Sinte Godelieve van Gistel

Posted by  ivan.vanherpe@westhoek.net   in       1 year ago     624 Views     Leave your thoughts  

Verleden jaar moest ‘t Manneke zich bij St. Arnout van Tiegem verontschuldigen, omdat het twee jaar te laat was. Dit jaar moet het zich verontschuldigen bij St. Godelieve, want we zijn twee jaar te vroeg om over haar te schrijven. Immers in 1970 zal het negen eeuwen geleden zijn, dat de lieve heilige werd gemarteld. Gistel bereidt zich reeds nu voor op dit heuglijk eeuwfeest, en we hopen dat die viering niet zal beperkt blijven bij artikels van een paar kamergeleerden, die misschien honderd mijlen van hun volk verwijderd zijn, maar dat heel Vlaanderen zal meevieren. Geen heilige heeft immers door haar miserie in het huwelijksleven en haar dood meer tot het hart van onze mensen gesproken als Godelieve! Maar ‘t Manneke heeft wijzelijk geoordeeld dat Arnout en Godelieve, de twee Westvlaamse heiligen bij uitstek, die daarenboven kozen en nicht zouden geweest zijn, niet mochten gescheiden worden.

Ik hoorde eens een paster zeggen van een parochie, die St. Godelieve tot patrones heeft : ,,Waarom hebben ze ons geen serieuze heilige gegeven, waarvan de gegevens geschiedkundig vaststaan?”

Wees gerust, meneer de paster, St. Godelieve behoort niet tot de legendarische heiligen. Neem het boekje Godelieve van Gistel (1944) van E.H. Michiel English, die een ,,serieus historicus” was en elke Nieuwelichter kan te woord staan, ter hand. Daar zult ge lezen dat Drogo, een monnik van Si. Winnoksbergen, in 1084, amper 14 jaar na Godelieve’s dood, een betrouwvol leven schreef, waaruit de heilige ons in al haar eenvoud en grootheid te gemoet treedt. Slechts veel later, in 1349, verscheen er een nieuw leven, waarvan de schrijver onbekend is, en waarin geschiedenis en legende vervlochten zijn.

Godelieve werd rond 1052 geboren als dochter van Heinfried en Odgiva op het slot Londesvoorde te Heinfried-Wilre, bij de kuststad Bonen. We hechten er aan, in het land van de spekslager ook haar geboortedorp te vernoemen, nu men van plan is veel dorpen, die nochtans natuurlijke gemeenschappen zijn, met schaar en lijmpot te bewerken. Het Bonense was toen nog Dietssprekend, en aldus behoort Godelieve door geboorte én dood aan Vlaanderen toe. Wie is die schrijver ook weer, die gezeverd heeft over “een Franse bloem op Vlaamse bodem”?

Godelieve was een lenteblomme. Ze was, zegt Drogo, donker van haar en wenkbrauwen, en had een blanke gelaatskleur, wat goed staat bij vrouwen. Maar ze was voor alles zeer vroom, gehoorzaam aan haar ouders en vol liefde voor de armen. Dit werd door de latere geschiedschrijver bijgekleurd door het wonder van de spijzen, die voor het oog van de verbolgen hofmeester in houtspaanders veranderen, en door het wonderbare feestmaal. Door velen wordt het meisje Godelieve ten huwelijk gevraagd, maar ze wordt tenslotte door haar ouders aan Bertolf, de machtige heer van Gistel, als bruid geschonken, omdat zijn bruidschat de grootste is.

Andere tijden, andere zeden ! En als Gode1ieve met haar Bertolf meerijdt naar Gistel en met schroom in ‘t hart de gelukkige burchtvrouwe van Gistel hoopt te worden, maakt zich een heel ander gevoelen van Bertolf meester, want onmiddellijk koestert hij een haat tegen zijn bruid. Die haat wordt versterkt door zijn ouders. Drogo weet te zeggen dat ‘t nogal vaak voorkomt dat schoonmoeders hun schoondochters geen al te warm hart toedragen. Moeder lselinde treedt de keuze van haar zoon niet bij. Moest Bertolf zo ver naar ‘t zuiden lopen om die zwarte raaf te halen ? Waarom heeft hij naar moeders en vaders raad niet geluisterd? Drie dagen lang wordt het bruiloftsfeest gevierd op de burcht, waar geen Bertolf te zien is.

Iselinde en haar trawanten verbergen achter een uitgestreken gezicht de wrok van hun hart. Na drie dagen geboemeld te hebben, keert Bertolf terug en wil zijn vrouw niet zien. Ze moet maar op de hoeve blijven, en ze wordt vernederd voor het dienstvolk. Er zijn knechten, die al haar gedragingen bespieden, en ze krijgt met moeite een brood om de dag rond te komen, wat het gewone rantsoen voor knechten en meiden is.

Maar dan geschiedt het wonder van Gods genade bij de verstoten burchtvrouwe, die schreit om haar gebroken levensdroom. Ze wordt niet opstandig, ze vergeldt het kwaad met goed, ze wil niet dat over Bertolf en zijn handlangers kwaad gesproken wordt, ze lijdt met zachte glimlach . De helft van haar broodje gaat naar de arme. En een tweede wonder gebeurt: het hoevevolk, dat tegen haar op opgeruid is als tegen een heks, verandert van gedacht, want Godelieve is een heilige. Men is razend op het slot. Voortaan krijgt Godelieve maar een half broodje meer, maar de helft van dat halve broodje gaat weerom naar de armen.

Eenmaal wordt de last haar te drukkend en met een gezellin vlucht ze barvoets weg uit Gistel, om doodvermoeid te Heinfried-Wilre aan te komen, waar vader Heinfried met begrijpelijke woede uit de mond van haar gezellin verneemt wat met zijn dochter gebeurt. De eer van zijn huis staat op het spel. Hij houdt Godelieve een tijdje bij zich in huis, en gaat dan naar graaf Boudewijn van Vlaanderen, en op diens raad naar bisschop Radboud van. Doornik. Gedwongen door graaf en bisschop, voert Bertolf Godelieve naar Gistel terug, waar de kruisweg herbegint.

Godelieve krijgt wel meer vrijheid als meesteres op de hoeve, maar ze wordt niet als gade van Bertolf erkend. En zij lijdt verder, met zachte glimlach. Mensen, die haar willen troosten over haar gemis van aardse glorie en lusten, gaan zelf getroost van haar weg. ,,Boven alle vrouwen, die nu in Vlaanderen leven, zal ik bekend en vereerd worden”, zegt Godelieve. De tijd heeft de profetie waarheid laten worden, èn heeft zelfs het woordje “nu” weggevaagd.

Intussen is de tijd in Vlaanderen weerom troebel geworden. Graaf Boudewijn is gestorven. Zijn zoon Arnout en diens oom Robrecht de Fries, die overwinnaar wordt te Kassel op 22 februari 1071, betwisten de grafelijke kroon. Voor een troebelwatervisser als Bertolf, die de partij houdt van de Fries, is dit de geschikte tijd om Godelieve uit de weg te ruimen. Op een zomeravond zoekt hij Godelieve op, omhelst haar en komt naast haar op de bank zitten. Hij drukt zijn berouw uit, omdat een boze hand in het spel is, en hoopt nu Godelieve als zijn vrouw te kunnen erkennen. Deze nacht zal een vrome vrouw het euvel komen bezweren. Alles slaapt op de hoeve, wanneer Lambert en Hacca Gode1ieve komen wekken. Ze mag in haar nachtkleed te voorschijn komen, want de vrouw is zeer haastig. Terstond als ze buitentreedt, slaan de booswichten een sluier rond haar hals en wurgen haar.

Om elk spoor van de misdaad uit te wissen, dompelen ze haar lijk onder in een vuile poel, die onmiddellijk glashelder wordt en een heilmiddel voor blinden en zieken zal zijn. Het is 6 juli 1070. ‘s Morgens maakt men zich ongerust, omdat vrouwe Godelieve, tegen haar gewoonte in, de knechten en meiden niet wekt en naar de mis gaat. Het kamerslot wordt verwrongen en daar vindt men de dode Godelieve. Er is gejammer en treurnis, ook bij Bertolf, maar niemand laat zich door zijn krokodillentranen vangen, want ze zien de rode kring rond Godelieves hals. Ze begrijpen en zwijgen. Diezelfde dag wordt Godelieve begraven. Er gebeuren wonderen. Een latere overlevering weet te vertellen dat Godelieve’s grootste wonder haar “zoete wraak’; op Bertolf is, die zich bekeert en als monnik van St.-Winnoksbergen een boetvaardig leven gaat leiden.

Op de plaats, waar Godelieve stierf, is er in 1150 reeds een klooster van Benediktinessen. Volgens de overlevering werd het gesticht door Edith, het dochtertje uit Bertolfs tweede huwelijk, dat bij de wonderput van blindheid genas. In dit beluik is een van Vlaanderens schoonste heiligdommen, het Putje van Gistel. En we gaan er bidden tot onze Godelieve, die vier kronen draagt, en die met Lutgart van Tongeren en Lidwina van Schiedam een heerlijke trits vormt van heiligen uit ons volk. Lidwina, de maagd der Nederlanden, zoals Gezelle zong, heelt het noorden van Dietsland geheiligd.

Lutgart werd door ons volk uitverkoren als schutsheilige voor zijn taal en letterkunde. En tot Godelieve van Gistel, die verheven is boven alle vrouwen van Vlaanderen, bidden wij: ,,Sinte Godelieve, bekom bij uw Heer de vrede voor Vlaanderen, vrede in de gezinnen, vrede tussen groot en klein, en denk vooral eens aan dat stukske Vlaanderen, waar Gij geboren zijt en dat we Frans- of Zuid-Vlaanderen noemen en dat evenals Gij door een barbaar, maar dan door een barbaar uit het zuiden wordt gewurgd. Help het zijn geloof, zijn taal en zeden te bewaren. Amen. Het zij zo !”

Uit ‘t Manneke van de Mane uit 1970 – Tijl van Ogierlande