Windhoos over de stad

Posted by  ivan.vanherpe@westhoek.net   in       4 months ago     223 Views     Leave your thoughts  

Zondag 17 december 2017. Momenteel leg ik de laatste hand aan mijn kroniek over Oostende. Binnen enkele dagen komt deze online en dan zal ik jullie zeker op de hoogte brengen hiervan.

Parallel met het schrijven van een zo goed als maandelijkse nieuwe kroniek, werk ik ook nog altijd verder aan het herschrijven van ‘De Schone Ieperse Histories’ van Ieperling Louis Boeteman, die zich daarbij deels baseert op een kroniek van Thomas Derave, een Ieperse chirurgijn die leefde in de 16de eeuw. De katholieke Derave beleeft de komst van de geuzen in Ieper en schrijft in zijn dagboek wat er allemaal in de stad Ieper gebeurt terwijl de calvinisten de scepter zwaaien in het stadhuis.

Onderstaand fragment dateert uit 1579. Ik twijfel aan het waarheidsgehalte van wat Thomas Derave allemaal vertelt. Gelukkig kan ik zijn tekst catalogeren als ‘kroniek’. Grappig en gedetailleerd is zijn tekst dan wel zeer zeker wel. Ik geef ook nog even mee dat ikzelf de tekst waar mogelijk wat heb aangepast in mijn eigen taal. Ik had daarbij nog verder kunnen gaan, maar verkoos toch om de oude taal en stijl aan te houden.

Lees maar;

Anno 1579 hebben de calvinisten binnen Ieper onder elkaar besloten om met de nodige vreugdetekenen en triomf de geboortedag van hun stichter te vieren, de fameuze godsgezant en profeet en heilige vader Jan Calvijn die geboren was binnen de stad van Noyon in Frankrijk, op de 10de juli van 1509.

Zijn vader was genaamd geweest Gérard Cauvin. Maar deze valse profeet heeft daarna zijn naam veranderd in Jan Calvijn. Zijn moeder was Jannetje France (Jeanne Lefranc). Om deze belangrijke geboortedag te vieren hebben de geuzen de koppen bij elkaar gestoken om deze dag op de treffelijkst mogelijk manier te vieren, tot meerder aanzien van hun wangeloof en om met de paapsen de spot te voeren welke nu onder hun tiranniek bedwang waren.

Bijna identiek zoals de kinderen van Israël onder de slavernij van Egypte moesten leven. Een groot aantal rijke heren gaf hun namen op om de onkosten te betalen. Men besloot de preek te laten houden door de dominee van Sint-Maartens, de heer Jacob van Bleyenberg. Daarna zou een treffelijk vuurwerk gehouden worden, gevolgd door een kostelijke maaltijd.

Er waren ook enkele juffrouwen die op hun eigen kosten en tot meerdere glorie van Jan Calvijns geboortedag ook iets wilden inrichten. Er werd door de wetgevers door de stad een bericht verspreid dat al de burgers daags voor de geboortedag alle steendammen en straten zouden borstelen en keren, dat is vegen en steperen.

Er werd op de markt een kasteel opgetrokken, van papier dat gespannen werd op een raamwerk. Het was tien voeten breed en dertig voeten lang en er was aan elke kant een grote deur voorzien. In het midden was er een grote toren met een spitse naald voorzien met daarop een kruis. Op het kasteel werden verscheidene pausen geschilderd samen met enkele oude stadspaters en nonnen van alle orden. De koning van Spanje stond geschilderd op een deur en de keizer op een andere deur. Boven de twee deuren stond er in grote letters te lezen: ‘Dit is de paapse kerk’.

Boven een kerkdeur stond geschilderd een Onze-Lieve-Vrouw-beeld en onderaan haar voeten stonden deze woorden te lezen, ‘Dat is Maaiken Timmerman’, aldus spottende met de heilige maagd. En boven de andere deur stond een paus afgebeeld die onze moeder de heilige kerk afbeelde, onder zijn voeten stond te lezen ‘Dit is de antichrist’. Rondom was er net zoals in een galerij een lint opgehangen waar volgende tekst te lezen stond: ‘Dit duivels kasteel zal door de geboorte van Jan Calvijn voor de duivels vliegen’.

Maar op de Leet, voor de grote kerk van Sint-Maartens werd er een triomfpoort opgericht met centraal in het midden een groot beeld geschilderd van hun profeet Johannes Calvijn. Onderaan stond er in gouden letters volgende tekst te lezen: ‘in Frankrijk, in de stad Noyon werd geboren deze zoon van de hemel, die de paus teniet heeft gedaan en wiens beeld men hier verheven ziet en wiens geboorte men heden viert en met vreugdetekens lauwert, tot grote luister van Jan Calvijn, laat ons samen vrolijk zijn.’

In de lakenhalle werden verscheidene tafels opgesteld waar de treffelijkste calvinisten van de stad die avond, voor het ontsteken van het vuurwerk samen zouden aanschuiven aan een banket, zodat niet al de sieraden en de vreugdetekens voor die heilige profeet ook op straat en niet alleen in de kerk te zien zouden zijn.

De juffrouwen en dames die ook hun ijver wilden bewijzen, en hun blijdschap in de glorieuze geboorte wilden bewijzen, hadden onder een lange gespannen tent van aan de Hondstraat tot aan de Klierstraat, rond het voorland van de huizen een kermistafel doen opstellen. Met menigvuldige Spaanse stoelen om daar een vreugdemaaltijd te houden. In het midden van deze tafel stond een pyramide van suiker, waarboven het beeld van Jan Calvijn verheven stond. Hij droeg een standaard in de hand waarop Cupido geschilderd stond. Op de achterzijde was de godin Venus afgebeeld met volgende calvinistische spreuk: ‘door de profeet Jan Calvijn moeten hier alle vrouwen getrouwd zijn.’

Daags tevoren ging een belleman de stad rond die uitriep dat op de bekende geboortedag eenieder bevolen werd om bij kaarslicht te vieren, op een boete van 20 rijksdaalders. Wanneer de 10de juli zou aanbreken mocht niemand werken en zou er daarop voortdurend gecontroleerd worden. Ze zouden menigvuldige huizen gaan bezichtigen die, om deze geboortedag te vieren versierd moesten zijn met kransen, tapijten, schilderijen, goddeloze spreuken tegen de Roomse kerk of met andere lofredenen ter eer en glorie van Jan Calvijn. Sommige huizen waren met hulst bekleed, sommige met ifte en ander groen. ‘Ik’, zegt Thomas Derave, ‘om te voldoen aan de verordening en om geen boete te riskeren, zette op mijn vensterbanken verscheidene soorten van bloempotten die ik in mijn hof in potten had gestoken.’

‘s Morgens om 10u hield de dominee van Sint-Maartens een lofrede ter ere van Jan Calvijn, er was machtig veel volk, maar ‘ik’, zegt Thomas Derave ‘liet mij daar niet vinden’. En dat was de kerkdienst die op deze tromfantelijke dag gepleegd werd.

De namiddag leek wel op een volmaakte kermis. De stad was vol vreemd volk, in de herbergen speelden de basson en de violen. De herbergen waren vol dronkaards. In de wijk van Sint-Pieters waar de inwoners de naam hadden om veel te drinken en daarbij al eens voorvallen durfden te plegen en lastig en moeilijk te zijn. Ze hadden die namiddag een grote bende gevormd om het gebeuren te vieren.

Ze werden samen dronken in de herberg genaamd ‘Warmton’, rechtover het Nazareth en na de middag, rond 17u liepen ze paar en paar door de stad met een oude kreupele en blinde ezel die ze voor zich uit dreven. Op de rug van de ezel was een postuur van slunsen en vodden gebonden, gevuld met hooi en bekleed met papier, een afbeelding van een paus met een koorkap en een pauselijke mijter op het hoofd en den pauselijke krotse in de hand.

Daarachter volgde een kar die voortgetrokken werd door twee paarden die rondom in het groen bekleed waren. Daarop zat, als op een troon, een biervoerder gekleed als een dominee die Jan Calvijn afbeeldde, met een zwaard in zijn hand en boven zijn hoofd was er in grote letters volgende slogan te lezen: ‘Als Jan Calvijn geboren was, viel de paus in de helse plas’.

Aldus liep het kwaad vierendeel van Sint-Pieters rond de hele stad terwijl ze dansten en geuse psalmen zongen, tot ze eindelijk op de Leet arriveerden waar ze die oude en kreupele ezel die geladen was met die gemaakte paus op zijn rug in de rivier het Ieperleed gesmeten.

Ze deden dat pas nadat ze de voorste poten van het dier samengebonden hadden en terwijl die onnozele ezel bezig was met verdrinken, riepen en schreeuwden zij eenparig het al eerder vermelde schimpdicht; ‘Als Jan Calvijn geboren was, viel de paus een de helse plas.’ Daarna zijn ze spottend en lachend naar hun vergaderplaats teruggekeerd. Nu de avond van deze rampzalige verjaardag aanbrak omdat de zon zich begon te schamen om deze goddeloosheid te moeten verlichten, zo zag men in Ieper alle lichten aangestoken worden, iets wat gebeurde in opdracht van de wetheren.

‘En ik’, vertelt Thomas Derave, ‘om te voldoen aan de eisen van de ketterse overheid, heb aan iedere venster van mijn voorgevel vijf kaarsen laten branden, met de intentie en mijn bedoeling die zeker niet op te dragen ter ere van die goddeloze apostel en zeker voor het vieren van de vermaledijde geboorte van die vervloekte aartsketter Jan Calvijn. Neen, mijn kaarsen waren heimelijk opgedragen aan de vijf bloedige wonden van onze heer Jezus Christus waarvoor mijn vrouw en mijn twee dochters voor elk raam vijf Onze Vaders en vijf Wees Gegroeten lazen.’

Op de toren van de lakenhalle en rond de goten van het geel stadhuis stonden veel brandende potten, vol met pek en teer. Binnen de halle, aan de zuidkant waar de grote heren van het ene uiteinde tot het andere uiteinde aan de kermistafel zaten, waren er veel brandende lusters. En op de tafel, op de grote markt, waar de jonkvrouwen en de dames aan tafel zaten stonden er ook veel grote kandelaars en brandende kaarsen.

In de schijn van het kaarslicht en in het zicht van iedereen werd vele dure spijzen opgedist terwijl men het geluid hoorde van de muziekinstrumenten. En als men op beide plaatsen de ‘santé’ dronk, hoorden ze het afschieten van het grof geschut op de stadsvestingen. Ondertussen vuurden de soldaten rond het nieuw gemaakt kasteel hun musketten af.

Na het schieten verscheen de gouverneur aan het raam boven de hoofdwacht van de lakenhalle. Hij gooide er een brandende en met poeder gevulde oranje appel naar beneden. De appel gleed via een gespannen kabel naar het vermelde kasteel. Op die manier wilde hij verbeelden dat de Roomse kerk in brand stond.

‘Ik keek toe’, vertelt Thomas Derave, ‘aan de hoek van de Diksmuidestraat, hoe het kasteel door de appel in brand gestoken werd en hoe het projectiel begon te spoken en te schieten zodat alles in lichterlaaie kwam te staan.’ De ketters lachten en schimpten en riepen ‘daar valt de antichrist, daar valt de paus’ en tussendoor schreeuwden al de soldaten van het garnizoen vanop de markt ‘victorie victorie, het leek wel alsof de hele stad in brand stond.

‘Ik beschrijf dit spel met de nodige inwendige deernis en droefheid’, schrijft Thomas Derave. Rond mij stond de toeschouwers wel duizenden zottigheden en godslasteringen tegenover onze paus en ons godsgeloof uit te braken. Maar plots ontstond tussen al dat gespot helemaal onvoorzien een vreselijke noordwestelijke stormwind die op enkele seconden tijd zo geweldig werd dat de tent die boven de kermistafel van de juffrouwen gespannen was, door de wind opgenomen werd en weggeblazen werd tot tegen de woningen van de grote markt.

De kaarsen op de tafel waren op slag uitgeblazen en het brandend kasteel dat in volle vuur stond, werd met vuur en al van de grond opgetild, waarna het zich wijd en breed verspreidde. Het vuur liep van de ene tot aan de andere zijde van kermistafel van de juffrouwen zodat de nappen en de tafellakens in brand vlogen. Zelfs de klederen van de juffrouwen schoten in brand. Waardoor het triomfantelijk geluid van lachen, schreeuwen en tieren seffens omsloeg in een vreselijke lamentatie.

Niet alleen de kleren van de meisjes stonden in brand, ook hun handen en gezichten, het leek er wel op dat een vurige bliksem over de markt liep. Elkeen werd plat tegen de aarde geworpen, de sieraden en de verlichting van de huizen inbegrepen. De potten van pek en teer op de toren van de lakenhalle vlogen door de stormwind brandend naar beneden op de grote markt waardoor twee soldaten, zes burgers en vijf vrouwspersonen met hun hersenen in hun keel werden doodgesmeten.

‘Terwijl al het licht op de grote markt omvergeslagen werd’, vertelt Thomas Derave, ‘kwam het in de lucht geweldig donker.’ Ik was genoodzaakt om me tegen de gevel van het hoekhuis van de Diksmuidestraat plat op de grond te gaan liggen omdat ik anders omvergeslagen zou worden. Het volk kwam uit alle hoeken en kanten op hun handen en voeten afgekropen. De wind was zo sterk en de ravage zo groot dat de mensen als krabben over elkaar kropen.

Ik werd in dat gewoel gestampt tegen mijn been dat ik er veertien dagen lang kreupel ben van geweest. De orkaan hield een halve nacht aan en wanneer het volk op de markt begon te minderen ben ik, kruipend als een rat en op mijn handen en voeten uiteindelijk tot gelukkig thuis geraakt.

Pas de volgende dag zag men de werkelijke schade die de stormwinden rondom de stad veroorzaakt hadden. Recht voor de Vismarkt werden verscheidene personen gewond. Die was toen gelegen bij de achterpoort van het Belle Godshuis.

Daar was er in de buurt van het Ieperleed twee dagen geleden een geul gegraven waarin een afvoerbuis zou worden gemetst. En hoewel de gracht met een plank afgeschermd was, is het tijdens het noodweer toch gebeurd dat de massa die op de vlucht was van de grote markt in de duisternis aan de verkeerde kant van het staketsel zijn gelopen en in de gracht gevallen zijn.

De ene viel boven de andere en ‘s anderendaags werden er in die put vijf gestikte personen gevonden. Hun namen waren Jacob Borreman, Jacob Schoonaert, Lauwen Brieleman met zijn zuster Placia en een jongen van tien jaar, Passchier Janssone de zoon van Boudewijn en Regina Lievermans.

Verscheidene geloofwaardige personen hebben aan Thomas Derave verklaard dat deze stormwinden die deze avond ter nagedachtenis van de geboorte van Jan Calvijn, hier in de stad van Ieper lelijk huis hebben gehouden en ontzettend veel schade hebben veroorzaakt alleen maar gevoeld werden binnen de stad zelf. Buiten de stad, zelfs omtrent de stadspoorten en in de voorsteden werd niet de minste wind waargenomen, net zoals dat het geval was in de omliggende dorpen en parochies.

No Comments

No comments yet. You should be kind and add one!

Leave a Reply

You can use these tags:   <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <s> <strike> <strong>