Oorlog in Dikkebus

Posted by  ivan.vanherpe@westhoek.net   in       3 weeks ago     474 Views     Leave your thoughts  

Dikkebus, 4 november, woensdag. – De nacht is tamelijk kalm. Gisterenavond waren geen gekwetsten meer in de kerk. Allen waren weggevoerd. Deze morgen vind ik ze weerom vol, allen ingebracht binst den nacht. Het sacristiemagazijn ligt vol doden. Vele kanons zijn bijgebracht over de Kemmelbeke ; tussen Goudeseune’s en Van Haeckes hof staan er niet min dan 35 kanons. Het zijn de kleine 75 der Fransen zo gevreesd van de Duitsen om hun snelle en zekere werking. Men ziet ze schieten van op ’t kerkhof gedurig, maar ’t is rond den noen dat het gevecht geweldigst is. De schoten houden waarlijk aaneen. Wat een hels gerucht. De Duitse kanonnen zwijgen ook niet en men ziet de bommen vallen over den vijver, in den vijver en zelfs reeds langs dezen kant, er vallen er ook reeds aan den Krommenelst. Doch tot nu toe zijn het meest schrapnels. Men hoort ook geweldig de geweren en mitrailleusen, ja, voorzeker is de vijand nog genaderd.

Weerom worden verscheidene Duitse krijgsgevangenen ingebracht in de magazijnen van Thevelin. Er zijn er van soorten met helm en zonder helm, doch enige zien er zeer jong uit. In den salon van E. H. Kapelaan zetelt de Franse interprête, een zeer braaf officier, die de Duitse krijgsgevangenen moet onderhoren. Deze vertelt mij soms ’t een en ’t ander van ’t geen hij verneemt. Vandaag werd bij hem een jongen binnengebracht van 17 jaren, vrijwilliger, student in de normaalschool. Hij was nog geen 2 maanden in ’t leger en men had hem tussen de andere gemengd. Er zijn vele zeer jonge wezens, ook veel die een bril dragen, een bewijs dat men niet nauw ziet voor de aanveerding. Een ander jongen van 17 jaar vertelt dat hij wees was en dat men hem gedwongen heeft zich als vrijwilliger aan te geven.

De pastorij wordt ook ambulance voor officiers en ook voor enige gekwetsten die moeten in volkomen rust liggen. Het hof van Alfons Huyghe is ook ambulance en ’t hof van Marcel Verschelde aan de Vierstraat is poste de secours. Het vervoer der Franse gekwetsten gaat hier overal met peerden en tramkarren, auto’s hebben zij hier niet. Zij hebben er voor ’t ogenblik geen genoeg en men ziet soldaten die gekwetst zijn aan de benen en nochtans te voete van de Vierstraat komen. Bijna alle gekwetsten komen hier van de Vierstraat, ook enige van de kant van Voormezele. Niet min dan 3 mannen zijn op ’t kerkhof bezig met putten te maken om soldaten te begraven. Men maakt ze zeer diep om er vele te kunnen boven malkaar leggen. In den voornoen begraaft de aalmoezenier 4 soldaten en ook 4 officiers. In den namiddag begraaft de onderpastoor 18 soldaten, allen in dezelfde put. In den avond geweldig geweer en mitrailleusegeschut onder kletsende regen.

5 november, donderdag. – De nacht is tamelijk kalm. Rond 5 uur doen de Fransen een contre attaque. Het gaat er buitengewoon geweldig, in den voornoen wat min, doch in den. achternoen erger dan ooit. Verscheidene Duitse krijgsgevangenen worden ingebracht en onderhoord in de onderpastorij. Zij vertellen dat de keizer hier op het front is. Kost wat kost moeten zij hier doorboren. ’t Is reeds 4 dagen dat zij gedurig in dikke drommen komen toegesneld. De eerste worden altijd onvermijdelijk weggemaaid door de mitrailleusen. Hun verliezen zijn schrikkelijk, doch door ’t geweld winnen zij toch wat veld, doch het kost hun schrikkelijk duur. De Franse 75 doet schrikkelijke verwoesting. Ook de Fransen en Engelsen hebben bloedige verliezen. Bij dage worden er zovele gekwetsten niet meer ingebracht omdat het vervoer te gevaarlijk is om reden van ’t geweldig bombardement, maar van zo de avond valt is het gedurig de eene kar na de andere, zodat wanneer het dag wordt de ambulancen omtrent allen vol nieuwe gekwetsten zijn. In den namiddag komt vele Franse versterking. De Fransen die hier zijn zijn bijna allen van ’t 16de legerkorps (3lste en 32ste divisie). Hier zijn ook enige chasseurs die deel maken van een ander korps.

Vandaag 8 missen. De Franse zusters van Wijtschate komen gevlucht bij Mr onderpastoor. Zij vertellen dat zij sedert 4 dagen in ’t gesticht Godschalk verscholen waren. Wijtschate is sedert 4 dagen wel 8 maal verloren en heroverd geworden, doch nu is gans het dorp aan den vijand, de Fransen zitten in ’t gesticht. De zusters hebben daar 4 schrikkelijke dagen gepasseerd. ’t Was gedurig de eene bom na de andere die op dat schoon kloek en groot gebouw nederviel. Gelukkiglijk waren er kloeke kelders, maar meer dan eens werden deze door de Duitse marmieten ook ingeslegen en zo werden er 2 zusters gedood. Eindelijk het was er niet uitstaanbaar meer en gisterenavond om 11 uur zijn zij weggevlucht doch onder een regen van kogels en bommen, meermaals hebben zij zich moeten verbergen in de tranchées. Eindelijk gerochten zij in de brouwerij van Depuydt aan de Vierstraat en zij hebben er in de bierkelders het overige van den nacht doorgebracht. ’s Morgends is de helft ervan tot Dikkebus gesukkeld, die brave mensen waren meer dood dan levend. ’s Namiddags hebben zij een Franse automobiel gekregen die hen naar Poperinge voerde. De Duitse hebben zich ook meester gemaakt van ’t kasteel van Madame Mahieu, langs de vaart, bij den tunnel. Dat gebouw is eene ware forteresse, nog bevoordeligd door de ligging. De vijand heeft eene sterke positie veroverd.

17 Franse soldaten worden begraven op ’t kerkhof. Ook een protestant wordt door de dominee begraven op ’t ongewijd hoekje. Er is hier bij ’t korps ook een dominee en· een rabbijn. De protestantse aalmoezenier even als de katholieke draagt het kruis op de borst. De rabbijn de tafels der wet. Men hoort het nieuws van den oorlog met Turkije.

6 november, vrijdag. – Geheel den nacht en ’s nuchtends gedurig passage van troepen, meest Engelse, ook vele Franse (misschien wel 15.000) ’t zijn verse en zij trekken Ieperwaart. Nog nieuwe kanonnen trekken er ook naartoe. Er heerst een dikke mist. In den morgend is het gevecht geweldigst langs den kant van Armentiers. De Fransen doen eene contre-attaque met bayonnet aan ’t kasteel van Madame Mahieu en kunnen het heroveren, doch kunnen het slechts enige uurn behouden. De vijand zal er nu blijven voor goed. Het kanon is geheel den achternoen uiterst geweldig. Wijtschate is bijna geheel verwoest en de «Hollandse schuur» het groot hof van Letermes van Wijtschate staat in brand. Zij hebben hun beesten gevlucht, maar niets van alaam en vruchten. Het hof zal bijna een week lang branden en benevens vele machines zal niet min dan 40.000 kilo tabak door de vlammen vernield worden.

Vandaag worden 8 missen gedaan. Rond 1 uur gaan 4000 Engelse voetgangers (verse troepen) in de richting van Ieper. De 8 andere zusters van Wijtschate met eene oude vrouw worden naar de onderpastorij gebracht, het zagen er brave maar dutsachtige zusterkens uit, waarvan 2 onnozel. Ik ga op zoek achter eene voiture om ze naar Poperinge te voeren, maar nievers niets te vinden. Alle voituren en karren staan geladen met koffers en andere nodigheden om te vluchten en niemand die voor zolang durft zijn paard missen.

Eindelijk is een man van Voormezele content mits 20 fr van ze naar Poperinge te voeren. Doch hij kan enkel vertrekken om 10 uur ’s avonds. Er is immers order gekomen dat van 4 uur ’s morgends tot 10 uur ’s avonds alle passage op straat voor de burgers verboden is. Bij dage zijn de Franse gendarmen gedurig op gang om de voorbijgangers de weg af te staan en ze weer te zenden, en wordt gij tweemaal gemoet men reschiert van in ’t gevang te moeten. Zoo zijn er zelfs mensen die hunne noodige boodschappen niet kunnen doen.

De reden van dat order is voorzeker deeltelijks de vrees voor spioenerij, het gemak der troepen-bewegingen, het verduiken voor de vliegers en voorzeker ook wel om het verblijf voor de vluchtelingen op onze parochie lastig te maken en ze zo te dwingen wat verderop te trekken naar streken die zo overbevolkt niet zijn. Vele hebben dit reeds gedaan en ik denk dat er reeds meer dan 2000 Dikkebus verlaten hebben. Allerellendigst is de staat dier ongelukkige mensen. Sommige hebben de enkele centen die zij meegebracht hadden reeds moeten verteeren en staan nu zonder de minste middels van bestaan.

Andere kunnen met hun geld niets meer kopen van winkelware omdat alles uitgeput is en helaas, indien er nog iets in bakkerijen of winkels overblijft, de vluchtelingen staan altijds de laatste omdat de gewone kalanten vorengaan. Is het dan te verwonderen dat er uit dien droeven toestand vele lichamelijke en zedelijke ellenden voortspruiten. Zo gaan vele vrouwspersonen gaan hunkeren op het soldateneten en soldatengeld. En helaas er zijn slechterikken genoeg in het leger om dien nood van onze ongelukkige bevolking uit te buiten tot voldoening hunner dierlijke driften. Voegt daarbij den ellendigen staat der woonplaatsen, soms 2 of 3 familen moeten wonen, huizen en slapen in eene en dezelfde kamer allen dooreen, personen van alle oude en van alle geslacht.

Hoevele huizen en stallen zelfs niet waar burgers en soldaten allen dooreenzitten en dooreenleven. Zo heb ik eene vrouw berecht in de grote zaal van ’t gemeentehuis. Die vrouw lag daar te midden andere vluchtelingen en soldaten, niet min dan 150. ’t Was er een hels gerucht en zo is die vrouw daar gestorven zonder dat zich schier iemand om haar bekreunde. 4 uurn na haar dood was zij reeds begraven.

Er is inderdaad schaarsheid van vele eetwaren. Twee zaken zijn er gelukkiglijk in overvloed, aardappelen die zeer wel gelukt waren en vlees. Vele landbouwers immers hebben hunne beesten meegevlucht en moeten ze verkopen voor ’t eerste ’t gereedste. Het brood wordt zeer zeldzaam. Bloem is er volstrekt niet meer. Sedert enigen tijd dorsten de bakkers er niet veel meer in doen en nu in korte dagen door ’t groot getal soldaten en vluchtelingen is alles uitgeput.

Vele landbouwers hebben nog niet kunnen dersen, hebben bijgevolg geen graan om te doen malen. Enkel hier en daar kunnen de bakkers wat tarwemeel krijgen en geven het liefst aan hun klanten. Zo ziet men vluchtelingen 2 uren staan wachten in de bakkerij en sommige moeten nog ijdelhands voortgaan. Koffie ook niet meer, ikzelf moet chicorei drinken. Noch suiker, noch kaas, noch vis. Boter en melk en eiers veel te weinig.

Vandaag vrijdag mag ik mijne pataten droog eten (de toelating van den vrijdag vlees te eten is immers nog niet ingekomen). Er zijn maar weinig herbergen meer waar nog bier te krijgen is. Andere dranken zijn volstrekt niet meer te vinden. Hofsteden en huizen zijn nu al vol soldaten omtrent overal Fransen. De soldaten houden zich overal meester en gaan strooi en hooi halen naar beliefte en mooschen er in dat het eene schande is.

De Fransen betaalden, doch de Engelsen in ’t algemeen niet. Zo waren er boeren die met december reeds zonder hooi waren. Toch kon het volk in ’t algemeen die lastige behandeling nog al verdragen omdat zij dachten dat het toch niet lang zou duurn, en dat zij zich gelukkig achten van nog niet te moeten vluchten. Ondertussen is iedereen met angst en verlegenheid dat het toch welhaast onze beurt zal zijn van te moeten vluchten. ’t Is al soldaat dat men ziet en al kanon dat men hoort.

Bij landbouwer Emiel Vandenbroecke wordt er eene ambulance ingericht in de nieuwe gebouwen en ook in een grote tent. In de tent zijn het enkel de erg gekwetsten. Er lagen er omtrent 35. Men ziet dat ons kerkhof indien men er voort begraaft welhaast zal te klein worden. Daarom zal men een soldatenkerkhof maken in de weide van Mr Thevelin nevens ’t ander kerkhof op den grond van Mr Thevelin en kerkfabriek. De hoek der haag wordt omgekapt en een tuin gezet.

In den namiddag wordt Julien Lauwyck aangehouden op den toren. Hij was zijn nieuwsgierigheid gaan voldoen. Men beschuldigde hem van tekens te hebben gegeven aan de Duitsen en van alzo de schuld geweest te zijn der dood van eenen officier der artillerie. De onderpastoor wordt als getuige geroepen en verklaart aan den kapitein van de gendarmerie dat de beschuldigde daartoe onbekwaam is, vaderlandsgezind en 2 broeders bij ’t leger waarvan 1 vrijwilliger. Moet zijn getuigenis ondertekenen. Een paar uren nadien wordt Lauwyck losgelaten.

Men is uitnemende zindelijk voor de spionnen en gehele dagen ziet men de Franse gendarmen passeeren met aangehouden burgers meest vluchtelingen die zich wat te dichte van hun huis gerischierd hebben. Het eindigde altijds met los te laten. Nooit heb ik hier eene enkele aanhouding geweten met gegronde bewijzen van spionnerij. Niettegenstaande het schoon weder worden de kalsijden ellendig gesteld door het overgroot vervoer, burgers worden aangesteld om ze te vermaken. Verscheidene soldaten begraven op ’t kerkhof. In den avond is er weinig geschot. Vandaag heb ik in de ambulance Vermeulen een soldaat gezien getroffen door een dumdum kogel.

Uit ‘De oorlog te Dickebusch en omstreken’ van A. Van Walleghem – uitgegeven door Jozef Geldhof & Het Genootschap voor geschiedenis te Brugge in het jaar 1964.

No Comments

No comments yet. You should be kind and add one!

Leave a Reply

You can use these tags:   <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <s> <strike> <strong>