Op weg naar 11 juli 1302

Posted by  ivan.vanherpe@westhoek.net   in       2 weeks ago     49 Views     Leave your thoughts  

Voorjaar 1297. De onafhankelijksverklaring van de Dampierres zal leiden naar oorlog. Zo veel is duidelijk. Al snel zwellen de geruchten aan: Filips de Schone verzamelt 60.000 soldaten die onder de leiding komen te staan van 32 graven. En ook de graaf van Henegouwen zal het Franse leger vervoegen met 1.500 gewapende mannen. De eerste schermutselingen vinden plaats. Robrecht maakt zich meester van de strategisch gelegen burcht van Mortagne die de samenvloeiing van de Schelde en de Scarpe beheerst, (gelegen in de regio Bellegem, Zwevegem-Knokke, Bossuit en Spiere) en daarna van het kasteel van Helkijn. Dat kasteel is eigendom van de bisschop van Doornik en dat zorgt al meteen voor grote moeilijkheden met de paus. In april 1297 helpt Robrecht zijn vader met het aanhouden en verbannen van de Leliaardse schepenen in Gent. De stedelingen krijgen tot hun eigen grote tevredenheid een nieuwe keure.

Ook in Douai verzoent de graaf zich met de stedelingen en gemeenteambtenaren. Hij slaagt er in om zijn neef, de jonge hertog Jan I van Holland, aan de kant van de Vlamingen te krijgen. Vlaanderen krijgt de hulp aangeboden van de Duitse heren van Cuyck, Blanckenberg, Falckemberg, Nassau, Clèves en Katsenellebogen die zich willen voegen onder de banieren van Gwijde. Van de Engelse vrienden is er voorlopig geen sprake. Jehan van Gaver en Gerard de Verbois, Vlaamse ambassadeurs zijn in allerijl het kanaal overgestoken met een vraag om hulp aan de Engelse koning Edward I.

De Vlamingen kunnen amper vermoeden dat de vriendschappelijke relatie tussen Vlaanderen en Engeland zich voornamelijk afspeelt op het hoogste niveau, maar dat het Engelse parlement niet zo erg te vinden is voor dit bondgenootschap. De dreiging van hogere belastingen zorgt voor grote onrust bij de hogere Engelse adel. Ze verzetten zich met hand en tand tegen een overzeese oorlog in Aquitanië en in Vlaanderen. De Engelse vorst zit wat gewrongen in die situatie en schrijft op de 14e mei van 1297 dat hij wel wil helpen, maar dat die hulp goed moet worden voorbereid. Een snelle interventie is niet zomaar mogelijk. De expeditie loopt aanzienlijke vertraging op.

Edward deelt mee dat hij zijn vertrek vanuit Londen plant op 7 juli 1297 en pleegt verder overleg met de Duitse keizer Adolf. Maar van een groot Duits leger is er geen sprake. Gwijde staat alleen in zijn oorlog tegen Frankrijk! Gwijde van Dampierre doet een emotionele patriottische oproep aan de Vlamingen om ten strijde te trekken tegen de vijand.

De verdediging van de Vlaamse grenzen wordt met man en macht voorbereid. De 68-jarige Gwijde van Dampierre geeft het bevel over het Vlaamse leger over aan zijn zoon Robrecht van Bethune. Die vertrekt met de heren van Cuyck en Falckemberg naar Rijsel. Zijn broer Willem vertrekt met Henri van Nassau naar Douai. Jan van Gaver zal Sint-Winoksbergen en Kassel verdedigen. Jan van Namen zorgt voor de verdediging van Ieper. De graaf van Brabant reist naar Gent om de burgerij warm te maken voor de oorlog en ook de jonge graaf van Holland arriveert in Gent.

Op 15 juni 1297 is het zover. Het gras is voldoende gegroeid. De oorlogspaarden hebben voldoende voeder op het veld. Het Frans leger valt Vlaanderen binnen en geeft daarmee de start van de Vlaams-Franse oorlog aan. 10.000 ruiters en 60.000 soldaten te voet, onder rechtstreeks bevel van de koning hemzelf steken de grens over bij Douai en rukken op tot aan de muren van het strategisch gelegen Rijsel waar Robrecht van Bethune de verdediging op zich heeft genomen.

In de Rijselse buitensteden Seclin en Loos wordt de verdediging onder de voet gelopen. Abdijen worden in brand gestoken. Er wordt geplunderd. In de hele omgeving gaan de Franse soldaten flink tekeer. In de abdij van Flines waar de moeder van de graaf begraven ligt, worden de nonnen verkracht en naakt meegevoerd naar het legerkamp. Op 23 juni beginnen tientallen Franse legereenheden een belegering van Rijsel met katapulten en spangeschut (scutte). Robrecht maakt al onmiddellijk zijn faam als dappere krijgsman waar: de Fransen breken hun tanden op het versterkte Rijsel.

Tijdens de eerste dagen van de belegering sneuvelen meer dan 4000 Franse soldaten, onder wie ook de graaf van de Vendôme. De koning van Mallorca en 300 ruiters worden door de Vlamingen krijgsgevangen genomen. Voorlopig houdt de stad goed stand. Ondertussen steken andere Franse divisies de Scarpe over en nemen ze bezit van Orchies en Béthune. Al snel steken de Franse legers, onder leiding van Raoul de Nesle en Guy de Saint-Pol de Leie over in Komen. Ze rukken op naar de muren van Ieper.

Heel het buitengebied rond Rijsel, Ieper en Komen wordt door een voorhoede van brandstichters (gustatores) in brand gestoken en verwoest. Boerderijen gaan op in de vlammen en de in paniek vluchtende boerengezinnen worden zonder pardon afgemaakt. In de streek rond Ieper gaan maar liefst 120 windmolens in de vlammen op. Bij hun terugkeer naar Rijsel steken de Fransen ook nog Waasten in brand. In het hele gebied tussen Ieper en Rijsel blijft er geen huis overeind!

Ten oosten van Doornik slaan de Fransen de grafelijke troepen terug. In de Westhoek wordt Kassel in brand gestoken en veroveren de Fransen Sint-Winoksbergen, Broekburg en Duinkerken. Ze zijn onweerstaanbaar op weg naar de stad van Brugge. De verdediging van graaf Gwijde lekt als een zeef: de Fransen zijn door niets of niemand te stoppen.

De Franse soldaten sparen niets of niemand. Zelfs de kloosters worden opengebroken en geplunderd. In Marquette vallen de soldaten het cisterciënzerklooster binnen, de zusters worden verkracht en meegevoerd naar het Franse kamp waar ze op gruwelijke manier overgeleverd worden aan de willekeur van de teugelloze soldaten.

Tijdens de eerste dagen van juli rukken de Franse legers onder leiding van Robert d’Artois op langs de Frans-Vlaamse kustgebieden. Ze vertrekken vanuit Sint-Omaars en nemen probleemloos Bethune, Sint-Omaars, Sint-Winoksbergen en Kassel in. Ze staan klaar om West-Vlaanderen en Veurne aan te vallen. In Haringe hebben enkele arbeiders zich verstopt in de kerk, maar ze worden door de Fransen genadeloos afgeslacht. De Fransen trekken verder richting Isenberge en Vinkem.

Ze worden begeleid door de Fransgezinde kasteelheer van Sint-Winoksbergen die eveneens eigenaar is van het kasteel van Bulskamp. Hij biedt er de Franse legerleiding een uitgebreid banket aan. Tijdens het etentje worden er schermutselingen gemeld in de regio. Robert d’Artois stuurt een voorpost uit. De Vlamingen, onder leiding van de heer van Gavere staan opgesteld aan de zuidelijke kant van Bulskamp, aan een brugje over de rivier de Kreeke.
Willem van Gulik, kleinzoon van Gwijde, samen met enkele Vlaamse ridders, proberen daar aan de Kreeke inderdaad de Franse opmars te stoppen. Wat ze niet weten op dat moment is dat één van hun medestrijders, met name Boudewijn Reyphins, de baljuw van Veurne, al lang overstag is gegaan voor het goud van Filips de Schone.

Vrijdag 20 augustus 1297: het vreselijke verraad van Bulskamp. Wanneer de Vlamingen proberen de Fransen af te stoppen bij de Kreeke laat Reyphins – op signaal van Robert d’Artois – zijn banier vallen en laat hij zijn medestanders overlopen naar het vijandelijke kamp. Het verraad van de Leliaards zorgt onvermijdelijk voor een verschrikkelijke nederlaag voor de Vlamingen.

D’Artois laat Bulskamp in brand steken. Willem van Gulik werd zwaar gewond gevangen genomen en zal enkele dagen later overlijden. De overblijvende Vlamingen slaan op de vlucht naar Ieper. De weg van Bulskamp naar de poorten van Veurne is bezaaid met de lijken van 16.000 Vlaamse soldaten. De Fransen overrompelen Veurne en steken de stad in brand.

De Engelse koning heeft veel te lang getalmd met versterking. De tegenstand om troepen te sturen naar Vlaanderen is er niet op verminderd. Acht dagen na de rampzalige nederlaag in Bulskamp komen er eindelijk Engelse soldaten aan op het Europese vasteland. 273 schepen met 140 ridders, 900 zware ruiters en 7000 soldaten-boogschutters ontschepen in Sluis. Al met al een schamele fractie van het gehele Engelse leger dat tezelfdertijd aan het vechten is in Schotland.

En dan hebben we nog niet gesproken over de kwaliteit van het ondermaatse huurlingenleger dat Vlaanderen zou moeten helpen tegen het gigantische Franse leger. Er rijzen vrijwel onmiddellijk problemen tussen de Engelse soldaten en de Vlaamse bevolking. In Damme vallen dronken en plunderende soldaten de vrouwen lastig. Onderlinge ruzies en zware twisten tussen de ongedisciplineerde Schotten en de Welshmen veroorzaken de dood van 165 Britse soldaten.

Op 2 september plannen ze uiteindelijk hun opmars naar Brugge. Maar zover komt het niet. De Bruggelingen hebben hun bekomst van de derderangs Engelsen en dwingen hen een omweg te maken naar Gent waar de graaf zich op dat moment bevindt. Gwijde is teleurgesteld in de povere hulp van de Engelse koning en ook de Duitse koning heeft zijn kat gestuurd.

Het nieuws van de zware nederlaag in Bulskamp bereikt al snel Rijsel. De slechte boodschap brengt een diep gevoel van ontgoocheling en desillusie in de rangen van de weerstand biedende Vlamingen. Het wekenlang bestoken met zware stenen heeft grote bressen geslagen in de Rijselse stadsmuren. De honger begint te knagen bij de verdedigers. Vijf dagen na de nederlaag in Bulskamp houden ze het voor bekeken. Ze zijn murw.

Dit is een fragment uit mijn kroniek ‘Oorlog met Frankrijk’ – lees verder hier

No Comments

No comments yet. You should be kind and add one!

Leave a Reply

You can use these tags:   <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <s> <strike> <strong>