Ongeluk aan de ijzerweg

Posted by  ivan.vanherpe@westhoek.net   in       6 months ago     260 Views     Leave your thoughts  

Met een tikje zelfironie en grootstedelijke allure zegde de volksmond dat Zillebeke precies evenveel waard was als Brussel, aangezien er ook een noord- en een zuidstation was. Er waren inderdaad twee spoorlijnen : Ieper-Roeselare en Poperinge-Kortrijk.

De eerstgenoemde lag op ongeveer 1500 m. ten noorden van de dorpsplaats en de halte, Kruiskalsijde genoemd, was eigenlijk grondgebied Ieper. Voor de trein genaamd « Belpaire » vroeg de gemeenteraad op 22-12-1885 een halte aan de Kruiskalsijde bij de hoeve Raté. In 1932 werd deze lijn_ niet meer gebruikt voor reizigersvervoer. De personentreinen werden vervangen door autobussen die Zillebeke-dorp niet aandeden, waarover weinigen tevreden waren. Op 1 februari 1938 werden terug reizigerstreinen ingelegd op deze lijn, zeven in elke richting, die stopten aan de Kruiskalsijde. Er was echter geen wachthuisje meer, daar het in 1932 afgebroken werd. De eerst ingelegde trein op de heropende spoorbaan brak een as in Moorslede en liep anderhalf uur vertraging op. Deze spoorlijn werd definitief af geschaft in 1948 en de rails werden in 197 4 verwijderd.

De nog bestaande spoorlijn nr. 69 heeft te Zillebeke een halte op 500 m. van de dorpsplaats. Op deze verbinding van Poperinge en Ieper met Kortrijk lopen er nog slechts enkele treinen per dag, waarvan het merendeel niet eens meer stopt in ons zuidstation. Dat klein station heeft wel een lang perron dat vorig jaar van een grootsteedse verlichting voorzien werd. Deze spoorbaan werd in 1853-54 aangelegd en heeft veel mensenlevens gekost aan de overwegen op ons dorp. Ook langs de spoorlijn vielen soms slachtoffers … Zo lezen wij wat de pastoor schrijft op blz. 290 van het Geheugenissen KerkMemoriaal 1874-1903 :

‘Ongeluk en ontriggeling aan den Ijzerweg’

Den 21 mei 1901, het convooi dat van Yper naar Kortryk vertrekt ten 9.30 u. ontriggelde gedeeltelijk aan de hofstede bewoond door Wed. Bostyn, wanneer vyf koebeesten, men weet niet hoe, waren gebroken uit de weide die langs den ijzerweg ligt, die daar juist een kromte maakt.

De koeien liepen langs de rails van de wagons lik dat het under toekwam. De machinist die verstrooid was, liep in vollen vlucht tegen den troep koeien en wentelde er vijf omverren die. . . gesmeten werden langs den berm, en alle vijve gedeeltelijk verpletterd werden. »

Het spoor loopt tussen het Zwart Leen en de Molenhoek in een diepe ingraving van het heuvelachtig terrein. Soldaten van het ruiterij-garnizoen van leper kwamen vroeger daar met hun paarden oefenen. Maar de stoompaarden die na hen kwamen moesten op deze plaats soms blijven hijgen om boven te geraken. In het bietenseizoen gebeurde het dat men een tweede lokomotief ter hulp moest zenden of zoniet liepen de wagons achterwaarts terug naar leper. Om daar aan te verhelpen werd een ontwerp opgemaakt om de spoorlijn te verleggen.

Komende van uit leper, zou het bestaande tracé verlaten worden en meer links doorlopen om de Wervikse Straat te dwarsen bij het huis van Staf Ovyn, recht door de hoevegebouwen van Gerard Devos in de Pappotstraat en een bocht nemen naar rechts, om de Wervikse Straat opnieuw te dwarsen juist vóór het groot kruisbeeld op de hoek van de Kraenenbrugstraat. Ten einde alle oneerlijke verhandeling of spekulatie te voorkomen aangaande de later te onteigenen gronden door de Staat, vraagt het Ministerie van Spoorwegen in een brief van 24-11-1922, dat de burgemeester de grootst mogelijke bescheidenheid zou bewaren aangaande de ontworpen ligging van de nieuwe spoorweg. Maar van de andere kant moest er belet worden van te bouwen op deze gronden.

Z1

Een bericht van onteigening werd op 16-12-1924 aan de betrokkenen gezonden. Deze lieten hun klachten weten aan het gemeentebestuur, de ene dat .hij zus of zo geen uitweg meer had, de andere dat zijn weide zal afgesloten liggen en zijn koeien er niet meer naar toe kunnen, nog anderen voor de waardeverminderingen van de gronden of omdat de hofsteden in lengte in tweeën gesneden werden. Einde december 1924 werd het onderzoek naar bezwaren afgesloten, maar door de minister bekritiseerd, omdat dit onderzoek geopend is geweest de dag van de bestelling der aanbevolen brieven aan de Post, dan wanneer het slechts mocht beginnen ten minste 48 uren na de verzending ervan. Om de ernst te bewijzen waarmee men de bundels in het Ministerie onderzoekt, volgt in april 1925 nog een reclamatie omdat het bewijs van de betekening aan één eigenaar ontbreekt.

Z2

In 1926 wordt ook uit de eigendom van de plaatselijke openbare onderstand, waarvan Disten van de Zwane toen Dischmeester was, 28 a. grond aangekocht. In die tijd schatte hoofdonderwijzer Albert Bouciqué « rekening houdende met de ligging der percelen, ook met den aard en de vruchtbaarheid dezer » de waarde er van op 10.000 fr. de hectare. Iedereen weet dat de spoorverlegging er nooit gekomen is, want de gronden werden tijdens de laatste oorlog door de Staat terug verkocht en de trein rolde voort op hetzelfde oude spoor. Om de wijken Zwart Leen en Molenhoek te verbinden, was er een brug over het spoor die in de eerste wereldoorlog opgeblazen werd. Haar eigenaar, het beheer der spoorwegen, liet ze niet herstellen. In 1922 beloofde het ministerie dat weldra een voorlopige brug zou gebouwd worden, maar die kwam er niet. Door het gemeentebestuur werd er altijd maar verder aangedrongen om de brug over de spoorweg terug te krijgen. In brieven van 1923 en 1927 liet het ministerie van spoorwegen weten dat het niet mogelijk was voldoening te schenken wegens het ontwerp tot verlegging van de spoorlijn tussen Zillebeke en Houtem. Van dat verplaatsen kwam niets in huis.

Z3

In vervanging van het vooroorlogs kunstwerk, werd een overgang voor voetgangers tussen die twee gehuchten verwezenlijkt, door het aanbrengen van een voetwegel met rudimentaire trappen in de glooiingen van de ingraving van het spoor. De landbouwers, neringdoeners en alle inwoners waren zeer ontriefd door het gemis van die brug. Langs weerskanten van de spoorlijn was de baan onderbroken en moest iedereen die met een voertuig van het ene gehucht naar het andere wilde rijden, – deze gehuchten liggen op 300 meter van elkaar -, een omweg maken van 5 à 6 kilometer, hetzij langs Zillebekedorp, hetzij langs Hollebeke- Entrepot.

De Nationale Maatschappij der Belgische Spoorwegen beweert in 1938 dat de verbinding tussen de twee gehuchten genoegzaam verzekerd is en er slechts een kleine omweg te doen is, wat niet opweegt tegen de grote. kosten verbonden aan de heropbouw van de brug. Verder wordt in het schrijven beweerd dat de toestand dateert van vóór de stichting van de N.M.B.S. en deze bijgevolg niet aansprakelijk kan gesteld worden. De brug is er nodig door de ingraving voor het aanleggen van het spoor. De N.M.B.S. moet de verplichtingen overnemen en eerbiedigen van haar voorganger. In 1940 schrijft de N.M.B.S. dat de zaak ten gepasten tijde zal worden onderzocht na uitvoering van andere werken die op gebied van spoorverkeer aan allereerste noodwendigheden beantwoorden.

Sommige politici, beginnelingen in het vak, hadden een verkeerd idee over de zaak en wilden de gemeente in 1956 belasten met het bouwen van de nieuwe brug. De gemeenteraad weigerde echter terecht elke financiële en technische verantwoordelijkheid ter zake, omdat de gemeente niet kan herstellen wat haar niet toebehoort en wat in feite met oorlogsschade zou moeten hersteld worden. In verdere onderhandelingen en tussenkomsten bleek dat voor de vernieling van deze brug aan het toenmalig beheer der spoorwegen geen oorlogsschadevergoeding werd uitbetaald.

Om de noodzakelijkheid van de brug beter te doen uitkomen werd de Brugse Straat langs weerskanten van de spoorlijn met beton bekleed. De Senatoren Breyne en Stubbe bemiddelden in 1957 met soliede teksten en doorslaggevende argumenten door de gemeentesekretaris opgesteld. Minister Anseele beloofde de bestaande gelijkgrondse overgang voor voetgangers in de loop van het jaar 1959 af te schaffen en te vervangen door een overbrugging. De bouwwerken werden begonnen zoals beloofd, en Minister P.W. Segers kwam de heropgebouwde overbrugging inhuldigen op maandag 4 april 1960.

In juni volgde dan een groot feest, ingericht door de betrokken wijkkomitees. Niettegenstaande het slechte weder ’s morgens was de volkstoeloop buitengewoon. De overheden werden ontvangen op het landhuis Hoge Elserij van de Heer Gruwez. Nadat de renners van de wielerwedstrijd hun rugnummers hadden afgehaald, gingen ze stoetsgewijze met de gemeentelijke overheden en de St.-Cecilia-fanfare uit Zillebeke vooraan tot aan de brug. Daar werden de renners opgesteld en nadat burgemeester Robbe, in aanwezigheid der schepenen Sercu en Fauvart, het erelint had doorgeknipt, stormden de jonge kerels de baan op. Reeds in de eerste ronde was één renner, Delvael uit Veurne ontsnapt en niettegenstaande er twaalf ronden dienden afgelegd te worden, kwam hij gans alleen als glansrijke winnaar over de meet. De lokale cracks Verlinde, Vandecasteele, Vandevelde en Everaet eindigden 5, 14, 15 en 16.

Na de koers mocht het kleine volkje ook zijn hartje ophalen gedurende de ballonwedstrijd en er werden kinderpetjes uitgedeeld. ’s Avonds hadden wij dan de verbranding van de symbolische trapjes die vroeger de verbinding uitmaakten en was er dan nog een groots vuurwerk.

Uit ‘Zillebeke – verdoken dorp in de glooiingen van de natuur’ van J. Vandemaele en G. Coudron uit 1974

 

 

No Comments

No comments yet. You should be kind and add one!

Leave a Reply

You can use these tags:   <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <s> <strike> <strong>