Uit de geschiedenis van Leisele

Posted by  ivan.vanherpe@westhoek.net   in  ,      2 years ago     1068 Views     Leave your thoughts  

TIENDEN
Het is wel nuttig het ontstaan van deze tienden wat nader toe te lichten. Ze waren meestal het tiende deel van de opbrengst van de boerderij; in sommige gevallen kon dit ook het 3e, 6e of 9e deel zijn, soms ook het 11e, 50e of 110e deel. Oorspronkelijk, in de vroege middeleeuwen, ontstond het gebruik der tienden om de onkosten van de eredienst te dekken. De opbrengst van deze tienden werd als volgt verdeeld : een derde was voor de pastoor, een derde ging naar de kerkfabriek en het overige derde kwam ten goede aan den disch (armenzorg).

In de loop der tijden kwamen veel van deze tienden terecht in handen van leken, de pastoor kon echter in de meeste gevallen zijn deel behouden. Er werden tienden geheven op de gewassen zoals tarwe, rogge, vlas en andere. Deze tienden noemde men grote tienden. Kleine tienden waren deze die geheven werden op bonen, erwten, enz. Onder de kleine tienden werden ook deze gerangschikt, die geheven werden op zwijnen, schapen enz. Dit waren de zogenaamde vlees- of bloedtienden. De tienden die geheven werden op vruchten, geteeld op nieuw ontgonnen grond, werden novale tienden genaamd.

Wanneer de oogst gepikt en gebonden was, moest de boer de tiendeheffer verwittigen. Deze kwam dan ter plaatse, wees elke tiende schoof aan en deed ze opzijleggen. Om alle betwistingen te vermijden, werden de pikkers en binders nadrukkelijk verzocht de schoven zoveel mogelijk gelijk te maken. Als de vruchten in goede staat waren om ingehaald te worden, kwam de tiendeheffer of een zijner onderdanen de vruchten weghalen. De verdere bewerking van de vruchten was ten laste van de tiendeheffer. De schuur, waar de vruchten werden ondergebracht, kreeg de naam van tiendeschuur.

Vóór de Franse revolutie had elke parochiekerk niet alleen een patroonheilige zoals nu (b.v. voor Leisele St. Martinus), maar bovendien ook een wereldlijke beschermer, wiens rechten en plichten tegenover de kerk zeer duidelijk bepaald waren. Vele kerken hadden in-den beginne de Grootmeester der Tempeliers als wereldlijke patroon. Deze zeer belangrijke orde, die in Palestina ontstond tijdens de kruistochten, breidde zich zeer snel uit en telde omstreeks 1260 reeds ongeveer 28.000 ridders en 9.000 onroerende eigendommen. Reeds in 1127 had deze orde een kerk en een gesticht te leper.

Dit verdween in de 15e eeuw en de bezittingen gingen naar het Huis van Elverdinge. Veurne had eveneens zijn Tempelhof, Wegens bouwvalligheid, werd het in het begin der jaren 1600 heropgericht. Nadien deed het dienst als Capucienenklooster. In 1230 was er een Tempelhof te Roesbrugge. Men vond een Tempelhof te Westvleteren enz. In deze Tempelhoven waren meestal oude, ziekelijke of gewonde broeders gevestigd. Zij dreven handel in wol, laken en dranken. De handel in dit laatste goedje zou de oorsprong zijn van de spreuk : “Zuipen als een Tempelier ! “.

Gezien in het archief van Leisele in het jaar 1600 melding wordt gemaakt van de Tempelierswal, mogen we hieruit veronderstellen, dat er eertijds ook een eigendom zal geweest zijn, dat aan deze orde toebehoorde. Op 3 april 1312 werd deze orde door paus Clemens V afgeschaft, en haar bezittingen gingen meestal over naar de orde der Ridders van St. Jan van Overzee, ook nog genaamd de orde van Malta.

Het patronaatsrecht bestond hierin dat de bezitter ervan zijn woordje te zeggen had in de aanduiding van de geestelijken en andere kerkbedienden. Deze stelde hij ter benoeming aan de bisschop voor. Hij mocht de tienden heffen op de gronden van deze parochies, maar hij was ook gehouden tussen te komen in het onderhoud van de kerk en van de pastorie. De tienden werden door Napoleon afgeschaft in augustus 1790.

In verband met de tienden berust in het kerkarchief volgende nota:
Casus Cositie.
– “De generale thienden der prochie van Leysel, Casselerie van Veurne, zijn competerende aen wereldlijke heeren te weten : aen mijnheer Charles Louis Francois de Brias, ridder, marquis van Royon, de vijf sesthien-den; aen mijnheer Louis Francois Jerome, baron de Dion, oock ridder, heer van Wandonne, de drie sesthiende deelen; aen mijnheer Jacques Louis, baron Bonaert een vierde deele; aen Francois Joseph van den Stickele, heere van Maubus de acht dertighsten van een vierde; aen den voorseyden heere baron Bonaërt bij andere coop de neghen dertighsten van een vierde; ende aen heer ende meester Carolus Frans Cardinael priester, de resterende vijf dertighsten van tselve vierde.”

Zoals u ziet, konden ze in die tijd ook rekenen en met breuken omspringen, toch zal het een hele berekening zijn geweest, vooraleer ieder zijn deel kreeg !
Verder lezen we nog het volgende : “Elck vande selve leenen moet contributiè’n pro rato in een rente van twaalf ponden pars. bij jaere geldende aen de abdie van Estrum bij Atrecht aen wekkers abdisse competeert de colatie van cure van Leysel.

Men weet niet of deselve thienden souden wesen geinfondeert van dae-te van het Concillie van Lateraenen gehouden ten jaere 1179 ofte niet, men soude nochtans wenschen fondament te connen vinden om de ge-seide heeren thiendeheffers te bedwynghen tot het onderhouden ende restauratie van deselve kercke.”

Het gebeurde wel meer dat de tienden werden verpacht aan derden. Deze moesten dan instaan voor de inning ervan om ze dan globaal aan de rechthebbende over te maken.
– “Conditiën ende bespreken op de welcke sullen verpacht worden d’ordinaire schoofthienden coolsaet ende toubacq thienden te loote… aen den heere marquis van Royon inde prochie van Leysele voor de ougst ende ontbloot 1721 dit ten versoucke van d’heer ende meester Pieter Joseph Mesdach, machtigh bij procuratie ende ontfangher vande selve thienden” – (1)

Benevens de Burg van Leisele waren nog volgende lenen gehouden van de Burg van Veurne :

HET LEENHOF VAN HAZEBROUCK
P. Heinderycx beschrijft dit leen als volgt:”Daer is op deze prochie nog een leenhof gehouden van den Burgh van Veurnen, genaemt “Het Hof van Hasebrouck” omdat het voormaels toebehoort heeft aen het geslacht van Hasebrouck; ‘t lijnde het fonsier groot 32 gemeten daervan gehouden fijn 4 achterleenen welk hof verre gelegen is zuyt van de kereke bij ‘t Nieuwe Meulcken (hofstede Roger Vandewalle, Beverenstraat, 77), daervoor desen gestaen heeft een lang huys, ‘t gonne gebrant is, maer men liet nog wel uyt de groote plaetse die seer wijt bewalt is dat daer voormaels groote gebouven gestaen hebben.

Naer dat dit leenhof langen tijd geweest hadde in het geslachte van Haesebrouck, is het vervallen in de gonne van Gistele, en Jo. Gilles vanGistele verkochtte dit goet a° 1576 aen Theodore de Ram, die het achterliet aen Jo. Jan Cornelis de Ram, zynen soone, denwelken afgevallen synde van de H. Kercke en van synen konink, hielt hem bij de Staeten van Holant, die jegem den konink saemen oorloge voerden, daerom dat dit leen geconfisqueert wiert en aenghetroken bij den ontfanger van confisquatie, en als den peys tuschen den konink van Spagnien en de Staeten van Holant a° 1648 gesloten wiert, heeft Jo. Jan de Ram gekomen in het bezit van dit leen, en heeft hetselve achtergelaten aen Jo. Lowyi de Ram, synen soone, dewelken stervende sonder kinderen, a° 1668 heeft dit leengoet geërfd Jo*. Frans A syne suster.

HET HOF TER KIELE
Dit leenhof was gelegen ver oost van de kerk,langs de huidige Stavelestraat. L. Gilliodts-Vanseveren schreef er het volgende over : “Het Hof ter Kiele” met een fonsier van 6 1/2 gemeten, en 6 achterlenen.
Jean Dom 1365 – Jan de Muts. Zijn zoon Jan.Zijn dochter Jeanne, 1398
Boudewijn Odelin, 14 53 – Corneille Coppin, door aankoop, 1457. Zijn dochter Jeanne, echtgenote van Jan Manteel, 1502. Haar dochter Jossine, echtgenote van Leon Spierinc, 1535. Jacques, zijn zoon, 1560. Zijn zoon, Léon, 1595. Paul, zijn zoon, 1632. Zijn zoon met dezelfde naam, 1670. Pieter Mesdach, door aankoop, 22 februari 1674. Zijn soon Jean-Bapriste, 18 augustus 1683. Pieter Joseph, zijn zoon, echtgenoot van Jeanne Claire Janssens, 16 augustus 1718. Louis Joseph, zijn zoon, echtgenoot van Marie Anne Van der Fosse, 5 november 1731. Cuillaume, zijn zoon, 12 juni 1753.

Vervolgens komt dit leenhof in het bezit van graaf Girot de Resnes. Deze was afgezant van de Hertog de Guise. In 1937 wordt het goed eigendom van Marcel Moeneclaey door aankoop.
Uit het archief van de casselrie van Veurne : In 1674 werd ridder Pieter Mesdach heer van Ter Kiele, een oud kasteel te Leisele, waar hij in 1684 overleed in de ouderdom van 65 jaar. Hij was schepen en keurheer van de stad Veurne.

“Heer Guillaume Francois Joseph Mesdach, ridder, heer van Ter Kiele, Blaeuvoutswalle enz. 1786”. Hij was tevens hoofdbaljuw van Veurne-Ambacht in 1784. De grafsteen, buiten in de kerkmuur, links van de ingangsdeur, is van hoger vermelde Corneüle Coppin, die overleed in het jaar 1500.

DE AMMANIE VAN LEISELE
In de zestiende eeuw was de Ammanie van Leisele in het bezit van de familie de Bergh. Christiaen de Bergh in 1502. Jan de Bergh, echtgenoot van Paschine Courteville. Jacques, zijn zoon, echtgenoot van A-drienne Van der Gracht; deze erfde de Heerlijkheid van Plancques van haar broeder Arnoud Van der Gracht, Gouverneur van Burgburg en Groot-Baljuw van Veurne. Jan, zijn zoon, Heer van Plancques, huwde Anne de la Chappelle, dochter van Claude en van Marie de Themeske. Jan, zijn zoon, Heer van Plancques (Casselerie van Burgburg), huwde Adrienne Claeys, dochter van Arnoud en Catherine de Meeckeren. Jan, zijn zoon, huwde Gertrude-Isabelle Rym, Dame d’Hundelgem. Jan, zijn zoon, huwde op 30 oktober 1667 met Dame de Preston, dochter van Jan-Georges.

NOEMENSWAARDIGHEDEN UIT DE VROEGSTE TIJD

Het is wel interessant hier enkele gebeurtenissen uit de geschiedenis van onze streek in te lassen. In het jaar 634 kwam St. Amand, bisschop van Tongeren, naar onze gewesten om er het geloof te prediken. Na hem kwam in het jaar 649 St. Elooi, bisschop van Doornik en Noyon.

In het jaar 874 werd onze streek door sprinkhanen geteisterd. -“Naer de verschijning eener sterre met eenen steert ende andere voorteekenen van plagen isser in den jare 874 geweest eenen soo drogen somer. dat het gars op het velt uitdrooghde en daar is in Veurenambacht ende andere landen van daer omtrent langst de zee gelegen, opgeresen soo eene menichte van sprinkhanen, dat het eene plage van Pharao scheen te zijn. Sij hadden ses vleugelen ende ses voeten, maer sij en vlogen niet, sij hadden oock twee tanden soo hart als een key, sy aten ende bedorven alwaer sy quamen het graen ende het gars ende al de groenten ‘t gone sy op den acker vonden.

Daer waren er soo overtallick en dat sy de aerde bedekten waer sy quaemen, alle avonden veranderden sy van plecke om jegens den naestcommenden dagh nieu voedsel te vinden. Die langdurige droochte welcke gevolcht was van soo eenen vreeslicke plage, veroorsaeckte eenen dieren tijd. Naer soo eenen ellendigen somer was het soo eenen straffen ende couden winter, dat het lant sedert het eerste vanden maent november totten equinosc der lente met sneeuw bedeckt was.”

In dit boek lezen we nog volgende aantekeningen : – In de winter van het jaar 1213 hoorde men over niets anders dan roven, moorden en branden, daar de Vlamingen in strijd waren tegen de Fransen. In 1315 regende het 10 maanden lang zodat de vruchten op de velden niet konden rijpen. Het graan en wat op de velden stond verrotte, wat een vreselijke hongersnood tot gevolg had. De tarwe was schier met geen geld te kopen.

De arme mensen doolden uitgehongerd langs de straten en waar ze iets vonden vielen íe er met gehele benden op. Alles werd verslonden, tot slechte kruiden en alle soorten van vuiligheid toe. Dit onrein voedsel veroorzaakte de pest en andere besmettelijke ziekten, waardoor velen stierven. De Franse krijgslieden vielen op de dorpen van Veurne-Ambacht. Al de inwoners die konden, verlieten hunne woonsteden en trokken met have en goed naar ‘t Brugse Vrije. Langs de Lovaart en andere waterlopen waren wachten opgesteld die overal de bruggen afbraken om de opmars van de vijand te beletten.

Uit ‘De Geschiedenis van Leisele’ (Heembibliotheek Bachten de Kupe 1977)

No Comments

No comments yet. You should be kind and add one!

Leave a Reply

You can use these tags:   <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <s> <strike> <strong>