Ravage in Brugge

Posted by  ivan.vanherpe@westhoek.net   in       2 years ago     471 Views     Leave your thoughts  

De Erembalden hebben graaf Karel vermoord
Brugge. 2 Maart 1127. De bende van de familie Erembald heeft graaf Karel de Goede uit de weg geruimd. Het motief is overduidelijk: hij wou en kon de Erembalden niet op het zelfde maatschappelijk niveau tillen als de bestaande ridderschare in Vlaanderen. Door zijn recente beslissing om de ridders te laten beslissen over het lot van de Veurnse familie, heeft hij meteen zijn eigen doodsvonnis ondertekend.

De familie van de Brugse proost Bertulf en zijn broer, kasteelheer Haket heeft de voorbije jaren rond zich een belangrijk machtsbastion opgebouwd in Vlaanderen. Na de koelbloedige moord degraderen de vroegere machtshebbers echter gaandeweg tot verstotelingen van de maatschappij. Kerk en ridders rechten de ruggen en hebben onder elkaar beslist dat er wraak moet worden genomen op de bende Erembalden. Galbert, de vroegere secretaris van de graaf, heeft de gebeurtenissen nauwkeurig neergeschreven.

Het eerste deel van zijn relaas kon u lezen in mijn episode ‘Drama in Sint-Donaas’. In dit vervolg wordt het geleidelijk aan duidelijk dat de bende geïsoleerd zit in de Brugse Burg en in de kerk van Sint-Donaas waar de moord tien dagen geleden heeft plaatsgevonden. De Erembalden zitten als ratten in de val. De afrekening op de moordende kliek die Karel de Goede botweg heeft vermoord, vangt aan. Dat hebben de prinsen van het land beslist. Zaterdag 12 maart. De prinsen noemt Galbert hen. Daniel, Richard, Thierry en konsoorten worden in elk geval met het nodig respect omschreven. De prinsen werken zich in het zweet tijdens een constante belegering van de Burg die nu compleet omsingeld is.

Een bonte bende ambachtslieden biedt zich aan
Rond de middag ondernemen de burgers van de stad Brugge en de gewapende ridders pogingen om de poorten van het kasteel in brand te steken. Een van de tussendeuren tussen de Burg en de ambtswoning van de proost loopt hierbij zware schade op. Bundels hooi en strozakken worden tot bij de deuren gesleept en aangestoken. Met het nodige risico op lijf en leden want de Erembalden bekogelen hen met stenen en pijlen van boven de muren van de burcht.

Een van de aanvallers bekoopt zijn actie met het leven wanneer hij door één van die pijlen gespietst wordt. Het ziet er naar uit dat de burcht niet in te nemen zal zijn zonder zware verliezen. De 13de worden de gevechten ‘on hold’ gezet. Zondag weet je wel. Op de dag van God kan er toch moeilijk gevochten worden. De krachten worden bijgetankt. Op maandagmorgen is er nieuw volk op komst. Mannen uit Gent. Stadsbewoners en landbouwers uit de buitengebieden rond de stad. Ze zijn de graaf niet vergeten en willen meewerken aan de zuiveringsoperatie. Het is een bonte bende. Ambachtslieden van elke slag en soort, maar ook schurken, gemeen volk, crapuul en moordenaars zoeken een uitlaatklep om de hooligan uit te hangen. Enfin, zo komt het toch over als ik lees wat Galbert allemaal geschreven heeft.

Te voet of met paarden en met de hoop om hier een daar een graantje mee te pikken van het goud dat er buitgemaakt zal worden. Ze komen naar Brugge afgezakt met dertig wagens. Allemaal gevuld met wapentuig. Het is warempel een echt volksleger dat zich aanbiedt bij de Brugse poorten. Te veel mensen om te tellen en wat ze precies zullen ga an doen zal wel voor velen niet echt duidelijk zijn. Wanneer ze zich met geweld toegang willen verschaffen tot de stad, stuiten ze op verzet bij de Bruggelingen. ‘Jullie hebben hier niets verloren’, roepen ze. Het scheelt niet veel of de Bruggelingen gaan op de vuist met die van Gent.

Dirk van Holland zou geen slechte graaf zijn
Gelukkig zijn er een aantal slimmeriken bij die het misschien opportuun vinden dat ze hun krachten en hun wapens zouden bundelen in hun gemeenschappelijke strijd tegen de Erembalden. De Gentenaars mogen dus uiteindelijk met al hun troepen Brugge binnen. Ze stellen zich meteen op rond de Burg. Ongelooflijk toch hoe die details komen aanwaaien uit het verleden. Woensdag 16 maart 1127, de nacht van de feestdag van Sinte-Gertrudis. Petronella van Saksen, de gravin van Holland en haar zoon Dirk vervoegen zich bij het beleg. Met een pak volk erbij uiteraard.

Zou Dirk geen goede kandidaat zijn om Karel op te volgen als nieuwe graaf? Er is in elk geval sprake van een actief charmeoffensief. De strijd om de macht in Vlaanderen zou wel eens een geanimeerd verhaal kunnen worden. Veel beloften en veel geld, Galbert is loslippig. Enkele ridders voelen zich inderdaad geneigd om voor Dirk van Holland te kiezen. Nog diezelfde dag stuurt Willem van Lo (kandidaat-graaf nummer één) de heren van Zomergem ter plekke om hen duidelijk te maken dat deze beslissing in handen ligt van de koning van Frankrijk en dat die laatste het graafschap al toegewezen heeft aan hem. Verwarring troef.

De oude meesters zijn nog niet buiten en er wordt al ruzie gemaakt om wie de nieuwe zullen worden. Daar in Brugge lopen er nogal wat ridders rond die er zelfs niet aan denken om ooit mee te vechten voor Willem van Lo, de man die vermoedelijk betrokken was bij de moord op Karel de Goede die ook wel Karel van Denemarken werd genoemd.

Het wordt een woelige nacht
Donderdag 17 maart. De kanunniken van Sint-Donaas hebben ladders aangebracht aan de zuidelijke gevel van de Burg. Via de muren proberen ze zo kerkschatten in veiligheid te brengen. De relieken en de schrijnen van de heiligen. Wandtapijten, gewijde ceremoniekledij, kerkboeken en nog veel meer. Bertulf en zijn mannen hebben in het verleden wat uitgespookt om al die schatten binnen te rijven. Met de hulp van Frumold senior hebben ze zich rijkelijk voorzien van kerkeigendommen.

Het lijkt er op dat de kerk van Sint-Donaas wel ontmanteld werd door de verraders. Het enige wat er gebleven is, lijkt wel hun concubines, hun latrines, de keukens met hun ovens en alle soorten van vuiligheid. Het wordt een woelige nacht. Brandende pijlen over en weer zorgen er voor dat heel wat huizen in het omliggende als fakkels verteerd worden. Brugge doet apocalyptisch aan. Het zijn de belegerden die verantwoordelijk zijn voor die regen van vuur.

En ondertussen proberen dieven alles te stelen wat er te stelen valt. Galbert sakkert. Er is geen tijd om een heel verslag te schrijven. Hij moet zich tevreden stellen met hier en daar een notitie in de hoop om alles op een later tijdstip te ordenen. Zo schiet het hem te binnen dat een deel van de mensen binnenin de Burg er toevallig is en helemaal niets te maken heeft gehad met de aanslag op Karel. Of mannen die pas achteraf gelokt werden met de beloften van geld.

Zo bijvoorbeeld die dekselse boogschutter Benkin. Wat hij daar boven allemaal aan werk verzet, is fenomenaal. Het lijkt er wel op dat hij de job doet van een heel peloton schutters. Ridder Weriot is van een ander allooi. Hij behoort wel tot de kliek van de samenzweerders. Van jongs af aan al bezig met stelen. Een struikrover pur sang die nu aan één stuk door stenen gooit naar de aanvallers en daarbij nogal wat menselijke schade aanricht.

Er komen onderhandelingen aan te pas
De poorten aan de oostzijde hebben ondertussen zware ravage opgelopen door het brandende stro. Er zijn al grote openingen zichtbaar die voorlopig gedicht worden met een allegaartje van materiaal. Ik krijg wat informatie over de manier waarop de Sint-Donaaskerk gebouwd werd. Precies een verhoogde rotonde met een kunstige ronde koepel. Een bouwwerk van bakstenen en leistenen. Vroeger was de kerk opgetrokken in hout met daarboven een fiere toren en dito spits van waaruit de klokken de burgers opriepen om te gaan werken of om ten strijde te trekken. Een brand heeft de oorspronkelijke kerk helemaal in de as gelegd.

De keuze voor steen als nieuw bouwmateriaal was snel gemaakt. Er komen onderhandelingen aan te pas. Ik focus me op de confrontatie die zich aan de voet van de kerk en de Burg aan het afspelen is. Tussen de opgesloten slechteriken zitten er ook dappere ridders die niets liever zouden willen dan zich uit de voeten te maken als ze daartoe de kans zouden krijgen. Het zint hen allerminst dat ze het predicaat van samenzweerder over hun hoofden hebben neer gekregen. ‘We hebben eigenlijk niets met die moord op de graaf te maken’, geven ze mee aan de belegeraars. ”Waarom laten jullie ons niet gewoon gaan?’ vragen ze aan hun aanvoerders, ‘we zijn best bereid onze onschuld voor een vierschaar te bewijzen’.

Na de nodige discussies en gesprekken mag een groot deel mannen dan toch vrij en vrank de Burg verlaten. De proost en zijn medestanders hebben ook wel wat te zeggen. Bertulfs gezicht straalt vertwijfeling uit. Waar is die hoogmoedige, strenge en hautaine blik naartoe? Hij en zijn broer Haket zijn al heel wat pluimen kwijtgespeeld. Burggraaf Haket voert nederig het woord voor het gezelschap en richt zich tot de alliantie van prinsen die hen wil uitroken.

Een serenade van niet gemeende woorden
Een serenade van niet gemeende woorden over hun vroegere vriendschappen en dat ook zij de dood van de arme graaf betreuren maar eigenlijk niet zo bedoeld hebben, maar dat ze ook aan hun families moesten denken. De proost en de jonge Robrecht hebben trouwens helemaal niets te maken met de moord en willen dat op gelijke welke manier ook bewijzen aan de kanunniken. Ze willen zich uiteraard verantwoorden voor het gerecht. Liever dat dan daar opgesloten te blijven met de daders van de moorden.

Je moet het toch maar kunnen zeggen, denk ik. Ze proberen zich wanhopig vast te klampen aan een laatste strohalm. Ridder Wouter is in 1127 ook mijn mening toegedaan. Die vriendschap mogen ze op hun buik schrijven. Al dat geblaat over hun vermeende onschuld maakt niet op zijn minst indruk. Ze hebben notabene de schatten van de staat met de moordenaars onder elkaar verdeeld. Ze bezetten het grafelijk kasteel. En met welk recht dan wel? ‘Wij zijn christenen’ roept Wouter, ‘jullie hebben de wapens opgenomen tegen christelijke legers. Jullie zijn dus werkelijk zo onbeschaamd om zelfs tegen God te vechten.’ De partijen gaan gefrustreerd en geïrriteerd uit elkaar. De confrontatie zal koppig verder gezet worden met een nog grotere hardnekkigheid.

Isaak vlucht naar Steenvoorde
Isaak is na zijn nachtelijke vlucht gearriveerd in Ieper en dat blijkt een misrekening want hij dacht dat hij naar Gent aan het rijden was. Hoe zouden de wegen er eigenlijk uitzien aan het begin van de 12de eeuw? Ik krijg er maar geen beelden van binnen. Een verblijf in Ieper zint Isaak in elk geval niet. Hij vlucht verder naar Steenvoorde, een landbouwexploitatie in handen van zijn schoonzoon Guido. Die raadt hem aan om naar Terwaan te trekken en zich daar als monnik te vermommen.

Het nieuws van zijn vlucht heeft zich echter als een lopend vuurtje verspreid en zorgt voor een algemene klopjacht. Het zal geen sinecure zijn om zich voor de buitenwereld verscholen te houden. Arnold, de zoon van een advocaat uit Terwaan haast zich naar de broeders van de abdij waar Isaak zich nu nog veilig waant. Hij moet dus al van binnenuit op de hoogte zijn gebracht van diens aanwezigheid. Hij vindt de voortvluchtige in de kerk. Verscholen onder de kap van zijn pij. In een pose van gebed en meditatie. Kruistekens en psalmen brengen geen baat. Arnold slaat Isaak in de handboeien en eist van hem dat hij de namen van de samenzweerders opnoemt.

‘Welke personen hebben de graaf verraden?’ Isaak bekent zijn betrokkenheid en somt de namen van zijn kompanen en hun huurmoordenaars op. Het brein achter de aanslag zat bij verscheidene personen: Bosschaert, Willem van Wervik, Ingerrand van Esen, de jonge Robrecht en Wilfried de broer van de proost. Ik ben ondertussen al aanbeland op vrijdag 18 maart van 1127. Met man en macht worden er nu ladders aangebracht aan de Burg. Eenvoudig is dat niet onder die voortdurende regen van pijlen en stenen.

De muren zijn glibberig en hoog
Schermen en schilden moeten voor enige beschutting zorgen. De muren zijn glibberig en hoog, 20 meter en de 4 meter brede ladders zijn bepaald zwaar. De bovenste ladder is minder breed, maar die is op zijn beurt wel een flink stuk hoger. Aan de voet roepen en waarschuwen de Gentenaars voor aankomende projectielen. Het aanbrengen van de stellingen moet een helse job zijn als ik lees wat Galbert allemaal geschreven heeft.

De hele dag door wordt er hard gewerkt en gevochten maar als de avond valt, is er nog niet op zijn minst sprake van een doorbraak. De volgende morgen likken de belegerden vermoeid hun wonden. Die ononderbroken belegering van de Gentenaars blijft in de kleren steken. Aan de andere kant voelen ze zich nu ook wat rustiger. Wat ze daar aan de buitenkant proberen, kunnen ze vrij gemakkelijk afslaan en zo gunnen de mannen zichzelf een korte pauze. Bij het aanbreken van de nieuwe morgen zijn de wachters afgezakt naar de woning van de graaf om zich wat op te warmen bij het haardvuur.

Ze zijn verkleumd door de nachtelijke koude en laten de binnenkoer van de Burg even voor wat ze is. De Bruggelingen ruiken hun kansen. Aan de zuidelijke gevels waar de geestelijken er in geslaagd zijn om hun relieken in veiligheid te brengen, worden er nu smalle ladders aangebracht. Genoeg om één man per keer naar boven te loodsen. Het gaat er bepaald stil aan toe. Een hele groep geraakt zo ongemerkt binnen. Enkelen zakken af naar de poorten waar ze de aarde en de stenen opruimen zodat de belegeraars van de buitenzijde zullen kunnen binnen stormen.

Ridder Giselbrecht stort naar beneden
De mannen daarbuiten weten trouwens niet eens dat een groep van hen al binnen zit. De verzetsgroep vindt eveneens een poortje aan de westkant van de Burg. Voorzien van een stevig slot en helemaal niet versperd door aarde en stenen. Met zwaard en bijl hakken de Bruggelingen de kasteelpoort aan spaanders. Het geluid van de hakbijlen maakt de manschappen aan de buitenzijde van de muren wakker. Met groot tumult komen ze de poortopening binnengelopen. Een hele bende is het. Om het gevecht aan te gaan met de verraders of om te plunderen. Daarom zijn ze toch naar Brugge afgezakt.

Een aantal onder de belegeraars gaat de kerk van Sint-Donaas binnen om beslag te leggen op het lijk van Karel de Goede die meteen naar Gent vervoerd zal worden. De ‘verraders’ van de Erembald-kliek zijn wakker geworden uit hun eerste slaap daar in de woning van de graaf. Ze horen overal geschreeuw en ze lopen verschrikt en onwetend naar buiten om poolshoogte te nemen van wat er aan de hand is. In alle haast grijpen ze nog naar hun wapens maar de meesten zijn er aan voor de moeite. Ze staan voor een overmacht en ze beseffen dat het spel gespeeld is. Ze leveren zichzelf over aan de gratie van de overwinnaars.

Hier en daar zijn er enkelingen die vrezen voor hun leven als ze in de handen van de burgers zullen vallen en in alle haast proberen ze via de glibberige buitenmuren naar beneden te klauteren. Zo bijvoorbeeld ridder Giselbert die naar beneden stort en de vlucht met zijn leven bekoopt. Enkele vrouwen dragen zijn dode lichaam naar een huis in de binnenstad om hem klaar te maken voor zijn begrafenis.

Ze gooien zijn lichaam in een open riool
Dat is niet naar de zin van de Diksmuidse burggraaf Diederik de Bevere en zijn mannen. Ze sleuren het lijk van Giselbert buiten de woning, binden het aan de staart van een paard en slepen het daarna door alle wijken van de stad. Als afsluiter gooien ze het lichaam in een open riool van de publieke markt. Voor de woning van de graaf is het verzet nog niet helemaal gebroken. Enkele belegerden bieden nog altijd weerstand en dringen hen terug binnen in het huis waar ze hen van kamer naar kamer achterna zitten.

Tot ze uiteindelijk arriveren in de kamer waar Karel van Denemarken zich gewoonlijk klaar maakte om naar de kerk te stappen. In deze met stenen gebouwde voute wordt hevig strijd geleverd. De Bruggelingen vechten nu man tegen man en met het zwaard. Ik maak een gevecht mee zoals ik die enkel gezien heb in de zwart-witte avonturenfilms van mijn jeugd. Goed tegen slecht. Met de nodig details rond de overmacht en het bloedvergieten.

Dit is een fragment uit deel 5 van De Kronieken van de Westhoek – lees verder op http://www.westhoek.net/P1129100.htm – ook verkrijgbaar op het eboek ‘De Moord op graaf Karel’.

No Comments

No comments yet. You should be kind and add one!

Leave a Reply

You can use these tags:   <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <s> <strike> <strong>