Op weg naar Westrozebeke

Posted by  ivan.vanherpe@westhoek.net   in  , ,      2 years ago     2649 Views     Leave your thoughts  

De Vlamingen wachten aan de Leie in Komen
Het leger dat Vlaanderen op poten wil zetten om de Fransen te bestrijden zal dus bestaan uit milities van Brugge, Gent, Ieper, het Vrije en van alle andere Vlaamse steden. Met uitzondering van Oudenaarde en Geraardsbergen. Er zitten zelfs een aantal Engelse boogschutters bij. Het grootste deel van het leger ligt nog altijd voor Oudenaarde. De Leie wordt vanaf nu goed in de gaten gehouden. Twee van zijn kapiteins worden met enkele duizenden mannen naar de belangrijke grensrivier gestuurd. Pieter Van den Bossche kampeert voor Komen en Pieter De Winter voor Waasten. Alle andere oversteken zijn kapot gemaakt of waardeloos. Nergens is er een doorwaadbare plek beschikbaar waar een leger de rivier zou kunnen oversteken. De bewoners van het vlakke land, ten zuiden van de Leie, haasten zich om hun kuddes weg te drijven naar de rijke weiden van het Westkwartier, verder in veiligheid, in de richting van Ieper. De Fransen zijn in beweging gekomen. Van Arras gaat het richting Lens, Rijsel en Seclin. En dan naar de abdij van Marquette. Nu trekken ze naar Komen waar ze zullen proberen de Leie over te steken. Maar het enige wat ze vinden hier is een kapotte brug en Pieter Van den Bossche die hen aan de andere kant opwacht aan het hoofd van 10.000 man. De Fransen lijken ietwat besluiteloos. Hoe moeten ze nu verder? Enkele jonge soldaten vinden een doorwaadbare plek op enige afstand van de brug en slagen er in de oversteek te maken. Ze worden gevolgd door een kleine divisie onder leiding van de hertog van Simpy. Bij het aanbreken van de avond staan ze al uitdagend klaar om de strijd aan te gaan met de Vlamingen.

Pieter Van den Bossche wacht af
Pieter Van den Bossche vindt het aangewezen om de nacht af te wachten. De oevers van de Leie zullen vermoedelijk erg drassig zijn door de gietende regen. Het enthousiasme van zijn soldaten is door het ondermaatse weer al flink gezakt. Als ze de volgende morgen bij het eerste ochtendkrieken de Fransen benaderen, stellen ze vast dat die verrassend genoeg goede vaste grond onder de voeten hebben. De vijand is beter bewapend en hun numerieke meerderheid biedt natuurlijk een immens voordeel. Pieter Van den Bossche geraakt gewond. Twee kwetsuren dan nog. Zijn soldaten willen eerst op de vlucht slaan maar dan komen ze beschaamd om hun eigen zwakheid toch terug met vernieuwde wil om hoe dan ook de overwinning te behalen. Tot er plots vanuit de rangen van het Franse leger een triomfantelijk geschreeuw losbarst! De bevelhebber van het Franse leger is er in geslaagd de brug te herstellen. Er werden planken en rieten netten aangebracht boven op de halfverwoeste pijlers.

De Ieperlingen zitten met de daver op het lijf
Er wordt zelfs afval van wapenschilden gebruikt om de brug opnieuw functioneel te maken. De voorwacht is al bezig met de oversteek, gevolgd door de ridders van de graaf van Vlaanderen. Vanaf dat moment is het een ongelijke strijd voor het kleine Vlaamse legertje dat nu in de pan wordt gehakt. Komen, Wervik en Menen worden in de as gelegd. De bewoners worden afgeslacht. De brug bij Waasten wordt hersteld. Lodewijk van Male die de abdij van Marquette heeft verlaten, positioneert zich nu op de St.-Elooisberg, zowat één uur verwijderd van Ieper. Vanaf dit ogenblik is het alleen maar plundering en verwoesting die de klok slaat. De Fransen maken op hun strooptocht een overvloed aan goud en zilver buit. Zo veel zelf dat ze kostbaar laken noodgedwongen moeten achterlaten voor de Bretoenen die er op hun beurt en met grote gretigheid hele karren van vol laden. De kostbare buit wordt via de Leie overgebracht naar Rijsel, Doornik en Douai waar ze voor een habbekrats verkocht worden aan de lokale inwoners. Koning Karel VI heeft Jean de Vienne, ‘Amiral de France’, afgevaardigd om naar Ieper op de rukken waar een deel van de gevluchte troepen van Pieter Van den Bossche naartoe is gevlucht na hun nederlaag bij Komen. Er is nu sprake van een hergroepering bij de Vlamingen. Ze wagen zich aan een uitval tegen de Fransen maar dat blijkt een fatale vergissing. Ze worden zo hard aangepakt dat ze niets anders kunnen dan zich in allerijl terug te trekken binnen de stadsmuren nadat 300 man onder hen dood achterblijven op het slagveld. Of is het slachtveld? De Ieperlingen zijn verschrikt. De daver op het lijf weet je wel. Wat nu? Er moeten dringend maatregelen genomen worden om erger te voorkomen. Het volk verzamelt zich voor de lakenhalle. De notabelen en de gegoede inwoners die, volgens de kroniekschrijvers altijd het meeste gezond verstand gebruikten (voor zover ze het durfden tonen), stellen voor om afgevaardigden toe te sturen naar de Franse koning. Om de Ieperse dankbetuigingen over te maken en om de sleutels van de stad te overhandigen.

Pieter Wancelaere gaat niet akkoord
Maar dat is niet naar de zin van Pieter Wancelaere, de kapitein die de Ieperlingen toegewezen hebben gekregen van Filip van Artevelde. ‘Onze stad is voldoende sterk’, antwoordt hij. ‘We hebben voldoende voedsel om een langdurig beleg te doorstaan. En dat beleg komt er hoe dan ook. Ondertussen zal onze ruwaard aan het hoofd van zijn troepen de strijd aangaan met de Franse koning. Hij zal die strijd winnen en ons dan bevrijden’. Maar de Ieperlingen werpen hem voor de voeten dat noch Filip, noch die van Vlaanderen kans maken tegen het Franse leger zonder de hulp van de Engelsen die in de verste verte niet te zien zijn. De valse belofte van de ruwaard keert zich nu tegen zich. De woordenwisseling tussen beide kampen wordt met het moment bitsiger. Ze geraken met elkaar slaags. Deze keer trekken de mistevreden Ieperlingen wel aan het langste eind. Kapitein Wancelaere wordt gedood en de Ieperlingen verjagen de overgebleven Gentenaars buiten de stad. Ze vluchten in paniek naar hun leider Filip van Artevelde die zich op dat moment in Kortrijk bevindt. De Ieperlingen sturen twee Minderbroeders naar het Franse opperbevel en naar Karel VI. Er wordt ingegaan op de Ieperse vraag om onderhandelingen te starten. Op voorwaarde dat die van Ieperse kant zullen gevoerd worden door zijn 12 voornaamste burgers. Met inbegrip van de abt van Voormezele. Beide Minderbroeders komen terug naar Ieper en brengen er verslag uit van hun missie. De gevraagde delegatie wordt nu gekozen onder de notabelen van de hele stad. Ze vertrekt naar de Sint-Elooisberg waar de twaalf geknield en onderdanig de sleutels van hun stad aanbieden aan de Franse monarch en hem in naam van allen in Ieper zweren hem te gehoorzamen. ‘Sans nul moyen ni réservation’.

Een barbaarse slachting in Poperinge
De overgave van de stad Ieper is natuurlijk een buitenkans voor de Fransen en voor de graaf. Karel VI aanvaardt dan ook de aangeboden overgave en trouw van de Ieperlingen. Wel te verstaan met de voorwaarde dat ze hem een ruime schadevergoeding van 60.000 frank zullen betalen om de kosten van de oorlog te dekken. De monarch belooft nu om de Ieperlingen en hun eigendommen te respecteren en niemand meer binnen hun stadsmuren toe te laten. De delegatie keert terug naar Ieper. De twaalf worden enthousiast onthaald door hun stadsgenoten die de schadevergoeding met de glimlach betalen. Het moet nu voor eens en voorgoed gedaan zijn met die tweespalt. Gedaan met al dat Gents gedoe. Vanaf nu zal Ieper een trouwe partner zijn van de koning van Frankrijk en van zijn graaf Lodewijk van Male. Karel VI komt enkele dagen later, zoals gepland, aan in de buurt van Ieper. Hij slaat zijn kamp op aan Zillebekevijver. Zijn soldaten blijven ongestoord oorlogsbuit binnen rijven. Tijdens één van de eerste nachten, vertrekken ze van hun kamp en rijden ze onder leiding van de heer van Neuillac naar Poperinge die ze om een uur ‘s nachts bereiken. Ze verrassen de wachtposten die zich van geen kwaad bewust zijn en absoluut geen aanval van de Fransen verwachten. De helft onder hen wordt gedood en de rest slaat op de vlucht. Wat nu volgt is barbaars. De Franse ruiters galopperen dreigend en onheilspellend door de straten van Poperinge. Overal worden de deuren van de huizen ingebeukt. 4.000 bewoners (ja, vierduizend) worden gedood. De juwelen van de vrouwen, zilverwerk, kostbaar laken en alles van waarde wordt geroofd. Tegen dageraad zijn de Fransen al terug bij Zillebekevijver waar ze door hun koning gefeliciteerd worden. Het nieuws van de slachting in Poperinge bereikt Kassel, Sint-Winoksbergen, Broekburg, Duinkerke en Belle. De boosheid van de graaf dreigt ook hen te treffen. Ze sturen afgevaardigden naar Ieper om er vergiffenis af te smeken bij Lodewijk van Male.

1382: op weg naar Westrozebeke
Het prijskaartje voor het pardon van de graaf bedraagt gemiddeld 60.000 florijnen per stad. En er is nog een bijkomende eis. Alle Gentse kapiteins die zich in hun centra bevinden, moeten geketend uitgeleverd worden aan de graaf waar ze, in opdracht van Karel VI, onmiddellijk zullen worden onthoofd. Waar is de tijd gebleven dat diezelfde kapiteins triomfantelijk werden onthaald? Terwijl het hele Westkwartier zijn kar keert en de Fransen ongestoord de Leie zijn overgestoken, is van Artevelde naar Gent gereisd. Van hieruit vertrekt hij nu naar Brugge met een leger van 10.000 mannen waar hij Pieter Van den Bossche en Pieters De Wintere als kapiteins van de stad installeert. De ruwaard spoort de bewoners aan om hevig weerstand te bieden tegen de Fransen. En dan gaat het opnieuw richting Oudenaarde waar hij een nieuw leger van 20.000 manschappen samenstelt. Samen met nog andere milities, zullen ze nu de confrontatie aangaan met Karel VI. Aan Vlaamse zijde worden er nu zowat 50.000 à 60.000 soldaten geteld. In Zillebeke vernemen ze dat een ontzaglijk Vlaams leger zich aan het verplaatsen is van Kortrijk naar Roeselare. Deze troepenbeweging zet ook de Fransen aan tot bewegen. Een Frans leger, vergezeld van 5.000 Ieperlingen, start nu een mars richting Vlamingen. Via Ieper bereiken de Fransen de streek van Westrozebeke. Ze kunnen de aanwezigheid van de Vlaamse troepen bijna letterlijk ruiken. In beide kampen worden koortsachtig de laatste voorbereidingen worden getroffen voor een confrontatie die nu niet meer lang op zich zal laten wachten. Filip van Artevelde slaat zijn kamp op tussen de heuvel en de stad van Westrozebeke. Het lijkt een ideale locatie tussen een sloot en een bos en de berg staat vol met hagen zodat ze amper zichtbaar zijn voor de vijand. Beide legers zijn nu tegenover elkaar tot stilstand gekomen.

27 november 1382: de slag van Westrozebeke
Plaats van de ontmoeting is de Goudberg, op vrij korte afstand van de Graventafelstraat in Passendale. Het is al laat in het jaar om nu nog oorlog te voeren. December is in aantocht. Het is koud en het regent voortdurend. Hartje winter. Dat is ook te zien die woensdagmorgen 27 november 1382. Er hangt een dichte mist boven de twee kampen. Precies erwtensoep waar beide partijen geen meter voor zich uit kunnen zien. Rond acht uur stellen de Vlamingen zich in gevechtspositie op aan de Goudberg. Een eerste aanval van de Fransen wordt met succes teruggeslagen. Hier en daar wordt er al gelachen en gejuicht. Er volgt een nieuwe aanval waarbij de hertogen van Berry en Bourbon de Vlamingen vanuit twee zijden bestoken in een poging om ze in te sluiten. De flanken van de Vlamingen zijn inderdaad niet beschermd De Franse ridders onder leiding van hun bevelhebber Olivier de Clisson beuken in als gekken. Met hun aanzienlijke lansen en speren zaaien ze wanorde en paniek en brengen ze zware verliezen aan bij de troepen van Filip van Artevelde. De achterhoede slaat op de vlucht.

Artevelde sneuvelt op de Keiberg te Staden
Er zit voor de hoofdmacht niets anders op om zich in een cirkel op te stellen en tot het bittere einde te vechten. Van Artevelde probeert wanhopig zijn manschappen te hergroeperen maar raakt daarbij door zijn eigen mannen vertrappeld. Ergens aan de voet van de Keyaertsberg, de Keiberg te Staden. De vertwijfelde ruwaard doet wat hij kan, maar strategisch heeft hij natuurlijk geblunderd door de strijd aan te gaan zonder de flanken van zijn leger afdoende te beschermen. De strijd is verloren nog voor ze amper begonnen is. Het gevecht gaat de hele godse dag door. Als de avond valt is het doek mee gevallen over de Vlamingen. Er blijven 25.000 dode mannen achter op het slagveld van Westrozebeke. Al met al een roemloos einde voor de illustere Filip van Artevelde die zelf nooit in staat was om te vechten tegen zijn Franse opponenten. Een beetje lullig. Zeker. Velen slaan op de vlucht. Vooral de Gentenaars leveren nog een hele reeks moedige maar vruchteloze achterhoedegevechten op de weg terug naar hun thuisstad. Maar de Fransen achtervolgen iedereen en komen uiteindelijk aan in Kortrijk. De aanblik van de gulden sporen van de veldslag aan de Groeningebeek, 80 jaar geleden, en nu nog steeds ostentatief opgehangen in de Onze-Lieve-Vrouwkerk, ergert hen mateloos. Die Franse colère zorgt er voor dat Kortrijk overgeleverd wordt aan de vlammen. Vrouwen en kinderen worden opgepakt en kunnen enkel naar huis terugkeren nadat hun families het nodige losgeld betalen. Als het desastreuze nieuws van de zware nederlaag Brugge bereikt, sturen de Bruggelingen een delegatie naar de koning in de hoop om zijn woede en vooral wraak te vermijden. Ze krijgen de gevraagde vrede. Maar de voorwaarden ervoor zijn hard. Gent is nu helemaal achtergelaten door de rest van Vlaanderen.

Lees verder op http://www.westhoek.net/P1382001.htm of in deel 4 van de Kronieken van de Westhoek

Tags

, , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , ,

No Comments

No comments yet. You should be kind and add one!

Leave a Reply

You can use these tags:   <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <s> <strike> <strong>