Val nu toch dood!

Posted by  ivan.vanherpe@westhoek.net   in       6 months ago     215 Views     Leave your thoughts  

Val nu toch dood!
Ik verslik me haast in mijn ochtendkoffie op 1 mei van het jaar 1447. Seroalius Heyse trouwt met Philipina van den Brouke. De huwelijksmis wordt gecelebreerd in de kerk van Sint-Maarten, waar de toren na storm van 1433 nog altijd in de steigers staat. De zus van de bruidegom wil wel eens een blik gaan werpen in te toren en samen met Seroalius Heyse stappen nieuwsgierig de trappen op om de stand van zaken bezichtigen.

‘Nu op thoren zijnde moeste zijne zuster uyt nood der nature haer waeter maeken en daer om wat ter zijde trekkende is over een stuk hout gestooten en gevallen van boven neer den thoren aen de kant van de groote kerkedeure alwaer juist stond den voogd van Iper genaemt Paulus van Dixmude met zijne dogter Christiana, op wiens hoofd de zuster van d’heer Heyse gevallen is, wezende alle beyde doodelijk gequest en eene heure daer naer gestorven.’

Kom toch zo aan uw einde.

De historie van het wildplassen moet ongetwijfeld een hoogtepunt betekenen voor de roddeltantes van de stad. Vlaanderen wordt in datzelfde jaar stilaan weer onrustig. De ‘Jaer-Boecken der Stadt Brugge’ geven het ook aan. De oorlog die de kronieken van Ieper 10 jaar verkeerd in de tijd hebben geplaatst, begint stilaan te gisten. ‘In Vlaenderen begonde men wederom van groote moeyelyckheden te hooren, mits den hertoge eenen nieuwe calliote inbrengen wilde, stellende een last van zeventhien groote op elck hoedt zout.’ Een belasting op het zout.

1449: zakkenvullers in Ieper
De gemeenten waeren hier over zeer t’onvreden, en namentlyck die van Gendt, de welcke opentlyck zeyden, dat zy zulckx noyt zouden toelaeten; en alzoo buyten dies in het volgende jaer by den prince noch een ander last opgestelt was op het koorne, zijn zy noch eens in de wapenen geloopen, en zijn alzoo eenige jaeren in hunne ongehoorzaemheyt gebleven.

Goede Vrijdag. 5 april 1449. Gravin Isabella is op bezoek in Ieper en ‘daer waeren alsdan diversche gevangenen die bitterlijck jammerden zoo de gravinnen voorbij de vangenisse passeerde’. De mannen smeken om gratie en Isabella laat zich vermurwen. Goede Vrijdag is een uitstekende dag om vergeving te schenken. Ze verzoekt aan de magistraten om hen gratie te verlenen en er voortaan telkens een gewoonte van te maken voor diegenen die op de paasdagen op zoek zijn naar vergeving en gratie. Ik probeer een stuk vervelende kronieken samen te vatten. Gelukkig word ik geholpen door een aardbeving in Brugge.

Ik glip weg uit Ieper. ‘Op den 23. april ’s morgens tusschen dry en vier uren voelde men tot Brugge eene afgryselycke aerdbeving, waer door vele schaede gebeurde.’ ‘Anno 1449 was de peste binnen Iper en ten zelven tijde waeren eenige valsche reeuwers.’ Ik bots op een woord dat ik niet ken. Dat blijken mensen te zijn die dode mensen afleggen of zich engageren om besmette mensen tijdens hun levenseinde bij te staan. Ze trekken zo van het ene pestgeval naar het andere en ze houden op die manier bewust of onbewust de epidemie in de stand. Een heel speciaal beroep is het, ze moeten zelf instaan voor de begrafenis van de pestslachtoffers.

De oppassers en de lijkafleggers krijgen als tegenprestatie de eigendommen van omgekomen gezinnen. De term ‘reeuwer’ wordt in Frankrijk beschreven als ‘sacard’, zakkenvuller, wat in Frankrijk ook het synoniem betekent van een ‘plunderaar van uitgestorven huizen.’

De valsche reeuwers gebruiken rattengif
Ik weet nu wat ze in Ieper bedoelen met hun ‘valsche reeuwers’ en zo kan ik verder met mijn verhaal. ‘Eenige valsche reeuwers die onder den schijn van het volk te genesen middel zogten om het te vergeven, om welke oorzaeke drie reeuwers tot Iper zijn geexcuteert geweest en ter dood gebragt.’ Het medicijn om te genezen blijkt vergif te zijn. Smerig. ‘Zij wierden gevoert op eenen waegen langs de straete en wierden nakt ontkleed van de gordelrieme geslegen en wierden aen de vier houken van de stad met gloyende iser bestreken op hun bloot lichaem en wedergekeert zijnde wierden zij onthoofd voor het bazant.’

De 3 reeuwers worden bij naam benoemd. De eerste is Willhem Matthijs, ‘geseyd Scheurcappron van Dixmude den welken twee maegdekens naem om te genezen gaf hun ragael te drinken waer van dat zij stierven.’ Die ‘ragael’ blijkt synoniem te zijn van regaal. Rattengif of een dodende cocktail van arsenicum met sulfer. ‘Den 2den was genaemt Heyne gebooren van Herenthals en nog eene met hem die ook veele menschen vergeven hadden.

Men schrijft dat tussen 1457 en 1460 te Brugge als dan 24.000 menschen van de pest gestorven zijn en de overige tot zoo grooten hongersnood gebragt dat zij hun leven moesten onderhouden met peerdeboonen en haever en zelfs met oliebrood het welke in den winter in de spijzen der koeyen gemengeld word. Men schrijft ook dat’er dan te Dixmude geen t’negentig menschen overgebleven zijn en dat te Rousselaere de wolven in de huyzen woonden welke door het afsterven van t’volk ledig stonden. Bid voor hunne zielen’

Dit is een fragment uit deel 5 van ‘De Kronieken van de Westhoek’

No Comments

No comments yet. You should be kind and add one!

Leave a Reply

You can use these tags:   <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <s> <strike> <strong>