Vernielingen tussen Roesbrugge en Proven

Posted by  ivan.vanherpe@westhoek.net   in       2 years ago     378 Views     Leave your thoughts  

Baldadigheden in Roesbrugge

In den nacht van dinsdag-woensdag ll. zijn er, zoo het schijnt, door eenige jongelingen, langst de kalchiede van Rousbrugge naar Proven, een aantal buitensporigheden begaan, zoo als balien en stakkittingen uitgerukt of gebroken, boomen beschadigd, plantsoenen, enz, enz…, van weersten den openbaren weg gelegd; allen daden die besloten eigendommen geschonden hebben en verders allerhande ongelukken konden veroorzaken.

Ofschoon wij veronderstellen dat dit niet dan uit enkele farce gebeurd is, wij kunnen het echter niet stilzwijgend laten voorbijgaan. Wij geloven niet dat de daders mannen van een kwaadaardige wil zijn, integendeel, wij zijn overtuigd dat daags na dat den drank hun eensdeels opgewonden maakt, zij nadruk gevoelen over hunne losbondigheid, en zoo zijn zijn niet alleen, want er doen zich maar al te dikwijls dergelijke grappen in onzen omtrek op.

Wat is dan de oorzaak van dusdanig gebruik? Zeggen wij het stouwt weg: de ‘beschaving’. En het was wel hierop gegrond toen wij in onzen nieuwjaarswens zeiden tot de jongelingen:

Wij u aan geen dwaze grappen

Leeft voor kunst en wetenschappen…

Niet dat wij den smakelijken bruinen en de kronkelende tabakwolken benijden, ver van daar, wij zelf zijn oprechte liefhebbers van dit oude kenteeken onzes Vlaemsches vadergrond, maar hebben wij de werkelijke gebruiken onzer voorouderen behouden, waarom dan ook niet hunnen kunst- en geestdrift nagevolgd, om aldus het nuttige en het zedige met het vermakelijke gepaard te zien, en die veel zoude toebrengen om de zoete eensgezindheid te doen bloeien.

Vroeger zegden wij dat bij ons het veld van kunsten en wetenschappen nog woest lag, maar tot onze groote voldoening hooren wij langzamerhand meer en meer spreken over het inrichten van een letter- en leeskundig gezelschap; dit is een stap vooruit, en wij wensen deze die er pogingen toe aanwenden het welslagen. Zij leggen de hand aan een dierbaar werk, hunne gemeente begiftigen met iets due den geest, zeden en gebruiken kan beteugelen en de baan naar het goede wijzen, is prijsbaar.

Zulke inrichtingen moeten vooruitgang stichten en maken dat onbezonnen daden, zoo als hierboven aangehaald, uit het dagboek onzer gewoonten verdwijnen.

Uit ‘De Dorpsbode van Rousbrugge’ van 20 januari 1857 – www.historischekranten.be –