Tussen hemel en aarde

Posted by  ivan.vanherpe@westhoek.net   in       1 year ago     279 Views     Leave your thoughts  

Hij hangt tussen hemel en aarde. En hangt tusj’n heem’l en èrde. Hij is onzeker.

Hangen tussen hemel en aarde heeft ook iets van het moment van de uiteindelijke keuze, het moment van overgang tussen leven en dood. Zoals iedereen weet is hinkelen een populair kinderspel, waarbij de kinderen al hinkelend een steentje of houtje volgen dat zij van het ene vak van de hinkelbaan naar het volgende voortschoppen. Hinkelen is een populair kinderspel dat oorspronkelijk een diep religieuze betekenis had. De hinkelpatronen, die in alle steden over de hele wereld op de trottoirs worden gekrijt, lijken vaak precies op de plattegrond van een kerk. Andere lijken op heilige symbolen, zoals een kruis of een doolhof. De bedoeling is om de hinkelblok ( de ziel) veilig over het patroon (het leven) naar het einddoel ( de hemel) te brengen. De danser (een eenbenige duivel) verandert in een eenbenige engel, als hij erin slaagt tussen de obstakels een pad te vinden naar de hemel.

Ik ga doen al wat de hemel geven kan. ‘k: Chon doeën oal dat’n heem’! geev’n kut. Ik ga mijn uiterste best doen; ik ga alles proberen wat binnen mijn mogelijkheden ligt. “God geve!” Is een schietgebed dat erkent dat we als mens niet alles kunnen, maar dat we ook zelf gaan doen wat we kunnen.

Hij heeft zijn hemel op aarde. En es ‘n heem ‘l up èrde. Hij is buitengewoon gelukkig. Deze uitdrukking is ontleend aan talloze plaatsen in de bijbel, waarin de hemel wordt beschreven als de plaats waar men het hoogste geluk geniet. In de beeldtaal van de bijbel is de hemel vaak, vooral in de parabels, een maaltijd, een bruiloftsmaal van de bruid, de Kerk, met de bruidegom, Christus.

Hij is in de zevende hemel. En iz in d’n zeev’nst’n heem’l. Hij is intens gelukkig. De kabbalisten beweerden dat er zeven hemelen waren, de ene nog gelukkiger en schoner dan de andere, waarvan de zevende, de ‘hemel der hemelen’ een typisch Joods superlatief, de verblijfplaats van God en van de hoogste klasse van de engelen is. In de 17e-eeuwse geschriften vinden we, vooral bij Vondel, meermaals de vermelding dat er ‘negen hemelen’ (cfr. 9 koren van de engelen) waren. In aansluiting aan het Ptolemeïsche wereldstelsel was men er tijdens de middeleeuwen (en nog lang daarna) van overtuigd dat het Heelal bestond uit een aantal elkaar omgevende en zich om elkaar bewegende sferen (hemelen). Elk had een eigen naam. Zo was er bijv. sprake van een ‘kristallen hemel’ en een ‘vurigen hemel’. Het getal, de opvolging en de namen van deze ‘hemelen’ verschilden wel naar gelang de bron die men had gebruikt. Het getal 7 is altijd van groot belang geweest. Nu nog wordt het door velen beschouwd als een magisch getal. In de Bijbel staat het getal 7 in verband met het verbond (3 ‘God’ + 4 ‘4 windstreken, wereld’), voor de 7 dagen van de schepping, voor de 7 vette en de 7 magere jaren, het 7e zegel, de 7 engelen in het boek Openbaringen, de 7 deugden en de 7 hoofdzonden.

De joden kennen de zevenarmige kandelaar, de menorah, en ze vieren 7 weken na Pesach (het joodse Paasfeest) het Wekenfeest. Maar ook buiten de Bijbel wordt het getal 7 veel gebruikt. Denken we maar eens aan Sneeuwwitje en de 7 dwergen, de 7 kleuren van de regenboog en de – wereldwonderen . Men dacht dat er zeven hemelen waren. In de bovenste stond de troon van de allerhoogste, almachtige God. In het Grieks wordt meestal gesproken van ‘hemelen’ in het meervoud. (Hebreeën 1: 1 O; 2 Petrus 3: 10). De woonplaatsen voor de engelen waren in lagere sferen, afdalend in belangrijkheid. Tussen de onderste hemelse sfeer en de aarde was – uiteraard – de lucht. Maar men dacht niet aan de lucht als een zuiver atmosferisch gebied, maar als één, waar geesten woonden, vooral boze geesten. Nu begrijpen we waarom Paulus schreef over ‘de overste van de macht van de lucht’ in Efeziërs 2:2. Ook is de 7 een priemgetal, d.w.z. het is alleen deelbaar door 1 en zichzelf, ea staat dus voor maagdelijkheid.

Onder de blote hemel slapen. Oend’r d’n bloèt’n heem’! sloap’m. In open lucht slapen. ‘Bloot’ is hier vermoedelijk een verbastering van ‘blauw’. In het Latijn: ‘Sul tecto coeli’, d.i.: onder het dak van de hemel. (Huizinga 4133)

Iemand zijn zaligheid zeggen. Etwieën ze zoalycheet zeg’n. Tegen iemand ongezouten je mening zeggen.

Hemelmate. Heem ‘lmoate. In vogelvlucht. Dit woord staat in Loquela van Guido Gezelle vermeld als een woord dat hij in Poperinge hoorde: “Dat is vier uren wijd van hier, hemelmate.”

Een hemelsteen. En heem’lsteeèn. Een geluksteen, een ‘kolieksteen’. Een kolieksteen is een steentje, wellicht een klein meteoorsteentje, dat diende als huismiddeltje tegen koliek. Koliek is een hevige kramp in de onderbuik. In zijn Loquela vermeldt Guido Gezelle volgende zin die hij in Poperinge hoorde: “Die hemelsteentjes en groeien in de eerde niet: ze vallen uit den hemel, uit de lucht.”

We gaan hem wat ophemelen. Me gon e bitj up heem’l’n. We gaan hem (een tikkeltje overdreven) loven en prijzen.

Uit ‘Bij de duivel te biecht gaan’ van Willy Tillie uit 2008 (een uitgave van heemkring De Schreve)

No Comments

No comments yet. You should be kind and add one!

Leave a Reply

You can use these tags:   <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <s> <strike> <strong>