Maandag met de vroege ochtend wapperde het vaandel aan alle katholieke huizen.

.

Uit ‘De Poperinghenaar’ van 1907 – www.historischekranten.be –

No Comments

No comments yet. You should be kind and add one!

Leave a Reply

You can use these tags:   <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <s> <strike> <strong>