Paskandala in de jaren 1100

Posted by  ivan.vanherpe@westhoek.net   in       5 months ago     218 Views     Leave your thoughts  

wat voorafging …..

Aangaande schenkingen gedaan door ‘Adam van Paskendale’ aan de abdij van Zonnebeke lezen we in’chartes anciennes de l’abbé de Zonnebeke’ het volgende: ‘aangaande het grondbezit van Rollarium’ met elf percelen; het eerste stuk “Zuer belic” (zure bilk) genaamd, ligt van weerskanten van de weg naar Diksmuide en meet 13 gemeten en vijf roeden. Evenzo “’t Merschelkijn” naar het zuiden toe; 2 lijnen en 5 roeden veneans. Een ander stuk naar het oosten toe “Cadehout” geheten, 3 gemeten min 25 roeden; ook nog een ander stuk “Gheer” geheten 3 gemeten 25 roeden.’ ‘Dit land heet “Monickscheure”. Idem langs de andere kant van de weg naar het oosten toe, in vijf aan elkaar palende stukken; 11 gemeten, 1 lijn en 10 roeden. Idem naast het huis van Boidinus van Avetum naar het zuiden toe 10 lijnen min 15 roeden; evenzo naast het huis van Aegidus Zoutere: een stuk koutergrond van 7 gemeten en 18 roeden “Bercklant” genoemd. Over de gracht ligt het zogezegd “Hapkijn” van 2,5 lijnen en 10 roeden.’ Deze gift waaronder nog een “seigneurie” werd bekrachtigd door de bisschop en door de heer graaf.’

Uit de kerkregisters van de Sint-Maartensprosdij te Ieper (Feys-Nelis) vernemen wij dat er onder Hiltfrid (1121) is over een ‘thiende’ toebehorende aan de Sint-Maartensabdij, van gronden gelegen aan de grens van Passendale, Westrozebeke en Langemark. Deze gronden werden geheten “la terre des porcs”.

Op 6 mei 1124 schenkt de graaf Karel aan de kanunniken te Ieper een deel van de tienden van ‘la terre des porcs’ en op 23 maart 1138 bekrachtigt Innocentius II de rechten van de Ieperse kerken en de verscheidene gronden o,a. te Passendale (terram de Passchendala quan frater vester Keingerius vobis continulit).

In 1157 ondertekent Gilelmus van Passchendala een akte waarbij Jourdain aan de kerk van Ieper een gift bekrachtigt door de graaf Thierri. We vinden de naam van Gilelmus ook terug in 1157 en 1161.

Boudewijn IX, graaf van Vlaanderen, stipuleert in 1195 in een oorkonde dat Segardus van Passendale, door bemiddeling van de graaf zelf, een tiende te Wichus in de prochie van Passendale geschonken heeft aan de abdij de Nonnebossen te Zonnebeke. In 1168 schenkt graaf Filip aan de Sint-Maartenskerk de kapel die hij in zijn woonst heeft laten bouwen, en aan de kanunnik een rente van 100 sous. Dit stuk wordt medeondertekend door Henrico de Paskendale. Die zelfde Henrico wordt herhaaldelijk vermeld tussen 1180 en 1198.

In 1195 ondertekent Henrico van Paskandala een officieel stuk waarbij de graaf Boudewijn aan de kerk van Sint-Maarten te Ieper de vrijheid schenkt over een weide, geschonken door Ghelin, zijn deurwaarder. Deze partij lag bij de O.L.V. kapel ten Briel en moest dienen voor de kapelaan die daar de goddelijke diensten uitoefent. Tijdens datzelfde jaar staaft graaf Boudewijn het voorrecht van graaf Filip betreffende de plechtigheid van de diensten (à l’hospice du marché). Dit stuk werd mee ondertekend door Henrico de Paskandala.

In 1187 was hij ontvanger van de Spijker te Ieper en in 1185 was hij zelf mogelijk baljuw van Ieper. Henricus de Paskandale, ontvanger van de Spijker te Ieper in 1187 hield een rente op de Spijker van Ieper in leen vermeld als homo en serviens van de graaf, misschien te vereenzelvigen met één van de eerste baljuws van Ieper.

Radulf van Passendale (1199-1205) wordt vermeld als Rudolphe de Packendale (1199) en ook als Rodulphus de Paskendale in oorkonden van 1204. Hij nam deel aan een kruistocht net zoals Galterius (Walter).

Over Radulfus van Paskendale en Walterkinus van Paskendale vernemen we uit de oorkonden van de graven van Vlaanderen het volgende: ‘Boudewijn IX, graaf van Vlaanderen en Henegouwen, oorkondt dat zijn clericus Walter van Harelbeke en diens vrouw 28 rasieren tarwe op de molen te Harelbeke, 6 hoeden haver op de Spijker te Harelbeke en een jaarrente van 8 solidi en 4 dinarii hebben afgekocht van Radulfus van Paskendale en diens vrouw. Ze zullen deze goederen in leen houden van Hendrik, de broer van de graaf en heer van Harelbeke, net zoals de vorige eigenaars.’

’15-02-2004: Boudewijn IX, keizer van Constantinopel, graaf van Vlaanderen en Henegouwen, beveelt aan zijn vertegenwoordigers in Vlaanderen, Willem, burggraaf van Sint-Omaars en Gilbertus, burggraaf van Rijsel, Walter van Kortrijk in het bezit te vrijwaren van het goed nabij Kortrijk dat Walter van Robrecht van Erpelecques had afgekocht en waarvoor hij leenmanschap aan de graaf heeft gedaan. In de akte worden de namen van Radulfus de Paskendale en Walterius de Paskendale vermeld.’

‘Februari 1204. Boudewijn IX, keizer van Constantinopel, graaf van Vlaanderen en Henegouwen, beveelt aan zijn vertegenwoordigers in Vlaanderen; Geeraert, proost van Brugge en kanselier van Vlaanderen, Willem de burggraaf van Sint-Omaars, Gilbertus burggraaf van Rijsel, notarius Wielvinus, Boudewijn van Lobbes en Willemus Magnus, het bezit van clericus van Kortrijk in bescherming te nemen voor wat betreft het leen nabij Kortrijk waarmee de graaf hem had beleend nadat Robrecht van Erpelecques die het voor het vertrek naar het oosten had ontvangen en afstand van had gedaan. Radulpus van Pasekndale en Walterkinus van Paskendale worden eveneens in deze oorkonde vermeld.’ Er volgen in 1204 nog meer van dergelijke oorkonden.

Ik begeef me naar 22 mei 1232. Jan van Passchendaele en zijn vier zonen schenken aan de kerk van Ieper 60 sous rente op 4 bonnieren land gelegen te Passendale met de volgende tekst: ‘Ik, Balduinus van Aria (Aire), heer en burggraaf van Ieper, maak bekend aan allen die deze brief zullen lezen dat Theobald, zoon van vrouwe Gertrudis van Pascendale en Walter van Oosthove en hun echtgenoten, enkele tienden gelegen in de parochie van Bereslare, die ze van mij in leen hadde met toestemming van Margareta, mijn vrouw, aan de abt en het convent van Sinnebeek hebben verkocht en in aanwezigheid van mijn mannen wettelijk afstand ervan hebben gedaan.’

Ik van mijn kant keur de verrichting goed en bevestig de verkoop en de aankoop van voornoemde tienden, zoals ze volledig beschreven staan in een brief van Margareta, mijn geliefde echtgenote. Ieder recht welke ik bezat in voornoemde tienden heb ik overgedragen aan de abt en het convent van Sinnebeek om het in der eeuwigheid te bezitten als zuivere kerkelijke gift. Tot getuigenis draag ik deze brief over aan voornoemde abt en convent van Sinnebeek, na hem te hebben bekrachtigd door een afdruk van mijn zegel. Gedaan in het jaar onzes Heren 1244 in de maand februari.’

Lees verder hier ….

No Comments

No comments yet. You should be kind and add one!

Leave a Reply

You can use these tags:   <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <s> <strike> <strong>