Orkanen boven Vlaanderen

Posted by  ivan.vanherpe@westhoek.net   in  ,      1 year ago     590 Views     Leave your thoughts  

Bijna jaarlijks zijn er in onze gewesten hevige stormen: soms is de windkracht zo sterk dat molens omverwaaien. Daartegenover staan de orkanen met veel sterkere windkracht, waarbij tientallen windmolens sneuvelen.

Wij hebben aan de hand van gegevens van meer dan 125 omgewaaide of ernstig door de wind beschadigde molens in Vlaanderen en aangrenzende gebieden nagegaan hoe hevig de stormen waren, en zo hebben wij kunnen concluderen dat er slechts twee of drie orkanen geweest zijn in de laatste drie eeuwen.

In oktober 1597 waaide in een storm de Stuivenbergmolen van Wortegem omver; in dezelfde nacht begaven het ook de Hoogmolen van Kruishoutem en de Driehoekmolen van Waregem; die zijn slechts een tiental kilometer van elkaar verwijderd. Wij weten geen meldingen van andere molens die in dezelfde periode door storm geteisterd zijn, zodat wij in alle redelijkheid mogen aannemen dat het hier om een tornado (windhoos) ging en niet om een echte orkaan.

Merkwaardig is dat het onheil toegeschreven werd aan heksenwerk; de heksen die ervan verdacht werden, kwamen op de brandstapel. De dagen na Pasen in 1606 waren zeer stormachtig; vele molens waaiden omver (Tessenderlo op 17 maart en Zoersel op 28 maart. De hevigheid van deze stormen was zo legendarisch, dat het jaar 1606 in de geschiedenis bekend staat door het chronogram ‘oMNIa CaDUnt, wat betekent ‘alles valt’.

Op 19 januari 1735 is er een zeer hevige storm geweest, die vooral in de Kasselrij Rijsel huisgehouden heeft: 31 molens werden er vernield; de toren van de kerk van Roeselare en van een kapel in Izegem moesten er ook aan geloven en tevens werd een oliemolen in Ingelmunster vernield.

Maar de hevigste storm die ooit Vlaanderen heeft geteisterd, is waarschijnlijk die van 9 november 1800. Hij wordt beschreven ‘de mémoire d’homme, on ne se souvient d’en avoir vu une (tempëte) aussi effrayante; les dégats ont été incalculables, une quantité prodigieuse d’arbres et plusieurs murisons et moulins ont été renversés en Flandre’.

De storm woei uit het zuidwesten en begon in het noorden van Frankrijk. Op de Kasselberg waaiden 11 molens om; de molens van Reningelst, Loker, Kemmel en een bij de Menenpoort in Ieper werden op de grond gesmakt.

In de streek van Kortrijk was het niet beter. Wij laten J. Goethals-Vercruysse aan het woord: ‘Na dat het eenige dagen sterk gewaeyd hadde, heeft men nu eenen overgrooten storm van wind gehad, meest omtrent den 11 uren en duerde tot ontrent 3 a 4 uren uyt den zuyd westen allenschens draeyende na de westen.’

‘De schade in de stad is zeer groot geweest aen daken, vensters mueren, kerken, huysen, etc. Verscheyde meulens zijn omgewaeyd rond de stad, veel schueren, pagthoven en andere buyten gebouwen zeer beschadigd ofte nedergeworpen, verscheyde menschen zijn er gequetst. Den H. Geestmolen is maer door magt van volk behouden: het water sloeg uyt de veste tot op den meulenwal.’

‘Den schursemeulen (den eersten buyten de Meenensche poorte) is gevallen ook den snuyfmolen op de Calsyde van Sweveghem; twee of drij meulens op Belleghem, die van Marcke. eenen op de weg van St Denijs agter den Doornikschen wijk. Den toren van Machelen, dien van West-Roozebeke, dezen van Becelaere zijn omgewaeyd, ook den bergmeulen tot Lendelede.’

‘Een schip liggende in de Leye wierd op den meersch geworpen. Het water wierd gedreven tot over d’hekken der aerbeydersbrugge. Men heeft bemerkt dat dit onweder langzaem voortgegegaen is hebbende begonst tot Camerijk van 7 uren ’s morgens tot den middag, tot Rijssel heeft het geeyndigt ten 2 uren, tot Meenen ontrent den 3 uren, en alhier omtrent de 4 ½, tot Gend duerde het tot den 7 uren, etc.’

‘In Aalbeke werd een pasgebouwde noodkerk vernield. In Deerlijk werd de staakmolen van Declerck opgelicht, maal hij kwam gelukkig niet volledig ten val; hij kon gered worden. De storm zette zijn weg voort: in Evergem waaide de Asschoutmolen om en ook in Brussel meldde men de vernieling van molens; maar nog verder werden eveneens staakmolens in Leut en Achel opgelicht en verbrijzeld.’

Dit maakt een lijst van minstens 25 molens over een afstand van bij de 150 km. Nader onderzoek zou misschien nog meer schade aan het licht brengen. Dergelijke stormen zijn er naderhand niet meer geweest, tot november 1940. Het krijgsgeweld van de maand mei was nog niet geheel geluwd, of daar kregen wij tijdens de nacht van 14 op 15 november een van de hevigste stormen die er ooit geweest zijn.

Heel Vlaanderen werd het toneel van het natuurgeweld; velen zullen zich nog die beruchte nacht herinneren. Ik laat hier mijn vader aan het woord, zoals hij het schrijft in zijn oorlogsdagboek: ‘Donderdag 14 november. Deze morgen rond 3.30 uur werden de Kortrijkzanen uit hun slaap gewekt door een ongehoord gedruis en getier van de wind, die met een ongelooflijke snelheid uit zuidwesten richting het land binnenwoei. Van mensengeheugen af is het niet geweten dat zulk een storm over het land ging. Uren lang bleef het gieren aanhouden. De huizen beefden op de grondvesten, de ruiten rinkelden of sprongen aan stukken, de dakpannen vlogen ratelend af en botsten van de goten op de straatstenen.’

‘Iedereen lag te beven in zijn bed de kinderen weenden, de mannen vreesden het ergste, de vrouwen dachten aan het einde van de wereld of op zijn minst aan een nieuwe aardbeving. In vele huizen bad men luidop paternoster op paternoster. Intussen waaide en stormde het voort en in de herfstmorgen kwam af en toe de maan akelig uit de vluchtende wolken te voorschijn en maakte het tafereel nog luguberder.’

‘Het was wel 6 uur als het meeste geweld stil viel. Stilaan sliepen de vermoeide mensen en kinderen neer in of wachtten met bang gemoed het daglicht af (welk tegenwoordig slechts rond 8.3o uur was).’

‘Slechts dan, met door de stad te gaan kon men beseffen met welk een ongewone kracht de orkaan had thuis gehouden. Bijna alle woonhuizen waren getroffen, natuurlijk de ene meer dan de andere. Duizenden dakpannen lagen aan stukken op de straatstenen. Muren lagen omver in de Hugo Verriestlaan; fabriekschouwen (o.a. van de firma Van Leynseele in de Loofstraat) lagen ten gronde gesmakt. In het Plein, in het Volkspark, in de Van Belleghemdreef, in bijna alle particuliere eigendommen lagen de schoonste en de oudste bomen ontworteld. Een groot houtmagazijn aan de Elfde Julilaan lag ineengestort; zo ook een gedeelte van de Kortrijkse Blekerij langs de Leie.’

‘Een aantal zinken bedekkingen van huizen en daken lagen op straat of hingen nog aan de goten. Vele pachthoven hadden het ook echt te verduren: in de Beekstraat en op Walle waren er grote schuren ingestort als kaartenhuisjes. De volkssoep kon niet worden uitgedeeld daar de lokalen op Walle erg beschadigd en onbruikbaar geraakt waren. Zo was het hier en zo moest het ook elders zijn… ‘

Trams en treinen konden op vele plaatsen niet rijden, omdat het verkeer gehinderd werd door omgewaaide bomen of palen. Naar men vertelde, zou de Duitse schildwacht die sedert een tijd de wacht optrok aan de brug van de Julien Liebaertlaan met pak en zak in het water gewaaid zijn; de sukkel werd in de morgen van 16 november uit het water gehaald.

Vanaf 16 november werd de siermolen van het Astridpark in allerijl afgebroken, wat erop zou kunnen wijzen dat hij door de storm beschadigd was en misschien op instorten stond. In West-Viaanderen werden er molens in Alveringen, Avelgem, Ingelmunster, Keiem, Lissewege, Pollinkliove en Rollegem-Kapelle vernield.

Zowel het noorden als het zuiden van de provincie werd zwaar geteisterd. In Oost-Vlaanderen werden er molens omvergeblazen in Ouwegem, Kruishoutem, Elsegem en Lokeren. Ook in Zeeland was er vernieling: molens wefden vernield in Koudekerke en Middelburg. Verderop in het oosten van ons land was er ook vernieling: 2 molens in Heist-op-den-Berg, en één in Herentals, Stokkem en Gierle.

In het totaal werden er tenminste 16 molens vernield, en dit alleen voor Vlaanderen, wat enorm veel is. Men moet er ook rekening mee houden dat ons molenbestand fel geslonken was door de Eerste Wereldoorlog en het krijgsgeweld van de meidagen 1940. Dit was (voorlopig) de laatste hevige storm die ons land teisterde. De grote stormvloed van 1953, die zoveel vernieling veroorzaakte aan de Noordzeekust had niet zoveel windkracht; geen molen werd toen vernield.

Stormen komen in Vlaanderen dus maar zelden voor; wij noteren naast een vermoedelijke tornado in oktober 1597, een stormachtige periode in 1606 en drie orkanen: die van 19 januari 1735, 9 november 1800 en 14-15 november 1940. Dus ongeveer één orkaan per eeuw; toch nog één te vee1.

P. Mattelaer in ‘De Leiegouw’ van 1987

No Comments

No comments yet. You should be kind and add one!

Leave a Reply

You can use these tags:   <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <s> <strike> <strong>