Sporen van de tempeliers

Posted by  ivan.vanherpe@westhoek.net   in       11 months ago     516 Views     Leave your thoughts  

Op zoek naar sporen van de tempeliers in onze Westhoek
De tempeliers hebben in hun bestaan tussen 1128 en 1314 ontelbare sporen nagelaten. Over heel Europa, België blijven op vandaag fysieke en tastbare bewijzen van hun bestaan overeind. De meeste tempeliers zonderden zich af in afgelegen hoeves die door de eeuwen heen de verbeelding van de mensen hebben geprikkeld. Het lijdt geen twijfel dat een aantal afgelegen boerderijen door het geroddel van de mensen onterecht aan de tempeliers werd toegedicht. De goed afgeschermde bewoning van de tempeliers en ook hun geïsoleerde levenswijze is mede oorzaak geweest van deze intense mythevorming.

Verhalen over onderaardse gangen, over schatten, over onderaardse verblijven zijn legio. Ook in onze Westhoek blijven de tempelierssagen 700 jaar na datum springlevend. Het spreekwoord ‘drinken als een tempelier’ is een echte klassieker die diep doorgedrongen is in de volksmond. De zoektocht naar sporen van de tempeliersorde in de Westhoek is dan ook een heen-en-weer expeditie tussen waarheid en fictie. Maar precies dat mystieke verleden maakt deze zoektocht zo boeiend. Den Tempel: een stuk land in Beveren-Roesbrugge
Beveren (Roesbrugge): ‘den Tempel’; een stuk land te Beveren-bij-Rousbrugge. 1768: ‘Syne drije houckte partije behuijsde erfve genaemt den tempel’.

Boezinge: ‘Tempelhofstede’; 1392:’Eene hofstede te Boesinghe – In Boesinghe, land…dat men heet timpels hofsteide’.

Brielen: tussen Ieper en Boezinge, voorbij de buitenkern van het middeleeuwse haventje Brielen, is er al vroeg sprake van de heerlijkheid ‘Vierlinckhove’. Deze (ooit) met wallen omringde vesting ligt anno 2009 op enkele honderden meter van de Diksmuidseweg ter hoogte van het bedrijf Lakebos. Vierlinckhove is onderdeel van Noord-Tempelland waar verderop en veel later in de geschiedenis het nieuwe Brielen zal ontstaan.

Dranouter: ‘Templiers’; 1715: ‘Een leengoed te Dranoutere – Van synen hove ende heerlichede van peereboome gheseyt templiers’.

Eecke: ‘de Commanderie-Capelle’: 1650: ‘Eene kapel ten noorden van Caestre’.

Elverdinge: Op een oude oorkonde die toebehoort aan de kerk van Elverdinge staat te lezen: ‘Op de parochie Elverdinghe staat er een kapel der ridders van Malta …’. In november 1239 schenken Olivier van Handzame en zijn vrouw Aelidis hun leengoederen gelegen in West-Vleteren en Elverdinge aan de tempeliers. En dan is er nog de door de tempeliers gestichte ‘hospitaalhoeve’ tussen Vlamertinge en Elverdinge waar de ridders van de orde van Sint-Jan (later Malta) die het hospitaal bestuurden hun optrek hadden.

De Tempelpoort in Ieper
Ieper: ‘Tussen de Rijsel poort en de Tempel poort had men den hof van ‘t Zaalhof en den Arsenaalhof; erover tot aan het station lag de Tempelhof, gevolgd door den Statiehof, die zich tot de Elverdingestraat uitstrekte’.

De Timpelpoorte in 1225: ‘Ad portam, que vocatur Buterporte ed ad portam, que dicitur porta Templi’. 1325: ‘ Van der watermolne ter Timpelporte’.

De Tempelgracht: een waterloop te Ieperen: 1312: ‘Pour le peskerie de le Tempelgracht, del Goesdam et dou Leempit’.

De Tempelstraat: 1269: ‘Tymplestrate’

Izenberge: den Tempel wal; ‘Een wal te Isenberghe’ 1576: ‘metten zuythende up eenen woesten wal ghenaempt den tempel wal’.

Langemark: Het Tempellant: ‘Eene heerlijkheid te Ieperen en in de omliggende gemeenten zoals Langemarck’. ‘De commanderij van Caestre bezat in Vlaanderen een deel der tienden te Langemarck’.

Leisele: Templiers wal: ‘Een wal te Leysele: 1670 Een stick met een wal in den suijtwesthouc ghenaemt templiers wal’.

Lo: 1884: ‘De Tempeliers, dat was ten tijde van de paters. Dat was een gang van in de kerk naar de hofstede de Koudeschuur al deze kant van de Hazewind. De paters gingen al daar door tot aan Lissewege Ter Doest. Er is ook een onderaardse gang van de kerk naar het klooster. In de Koudeschuur durven ze ook niet in de kelder gaan’.

1885: ‘Overtijd hier in Lo het Duivenkot, die hofstede, dat was een patershofstede. Maar dan is dan verkocht geweest. En de paters hadden hun gang om naar de kerk te komen. Er is nog in Lo een grote kerk geweest en het vorenste deel was de paterskerk en het middenkoor was voor de geestelijken van de parochie.’

De tempeliers van Slijpe
1886: ‘Bij ‘t Stadhuis van Lo is er een herberg en er zou daar een onderaardse gang zijn naar het klooster en vandaar naar ‘t duivenkot, de duiventoren, die op een hofstede staat. Die paters hadden daar een huis bij ‘t klooster met trappen op.

1882: ‘Ze zeggen dat er een onderaardse gang loopt van het Duivenkot (Lo) naar Lampernisse. Dat was van de paters en dat was om zich te verduiken’.

Loker: 1885: ‘Hier achter de kerk van Loker is er nog een mote geweest van de tempeliers en als je van Loker de route naar de Helle (Belle) neemt, als je daar beneden zijt in de laagte, in de meersen, dan is er nog een mote van de tempeliers. En die tempeliers, zegden ze, moesten – ze waren hier lijk een brokke meester – altijd dat wijf van diegenen die getrouwd waren de eerste nacht bij zich hebben. Dat waren de tempeliers en ze zijn lijk allemaal op één nacht doodgeschoten geweest en het was gedaan met de tempeliers. Ja, dat was maar een slecht volk’.

Moorslede: Het Templevelt ‘Bosch te Moorslede en Passchendale’ . 1614: ‘In Moorslede ende Passchendaele,.. een partie Busch ghenaemt Templevelt’.

Neerwaasten: Een stuk land: ‘In januari 1239 keurden Boudewijn V, Heer van Komen (1218-1258) en zijn vrouw Gertrudis, de schenking goed, die door hun leenman Johannes van de Leie en zijn vrouw Gertrudis werd gedaan aan de tempeliers. Deze schenking bestond uit 5 bunder land, gelegen te Nederwaasten en bevatte ook de hoge rechtspraak op dat gebied’.

Nieuwpoort: de tempelorde van Slijpe bezaten in hun glorietijden te Nieuwpoort acht huizen en een stuk land in de stad, bovendien was Nieuwpoort hun ook een rente betalen. De toren van de voormalige Sint-Laurenskerk, wordt tot op vandaag de duivelstoren of tempelierstoren wordt genoemd. Ten onrechte want de Sint-Laurenskerk werd gebouwd in 1281. In de Nieuwpoortse stadsgeschriften is er pas in 1818 een eerste keer een verwijzing naar de tempelstoren.

De mythe van de Nieuwpoortse duivelstoren
En toch blijft de mythe dat de Nieuwpoortse duivelstoren via een onderaardse gang verbonden is met Slijpe levendig in de volksmond. Tijdens de eerste wereldoorlog zijn zowel de Duitsers als de Franse soldaten tevergeefs op zoek gegaan naar een onderaardse gang tussen de hoeve tempelhof te Slijpe en de tempelierstoren te Nieuwpoort, de toren die overbleef na de vernieling van de Sint-Laurenskerk in 1383.

Oostduinkerke: ‘de commanderij van Slijpe bezat in de kasselrij van Veurne eene hofstede en eenige landen gelegen te Oostduinkerke en Wulpen’.

Oost-Vleteren: De kapelaan van het Ieperse tempelhuis te Ieper (Lambert) kocht op 15 maart 1250 zeven gemet grond te Oost-Vleteren. Tot op vandaag is die aankoop hier zichtbaar:
– De Templiers: Eene heerlijkheid ‘1567 in oostvleteren…de hofstede …. Die ligghet onder templiers westhende op de poperyncvaert (terr. Eversam).
– Tempelare: een stuk land: ‘1392: In oost vleiterne,…. land dat men heet timpelare’.
– De Tempelaerestraat.
– Tempelare molen: ‘een molen tusschen Oostvleteren en Reninghe’.
– Tempelelst: ‘1400: Een tailliebosch te Oostvleteren benorden ant tempel elst (Rolle Eversham)’.

Passendale:
– Tempelvelt: ‘Een bosch te Moorslede en Passchendale’.
– Een kasteel aan de Teerlingen: ‘er stond hier een kasteel aan de Teerlingen, westwaarts aan de kerk op de wijk ‘s Graventafel. Dit kasteel was volgens de overlevering verzonken. Niemand zou zich wagen in de duisternis daar naar toe te gaan, daar waar het spookte’.
-Kasteel ‘s Graventafel: ‘Hier op ‘s Graventafel was er een ronde oever met een wal rond, en daarin een gezzinge die een beetje hoger lag, en daar had een Tempelierskasteel gestaan, grasveld dat verzonken was’.

De weide van Dolf Simpel in Proven
Pollinkhove: hofstede ‘Tempeliershof’.

Poperinge: ‘Coppenolle – eene heerlijkheid en eene herberg te Poperinghe – 1345: .. la cour de Couppenolles en Flandre, appartenant aux Templiers’.

Proven: hier is er sprake van ‘Dolf Simpels weide; te Simpels hadden er vroeger paters gewoond in een convent en ze zegden dat er daar vroeger twaalf gouden apostels gedolven geweest hebben. En ze hebben een keer beginnen delven en al de beesten kwamen op ramp en ze hebben moeten ophouden van de eigenaar.’.

‘In Dolf Simpels weide, er waren daar twaalf gouden apostels gedolven en je kan zien dat er daar nog een klooster geweest is overtijd. De poorte, het is als van een tempel en ‘s nachts reed daar altijd een voiture met twee of vier paarden en vier lichten en ze reden ronduit de weide en dat waren de twaalf apostels en ‘s nuchtens het was allemaal weg’.

Reninge:
– den Tempelaar ‘Eene wijk van Reninghe’.
– Tempelhoeven: ‘men kent nog Tempelhoeven te Reninge’, onder andere tussen Oost-Vleteren en Elzandamme: ‘..een groot hof dat aan de tempeliers was en als de mensen dat hof huurden, dan was daar altijd gerucht benachte, de deuren sloegen toe en er verschenen gedaanten op de muren. Er was gerucht achter de muren en ze braken ze open om te zien wat er achter was en van benauwdheid de mensen sliepen allen samen op de voute en er brandde daar een kaars op de zolder. Het was een hels gerucht alsof ze met tonnen smeten in de kelder. Ja, men zegde, die tempeliers, overdag ze leefden gelijk heiligen en ‘s nachts gelijk de beesten’.
– de Tempelare molen: ‘een molen tusschen Oostvleteren en Reninghe’. Lokaal spreken de ze over de Tempelaeremeulen.

De tempeliers in Roesbrugge-Haringe
Al van bij de beginperiode van de tempeliers zijn ze eigenaar geworden van grond in Roesbrugge. De tempeliersgronden bevinden zich aan de rechteroever van de Ijzer (Kapellebroek, Moteweide, de Mote, Moenaerde enz). Pas laat, in 1280 laat grootmeester Guillaume de Beaujeu er een kasteel op bouwen. De zogezegde ‘wal van de tempeliers’ in de volksmond ‘Molenwal’ genoemd. De tempeliers leiden er binnen de muren van hun kasteel, een leven dat het midden houdt tussen dat van ridder en kloosterling. Aan dat kasteelleven komt stilaan een einde als hun orde in opspraak komt en die illegaal wordt verklaard door de Franse koning.

De Franse koning laat een aantal tempeliers terechtstellen die tegen deze situatie protesteren. Ook de tempeliers van Roesbrugge zijn ongelukkig met de Franse liquidatie van hun orde en de verbeurdverklaring van hun bezittingen. Ze behoren echter tot het graafschap Vlaanderen en weigeren het gezag van de Franse koning te erkennen. Ze blijven waar ze zijn in hun burcht te Roesbrugge hier aan de grens met Frankrijk. Om de haverklap breken er strubbelingen en oorlogen uit tussen Vlaanderen en Frankrijk.

In 1320 is het weer prijs. De Fransen dringen Vlaanderen binnen. Ook Roesbrugge wordt ingenomen. Het kasteel van de tempeliers is al geruime tijd een doorn in het oog van de Fransen en zij gaan onmiddellijk over tot een aanval op deze vestiging. De tempeliers die weten wat hen te doen staat zijn echter niet bereid zich over te geven. Op 19 juli 1320 leveren ze slag aan de wal van hun kasteel. De Franse overmacht is echter veel te groot en de tempeliers worden tot de laatste man afgeslacht. Het kasteel wordt met de grond gelijk gemaakt.

Roesbrugge-Haringe eert de gesneuvelde tempeliers
De gesneuvelde tempeliers worden in Roesbrugge-Haringe geëerd. Zeker tot in 1688 wordt er elke maandag een mis gelezen ter intentie van de tempeliers, een mis die betaald wordt door het ocmw van die dagen, het ‘bureel voor weldaed’. Op vandaag bestaat er nog steeds een Tempeliersstraat in Roesbrugge-Haringe.

Stavele: hier is er in 1890 nog sprake van een hofstede die Tempelhof wordt genoemd.

Veurne:
– De Tempelhofstede; ‘ eene hofstede, later land, te Veurne-Buiten’ – 1739: ‘twelcke genaemt is de tempel hofstede daer wijlent een huijseken op gestaen heeft, ende alsnu geheel effen lant’.
– De Templiers: ‘eene heerlijkheid te Veurne-Buiten en Wulpen’ – 1687: ‘La seigneurie de Templiers, appartenant aux chevaliers de Malthe’.
-Het Tempelhof: 1457: ‘inde name vanden templiers…up huerl(ieder) huus in tempelhof. Later zal de plaats van dit tempelhof omgedoopt worden tot de Smidsestraat.
-Het Tempelstraatje: 1455 ‘ande noordzyde vanden tempelstraetkine benoorden anr tempelierstraetkin…..woonhuis.. ande noortzyde vanden tempelstraetkin….bewesten an tempelhof’.

Vladslo
De schrijver van het boek ‘De Tempeliers in Vlaanderen’, Lieven Cumps, is afkomstig van Vladslo. Hij vertelt over een verdwenen boerderij links van de baan tussen Vladslo en Esen. Een hoeve die in de volksmond aan de tempeliers toegedicht werd. Daar heeft zijn eigenaardige bouwstijl blijkbaar alles mee te maken. In zijn boek staat het getuigenis van landbouwer Leon Depuydt, geboren te Vladslo in 1885. Wat Leon Depuydt vertelt gaat naar de kern van de zaak. Een grote meerderheid van de grote boerhoven die we op vandaag nog aantreffen verspreid over de hele Westhoek zijn van origine kerkelijk goed dat ooit eigendom was van de tempeliers. We citeren Leon:

De tempeliers waren paters-witheren
‘Tempeliers dat waren paters-witheren en hun residentie was in Parijs. De prior woonde daar en hij gaf de orders aan heel België, Holland en Frankrijk. Er bestond daar vroeger in Parijs – en nu misschien nog – een Place du Temple. En de koning, Filips de Schone, moest onderdoen voor de macht van de geestelijken. Al de hofsteden hier in Veurne-Ambacht waren aan de tempeliers. Je had de Grote Remme (Ramskapelle), de Kleine Remme (Ramskapelle), het Oosthof, Le Bien Acqui (Het Verworven Goed), het Kameroen (Oostkerke), het Groot ter Doest (Lapscheure). Al de grootste hofsteden waren tempelgoed. En dat was goed dat in de dode hand was, dat mocht nooit meer verkocht worden want dat behoorde aan de kerk voor eeuwig. En dat werd al verpacht aan de boeren. En Filips de Schone, die koning van Frankrijk was, was daar nondedjuu jaloers van omdat zij zo machtig waren in fortuin en staatszaken. Hij maakte een complot met zijn ministers en zijn generaals in het geheim en hij deed al de paters-witheren, de witheren en de prior vermoorden in één nacht. Al hun goed werd aangeslagen door de staat en openbaar verkocht. De sekte van de Jezuïeten is daarvan een overblijfsel. Die hebben ook zoveel macht.’

Vlamertinge:
– het Tempeliershof: eene hofstede te Vlamertinghe (1906).
– de commanderij van Caestre (Frankrijk) bezat de tienden van Vlamertinge.
– de hoeve hospitaal tussen Elverdinge en Vlamertinge

Het Tempelhof tussen Poperinge en Westvleteren

Westvleteren
– den Tempelaere: een taille-bosch te Westvleteren – 1715: ‘In westvleter, van westen tbosch ghenaemt den Tempelaere’.
– het Tempeldreefelst: 1912: ‘de bosschen te Westvleteren, genaamd de Kiekenvloge en het Tempeldreefelst.
-de heerlijkheid ‘Het Tempelhof’. 1400: ‘ ligghende besuden tempel hove dar dyper wech dore gaet’. Dat tempelhof wordt lokaal nog genoemd als het kasteel van Zuid-Pene en ligt langs de weg Poperinge-West-Vleteren.
-de Tempelstraete: 1515 ‘Metten westhende ande Tempelstrate’.
-de Tempeldreef: ‘Een weg te Westvleteren – 1608 ‘benoorden ande Tempeldreve’.
-de Tempelbeek: 1880 ‘een waterloop te Westvleteren’.

Winnezele
– den Tempel: 1614: ‘de straete die loopt vanden Tempel naer winnezeel. – Op die plaats zou de vroegere boerderij van de kommanderie van Caestre hebben gelegen die onder andere de tienden van Vlamertinge in haar bezit had.
– Tempelbosch, een bosch, groot 67 gemeten, te Winnezele. 1789: ‘Le Bois du Temple, situé dans le Westhouck, propriété des Chevaliers de Malte’.
– Tempelstraetken: 1614: ‘In Winnezele, van zuuden tempelstraetken’.

Woesten
– Tempelaere: een wijk van Woesten
– Een Tempelaerestraat en vroeger ook nog een Tempelstraat.
– Den Cleenen Tempelaere, een taillebosch te Woesten. 1636: ‘Woesten. Den commandeur van de tempeliers van Caestre benoorden daeran een ghemet elst ghenaemt den cleenen tempelaere’.

Zillebeke
– het gerucht gaat dat de Bellewaerdehoeve in vroegere tijden toebehoord zou hebben aan de tempelorde.

De heerlijkheid van Bourgogne in de bossen van Zonnebeke
Zonnebeke: het Hanebos ligt op een kilometer van de kerk langs de weg naar Ieper, op de plaats waar vroeger het kasteel van de heerlijkheid van Bourgogne gelegen was.

‘In Zonnebeke was er een kasteel in het bos, maar dat kasteel was verzonken. Het had er gestaan in de middeleeuwen vertellen de mensen. Ge hoorde daar de klokken luiden. Er hadden daar tempeliers gewoond. Ze hadden ze allemaal op een zekeren nacht vermoord. Een voorbijganger door het bos zag op een keer al met een keer ze zelven omringd door geestelijken met brandende toorts in de hand. Dat was in ‘t Hanebos waar vroeger het kasteel van de heerlijkheid van Bourgondië geweest was’.

 

Dit is een fragment uit boek 1 van De Kronieken van de Westhoek