Te voet naar Bulgarije

Posted by  ivan.vanherpe@westhoek.net   in       4 months ago     110 Views     Leave your thoughts  

Het vijfde ‘capittel’ gaat van start: ‘Vanden tijdt dat de Vlamingen, onder ‘t beleet vanden sone des hertoghs van Bourgondien, naer Hongarien trocken, tot den vrede van Atrecht in 1433.’ ‘Anno 1396. Jan den Onversaagden, sone des hertogs, treckt met een groot leger tegen de Turcken op.’ De koning van Hongarije roept de hulp in van Filips de Stoute om de opmars van Turken te stoppen. En dat is een kolfje naar de hand van zoon Jan zonder Vrees, die in Veurne dus als ‘de onversaagde’ wordt omschreven.

Jan zal dus in eerste instantie een leger moeten optrommelen. De adel is natuurlijk van de partij om hun jonge prins te volgen. Oorlog voeren is niet gratis, dus wordt er koortsachtig op zoek gegaan naar de nodige financiële middelen. En volk is er nodig. Veel volk, ‘en dies poochden sy hun ten uuttersten om geldt daer voor te becommen ende volck te werven.’ In de Westhoek wordt Claes Uuttenhove ingeschakeld. De notoire ridder is aangesteld als hoogbaljuw van Veurne en Veurne-Ambacht en hij mobiliseert tweehonderd jonge mannen. Zijn zoon Klaas, ‘een jongen ende cloecken edelman’ wordt aangesteld als kapitein van de Veurnse divisie die ook nog de steun krijgt van het lokale blauw bloed.

De jaarboeken omschrijven het weer sappig en geurig alsof ik zelf aan het opstappen ben met dat legertje: ‘Vele jonge Veurnambachtsche edellieden vervoegden sich by de vermelde vrije bende, om ‘t gewenschte insichte te betrachten ende hun leven te wagen voor den naem Christi.’ Ik mag inderdaad niet over het hoofd zien dat de Turken er op uit zijn om de Christenen te verdelgen. Islam en christendom.

Onbewust transponeer ik de jongelingen van Veurne die in 1396 naar Hongarije vertrekken in de onwetende waaghalzen die zich anno 2013 naar Syrië begeven om zich daar in een onbekend avontuur te storten. Het leger vertrekt uit Vlaanderen in de meimaand van 1396. Het doel van de reis is om Nicopolis te belegeren. Ik schakel even over op ‘Google Maps’. Mijn Nicopolis in Hongarije blijkt nu Nikopol te zijn in Bulgarije, op de grens met Roemenië. Een afstand van 2.250 km met een reistijd van zowat 24 uur.

In 1396 zal het wel lichtelijk anders zijn. Ik vraag me af of die Veurnse boerenjongens het traject al dan niet te voet moeten afleggen. En ze moeten dan nog eens terugkeren! Ik krijg daar geen nieuws over, maar het oude verslag van de tocht is anderzijds wel duidelijk. ‘Commende in Hongarien trocken sy benevens ‘t Hongaersch leger op, om de stadt Nicopolis te belegeren, alwaer Bajazet, soudaen der Turcken, met een leger dat boven de hondert duysent mannen beliep hun quam vinden. Aldaer wiertter eenen schroomelijcken slagh geslegen, tot grooten naerdeele ende verderfenisse der Christenen.

Den meerderen deel vanden Vlaemschen ende Franschen edeldom die er in deel nam, bleven daer dood. Jan, des hertogens sone, met noch eenige der treffelijckste heeren wierden door de Turcken gevangen; sy lieten hun het leven op hope van groot rantsoen van hun te trecken: hunlieder meeningh was gegront.’ 200.000 dukaten kost dat spelletje. Losgeld om de zoon van de hertog vrij te krijgen. Om de terugkeer van de Veurnenaars heb ik me onterecht zorgen gemaakt; ‘er zijnder seer luttel wedergeceert om de mare van hunlieder ongeluck te brengen; sy wierden al gedoodt ofte in slavernie gehouden.’ Ook de jonge kapitein Klaas van Uuttenhove ondergaat een gelijkaardig lot.

Hij wordt voor lange tijd als slaaf vastgehouden in Turkije, waar hij zich uiteindelijk zelf kan bevrijden en uiteindelijk toch terug kan keren naar Vlaanderen. Altijd opnieuw zie ik strubbelingen als het over de centen gaat. Kijk maar te Veurne in 1397. De keurbroeders van Veurne pikken het niet langer dat de Ieperlingen geen taksen betalen als ze woningen betrekken in Veurne-Ambacht. ‘We betalen alleen belastingen aan onze magistratuur in Ieper’, verklaren ze ostentatief, maar de Veurnenaars laat het niet zo.

De twisten en processen volgen elkaar in steeds sneller tempo op waardoor de voogd, de schepenen en de raad van Ieper hun collega’s van Veurne contacteren om eens overleg te plegen rond de problematiek. Er komt op 27 november van 1397 een akkoord uit de bus. Ieperse poorters worden vrijgesteld van het betalen van de pointingen aan die van Veurne als ze woonachtig zijn in Ieper en slechts drie tijdstippen per jaar hun buitengebieden in Veurne-Ambacht gaan betrekken. Enfin; tijdstippen.

Drie periodes van veertig dagen tijdens de lente, de zomer en de herfst. ‘Omme hunne landen te benooten ende te besaeyen, ende de andere veertigh dagen in den ougsttijdt, te reeckenen van St. Maria-Magdelenendagh, om hunne vrchten in te scheuren. Bovendien sullen sy op hunlieder goedingen cnapen ende jonge wijven mogen doen woonen om het lantwerck te doen ende de goederen te bewaren. Indien sy er langer verbleven, sullen sy moeten pointinge betalen gelijck of sy opsittende ceurbroeders waren.

Pats. Ik sta in één oogwenk dertien jaar verder in de tijd. De jaerboeken van Veurne tonen niet de minste aandacht voor de dood van hertog Filips de Stoute in 1404 en springen in één ruk naar het gezegende jaar 1410. De geesteszieke Franse koning Charles VI is niet in staat om zijn land te regeren en Jan zonder Vrees, zijn belangrijkste vazal, wil dat in zijn plaats doen. Ik heb de hele periode al eerder beschreven in een ander hoofdstuk en ik ben toch wel benieuwd of ik hier in het hart van de Westhoek nog verdere informatie zal opsteken. Dat is niet echt het geval, maar opnieuw val ik voor de blitse taal van de kronieken.

‘Den hertogh van Bourgondien, grave van Vlaenderen, seer belangrijcke saecken in Vranckrijck te verrichten hebbende, ter oorsaecke dat hy de bestieringh van het rijck gedeurende den tijdt dat coninck Carel den VI buyten sijn sinnen was wilde hebben. Hy vont deswege grooten tegenstandt van wege de andere Fransche princen, by soo verre dat hy besloot gewelt te gebruycken om daer toe te geraecken.’ Onze onversaagde prins heeft natuurlijk geld nodig om oorlog te voeren in Frankrijk. En daar kunnen de Vlaamse steden toch wel van profiteren. De postjes in de magistratuur en in het bestuur van Vlaanderen worden verkocht aan de hoogstbiedende. De landerijen van de hertog worden verpand in ruil voor leningen.

De Vlaamse steden en kasselrijen kunnen vrijuit nieuwe voorrechten en privileges krijgen. Zolang ze er maar voor betalen. Op 13 april van 1410 is dat het geval in Veurne. De plaatselijke keurbroeders en keurzusters kunnen voortaan vrij beschikken over de nalatenschap van terdoodveroordeelden. Wat een lachertje moet justitie hier eigenlijk zijn? Ze krijgen ‘vrijdom van confiscatie van hunlieder goederen gelegen in Vlaenderen, ten ware om den misdade van moortpoogingh begaen jegens den hertogh, sijne huysvrauwe ende wettelicke kinderen ofte jegens quaeden aenslagh tegen den staet, mitsgaders tegen sijne canselier.’

De Veurnse keurbroeders mogen voortaan vrijuit wapens met zich meedragen overal waar ze zich in Vlaanderen verplaatsen. De schepenen en de magistraten blijven op hun posten voor de rest van hun leven. Het magistraat wordt uitgebreid tot negentien schepenen. Van enige democratie zal er in Vlaanderen en in Veurne zeker al geen sprake zijn. Aan al die nieuwe privileges hangt een pittig prijskaartje. ‘Over dese gunsten moesten die der Casselrie jaerlycx betalen aen den ontfanger-generael des hertogs de somme van drije hondert ponden paresys erfvelicker rente, telckens te voldoen op St. Jansdagh midzomers.

Bovendien gaf het magistraet voor dese previlegie een goede somme gereet geldt, doch hoe veel, en heeft men tot heden niet gevonden.’ Jan zonder Vrees houdt lelijk huis in Frankrijk. Hij heeft het nochtans niet onder de markt met die andere Franse prinsen. Je weet wel, onder andere die van Orléans. Een vuile oorlog is het, die op een bepaald moment onderbroken wordt door een staakt-het-vuren en een tijdelijke regeling waarbij de drie grote staten van Frankrijk samen zullen instaan voor het landsbestuur.

Tijdelijk is het minste wat je kunt zeggen van de regeling want de ‘vereenigde princens bleven noch altijdt seer gestoort jegens den hertogh van Bourgondien’. In 1411 barst de etterbuil nog eens in volle heftigheid open. Er volgt een regelrechte oorlogsverklaring gericht aan alle landen en steden van onze Jan zonder Vrees. Iedereen die wat in de pap te brokken heeft in Vlaanderen, wordt opgeroepen tot een spoedvergadering in Atrecht. Geld en manschappen heeft de hertog nodig. Hoe meer hoe liever. ‘Geldt ende hulpe om sijne vyanden te wederstaen.’

Uit ‘Oorlog in het Westland’ van deel 5 van ‘De Kronieken van de Westhoek’.

No Comments

No comments yet. You should be kind and add one!

Leave a Reply

You can use these tags:   <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <s> <strike> <strong>