Toverij op Coene’s hof

Posted by  ivan.vanherpe@westhoek.net   in       10 months ago     299 Views     Leave your thoughts  

Iedereen in de streek, vooral buiten Stavele, de gemeente waar het voorviel, weet te vertellen over de geheimzinnige gebeurtenissen die meer dan honderd jaar geleden zijn voorgevallen op Coene’s hof.

– Dat was daar een die zijn kappe over d’ hage gesmeten hadde. ‘t Was daar alle nachtende gespuis, de laatsten die naar zijn bedde ging, kreeg een klets op zijn konte, de koeien waren met nulder steert aan ‘t dilt gebonden, de knecht was alle navende t’ ende, ‘t was lijk te lastig om te werken daar, de
windemeulen droei ‘s nachts en ‘t robbelde daar op de zolder. De paters hebben daar geweest om te lezen.

– Te Coene’s ‘t spookte daar, de vensters waren daar open en toe gekletst en als ze daarvan geklapt hadden ‘s nachts ze werden met nulder sleppen getrokken tot boven aan ‘t plafond en toen were naar beneden gesmeten. ‘t Brande daar een keersje op den wal.

– Als ze op de zolder waren te Coene’s ‘t ruttelde beneên en de lasten die in zijn bedde ging, dat ‘n een slag kreeg. Als ze naar beneden gingen gaan kijken ‘t was een doodlicht die daar was.

– De laatste die naar bed gaat krijgt een slag op zijn achterste. Dit feit moet de volksfantazie getroffen hebben, want daar waar de toverij te Coene’s slechts als een vage herinnering voortleeft wordt het feit onmiddelijk vermeld.

– Als de paardeknecht water draagt naar de dieren vallen de emmers om vooraleer hij er bij komt.

– Als ze van de toverij gesproken hadden werden ze ‘s nachts bij de hemdslippen tot aan de zoldering opgetrokken en weer naar beneden gegooid.

– Tijdens het avondgebed rolt een appel over de grond, de karton die hem opraapt heeft later in het leven veel tegenslag. Te Coene’s ‘t waren daar vier paters. ‘t Was daar al toverije op dat hof. Ze waren bezig met lezen ‘s avonds en ‘t liep daar een appel op de grond en de karton pakte nem op, maar den dienen heeft vele tegengekommen.

– De kippen leggen eieren zonder schale, en ‘ s morgens vindt men de koeien met hun staart aan de appelboom gebonden.

– Toe Coenes mijn vader heeft dat nog verteld, ‘t kwam een kukkelhaantje alsan binnen al ‘t gotegat en of zij dat nu instaken, overtijd ‘t waren overal gotegaten, ‘t kwam binnen. Ten langen laste z’ hebben de kapelaan gehaald en hij heeft daar ook vele en vele gelezen en ten langen laatste ‘t kukkelhaantje heeft in de stove gegaan. En ze sleepten daar ketens op de zolder.

– De pap kookt in de borden terwijl men aan het eten is of de lepels slaan tegen hun voorhoofd.

– Te Coenes dat was daar al betoverd. Als ze daar pap aten, de lepels sloegen ossan egen nulder voorhoofd, en ‘s nuchtends de koeien waren gebonden in d’appelbomen. En op de zolder ‘t was lijk zulk een geruchte, ‘t was lijk oorloge, en ze kosten daar geen butter krijgen, ze mochten al kéren dat ze wilden. En de paters kamen en ze gingen gaan kijken naar de zolder en ‘t lagen daar voetelingen en wat kulten en de paters zeien dat ze dat mosten opbranden en dat heeft dan gedaan geweest.

– Onder het melken likten zwarte katten de melk uit.

– ‘t Was daar een geestelijk, kapelaan Candaele, een afgevallen geestelijken. ‘t Passeerde daar een keer een vent voor zijn deure, ze waren met twee, maar dien enen viel djuste in een plas water. En dien vent zei: “Ja, ‘k weten wel van wien dat ‘t is.”.

Dit gebeurde allemaal op Coene’s hof een honderdtal jaren geleden… Hoe werd deze toverij nu te niet gedaan?
In de meest volledige sage duurt het onheil voort tot de geestelijke gestorven is. Een zeer goed verteller uit Stavele zegt dat de paters op zolder gingen en daar kousen en kleren vonden. Men brandde ze op en zo werd de toverij te niet gedaan. Anderen geven de traditionele oplossing: de paters zijn er geweest om het af te lezen.

In Stavele op de Waaienburg, ‘t was een kapelaan die zijn kappe over d’ hage gesmeten hadde. De vromenschen hadden op die hofstee dermee gelachen en ze kosten geen butter krijgen, en ze mosten naar een ander hofstee gaan. En ‘t heeft toen een priester gegaan om dat af te lezen. Ook door het lezen van ‘t St. Jansevangelie gebeurt dit volgens een ander verteller.

Te Coenes ze gingen gaan lukken met nieuwjaardag en ‘s navonds als ze naar huis gingen gelijk waar dat ze ‘t ende kamen ‘t was een grote beke en gelijk waar dat ze gingen ‘t was ‘t zelfste en tante Julia begunste met ‘t Sint-Jansevangelie te lezen van “En ‘t licht was licht” en op den slag ze vonden nulder weg.

Uit ‘Sagen weerszijden de Schreve’ door A. M. Devynck  van ‘Heemkring Bachten de Kupe’ uit 1967

No Comments

No comments yet. You should be kind and add one!

Leave a Reply

You can use these tags:   <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <s> <strike> <strong>