Robert van ’t Westkwartier

Robrecht van Cassel is de zoon van de Vlaamse graaf Robrecht van Bethune. Zijn levensloop verloopt voor een flink stuk parallel met de Vlaamse ontvoogdingsstrijd voor en na de guldensporenslag. Hij kiest aanvankelijk de Vlaamse zijde, maar de man blijkt achteraf onbetrouwbaar tot en met. Vooral het verbranden van zijn geboortegrond in Cassel laat in 1328 diepe sporen na.

 

Deze kroniek is hier beschikbaar in geïllustreerde vorm.

 

Robrecht van Bethune en Gwijde van Dampierre laten zo hun sporen na in de geschiedenis van Vlaanderen. Ondanks hun vaak roekeloos gedrag en hun vaak decadente levensstijl die betaald werd door de hardwerkende Vlaming, laten ze allebei een zweem van eerbied na. Precies alsof zij nu echt die leeuwen van Vlaanderen waren aan wie wij onze Vlaamse identiteit te danken hebben. Met Robrecht van Cassel, de zoon van Robrecht van Bethune, is het net andersom.

Tijdens zijn leven kiest hij een aantal keren resoluut de kant van het gewone volk. En toch laat hij een reputatie na als die van een windhaan. Een opportunist die eigenlijk altijd de zijde gekozen heeft van diegenen die de macht in handen hadden. Maar diezelfde Robrecht van Cassel intrigeert en biologeert. Eigenaardig. Natuurlijk moeten we verder met de geschiedenis van de Westhoek. Maar de studie van historicus Edward Le Glay (1785-1863) rond het leven van de gravenzoon, die het ‘comité Flamand de France’ in 1868 laat verschijnen, houdt de belofte in om nu eindelijk eens echt te ontdekken wat de man bezielde.

Wie was Robrecht van Cassel nu eigenlijk? Le Glay wordt eveneens gefascineerd door de grote invloed die Robrecht van Cassel uitoefent op de illustere gebeurtenissen van de 14de eeuw. De levensloop van de man loopt voor een flink stuk parallel met de met dramatiek beladen Vlaamse ontvoogdingsstrijd voor en na de Guldensporenslag. Hij probeert zich een schets te vormen van het getormenteerde leven van die simpele gravenzoon die zo goed als onterfd wordt door zijn vader die kreunt onder de eisen van de Franse politiek die op zijn beurt wil afrekenen met de al te grote macht van de feodale heren.

De enen bewonderen Robrecht van Cassel, de anderen vervloeken hem. Le Glay gaat op zoek bij rasechte Leliaards en luistert bij pure Vlamingen. Veel Vlamingen in Frans-Vlaanderen hebben in de 19de eeuw een confuus beeld van zichzelf en van hun volk. Hoe zouden ze zich dan een concreet beeld kunnen vormen van die van Cassel?

Ze vangen de glimp op van de man als een dappere ridder, één van de meest talentvolle prinsen van zijn tijd, nog volop blijven hangen in de tijden van de leenheren en de vazallen. Le Glay vindt het cruciaal dat hij de man totaal onbevooroordeeld benadert: ‘scribitur ad narrandum, non ad propandum’. De Rijselse historicus probeert eerst en vooral orde te scheppen in de chaotische overdaad aan gegevens en gebeurtenissen die zichzelf regelmatig tegenspreken. Er moet gewerkt worden aan een juiste chronologie. En dat is allemaal niet zo eenvoudig. Vroeger werden de jaren niet alleen geteld tussen 1 januari en 31 december, maar ook tussen Pasen en Pasen. En dan is er nog de vaak verwarrende naamgeving van de verschillende ‘Robrechts’ in het geslacht van de Dampierres die allemaal ook aangesproken worden met ‘Robrecht van Vlaanderen’.

Of Lodewijk van Nevers die evengoed omschreven wordt als Lodewijk van Crécy. Hoe dan ook; Robrecht, gekend als de heer van Cassel, het leengebied dat hij in 1320 verwerft van zijn vader, kan evengoed aangesproken worden als Robrecht van Vlaanderen of als Robrecht van Nevers. De familie zit vrij complex in elkaar. De naam Robrecht van Vlaanderen en van Nevers geldt trouwens evengoed voor die van zijn vader. Om het leven van Robrecht van Cassel goed te begrijpen, gaan we noodgedwongen terug naar de afkomst van zijn familie.

Gravin Margaretha van Constantinopel huwt met legerbevelhebber Willem van Dampierre afkomstig van een bekende, maar ietwat verarmde adellijke familie uit de Champagnestreek. Ze krijgen samen vier kinderen: Willem (1225), Gwijde (1226), Jan (1230) en Johanna. Als Willem op jonge leeftijd in 1251 sterft, komt Gwijde als wettelijke troonopvolger aan de macht in Vlaanderen. Gwijde trouwt met Mathilde van Bethune en wordt daardoor ook de heer van de heerlijkheden Dendermonde en Bethune. Tijdens het huwelijk van Gwijde en Mathilde wordt Robrecht van Bethune geboren. Als eerste van een hele reeks kinderen.

Bij de dood van zijn moeder, erft hij het voogdijschap over Atrecht (Arras), Bethune en Dendermonde en talrijke domeinen in Vlaanderen en Artesië. Vader Gwijde van Dampierre hertrouwt twee jaar later met Isabella van Luxemburg en wordt daardoor heerser over het graafschap Namen. Robrecht van Bethune zal er tijdens het nieuwe huwelijk van zijn vader nog 11 stiefbroers- en zusters bij krijgen. In 1265 trouwt de 18-jarige Robrecht van Bethune met Blanche, een kleindochter van de Franse koning en de dochter van Karel van Anjou. Ze krijgen in 1269 een zoon die ze Willem noemen. Maar Blanche sterft op het kraambed van Willem.

In 1272 hertrouwt Robrecht met de vijfentwintigjarige weduwe Yolande van Nevers. Het jaar erop erft Robrecht het graafschap van Nevers en wordt hun zoon Lodewijk geboren. Een stiefbroer dus voor Willem. Rond 1275 komt Robrecht van Cassel ter wereld. Willem, het 11-jarig zoontje van Robrecht en Blanche sterft in 1280 onder verdachte omstandigheden.

Bepaalde kronieken insinueren dat het kind omgebracht wordt door zijn stiefmoeder Yolande die absoluut zeker wil zijn dat haar erfdeel zal overgaan op haar eigen kinderen. Robrecht van Cassel heeft 3 jongere zussen. Johanna, de dame van Coucy en St.-Gobain (+1333), Yolande (+1313), getrouwd en vijf kinderen met de heer van Enghien, en Mathilde, (+1328), de dame van Florines. Het is bekend dat Robrecht van Bethune zijn dochters een forse bruidschat schenkt: 36.000 Parijse ponden aan Johanna, 19.000 ponden aan Yolande en 30.000 ponden aan Mathilde.

Laatstgenoemde krijgt trouwens op kerstnacht 1317 ook de lenen van Beveren en Elverdinge als erfdeel. De geschiedenis leert ons niets over de jeugd van Robrecht van Cassel. De eerste sporen die we van hem terugvinden, dateren van rond 1300. Hij moet ergens vijfentwintig jaar zijn als zijn grootvader in een hinderlaag loopt van Filips de Schone. Gwijde van Dampierre reist naar Parijs om er te onderhandelen over vrede met de Franse koning. In zijn zog reizen zijn dochter Filippina en zijn zonen Robrecht van Bethune en Willem van Dendermonde. Zijn kleinzonen Lodewijk van Nevers en Robrecht van Vlaanderen behoren eveneens tot de Vlaamse delegatie.

Ze worden geëscorteerd door een groep Vlaamse ridders waar onder meer Jan van Belle, de heer van Hondschote, deel van uit maakt. Ze worden met zijn allen op verraderlijke manier aangehouden en voor vier jaar geïsoleerd van hun achterban. Filippina zal nooit meer vrijkomen. Vermoedelijk verblijft Robrecht van Cassel de hele tijd in het graafschap Nevers waar hij trouwens in 1304 tot ridder geslagen wordt. Hier is trouwens het besef gegroeid dat hij als zoon van Vlaanderen voorbestemd is om een actieve rol te spelen bij de turbulente evenementen die zich in zijn thuisland afspelen.

Robrecht heeft tijdens zijn jeugdjaren een Vlaamsgezinde opvoeding gekregen en hij kent de gebruiken in Vlaanderen tot en met. De man lijkt voorbestemd om één van de leiders te worden van de Vlamingen die hun grondgebied met een energieke hardnekkigheid verdedigen tegen de dominantie van een Franse leenheer die over eindeloze middelen lijkt te beschikken. De controverse tussen Frankrijk en Vlaanderen is al aan de gang sinds 1075 met opflakkerende tussenpozen zoals de strijd van Bovines in 1214.

De Fransen kunnen het niet verkroppen dat Vlaanderen stilaan uitgroeit tot het meest welvarende deel van het Frankenland en doen er alles aan om te vermijden dat de Vlaamse provincie zich zou afweken van het moederland. Ridder Robrecht van Cassel krijgt in 1304 te maken met de intelligentie van de onberekenbare Filips de Schone die op dat moment al twintig jaar de scepter zwaait over Frankrijk. Het is een wrede en koele heerser die niet wars is van smerige spelletjes. Hij misbruikt als géén ander zijn vriendschap met de paus en stelt zich rancuneus en bijzonder kwaadaardig op tegenover iedereen die zich wil meten met zijn macht en rijkdom. De oude graaf Gwijde zal het wel geweten hebben. Hij wordt gevangen gehouden in het Louvre of in Compiègne.

Zijn oudste zoon Robrecht van Bethune zit vast in Bourges. Robrecht van Cassel en zijn broer Lodewijk worden onder surveillance geplaatst in de buurt van Nevers. Het gaat er rustig en vreedzaam aan toe. Helemaal anders dan in Vlaanderen waar hun thuisland tussen 1300 en 1304 zowat de meest turbulente periode van zijn bestaan meemaakt en waar de rivaliteit tussen de Leliaards en de Klauwaards hoge toppen scheert. Lodewijk van Nevers is er eigenlijk fijn gerust in. Maar zijn broer Robrecht van Vlaanderen voelt zich wel overbodig en machteloos in dit godverlaten stadje van de Nivernais. Hij is op een leeftijd gekomen om zelf actief deel te nemen, maar moet machteloos toezien hoe zijn vaderland verscheurd wordt, zonder dat hij er ook maar iets kan aan doen. Robrecht wil kost pas kost terugkeren naar Vlaanderen.

Op 20 mei 1304 besluit Robrecht om zich uit de voeten te maken en terug te keren naar zijn thuisland. Met de hulp van broeder Pierre wordt een manifest verspreid en laat hij weten dat het zijn persoonlijke taak is om de eer van zijn vader te verdedigen en dat hij er alles zal aan doen om de graaf uit zijn gevangenis te bevrijden. Door zijn vlucht verliest hij zijn rechten op zijn leengebieden in de Champagne, maar hij heeft er van nu af aan alles voor over om zijn vader op vrije voeten terug te brengen naar zijn graafschap Vlaanderen.

Hij sluit zich aan bij zijn ooms Filips van Chieti en Jan van Namen die op dat ogenblik een veldslag aan het uitvechten zijn in Doornik. De Vlamingen hebben hun hoop gevestigd op Filips van Chieti. De edelen hebben hem aangesteld als hun ruwaard. De titel ‘ruwaard’ is eigenlijk afkomstig uit het Duitse ‘Ruhe Warten’ en wordt in het Vlaams vertaald als ‘rust-bewaarder’. Filips van Chieti is aangesteld als een regent die er moet over waken dat de rust bewaard blijft in Vlaanderen. Korte tijd later is er sprake van een tijdelijke terugkeer van Gwijde van Dampierre, die de nodige gijzelaars ter beschikking stelt om voor korte tijd terug te keren naar Vlaanderen.

Er wordt een tijdelijke wapenstilstand afgekondigd zodat de graaf op zoek kan gaan naar vredelievende oplossingen. Maar de oude man heeft zijn beste tijd gehad en keert korte tijd later, zoals afgesproken, terug naar zijn gevangenschap van Compiègne. Hij is uitgeput. De toestand in zijn thuisland is trouwens helemaal niet van dien aard dat er ook maar sprake kan zijn van vrede en de Franse koning is al evenmin gek om in discussie te gaan met die vermaledijde Vlamingen.

Ridders spelen een toonaangevende rol in de oorlogsvoering van die tijd. Het zijn de aanvoerders zelf die hun mannen naar de strijd leiden. Het zijn trotse mannen die met hart en ziel voor het vaderland de Groeningestrijd wonnen in 1302. Onder leiding van hun commandant Jan van Namen, zoon van de graaf, werd het een elitestrijd waar zelf de broer van de Franse koning zijn leven liet, en waar honderden vergulde sporen achtergelaten werden als trofee van die historische overwinning voor de Vlamingen. Maar de Franse koning is verre van uitgeteld.

Anderhalf jaar later ontmoeten ze elkaar ter hoogte van Zierikzee waar de Vlamingen een nederlaag aan hun broek gesmeerd krijgen. De zoon van de graaf van Vlaanderen, die de vloot aanvoerde, wordt krijgsgevangen genomen en weggevoerd naar Calais. Maar de Vlamingen blijven niet bij de pakken zitten en maken intensief werk van een nieuw leger. Robrecht van Cassel en zijn neef Willem, graaf de Juliers, zullen het centrum van het leger bezetten aan het hoofd van milities uit Rijsel, Ieper en Kortrijk. Fransen en Vlamingen ontmoeten elkaar op de Pevelenberg op 18 augustus 1304.

Filips de Schone pretendeert dat de Fransen winnen en laat zelfs een ruiterstandbeeld van zichzelf oprichten in de O.L.V.-kerk in Parijs. Maar de realiteit is anders. Onder de loden zomerhitte van die dag blijkt geen van de troepen in staat om de andere definitief te vellen. Ja, het wordt één reusachtig aaneengesloten bloedblad met dan nog uiteindelijk de Vlamingen die de overwinning claimen. Het Vlaamse leger trekt de volgende dag naar Rijsel. De milities keren finaal terug naar hun thuissteden onder de leiding van Robrecht van Vlaanderen en Jan van Namen.

Willem de Juliers is gesneuveld tijdens de slag. Filips van Chieti blijft in Rijsel. Het duurt al met al niet lang vooraleer de Fransen aan de poorten van de stad staan en die gaan belegeren. De Vlaamse milities die zich allerminst verslagen voelen op de Pevelenberg, komen nog voor 30 september terug naar Rijsel. Nog vuriger en in groten getale onder de leiding van Robrecht en Jan. De koning moet niet denken dat hij het Vlaamse Rijsel zal kunnen innemen!

Ze slaan ostentatief hun tenten op in de nabijheid van de blauwe Leliaardtent van Filips de Schone en dagen de Fransen uit om te vechten. De Franse koning reageert verrast op de stoutmoedigheid van de massaal toegestroomde Vlamingen. ‘Ik geloof dat het hier Vlamingen regent’, roept hij uit. Hij stelt een vredesverdrag voor, noemt de Vlaamse steden, hun besturen en edelen bij naam en biedt Vlaanderen het eigendomsrecht over Rijsel, Douai en Bethune aan. De Vlaamse onderhandelaars aanvaarden het voorstel van Filips de Schone zonder te beseffen dat de koning alleen maar tijd wil winnen om de volgende keer wel met een degelijk leger op de proppen te komen.

We zijn december 1304 als Gwijde van Dampierre het akkoord ondertekent. Er wordt afgesproken dat er vanaf 16 januari 1305 onderhandelingen zullen starten tussen de Fransen en de Vlamingen om uiteindelijk tot een meer gedetailleerd vredesakkoord te komen. De slimme Filips de Schone krijgt nu enkele maanden uitstel om de oude Gwijde tot verdere toegevingen te dwingen. Maar de oude graaf overlijdt in maart op het kasteel van Pointoise. Nog voor hij van de vrijheid heeft kunnen proeven. Zijn dood wordt aanvankelijk verzwegen.

Maar als het overlijden van zijn vader na enkele maanden dan toch bekend geraakt bij Robrecht van Bethune, betekent dit het signaal om op krachtdadige wijze zijn eigen terugkeer naar het graafschap Vlaanderen af te dwingen. Zijn invrijheidstelling op 3 juni 1305 betekent in realiteit een alibi voor beiden om het vredesverdrag van Athis-sur-Orge aanvaard te krijgen door de Vlamingen. Tot ieders verrassing worden Rijsel, Douai en Bethune opnieuw afgestaan aan Frankrijk. Hier wordt de basis gelegd van twintig jaar rellen en ongenoegen in Vlaanderen. Niet moeilijk. De nieuwe graaf van Vlaanderen belooft, in naam van de Vlaamse steden, dat zij de hoge boetes zullen betalen aan de Franse schatkist.

Die belofte zorgt voor grote mistevredenheid en oppositie van die van Ieper, Brugge, Kortrijk en Gent. Robrecht van Cassel staat in die tijd pal achter de beslissingen van zijn vader Robrecht van Bethune. Ondertussen trekt zijn oudste broer Lodewijk van Nevers zich op het Franse niets aan van die oorlogstoestanden. Hij leeft een verdorven leven vol met uitspattingen en bestialiteiten. Gelukkig komt hij niet naar Vlaanderen, waar hij het zijn vader nog extra moeilijk zou maken.

Trouw is Robrecht van Cassel zeker. Vanaf 1306 staan hij en zijn ooms Willem en Jan van Vlaanderen borg voor schulden die Robrecht van Bethune aangegaan is ten opzichte van Italiaanse bankiers. Ondertussen blijven de Vlaamse steden bij hun weigering om de harde vredesvoorwaarden van Athis-sur-Orge te slikken. In 1307 trekt Robrecht met Boudewijn Alour en Simon Brasketin, en een reeks wethouders naar Parijs in een poging om die voorwaarden enigszins te doen milderen. Maar van toegevingen blijkt amper sprake. Op 8 juli 1307 is Robrecht van Cassel aanwezig in Ieper als de schepenen alsnog instemmen met de meeste van de opgelegde voorwaarden. Maar er blijft protest.

Einde 1307 verblijft Robrecht van Cassel in Duinkerke van waaruit hij het niet onder de markt heeft om Brugge te overtuigen om het akkoord te ondertekenen. Maar de Bruggelingen verkiezen liever te vechten dan om dit schandalig protocol te ondertekenen. Na veel vijven en zessen vertrekt een delegatie van de Vlaamse steden, in het gezelschap van Robrecht van Cassel, op 26 maart 1308 naar Parijs. Ook broer Lodewijk van Nevers is van de partij. Er komen enkele zwakke aanpassingen van het vredesakkoord en er is ook sprake van een akkoord tussen de twee broers over de troonsopvolging moest hun vader komen te overlijden.

Robrecht van Cassel smeekt de steden om het afgezwakte akkoord van Athis-sur-Orge eindelijk te willen aanvaarden. Het is niet langer een kwestie van willen. Het is van moeten. Zonder akkoord zal Robrecht zich ‘tot zijn grote spijt’ verplicht zien om in te grijpen.

Alle steden, met uitzondering van Brugge, gaan door de knieën voor dit dreigement. Die van Brugge vragen en krijgen bedenktijd. Dank zij de actieve tussenkomst van Robrecht van Cassel komen er nog enkele wijzigingen in mei en juli van 1309. Brugge aanvaardt op 8 juli. Het geheel wordt nu geratificeerd op 16 december van het jaar 1309. Er breekt nu een korte periode aan van relatieve rust in het graafschap Vlaanderen. Tussen Robrecht van Bethune en zijn oudste zoon Lodewijk van Nevers botert het niet. Ook de Vlamingen beschouwen Lodewijk als hun vijand.

Telkens als graaf Robrecht een deel van zijn macht wil afstaan, doet hij dat aan zijn jongste zoon. Zo is het bijvoorbeeld Robrecht van Cassel die wordt afgevaardigd om aanwezig te zijn op de kroningsceremonie van Karel de Schone in 1322. Zijn zoon heeft voor hem gevochten voor de onafhankelijkheid van Vlaanderen en staat de graaf voortdurend bij met diens onderhandelingen met Frankrijk. Lodewijk van Nevers wordt enkel aanzien als een obstakel. Nadat het akkoord met Frankrijk in 1309 wet is geworden, groeit de sociale onrust gaandeweg. De rivaliteit tussen het gewone volk en de Vlaamse adel groeit met de dag. Robrecht van Cassel ziet zich regelmatig verplicht om in naam van zijn vader tussen te komen in de conflicten.

De voorbije jaren is het vertrouwen van de adel en de rijke burgerij in de gravenzoon alleen maar toegenomen. Zijn rol als scheidsrechter lijkt hem op het lijf geschreven. De oorlog met Frankrijk is gesust en net zoals zijn vader krijgt Robrecht de kriebels om zich te wagen aan buitenlandse militaire expedities. Zijn achterneef Hendrik VII van Luxemburg maakt aanspraak op de eigendomsrechten van het oude Italië en roept onder andere zijn ooms Jan van Namen, Gwijde en Hendrik van Vlaanderen op om hem militair te ondersteunen in zijn strijd tegen de Gibelijnen. Robrecht van Cassel reist met hen mee naar Breccia en Pisa en gaat zich moeien in andermans zaken in een poging om Rome te bereiken.

Robrecht van Cassel laat zich onderscheiden tijdens een veldslag ter hoogte van Firenze. De keizer van Italië toont zijn erkentelijkheid en schenkt hem het leengebied en de tienden van de Lombardische stad Casale. Het wordt nu plots duidelijk waarom Robrecht van Cassel al omschreven wordt als ‘van Cassel’ nog lang vooraleer hij enige rechten heeft op die Vlaamse stad. Casale wordt in die tijd Casal genoemd en het minieme onderscheid tussen Casal en Cassel (allebei afgeleid van het Latijnse Castellum) zal voor de nodige misverstanden zorgen bij de historici. Maar het is duidelijk: in 1312 is het Robrecht van Casal en (nog) niet Robrecht van Cassel.

De Vlamingen laten zich in Pisa onderscheiden door hun dapperheid als ze worden aangevallen door een vijandelijk leger en er een veldslag leveren die anderhalf uur duurt en door Le Glay wordt omschreven als ‘une affreuse boucherie’! Korte tijd later is Robrecht betrokken bij een zwaar treffen in San Gemignano. Het aantal Vlaamse ridders, dat sneuvelt daar in Italië is indrukwekkend. Robrecht heeft afdoende redenen om zo snel mogelijk terug te keren naar Vlaanderen waar zijn vader het alweer aan de stok heeft gekregen met Filips de Schone. Hij twijfelt even, maar keert uiteindelijk in de zomer van 1313 terug naar het graafschap.

Tijdens het verblijf van Robrecht in Italië, gaat het met zijn broer van kwaad naar erger. De humeurige en kolerieke Lodewijk profiteert van zijn machtspositie en maakt zich schuldig aan obscure gewelddaden op zijn vazallen. Zijn gedrag is ontoelaatbaar voor koning Filips. Lodewijk van Nevers ziet zich genoodzaakt om uit Frankrijk weg te vluchten en zoekt een schuilplaats in Vlaanderen. Op 5 oktober 1311 stuurt Filips de Schone een aanmaning naar de baljuws van de Vermandois en Amiens. Hij verplicht de oudste zoon van Robrecht van Bethune om op 1 december te verschijnen voor de pairs van Frankrijk.

Lodewijk weigert om het oordeel van de hoogste Franse adel te ondergaan. Het gevolg laat zich raden. De uitspraak van de pairs is genadeloos: zijn graafschap Nevers wordt in beslag genomen en hij verliest alle rechten om zijn vader als graaf van Vlaanderen op te volgen. De banneling doet nog pogingen om zijn kinderen over te laten brengen naar Vlaanderen onder het mom van hen de Vlaamse taal te laten aanleren, maar zijn vrouw en zeker de koning van Frankrijk, trappen niet in die valstrik en ze blijven netjes op Frans grondgebied. Lodewijk maakt gebruik van de afwezigheid van zijn broer om zijn geschil met de Franse koning te linken met de zorgen van zijn vader, die het bijzonder moeilijk heeft met het verlies van Rijsel, Douai en Bethune. En natuurlijk ook met die godverdomse afbetalingen voor de voorbije oorlogen. Lodewijk krijgt zijn vader zo ver om hem op 11 juli 1312 te laten verklaren dat de Franse koning niet de minste zeggenschap heeft om zich te moeien over zijn toekomstige troonsopvolging.

De Franse politiek is er tot op dat moment altijd op gericht geweest om te profiteren van de tweespalt tussen de machtige Vlaamse steden en de graaf. De discussie rond het afbreken van ongewenste versterkingsmuren en het tijdig betalen van de taksen, zorgt voor zoveel wrevel tussen de graaf en de stedelingen, dat er geen sprake is van een eensgezind Vlaanderen. Maar Filips de Schone is een klootzak eerste klas. Waarom zou hij die opstandige en verbannen Lodewijk van Nevers niet gebruiken om zijn levensdoel te realiseren en Vlaanderen rechtstreeks onder koninklijk bevel te brengen? Hij ziet ook wel dat het gezin van Lodewijk op en top Frans is en dat de opvolging over Vlaanderen zich best hier kan situeren.

Het snode plan van de Franse koning zorgt voor een belangrijke wijziging in de Franse strategie tegenover het graafschap Vlaanderen en meer specifiek tegenover graaf Robrecht van Bethune die met de terugkeer van zijn verloren zoon zijn persoonlijk paard van Troje binnen haalt. Robrecht van Bethune eist de teruggave van Rijsel, Douai en Bethune omdat de Vlaamse steden hun woord hebben gehouden en de ronde som van 600.000 Doornikse ponden hebben betaald aan Frankrijk. Maar Filips doet alsof zijn neus bloedt.

De zaak escaleert. Robrecht weigert om verder in te gaan op het verzoek van het Franse parlement om te verschijnen voor de pairs van Frankrijk. Hij weigert te gehoorzamen aan Frankrijk. Het Franse parlement confisqueert nu Vlaanderen en de paus slaat de graaf, zijn aanhangers en zijn opvolgers met veel machtsvertoon in de ban van de kerk. Robrecht van Bethune voelt zich in het nauw gedreven en staat uiteindelijk toe om te verschijnen op een ultieme zitting van de pairs die doorgaat op 31 juli 1313 in Arras. Noodgedwongen aanvaardt hij de definitieve afstand van de steden Rijsel, Douai en Bethune aan de Franse kroon.

Zoon Lodewijk speelt een verdachte rol bij het verdrag. Zijn broer Robrecht wordt in elk geval het kind van de rekening. Allemaal erg vreemd. De koning eist Robrecht van Cassel, amper terug van zijn escapades in Italië, op als gijzelaar, als onderpand voor de strikte naleving van het akkoord van Arras. Robrecht wordt aanvankelijk naar het kasteel van Pontoise gevoerd, en op bevel van Filips de Schone in augustus 1313 naar het kasteel van Verneuil overgebracht. Lodewijk heeft nu vrij spel. Hij overtuigt zijn vader om in september te starten met verregaande vredesonderhandelingen.

Het moet gezegd worden: bovenaan op de verlanglijst wordt de onmiddellijke vrijlating gevraagd van Robrecht en van alle Vlaamse gijzelaars. Orchies 1313. Op 13 september verklaart Robrecht van Bethune, in het bijzijn van Lodewijk, dat hij zich nederig verontschuldigt tegenover de Franse koning en dat hij het vruchtgebruik over graafschap Vlaanderen met onmiddellijke ingang van zaken overdraagt aan zijn zoon Lodewijk van Nevers. Als Robrecht van Bethune zal sterven, dan wordt Lodewijk van Nevers zijn troonopvolger.

De eerste stap naar de totale onterving van Robrecht van Cassel is gezet. Lodewijk van Nevers houdt vast aan zijn dubbelspel. De Vlaamse steden zien dat verdrag van Orchies helemaal niet zitten. Er is nog maar eens sprake van nieuwe herstelbetalingen en het verdwijnen van die drie belangrijke handelssteden uit het graafschap is pijnlijk. Lodewijk verzet zich, voor de schone schijn, nog tijdens de onderhandelingen van Orchies tegen de afstand van Rijsel en konsoorten. Welke belangen worden hier gediend?

Op een bepaald moment is er zelfs sprake van omkoping van de voornaamste Franse onderhandelaar Enguerrand door Lodewijk in hoogsteigen persoon. De kronieken van St. Denis hebben het over de overdracht van juwelen en geld ergens op een godvergeten plek op het Vlaamse platteland. Op 29 november 1314 sterft Filips de Schone, maar zijn dood verandert niets aan het lot van Vlaanderen. In die periode schenkt Robrecht van Bethune enkele Vlaamse heerlijkheden aan zijn jongste zoon Robrecht van Cassel. Aalst, Bornem, het land van Waas.

Robrecht van Cassel en zijn oom Jan van Namen maken opnieuw deel uit van een missie die voor het Vlaamse parlement zal proberen de drie verloren steden terug te winnen en de eisen van de nieuwe Franse koning Lodewijk de Ruziemaker te matigen. Zijn broer Lodewijk die de belofte op zak heeft om zijn vader op te volgen als graaf van Vlaanderen, heeft er natuurlijk alle belangen bij dat de Franse koning hier mee instemt. Hij is en blijft immers de opperleenheer over Vlaanderen. Terwijl Robrecht van Cassel en Jan van Namen onderhandelen met de Franse advocaten, is hij in de loop van mei 1315 ten persoonlijke titel aan het onderhandelen over een geheim verdrag. In juli 1315 komen de krijtlijnen van dit nieuwe verrassende akkoord naar boven.

De Franse koning erkent de rechten van de oudste zoon van Lodewijk van Nevers als wettelijke troonopvolger van het graafschap Vlaanderen in ruil voor de definitieve annexatie van Rijsel, Douai en Bethune bij Frankrijk. Het is natuurlijk een mes in de rug van Robrecht van Cassel die nu elke aanspraak op het graafschap mag vergeten. Hij ziet zich terecht als het slachtoffer van het verraad van zijn broer, de zwakte van zijn vader en de smerige ambities van koning Lodewijk. Terwijl hij in opdracht van zijn vader onderhandelt met Frankrijk om die cruciale steden bij Vlaanderen te houden, marchandeert zijn broer het omgekeerde voor zijn eigen persoonlijke belangen! Robrecht heeft trouwens nog geen vermoeden welke verdere intriges zich in zijn nadeel aan het afspelen zijn.

Robrecht van Cassel en Jan van Namen stellen zich tegendraads op ten opzicht van de Franse pairs en dat leidt tot een publieke veroordeling van graaf Robrecht van Bethune en de zijnen op 18 juni 1315, ‘le 18e jor de juygnet 1315’. De beschuldiging van majesteitsschennis is niet min. Heel Vlaanderen, elke kerk, elke autoriteit, elk leen, elke wetgeving, elke titel, elk privilege, elke stad wordt onwettig verklaard. Alle Vlamingen worden nu gedegradeerd tot verschoppelingen van het Franse koninkrijk. De Vlamingen gaan pal achter de graaf staan als hij nu volop rebelleert tegen de Franse aanspraken op Vlaanderen.

De Fransen die klaar staan om de grens over te steken, worden in hun opzet geblokkeerd door de overvloedige moessonregens van het najaar. Ze zijn net begonnen aan de belegering van Kortrijk, maar de mannen staan tot aan de knieën in het water en de paarden zakken nog verder door in de West-Vlaamse modder. De bevoorrading van voedsel en munitie is een flop. Er zit niets anders op voor de Fransen om zich halsoverkop, als onnozele idioten, uit de voeten te maken. De kronieken vertellen dat de Vlamingen zich maar al te graag haasten om de Franse tenten, paviljoenen, gouden juwelen en zilverwerk buit te maken. Wat een heerlijke gedachte toch: ‘que c’est merveille à penser’.

Lodewijk de Woelzieke krijgt de kans niet om zich te revancheren voor zijn afgang in de modder rond Kortrijk. Hij sterft op 5 juni 1316. Zijn broer Filip volgt hem op als regent van Frankrijk. De Vlaamse gemeenschap probeert de relaties te herstellen met de nieuwe regent en stuurt gedelegeerden naar hem toe om te onderhandelen over een mogelijke vrede. Filip is bereid om enkele kleine toegevingen te doen op voorwaarde dat Robrecht van Bethune en zijn jongste zoon zich nederig komen verontschuldigen.

Daarbij komt de eis dat Robrecht van Cassel, de komende 2 jaar een aantal bedevaarten moet uitvoeren. Naar de Onze-Lieve-Vrouwen van Gallicië, Rocamadour, Vauvert, de Provence en naar de Puy de Dôme. Rijsel, Douai en Bethune blijven definitief bij Frankrijk. De kastelen van Kortrijk en Cassel moeten worden afgebroken en de nieuw aangelegde stadsversterkingen rond Gent, Brugge en Ieper moeten met de grond gelijk worden gemaakt. Ook de toekomstige opvolging van de zoon van Lodewijk van Nevers als graaf van Vlaanderen wordt bevestigd. Einde augustus 1316 wordt het verdrag ondertekend. De speciale voorwaarden, vooral het bespottelijke aantal bedevaarten, om Robrecht van Cassel zo ver mogelijk te verwijderen van de Vlaamse macht, bewijzen de grote schrik die ze in Frankrijk hebben voor hem.

Het is niet verwonderlijk dat Robrecht einde augustus niet bereid is om dat vredesverdrag te ratificeren. Filip, de Lange, ondertussen gekroond tot Franse koning, vindt het op 19 november 1316 welletjes en stuurt troepen naar Sint-Winoksbergen en Cassel die er vrij grote verwoestingen aanrichten. Robrecht van Vlaanderen, hij moet nu zowat veertig jaar zijn, beantwoordt de vijandelijkheden met een leger van Westhoeksoldaten en slaagt er in om de Fransen terug te drijven. In een akte van november 1317 worden de grafelijke eigendommen definitief verdeeld. Robrecht van Cassel moet daarbij nog aanvaarden dat alle landgoederen in Aalst en in het Land van Waas zullen moeten terugkeren als hij niet beschikt over wettige erfgenamen.

Ondertussen verblijft zijn oudere broer Lodewijk nog steeds noodgedwongen in zijn kasteel in Deinze. Hij trekt zich niets, maar dan ook werkelijk niets aan van enig bestuur in Vlaanderen. Robrecht van Cassel echter blijkt aan sympathie en waardering te hebben gewonnen bij de modale Vlaming. De Vlamingen die zo graag een langetermijnoplossing willen en vooral een zelfstandig Vlaanderen, richten hun hoop op paus Johannes XXII. Hij is de enige die de Franse koning op andere gedachten kan brengen.

Ze dagdromen. Het heeft heel wat voeten in de aarde, maar uiteindelijk stemmen alle partijen er in toe om de paus om een ‘scheidsrechterlijk’ oordeel te vragen. Niet als een rechter, maar als een vriend. Precies alsof enig oordeel zal geveld worden zonder voorafgaande akkoord van het Franse hof. Robrecht van Cassel, Hendrik van Vlaanderen en een Vlaamse delegatie krijgen een vrijgeleide om gedurende de maand maart 1318 naar de residentie van de paus te reizen in het Franse Avignon. De wederzijdse eisen worden er op tafel gelegd, maar zoals te verwachten viel, worden de eerdere besluiten van de Fransen bevestigd.

De paus vraagt de ontgoochelde Vlamingen om de eed van vrede af te leggen. Na een weigering later in de maand, volgt nog maar eens de excommunicatie uit de kerk en de verplichting om op 18 mei 1318 voor de Franse pairs te verschijnen om een gerechtelijke uitspraak te aanhoren. In 1318 wordt Robrecht van Casal nu werkelijk Robrecht van Cassel. Er wordt een akte ondertekend in Kortrijk ‘en aoust lan de grace mil trois centz et diswit’ waarbij Robrecht zijn lenen in Aalst en het Land van Waas afstaat aan zijn broer Lodewijk en in ruil hiervoor onder andere de lenen van Cassel, Niepkerke, Arras, Waasten, Grevelingen, Broekburg en Duinkerke als eigendom krijgt. Zo goed als het volledige Westkwartier van Vlaanderen. Er worden die dag trouwens experten aangesteld die de waarde moeten bepalen van de bewuste heerlijkheden.

Omdat het om koninklijke domeinen gaat die nog altijd eigendom zijn van opperleenheer Frankrijk, moet de akte nog rechtsgeldig gemaakt worden door de Franse koning. Gezien de politieke toestand, zal dit nog een aantal jaar op zich laten wachten. Einde 1318 zit de politieke situatie muurvast. De Vlamingen weigeren elk mogelijk oordeel van het Franse parlement en de Fransen, met de paus in hun zog, houden voet bij stuk. Het ruikt steeds meer naar oorlog.

De partijen sukkelen van de ene wapenstilstand naar de andere. Ondertussen kwijt Robrecht van Cassel zich van zijn bestuurlijke taken in het Westkwartier en zorgt hij zo onder andere voor nieuwe reglementen betreffende de lakennijverheid in Cassel en St.-Omer. De kerkelijke druk op alles en iedereen in het graafschap neemt toe. De pauselijke nuntius blijft de duimschroeven maar verder dichtdraaien bij de verguisde en verbitterde grijsaard die Robrecht van Bethune in navolging van zijn vader is geworden. Gevangen tussen de alles overheersende Franse dominantie en de sterke drang naar Vlaamse onafhankelijkheid van zijn steden. En natuurlijk zwaar teleurgesteld door de sterke tweespalt tussen zijn zonen.

Er komt beweging in de toestand in het najaar van 1319. De koning laat weten dat hij op kerstmis op bezoek komt bij de oude graaf om definitief een einde te maken aan de dubbelzinnige situatie. Ondertussen is de kardinaal akkoord gegaan met een geregeld huwelijk tussen de Marguerite, het achtjarig dochtertje van de Franse koning, met de jonge puber Lodewijk van Nevers (16). Het lijkt misschien flatterend voor Lodewijk van Nevers senior, maar voor Robrecht van Bethune komt die beslissing over als een regelrecht affront: zijn kleinzoon zal trouwen met de kleindochter van zijn gewezen aartsvijand Filips de Schone. De man die hem jaren heeft gepest en vastgezet. De man die verantwoordelijk is voor de vrijheidsberoving en dood van zijn zuster Filippina.

In het voorjaar van 1320 reist Robrecht van Bethune naar Parijs. Hij strubbelt nog wat tegen, maar de wil van de Franse koning om nu eindelijk eens een streep te trekken door die oorlog, weegt niet op tegen het verzet van de oude graaf. Eigenaardig genoeg is Robrecht van Cassel niet van de partij in Parijs. Het wordt nog eens scherp gesteld: de enige mogelijke opvolger van de graaf zal bij zijn overlijden zijn kleinzoon Lodewijk van Nevers zijn.

Robrecht is nu letterlijk en figuurlijk het kind van de rekening. De drie belangrijke steden worden nu definitief Frans grondgebied. De ogen van Robrecht van Bethune vullen zich naar verluidt met tranen. Kardinaal Gosselin dient tussenbeide te komen om zijn leed enigszins te verzachten. Op 22 juli 1320 treedt onze toekomstige graaf in het huwelijk met zijn twaalfjarige Marguerite. Het kind krijgt 60.000 Parijse ponden als huwelijksgeschenk. Het geld is afkomstig van herstelbetalingen uit Vlaanderen.

Robrecht van Cassel ziet definitief af van een aanspraak op de troon en ondertekent op 2 juni een akte in Kortrijk, waarbij hij nu definitief leenheer wordt van volgende eigendommen in het Westkwartier: Duinkerke en aanhorigheden, het kasteel, de stad en de kasselrij van Cassel met de gronden van Waten en Le Boutte. Het kasteel, de gronden en het bos van Niepkerke. Het kasteel, de stad en de kasselrij van Waasten. De stad Grevelingen. De stad en de kasselrij van Broekburg. De stad en de kasselrij van Sint-Winoksbergen. De stad Nieuwpoort en zijn aanhorigheden.

Ook de steden Deinze en Bornem worden zijn eigendom. Alle genoemde gebieden zullen onherroepelijk terugkeren naar het graafschap Vlaanderen als Robrecht van Cassel kinderloos zou sterven. Zijn broer Lodewijk moet hem trouwens op 4 jaar tijd 20.000 Parijse ponden overhandigen als persoonlijke inbreng in de hele transactie. In de term ‘aanhorigheden’ zitten trouwens heel wat meer gebieden in de Westhoek die nu onder de voogdij vallen van ‘Messire Robert de Flandre, dict de Cassel, nostre chier et redoubté signeur’. Poperinge, Lombardsijde, Coxyde (Coxheyde), en Veurne voor Nieuwpoort. Zuydcoote en Mardick voor Sint-Winoksbergen. Hazebrouck voor Cassel. Zijn gebieden strekken zich uit van de Noordzee tot aan de poorten van Ieper.

Robrecht van Cassel koestert een blinde haat tegenover zijn onbetrouwbare broer. Het liefst wil hij Lodewijk dood zien. Hij insinueert bij zijn vader dat Lodewijk en een zekere Ferry de Pecquigny een complot smeden om de oude Robrecht te vergiftigen. Als die bewering nog bevestigd wordt door Jan van Vlaanderen, laat Robrecht zijn oudste zoon oppakken. Hij belandt uiteindelijk in een gevangenis in het kasteel van Rupelmonde waar de lokale kasteelheer Jean de Vernhières de opdracht krijgt om Lodewijk te verhoren en de zaak te onderzoeken, en in het slechtste geval zijn zoon ter dood te veroordelen. Eigenlijk kan de hele affaire bestempeld worden als een erg doorzichtige poging tot staatsgreep. Uiteindelijk blijkt de beschuldiging vals en de graaf is maar al te gelukkig dat de Vernhières zich zeer alert heeft opgesteld en zijn zoon opnieuw in vrijheid stelt.

De hele zaak staat hier kort beschreven, maar er verlopen maanden van wederzijdse verwijten. Op Pasen 1322, 11 april, blazen de herauten verzamelen aan het kasteel van Kortrijk, waar het volk getuige mag zijn van de verzoeningsplechtigheid tussen Lodewijk van Nevers en Robrecht van Cassel. De graaf van Namen verklaart dat beide broers volledig onschuldig zijn aan poging tot vader- en broedermoord. Lodewijk knielt voor zijn vader en vraagt hem om gratie en genade. Robrecht bevestigt dat zijn broer Lodewijk de waarheid heeft gesproken en dat de rest leugens en verzinselen zijn. Robrecht van Bethune vraagt aan Lodewijk om zich terug te trekken bij zijn vrouw en kinderen in Parijs.

Twee maand later overlijdt Lodewijk van Nevers senior er op 22 juli 1322. Nu zijn broer Lodewijk niet langer voor zijn voeten loopt, neemt Robrecht de werkelijke uitoefening van het grafelijk gezag ongehinderd in handen. De oude Robrecht van Bethune volgt zijn zoon korte tijd later in het graf. Hij sterft op vrijdag 17 september te Ieper. Een Luikse kroniekschrijver verspreidt het gerucht dat zowel vader als zoon hun dood te danken hebben aan die vergiftigingshistorie. Hij baseert zich op de geruchtenmolen die wel behoorlijk zal gedraaid hebben in die periode. Maar er bestaan in realiteit geen redenen om aan te nemen dat ze geen natuurlijke dood stierven. Robrecht van Cassel en zijn oom Jan van Namen komen Robrecht van Bethune hun laatste eer bewijzen in het Ieperse Zaelhof.

Tot die tijd is het beeld van Robrecht van Cassel nog altijd redelijk positief. Het is dat van een man die respect heeft voor zijn geboortegrond, een zoon die zich altijd loyaal heeft opgesteld tegenover zijn vader en zijn familie, en daar niet altijd voor beloond werd. Maar nu treden we in een nieuwe fase van zijn leven, waar we een Robrecht leren kennen die zijn voeten veegt aan gedane beloftes en uitgroeit tot een genadeloze en onbetrouwbare beleidsman.

Lodewijk van Nevers junior is net achttien als zijn vader sterft. Hij engageert zijn oom Robrecht van Cassel om hem als raadgever bij te staan in het geval zijn grootvader zou komen te sterven en hij het graafschap zou moeten overnemen. Het lijkt er op dat de rol van Robrecht nog niet is uitgespeeld. Hij heeft zo goed als mogelijk het graafschap van elke Franse claim gevrijwaard. De Vlamingen kunnen zijn loyale toewijding aan zijn vader wel appreciëren. Het siert hem. Maar het lichaam van zijn dode vader is amper koud als de maskers vallen.

Waarom zou hij notabene als enige levende mannelijke troonopvolger niet zelf de rechten van Vlaanderen opeisen? Waarom zou hij de akkoorden van 1320 niet juridisch betwisten? Hij is er van overtuigd dat niet enkel dat kleine stuk in West-Vlaanderen hem toebehoort, maar dat hij alle rechten bezit over het complete graafschap. Op het moment dat de jonge Lodewijk vraagt om in het bezit te komen van Vlaanderen en zijn gronden, zoals het is overeengekomen in de akte van Kortrijk en t.g.v. zijn huwelijk met Marguerite, dient zijn oom een verzoek in bij het Franse parlement om zelf in het wettelijk bezit te komen van het graafschap en zijn neef van de troon te weren.

Hij pretendeert dat de overeenkomsten van 1320 ongeldig zijn en dat zijn goedkeuring er enkel onder zware familiedruk is gekomen. Geen twee zonder drie! Zijn op dat moment enig levende schoonbroer, Mathieu van Lotharingen, getrouwd met zijn zuster Mathilde, maakt ook al aanspraak op de titel van ‘Graaf van Vlaanderen’. Omdat Robrecht van Cassel en zijn zuster Johanna hun aanspraken hebben opgegeven, zijn zij nu de eersten om de troon in rechte lijn op te volgen’. ‘De rechten van hun neef Lodewijk komen pas op de tweede plaats’. Maar begin 1320 blijkt Robrecht kop van jut in Brugge. De reden is niet ver te zoeken. Robrecht van Cassel denkt al dat hij alles mag en dat stuit velen tegen de borst.

Bruggeling Jan Bonin is hevig gekant tegen Robrechts politiek en staat bekend als een fervent tegenstander van de gravenzoon. Robrecht laat de notoire man zonder boe of ba oppakken. Bonin wordt naar Aardenburg overgebracht, waar hij gefolterd en terechtgesteld wordt. In de ogen van de Bruggelingen is het een zuivere provocatie en een schending van hun elementaire privileges. Het moorddadig optreden van Robrecht blijkt slechts het topje van de ijsberg. Hij en zijn medestanders willen heel Brugge zuiveren. Maar zijn plannen lekken uit en veroorzaken algemene verontwaardiging bij de poorters. Brugge is niet ver.

De Vlaamse steden slaan alarm nu ze beseffen dat Robrecht van Cassel de rechtsgeldigheid van de akte van Kortrijk d.d. 1320 aanvecht. Ze proberen met man en macht te verijdelen dat die machtswellusteling de rollen zal overnemen in het graafschap. Het verzet tegen Robrecht van Cassel breekt openlijk los. Gent en Brugge sluiten op 18 maart 1321 een alliantie waarbij ze aankondigen dat ze enkel de jonge Lodewijk van Nevers als hun wettige graaf zullen aanvaarden. Ook Jan van Namen, de broer van de overleden Robrecht van Bethune, sluit zich aan bij de mening van de steden. Het moet ongetwijfeld een bittere pil zijn die Robrecht van Cassel moet doorslikken!

Zijn jonge neef echter is in de zevende hemel met die onverwachte steun. Hij doet niet eens de moeite om de koning te raadplegen en haast zich naar Vlaanderen om zich alle eerbetoon van de lokale adel en de steden te laten welgevallen. De koning is ontstemd om die demarche en ontbiedt de jonge Lodewijk op 11 november naar Parijs. ‘Waarom heeft hij niet gewacht op de uitspraak van de pairs om definitief zijn intrede te doen in Vlaanderen?’

Hij wordt voor zes weken vastgezet in het Louvre. Op 25 december 1321 kan hij uit de gevangenis vertrekken, maar hij mag Parijs niet verlaten vooraleer de uitspraak van het parlement er is gekomen. In het voorjaar van 1321 trekt Robrecht op bedevaart naar Zuid-Frankrijk, hem krachtens het verdrag van 1316 opgelegd. Het is een ideaal moment nu hij persona non grata is geworden bij de Vlaamse steden. Hopelijk zal Vlaanderen bedaren.

Op 22 augustus is hij terug. Maar op 29 oktober 1321 veegt hij opnieuw zijn voeten aan de Brugse keuren en moet hij maken dat hij wegkomt uit de stad. Goed nieuws dus voor Lodewijk II. Nu hij verzekerd is van de steun van de steden, doet hij op 18 oktober 1322 zijn blijde intrede in Vlaanderen. Hij ontvangt de leenhulde van de adel en krijgt die van Brugge en Ieper al helemaal op zijn hand als hij hun interne stadskeuren verder uitbreidt. De jonge graaf is dan ook zo snugger om zich te verzoenen met Jan van Namen. Robrecht van Cassel staat nu helemaal afgezonderd. De uitspraak rond de troonsopvolging blijkt een juridisch kluwen van jewelste.

De zaak sleept nog aan tot juli 1323. De aanspraken van Robrecht van Cassel en die van zijn zuster, houden allebei steek. Maar het feit dat de annexatie van Rijsel en co mogelijk opnieuw zouden ter discussie komen, kan de Franse monarchie tot in het hart raken. Er wordt dus niet getornd aan de uitspraak van Kortrijk. Robrecht wordt er nog eens uitdrukkelijk op gewezen dat hij een belangrijke steunfiguur is voor zijn neef en dat hij in diens opdracht moet zorgen voor orde en veiligheid in het Westkwartier. Graaf Lodewijk maakt zijn blijde opwachting in Ieper op 10 juli 1323. Robrecht heeft er alle persoonlijke belangen om te trouwen en kinderen te krijgen. Midden in de politieke verwikkelingen start hij onderhandelingen om te kunnen huwen met de negenentwintigjarige Johanna van Bretagne, de dochter van hertog Arthur van Bretagne.

Op 6 januari 1324 wordt het huwelijk afgesloten. Zoals steeds gaat dergelijke transactie gepaard met een hele reeks bruidsschatten en herverdelingen van gronden en eigendommen. In functie van zijn militair leiderschap, is Robrecht begonnen met de constructie van een burcht, het kasteel van Duinkerke. Het kasteel wordt op één jaar tijd gebouwd op de zuidoostelijke hoek van de stadsversterkingen. De ‘Rue du Château’ in Dunkerque is anno 2014 de enige herinnering aan het bouwwerk van Robrecht van Cassel. De nieuwbakken graaf Lodewijk van Nevers staat nu aan het roer en hij blundert al van bij het prille begin.

Jan van Namen, de man die op het kasteel van Wijnendale woont, en die zijn kant heeft gekozen bij de troonsopvolging, wordt hiervoor beloond met de functie van waterschout over de haven en de wateren van Lammingsvliet, het latere Sluis. Lammingsvliet is cruciaal voor het achterliggende Brugge want de in- en uitvoer van alle zeegoederen gebeurt grotendeels via deze haven. Jan van Namen maakt van bij het begin erg strikt gebruik van zijn machtspositie over de zeehaven en dat leidt tot grote verontwaardiging in Brugge. De Bruggelingen trekken gewapend naar de heerlijkheid Lammingsvliet en slagen er in om Jan van Namen gevangen te nemen en over te brengen naar ’s Gravesteen.

Het leidt onmiddellijk tot een forse reactie van de Franse en Vlaamse adel, die samenkomt in St.-Omer om de toestand te bespreken. Ook de sluwe Robrecht van Cassel is betrokken partij. Hij ruikt zijn kansen om weer op een goed blaadje te komen bij de Bruggelingen. De edelen proberen hun eenheid terug te vinden en doen vooral alle pogingen om de relatie tussen Robrecht van Cassel en zijn oom Jan van Namen te herstellen. Die is nog steeds erg verzuurd sinds die vergiftigingshistorie. Op 29 september, tijdens het congres van St.-Omer, slaagt Jan van Namen er in om via de rioolverbinding tussen het Gravesteen en buurman Jan van Doorne te ontkomen.

Het komt tot een regeling tussen de graaf en de Bruggelingen. Maar de Bruggelingen koesteren vanaf dat moment eigenlijk een diepe wrok tegenover Lodewijk die net als zijn vader een buitensporige verkwister is en die het geld rijkelijk en zonder schroom door ramen en deuren gooit. De tegenstelling kan moeilijk groter zijn. De Vlaamse burgers spaarzaam en hardwerkend versus de decadente graaf die niet eens zijn schulden bij zijn paardenhandelaars kan betalen. En dan is er nog de taalbarrière. Het platte Frans van de Nivernais tegenover het fiere Vlaams.

De Bruggelingen ergeren zich mateloos dat Lodewijk van Nevers intiem bevriend is met de abt van Vezelay, de zoon van Pierre Flotte, de man die terreur en repressie zaaide in Brugge ten tijde van Filips de Schone. Robrecht van Cassel houdt de situatie in Brugge goed in de gaten. De vijandelijkheden en dwaze onvoorzichtigheden van zijn neef stapelen zich op. Hier en daar steken de onlusten al de kop op. Hij beseft heel goed dat hij munt kan slaan uit deze situatie en stelt zich voortaan erg gereserveerd op voor wat betreft publieke optredens en hij distantieert zich zo goed als mogelijk van graaf Lodewijk. Robrecht trekt zich terug in zijn kasteel in Terwael, ‘La Motte-au-Bois’, verscholen in de Niepebossen waar hij profiteert van de geneugten van zijn verse huwelijk.

De Vlaamse mensen zijn chagrijnig en mistevreden geworden. In onze tijden van crisis, steekt elke vorm van decadentie de mensen de ogen uit, en in die tijd is het niet anders. ‘De edelen moet niet denken dat ze beter zijn en meer mogen dan het gewoon volk’. Hun versterkte kastelen werken in als rode lappen op een stier. ‘Ten oorlog aan de kastelen, vrede aan de gewone huisjes’. Bendes van woedende mensen trekken er op uit en veranderen versterkte woningen, kastelen en hofsteden (maisons de plaisance) in bloedbaden.

Een gealarmeerde graaf Lodewijk roept de raad van Vlaanderen samen in Kortrijk waar ook zijn oom Robrecht en zijn grootoom Jan van Namen naar toe komen. De raad besluit om de oproerkraaiers met geweld aan te pakken. Er wordt niet geluisterd naar de bisschop van Cambrai die een meer verzoenende houding ten opzichte van het volk verdedigt. Zeger Janszone van Brugge en Nikolaas Zannekin van Lampernisse zijn de leiders van hele bendes opstandelingen die het vooral gemunt hebben op de regio die onder controle staat van Robrecht van Cassel. Die bevindt zich natuurlijk in een vervelende positie.

Hij moet natuurlijk zijn heerlijkheden verdedigen tegen de agressie van het volk. Hij mag ten slotte zijn geloofwaardigheid niet verliezen bij de West-Vlaamse adel. Maar andere kant koestert hij sympathie voor de gewone man die zich afzet tegen de decadentie van het Franse bestuur. Zannekin van zijn kant, verkondigt aan wie het horen wil, dat hij geen vijandelijkheden verwacht van Robrecht. De opstand is er enkel op gericht om schade toe te brengen aan de graaf.

Het is een complexe en verwarrende toestand waarbij Robrecht zichzelf nodeloos in de problemen brengt. Die van Brugge vrezen de brutale represaillemaatregelen van de graaf en de edelen en sturen een delegatie van 6 man naar Zuydcoote om met Robrecht van Cassel te onderhandelen over een voor beide partijen vredelievende oplossing. Hij zit natuurlijk geprangd tussen zijn adellijke achterban en het volk dat die achterban wil vernietigen. De meest voor de hand liggende oplossing is te bewijzen aan zijn eigen achterban dat hij de lakens uitdeelt.

Hij wil tonen wie hij is. De menselijke psyche. Maar op dat moment in de geschiedenis is het een onvoorstelbare blunder. Robrecht laat de onderhandelaars vastgrijpen en doden. Zijn domme daad zet alleen maar aan tot meer geweld bij de volksmeute. Hij ziet zich genoodzaakt zich terug te trekken naar Sint-Winoksbergen als de poorters van Nieuwpoort en van Veurne de stadspoorten wagenwijd openzetten voor de opstandelingen. Van daar trekken de bendes langs de duinen van Zuydcoote op weg naar zijn kasteel in Duinkerke.

Robrecht haast zich om de opstandelingen te ontmoeten vooraleer ze aan zijn kasteel zullen aankomen, en hij wil zich nu voordoen als een martelaar door zich ongewapend aan te bieden aan de revolutionairen. Hij rekent op zijn populariteit. De heer Van Doorne die hem vergezelt, vindt dat echter veel te riskant, en neemt het paard van Robrecht bij de teugels. Samen vluchten ze naar hun thuisstad Duinkerke.

Ook hier wordt de grond te heet onder zijn voeten, want ook de Duinkerkenaars sympathiseren met het gewone volk dat de opstand predikt. Robrecht en zijn vrouw vertrekken halsoverkop naar Terwael en laten hun kasteel achter ten prooi aan de verwoestingen van de opstandelingen. Het hele Westkwartier is nu in handen van de rebellen die al zijn eigendommen in brand steken uit wraak voor de dood van de zes onderhandelaars. Hoe kon hij zo dwaas zijn? Wat heeft Robrecht van Cassel toch bezield?

De vernielingen komen niet enkel van de rebellen. Ook de edelen plunderen en moorden er danig op los. Ze vallen de eenvoudige huisjes met vol geweld aan en molesteren allen die ze op hun weg ontmoeten. De Westhoek is ondergedompeld in een burgeroorlog zonder naam. De horror valt onmogelijk te beschrijven, want hier bestaan geen woorden voor! Er moet dringend een einde aan gemaakt worden aan de anarchie. Er wordt een conferentie gepland in Gent waar beide partijen zullen gehoord worden en waarbij Robrecht van Cassel samen met de stadsbesturen van Gent, Brugge en Ieper zullen optreden als scheidsrechter.

Er wordt geen alternatief aangeboden aan de opstandelingen en edelen. Ofwel worden ze berecht als ‘briseurs de paix’, ofwel zijn ze bereid om zich te onderwerpen aan de voorgestelde rechtsprocedure. Blijkbaar beschikt de zoon van de graaf dus nog over voldoende credibiliteit. Hij roept de afgevaardigden van de steden uit het hele Westkwartier op om alvast samen te komen in Nieuwpoort. Op weg naar april 1324 keert de rust wat terug in Vlaanderen. De partijen wachten op de samenkomst van het tribunaal. De reeks opdrachten van graaf Lodewijk aan zijn neef in die periode tonen aan dat ze op dat moment zeker met elkaar samenwerken.

De zitting van de rechtbank wordt voorzien op 21 april 1324. Plaats van de afspraak is de Sint-Niklaasabdij te Veurne. Zannekin en Janszone zijn er niet gerust in en blazen verzamelen. Ze verwachten een gekleurde rechtspraak op hun kap. Vijfduizend gewapende mannen dagen op en dringen het klooster met bruut geweld binnen, waar ze de aanwezige scheidsrechters bedreigen. De uitspraak wordt verdaagd. Het zal nog een jaar duren voor er verder nieuws te rapen valt.

Johanna, de vrouw van Robrecht van Cassel, kan de revolutionaire situatie helemaal niet meer aan. Ze vertrekt naar Parijs waar ze gaat wonen in een groot hotel in de ‘Rue de Cassel’. Haar man staat er nu opnieuw alleen voor. Hij is onzeker over de te volgen strategie in deze troebele tijden. Hij kan zich niet afzetten tegen zijn volk maar hij kan evenmin zijn plichten tegenover zijn graaf uit het oog verliezen. Hij trekt zich voorlopig terug in de Niepebossen van Terwael. Robrecht mag dan wel dwars liggen tegenover de Franse koning en zijn neef, maar toch onderhoudt hij zijn seigneuriale plichten. Dat leren we in Casselse geschriften van begin juli 1324.

Maar de graaf stelt zich nu erg argwanend op ten opzichte van zijn oom. Lodewijk leeft teruggetrokken in Nevers en stelt zijn luitenant Filips van Axel aan als ruwaard over Vlaanderen. Het verschil in zeden tussen de Vlaming Robrecht van Cassel en de Fransman kan niet groter zijn. Er is sprake van een radicale antipathie die op elk moment kan uitbarsten in een open oorlog. Lodewijk van Nevers en Jan van Namen geven de opdracht aan zijn baljuw in Waasten om Robrecht extra in de gaten te houden. Ze verdenken hem van het organiseren van een samenzwering tegen het grafelijk gezag. Het kan geen toeval zijn dat die onlusten allemaal plaatsvinden in het Westkwartier.

‘Vreemd toch dat Robrecht van Cassel niet ingrijpt en de rebellie eigenlijk oogluikend toelaat.’ De baljuw van Waasten krijgt orders om hem op te pakken en als verrader terecht te stellen. Maar die heeft natuurlijk geen zin om de topman van zijn gebied naar het leven te staan en waarschuwt de heer van Cassel over de drastische plannen van de graaf. De arbitrale uitspraak wordt nu verwacht op 11 juni 1325. Opnieuw wachten duizenden kerels op het verdict. Rond 9 juni verblijft Robrecht in Waasten, waar hij aanstalten maakt om zich naar de abdij van Ter Duinen te begeven.

Maar hij wordt het slachtoffer van een complot met zijn oom Jan van Namen in de hoofdrol. Ze verwijten hem een te nauwe betrokkenheid met de rebellen. Het is beter als er helemaal geen uitspraak komt. De edelen durven het niet aan om hem te doden, maar ze spelen de zaken anders. Ze zetten een moordaanslag in scene en verwijderen hem van het politieke toneel. Het niet doorgaan van de aangekondigde uitspraak heeft nefaste gevolgen. De ziedende rebellen rukken op tot aan de poorten van Ieper waar graaf Lodewijk zich tijdig uit de voeten maakt.

Hij trekt in allerijl naar Kortrijk. Het verhaal van de Kortrijkse Metten en de gevangenname van de graaf door de ,,populares’ (13 juni 1325) staat uitgebreid omschreven in deze kronieken. Lodewijk van Nevers zit tot aan kerstmis 1325 opgesloten in een Brugse gevangenis. De graaf is er oprecht beducht voor dat Robrecht tijdens die periode de macht zal grijpen over Vlaanderen. Hij schrijft een brief naar Pierre de Cugnières, de advocaat van de Franse koning, met de vraag om er voor te zorgen dat Robrecht van Vlaanderen zijn manieren zal houden.

Jan van Namen, de vijand van de Bruggelingen, wordt aangesteld als nieuwe ruwaard. In Brugge huiveren ze van Jan van Namen. Dan nog liever Robrecht van Cassel. In diezelfde weken zoeken de Bruggelingen de gravenzoon op in Terwael. Ze nodigen hem uit om de leiding te nemen over het volk en de nieuwe ruwaard te worden over Vlaanderen. Hij mag aan het hoofd komen van alle Vlaamse strijdkrachten. Wat een buitenkans voor Robrecht! Hoe gemakkelijk zal het niet zijn om de pet van ruwaard te veranderen in die van graaf van Vlaanderen?

Hij dient eerst en vooral een einde zien te maken aan die burgeroorlog en de macht van de Vlamingen proberen te consolideren. De westelijke kant is één en al tegen de graaf. Maar het volk van Gent en Oudenaarde is pro en zet zich o.l.v. hun officiële ruwaard Jan Van Namen ten dienste van de Franse koning. Robrecht van Cassel leidt de maandenlange oorlogscampagne tegen die van Gent. Er volgen een aantal gewelddadige confrontaties, zoals die van 15 juli 1325 aan de Rekelingsbrugge in Deinze. Gent wordt in de tang gezet, maar de winter verijdelt een definitieve afrekening. Die winterperiode speelt in het voordeel van de Gentenaars.

De aanslepende oorlog doet die van Brugge twijfelen. Lodewijk profiteert van hun meningsverschillen en raakt op vrije voeten. Die twijfel in Brugge heeft alles te maken met het wakker worden van de Franse autoriteiten. De baljuw van Amiens komt Robrecht van Cassel en de Bruggelingen aanmanen om te verschijnen voor het Franse parlement. Hij kan zich ternauwernood uit de voeten maken voor de ziedende reactie van de poorters. De koning is nu nog meer geïrriteerd. Er volgt een regelrechte beschuldiging aan het adres van de rebellen. Ze worden beschuldigd van samenwerking met Robrecht van Cassel met het oogmerk om het officiële Franse bestuur in Vlaanderen omver te werpen.

Het interdict over Vlaanderen wordt uitgesproken op 4 november 1325. Weer al eens die ban van de kerk. De Brugse twijfel zit natuurlijk ook in het hoofd van Robrecht van Cassel. De winter is koud, streng en lang. Het voedsel is schaars. Er is veel tijd om na te denken over de gebeurtenissen van de voorbije maanden. En Robrecht, hij wil dat waarschijnlijk niet openlijk toegeven, is doodsbang voor de openlijke vijandschap van de Franse koning ten opzichte van zijn persoon.

Is hij niet te ver gegaan in zijn steun voor de Vlamingen? Is hij niet wat te voorbarig en te overmoedig geweest? Wat als dit misloopt? Ongetwijfeld loopt hij grote risico’s om zijn leengebieden in het Westkwartier te verliezen als hij het geweer niet van schouder verandert. Onder druk van zijn zuster, de dame van Coucy, en van Jan van Namen bezwijkt hij. Er zit weinig anders op om verzoeningspogingen aan het adres van de graaf en de koning op te starten. Hij stuurt een uitgebreid verslag van de feiten op naar het Franse hof en verduidelijkt dat al zijn acties er eigenlijk gekomen zijn om erger te voorkomen voor zijn gevangen neef.

Hij onderwerpt zich in maart 1326 aan de Franse koning en trekt zich terug in zijn kasteel te Niepkerke. De Vlamingen hebben met zijn aanstelling als ruwaard gegokt en verloren. Hun ruwaard had gewoonweg te veel te verliezen. Karel de Schone wil meer zekerheid en geeft opdracht aan zijn legerleiders om een machtsdemonstratie uit te voeren aan de Vlaamse grenzen. En ondertussen zit Lodewijk van Nevers weer stevig in het zadel. De nervositeit in het twijfelende Vlaanderen stijgt met de dag. Is alles dan voor niets geweest?

De handel in Vlaanderen zit ondertussen op een absoluut dieptepunt. De mensen kunnen niet naar de kerk. De situatie is uitzichtloos. De Fransen hebben keihard de macht overgenomen en de burgers bloeden. Karel de Schone eist maatregelen en een rechtzetting. Hij sommeert de besturen van het Westkwartier om aanwezig te zijn op de onderhandelingen die zullen doorgaan in Arques. Einde maart valt het doek. Robrecht van Cassel wordt in zijn functies hersteld. De opstandelingen worden vrij mild behandeld. Ze moeten een klooster bouwen, de kerk vergoeden voor beschadigingen en driehonderd Bruggelingen en Kortrijkzanen zien zich verplicht om op bedevaart te trekken.

Het slechtste zijn natuurlijk de fikse boetes van 120.000 pond die aan koning en graaf moeten worden afgedokt. De gevangenen worden in vrijheid gesteld en kunnen weer beschikken over hun eigendommen. En er mogen weer zaken gedaan worden met Frankrijk. Het lijkt er op dat de rust wat aan het terugkeren is in Vlaanderen. Robrecht kan zich eventjes concentreren op zijn gezinsleven. Hij en Johanna trekken zich terug in het kasteel van Alluye-au-Perche, nabij Templeuve en de Pevelenberg. Op 15 september 1326 wordt Yolande geboren. Het meisje luistert naar de naam Yolande, maar zelf houdt ze het later bij Yolant. Ze beseft op dat moment nog niet dat haar leven net zo geagiteerd zal verlopen als dat van haar vader.

Er is ook sprake van een zoontje Jan. Het is niet duidelijk of Jan de eerstgeborene is. Wel dat hij een kort leven beschoren is, want het jongentje sterft al in 1332. In juni 1327 staat graaf Lodewijk het beleid over Sint-Winoksbergen en Nieuwpoort opnieuw af aan Robrecht. Maar een reeks van incidenten verijdelt vooralsnog zijn terugkeer. De relatie tussen die twee is in elk geval optimaal te noemen. Ze hebben elkaar gevonden. Robrecht heeft zijn bekomst gehad van die sympathie voor de volksrebellen die hem alleen maar in de problemen hebben gebracht. Hij kiest resoluut voor een totale loyauteit ten opzichte van zijn graaf.

Ieper, het Zaelhof, 11 juni 1327. De graaf nodigt de finefleur van de adel en alle gezagsdragers uit op een Staten-Generaal. De rangen worden gesloten. Neef en oom vegen definitief de spons over een betreurenswaardige periode. Eén van die getuigenissen over de vernieuwde verstandhouding tussen beiden, vinden we terug in een vriendschappelijke transactie betreffende gronden in Elverdinge en Vlamertinge. Graaf Lodewijk schenkt die gronden in juni 1328 aan zijn oom en spaart bij die gelegenheid de loftrompet niet.

Het betreft dezelfde gronden die Robrecht in 1312 schonk aan zijn zuster Mathilde en die na haar kinderloos overlijden in 1328 opnieuw naar de graaf waren teruggekeerd. De gronden zullen in 1380 trouwens nog eens terugkeren naar toekomstige graaf Lodewijk van Male die ze op zijn beurt terug zal afstaan aan zijn bastaardzoon Robert, burggraaf van Ieper. De vriendschappelijke sfeer tussen de machtshebbers staat in schril contrast met wat er gebeurt in de straat en op het platteland. De vrede van Arques met het engagement van de prinsen en de steden en de goedkeuring van de paus, wordt helemaal niet aanvaard door de Vlamingen.

De fiscale druk op handel en welstand zorgt voor een ongeziene opstandigheid bij de gewone man maar ook bij de boeren en de ambachtslieden. Er breken opnieuw rellen uit. Deze keer zijn niet enkel de rijken de pineut, maar komt de clerus in het vizier. De voortdurende onrust in Brugge steekt het vuur aan de lont in de dorpen en steden van het Westkwartier. Een aantal maatregelen van de bisschop van Senlis gooien olie op het vuur. Die religieuze interventie zorgt er voor dat de priesters in het hele Westkwartier nu kop van jut zijn voor de volkswoede. Het verhaal van Jacobus Peyt, ‘li renoyet de Bergues’ is bekend. Het volk moet trouwens al een hele tijd niet meer weten van hun schoftige graaf Lodewijk.

En de dood van Karel de Schone op 1 februari 1327 zal beslist ook wel zijn invloed hebben op de groeiende instabiliteit in Vlaanderen. Het volk van Brugge, het Brugse Vrije, Ieper, het Westkwartier en heel West-Vlaanderen moet het allemaal niet meer weten en verjaagt de gezagsdragers en iedereen die in de verste verte iets te maken heeft met koning of graaf. Wat de mensen zich onmogelijk kunnen realiseren, is het feit dat de dood van de Franse koning de aanleiding is voor het aantreden van het geslacht Valois.

Op 29 mei 1328 wordt de zeer zelfbewuste Filips van Valois gekroond tot nieuwe koning van Frankrijk en dat zullen de Vlamingen geweten hebben. Tijdens die ceremonie doet Lodewijk van Nevers zijn beklag over de godverdomse rebellen die hem uit Brugge, Ieper, Poperinge, Cassel en het Westkwartier hebben gegooid. Daar en op die dag in Reims worden grootse militaire plannen gesmeed om nu eens en voorgoed af te rekenen met de Vlaamse agonie. De slag op de Casselberg wordt een bittere dag in de geschiedenis van de Westhoek. Maar laat ons even dieper ingaan op de rol die onze Robert van ’t Westkwartier zal spelen in het debacle van Cassel.

Terwijl het verzamelen geblazen is voor allen die ook maar een spoor van blauw bloed in de aderen hebben, concentreert de kersverse koning zich op Robrecht van Cassel. Filips van Valois beseft dat die man opnieuw een ernstig obstakel kan vormen als hij zich opnieuw zou engageren voor de Vlamingen. Hij besluit om de dure eden die Robrecht gezworen heeft aan het Franse leenheerschap nu wel eens in de praktijk mogen worden omgezet. De heer van Cassel wordt naar Parijs ontboden waar hij aangesteld wordt als één van de bevelhebbers van het Franse leger dat zich aan het klaarstomen is voor een inval in Vlaanderen.

Robrecht aanvaardt zijn opdracht, zweert nog een keer zijn trouw aan de koning en vertrekt met tweehonderd kruisboogschutters naar de Vlaamse grenzen in de buurt van St.-Omer. Hij vertrouwt de zorgen over Terwael toe aan Wouter van Meetkerke. De volgende weken stromen de legers toe in de regio rond Cassel. Daar, binnen de beschermende muren, hoog bovenop de Casselberg, wachten duizenden Vlamingen om de strijd aan te gaan.

Op 20 augustus komt koning Filips van Valois in hoogsteigen persoon zijn legers als opperbevelhebber vervoegen. 21 augustus 1328. Op de zondag na O.L.V.-Hemelvaart is de tijd rijp om te gaan vechten. Noem het maar een broedermoord. De vijand van Robrecht van Cassel is zijn eigen Vlaamse volk met wie hij de voorbije decennia wel en wee heeft gedeeld. Hij heeft het onmiskenbaar voorgevoelen dat hij zal sneuvelen in de komende strijd en laat zijn testament opstellen. Op dinsdag 23 augustus verbrandt Robrecht van Cassel niet alleen zowat het hele buitengebied van Sint-Winoksbergen, huizen en rijpe oogsten incluis, maar ook definitief zijn Vlaamse ziel.

Mensen van alle soort en slag kijken verbijsterd toe hoe hun meester het aandurft om de hele regio, zijn eigen land notabene, in lichterlaaie te zetten. De daaropvolgende veldslag, de overmoed van Nikolaas Zannekin en de drieste steun van Robrecht aan zijn koning, zorgen voor vele duizenden doden. De cijfers van het aantal slachtoffers lopen uiteen van 6.000 tot 20.000 naargelang de bronnen. Het enige relevante cijfer wordt gevonden in de lijst van 3.192 Vlaamse gesneuvelden. Allen met naam, toenaam, woonplaats en beroep. Allen mannen uit de Westhoek en het Westkwartier…

Na de gewonnen veldslag, rukken de Franse soldaten op naar de streek van Veurne, Sint-Winoksbergen, Grevelingen en al die buitengebieden van maritiem Vlaanderen. Nikolaas, de abt van ter Duinen, werpt zich aan de voeten van Filips van Valois, en vraagt om genade en vooral om de mensen te sparen. Robrecht van Cassel doet hetzelfde. Dank zij zijn meer dan actieve bijdrage aan de Franse prestigeoverwinning, heeft hij redenen van spreken en meer moreel gezag dan ooit voordien op de juiste niveaus van de Franse monarchie.

Hij slaagt er in om het leed van de bevolking enigszins te verzachten. De vernietiging van de Vlaamse strijd in Cassel maakt een bruusk einde aan zes jaar rebellie. De tijd van vergelding is aangebroken. Boetes worden uitgedeeld. Eigendommen worden aangeslagen. Vonnissen worden geveld. Alle dorpen en steden in het Westkwartier betalen de tol voor hun weerspannigheid. Koninklijk commissaris Robrecht van Cassel toont zich erg actief in dit proces. Hij heeft er alle belangen bij want Filips van Valois heeft beslist dat van alle aangeslagen goederen er één derde zijn richting uitkomt. De rest wordt verdeeld tussen de graaf en de koning.

Robrecht stelt Jan Dellebeke en Jan Palstre aan om overal in zijn Westkwartier de inbeslagleggingen te organiseren. Iedere familie waarvan de man iets te maken heeft met de slag van Cassel, wordt beroofd van zijn eigendommen. De vergelding gaat door zowat het hele najaar van 1328. Met daarnaast de massale onderwerping aan de Franse troon. Het volk moet door het stof voor de graaf en voor Robrecht van Cassel.

1329. Robrecht is pas 54, maar toch breken zijn laatste levensjaren aan. De diffuse jaren van anarchie en een leven vol wisselende strijd en gekeerde kansen laten hun sporen na op zijn lijf en ziel. Zijn voorouders hebben het lang getrokken, maar Robrecht is een oude man voor zijn tijd. Hij concentreert zich op de ontelbare beleidsdaden uit die periode en op zijn familie. Maar hij kwijnt weg. Zijn prachtige buitengebieden in het Westkwartier lachen hem niet langer toe. Misschien wegen de verbijsterende herinneringen aan onrecht en verkeerde beslissingen op zijn ziel. Zijn hele leven lang is hij voor niets teruggedeinsd.

Een rode draad van corruptie, verraad, machtswellust, willekeur, afrekening en moord. De zieke Robrecht van Cassel overlijdt te Waasten tijdens één van de eerste junidagen van het jaar 1331. Hij is zesenvijftig geworden en laat twee jonge kinderen na. Zijn weduwe Johanna van Bretagne laat een zwartmarmeren grafsteen bouwen in de abdij van Waasten. Daar wordt hij begraven. Op zijn grafsteen staat te lezen: ‘Chy gist Mons. Robert de Flandre, sire de Cassel, filz du comte Robert, jadis comte de Flandre, qui trespassa l’an 1331, le jour de la Trinité, et luy fist faire cette sépulture Madame Jehenne, aisnée fille au duc de Bretaigne; priez pour l’ame de ly’.

In diezelfde periode sterft ook de andere verrader van het Vlaamse volk; zijn oom Jan van Namen. Robrechts zoontje Jan sterft in 1332 en dat maakt de zevenjarige Yolant tot zijn enige erfgename. Op haar veertien (in 1338) trouwt ze met Hendrik IV, de Bourgondische graaf van Bar met wie ze twee zonen krijgt. Yolande wordt weduwe op twintigjarige leeftijd. Het is dan al duidelijk dat ze een doorslag is van haar illustere vader: een door- en doorslecht karakter dat zich manifesteert in machtswellust, moord, arrogantie: Yolande de Verschrikkelijke.

Ze ontketent de volgende decennia oorlogen, steekt ongegeneerd dorpen in brand, laat onderhandelaars en geestelijken vermoorden. De rijkeluisdochter verbrast de eigendommen van haar vader en drijft het zo ver dat ze een veroordeling oploopt als ze valse munten in omloop brengt. Meer schulden dan geld. Een woedende, maniakale, onhandelbare moeder die zelf niet aarzelt om haar kinderen in de gevangenis te gooien. Op het einde van haar leven volgt de ultieme vernedering als ze zelf achter de tralies belandt. De beruchte Yolande van Cassel sterft uiteindelijk in haar vaders zo geliefde Nieppebossen op 12 december 1395.