Verschrikkelijke trambotsing te Fortem

Posted by  ivan.vanherpe@westhoek.net   in       1 year ago     603 Views     Leave your thoughts  

Een schrikkelijke trambotsing greep maandagmorgen rond 7 3/4 uur plaats op de tramlijn Ieper-Veurne, tussen Fortem en Lo, op 400 meter afstand van Fortem statie. Ziehier de juiste omstandigheden waarin dit ongeluk gebeurde. Maandag was het paardenfeest te Elverdinge en, omdat veel paarden van deze streek gewoonlijk naar de feesten van die gemeente gevoerd zijn, voor het vervoer van deze dieren, soms bijzondere trams ingericht die op geen vaste uren vertrekken.

Dit was nu het geval. Het groot getal paarden veroorzaakte het vormen van een bijzondere tram, die ’s morgens om 6 3/4 uur uit Veurne vertrok en samengesteld was uit het machien, daaraan een foergon en dan 14 wagens met paarden, of om paarden op te laden langs de weg.

De tramwachter, Gustaaf Vandamme, had het bevel gekregen over deze tramn en order ontvangen zich per telefoon ’t akkoord te stellen met de reizigerstrams, waarvan hij de uren kende, en ook met de koopwarentrams, die geen juiste uren hebben.

Gekomen te Alveringem telefoneerde Vandamme naar Lo en vroeg er de tramwachter van de koopwarentram die uit Ieper kwam en op dit uur te Lo moest zijn. De bazin van de herberg antwoordde dat de koopwarentram nog niet toegekomen was, waarop Vandamme haar gelastte aan de tramwachter te zeggen dat zij te Fortem gingen kruisen en dat hij dus tot daar moest voortrijden.

Hierop reed Vandamme voort naar Fortem. Daar gekomen zag hij niets opkomen en, wetend dat de koopwarentram een weinig verachterd was, gaf hij seffens bevel voort te rijden tot Lo om daar te kruisen, en zo enige tijd vroeger met de paarden te Elverdinge toe te komen.

Op de foergon die, zoals wij hoger zegden, aan het machien vast was, stonden al voor en al achter op de platformen een dertigtal landbouwers en paardenkooplieden, die met hun dieren of om er te kopen meegingen naar de feeste. In de volgende wagons zaten een dertigtal paarden en knechten om er voor te zorgen.

Beide trams vertrekken
Van Fortem naar Lo loopt de tramlijn langs de vaart. De koopwarentram was ook uit Lo weggereden en M. Frederik Franchoo, kantonnier van de Lovaart, en de herbergbaas Peperstraete, die aan de overkant stonden, zagen beide trams opkomen.

Ze staken hun armen omhoog, schreeuwden, doch de machinisten verklaarden achteraf deze tekens niet gezien te hebben.

De draai belette van weerskanten de machinisten de opkomende trein te bemerken en het was slechts toen de paardentram buiten den draai kwam, op 70 meters van elkaar – volgens meting na het ongeluk door het parket gedaan – dus voor elk 35 meters, dat zij malkaar zagen.

Seffens werd het noodsignaal gegeven. Lichtgeladen, kon de koopwarentram seffens stoppen en hield om zeggens weldra geheel stil. Stoker, machinist en wachters sprongen ervan. De machinist van de paardentram deed ook wat hij kon om te staan, en sloot de freinen. De stoker sprong van zijn machien en liet de freinen van twee wagons nedervallen. De tramwachter die in de foergon zat, was, op het horen van het noodsignaal op het voorste platform gesprongen en sloot daar ook de frein, doch alles tevergeefs.

De machinist zag dat een ongeluk onvermijdelijk was en sprong van zijn machien. Door het groot gewicht vooruitgeduwd, botste de paardentram met geweld op de andere, juist bij het groenselhof van Henri Maes, op 400 meter van Fortem statie.

De botsing was verschrikkelijk. Alhoewel veel verminderd, omdat de tram die uit Ieper kwam bijna stil hield. Een oorverdovend gekraak werd gehoord, gevolgd door smartelijke angstkreten.

De tweede wagon, met een paard en een man erin, kreeg drie hevige schokken en werd van de riggels opgeheven. Hij botste met groot geweld door den foergon waar de reizigers voor en achter op stond. Het dak van de foergon werd afgestuikt en vooruitgeslingerd op het machien, de zijden werden in splinters vernieuwd en opengeduwd, het ijzerwerk werd verwrongen, dikke stukken werden midden in twee gebroken en de wagon nedervallend, stond recht op de plankenvloer van de vernielde foergon.

Fortem

Gelukkig dat de reizigers buiten stonden, want zo werden meest allen door de schok weggeslingerd. Anderen echter lagen tussen de twee wagen.

De reddingswerken
Seffens was veel volk van de gemeente ter plaatse en, de eerste verslagenheid voorbij, begon men de reddingswerken. Een reizigerstram uit Veurne was intussentijd toegkeomen en de reizigers snelden onmiddellijk toe om te helpen.

De gekwetsten

Angstkreten stegen van onder de wagon en men begon de gekwetsten eruit te halen. Vier ervan waren dodelijk gewond: René Tanghe, 34 jaar, landbouwer te Alveringem en vader van 3 kinderen. Camille Soete-Lelieur, 38 jaar, landbouwer te Alveringem en vader van 2 kinderen. Jan Vanhoutte, 69 jaar, paardenkoopman te Oostkerke die ook verscheidene kinderen heeft en Jules Bruynooghe, 41 jaar, ongehuwd, zoon van de heer burgemeester van Alveringem.

De gekwetsen werden langs de vaart op het gras gelegd en de heren Boedts en Stechelman, geneesheren van Alveringem, de drie geneesheren van Lo, een geneesheer te verlof in Lo, de onderpastoors van Alveringem en lo, die men allen per tram en per rijtuig was gaan halen, deden al het mogelijk om hun zorgen te besteden. Het geleek een slagveld. Bloedende, bijna ontzielde lichamen langs langs de dijk uitgestrekt, omringd van priesters die biecht hoorden en geneesheren die de wonden verbonden. Bezonderlijk E.H. Debaecker onderscheidde zich om de slachtoffers te helpen en aan de erg gekwetsten het H. Oliesel toe te dienen.

De moed en de ijver van priesters en geneesheren werd door iedereen bewonderd. Al de inwoners van Fortem waren ter plaatse en allen hielpen mee aar ze konden. Lakens en omwindingen werden gehaald, matrassen en berries, en iedereen stelde bereidwillig zijn huis ten dienste van de gekwetsten.

Van alle kanten kwam volk toegelopen: van Lo, Alveringem, Veurne, in één woord van alle omliggende gemeenten. Er kwamen minstens 2500 mensen ter plaatse. Velo’s lagen er bij hopen, en velen kwamen naar nieuwstijdingen van familieleden of vrienden vragen. Personen die op de tram waren toen het ongeluk gebeurde en die niet gekwetst waren, namen de eerste velo die zij zagen liggen en reden huiswaarts om hun gezin gerust te stellen. Middelerwijl waren de nodigste verbindingen gedaan en begon men de gekwetsten weg te dragen.

Jules Bruynooghe werd op een berrie en een matras naar zijn huis gedragen te Alveringem. De man was een been gebroken, kloeg van erg pijn in de lenden en was gekwetst aan de linkerhand. Jan Vanhoutte had een been geheel in splinters vermorzeld en was erg gekwetst aan het hoofd. Zijn gezicht was ijzingwekkend om zien. De oude man werd gevonden met een bil tussen de wagon en de foergon. Met een winde werd de wagon langzaam opgeheven, toen opeens de winde wegschoot en de wagon zwaar op de bil van de ongelukkige terugviel.

Men moest opnieuw beginnen vooraleer hem te kunnen verlossen. Hij had daar 20 minuten alzo gelegen. Vanhoutte was deerlijk gesteld en men vreesde een dodelijke afloop. Men droeg hem ter herberg van P. Dinnekein.

Een derde erg gekwetste was René Tanghe, die men met een schuit over de vaart voerde en in het huis van Henri Godderis bracht. De man was niets gebroken, maar overal gekwetst. Men mocht hem niet aanraken of hij kloeg oen waarschijnlijk moest hij inwendig erg gerocht zijn.

Camille Soete werd binnengedragen bij de bakker Henri Ramon. Hij ook was deerlijk gesteld. Het vlees was hem van het achterste gedeelte van rug, bil en been getrokken en had zo ijselijke wonden veroorzaakt. Hij kloeg ook nog veel van een stuik in de lenden.

Laatste drie genoemden werden de laatste Heilige Sacramenten toegediend. Er waren nog veel gekwetsten, maar zo erg niet. Emile Bafcop, 40 jaar, landbouwer te Lo kloeg inwendig en is ook nogal erg gekwetst.

Op het gras vond men een vinger die glad afgesneden was: het was deze van Emile Tryssesoone, 55 jaar, van Alveringem. De man was een vinger geheel en een half af, had verwondingen bekomen over geheel het lichaam en werd verzorgd bij Henri Maes. Later kon hij huiswaarts gaan. Zijn zoon Maurice, 17 jaar, werd de schouder ontwricht.

Henri Brusselle, 51 jaar, van Steenkerke, had een gapende wonde aan het hoofd. Zijn zoon Gabriel, 21 jaar, werd ook gekwetst. Camille Demolder, 30 jaar, van Steenkerke, had een groot gat in zijn been. Edmond Ghyssels, 49 jaar, had een stuik gehad en viel gedurig in bezwijming. Gustaaf Huyghe, 48 jaar, van Avekapelle bekwam wonden aan het hoofd en werd ook ter plaatse verbonden.

Verscheidene andere personen min of meer erg gekwetst, liepen rond, de een met de vest gescheurd, een ander met gans verhakkelde klederen. De tramwachter Vandamme was als zinneloos en men moest hem met geweld beletten in de vaart te springen en zich te verdrinken.

De toegelopen menigte groeide gedurig aan. Van de foergon waarop al de reizigers waren, bleven maar stukken hout en verwrongen ijzer meer over. Men moest de wagon die erop stond met een paard erin, toebehorend aan de landbouwer Wareyn van Wulpen, openbreken om het dier eruit te krijgen. De man die erbij was had men reeds verlost, hij was niet gekwetst maar het dier was nogal erg gewond.

Geheel de gemeente was in opschudding gebracht door dit wreed ongeluk en iedereen had medelijden met de gekwetsten. Toen ’s namiddags het parket van Veurne ter plaatse kwam om een onderzoek te doen en de verantwoordelijkheid vast te stellen, was iedereen nog te been.

’s Anderendaags
De dinsdag waren de inwoners als nog verslagen door het droevig schouwspel dat zij daags te voren hadden bijgewoond. Groepjes stonden hier en daar stil te spreken, en rond de huizen waar de drie ergst gekwetsten lagen, was het een gedurig in- en uitgaan van familieleden en kennissen. René Tanghe was deerlijk gesteld. De man kon niet spreken en moest met kussens in zijn bed recht gehouden worden. Het ademhalen deed hem pijn en hij klopte gedurig op de borst als om aan te duiden dat hij inwendig veel leed. De vensters van de kamer moesten wijd openstaan om frisse lucht binnen te laten. Zijn handen waren ijskoud en niemand werd erbij gelaten.

Jan Vanhoutte, wiens toestand bijna hopeloos was de maandag, was iets verbeterd. De dokters Boedts en Stechelman die gedacht hadden een been te moeten afzetten, oordeelden het niet nodig en kregen een weinig hoop op genezing. Camille Soete was ook beter dan daags te voren en zonder onvoorziene tegenslag begon men op een goede uitslag te rekenen.

Uit het onderzoek gedaan door de controleur van de buurtspoorwegen bleek dat nog de volgende personen buiten de twaalf die we reeds noemden, gekwetst waren: Devloo Romain, 25 jaar, van Oeren; Florizoone Isidore, 51 jaar, van Oostduinkerke; Devoghel Remi, 35 jaar, van Bulskamp; Verfaillie Henri, 39 jaar, van Vinkem; Nayaert Henri, 60 jaar, van Waardamme; Simoens Ernest, 40 jaar, van Vinkem; Nollet Jules, 77 jaar, van Wulpen; Dehandt Hyppoliet, 56 jaar, van Steenkerke; Wauters Justin, 39 jaar, van Izenberge; Bourry Jules, 31 jaar van Houthem. Van de 22 gekwetsten zijn er 13 die maar onbeduidende verwondingen bekomen hebben. Door al deze personen werd klacht tot schadevergoeding ingediend. Geen der paarden of knechten werden gekwetst.

Woensdag was de toestand van de drie ergst gewonden iets slechter dan de dinsdag. Soete en Vanhoutte bijzonderlijk waren zieker, terwijl Tanghe de beste van de drie was. Nochtans had men veel vrees voor alle drie. Het parket is heden opnieuw ter plaatse geweest.

Bedevaart naar O.L.V. van Izenberge
Onder het geleide van Eerwaarde heer Debaecker, onderpastoor, Tanghe, broer van de gekwetste en Vandeweghe, begaven zich donderdag met de vroegen, rond de 300 inwoners van Fortem en Alveringem stoetsgewijs in bedevaart naar het mirakelbeeld van O.L.V. van Izenberghe om de genezing van de gekwetsten af te smeken. De H. Mis werd door eerwaarde heer Debaecker opgedragen en met veel betrouwen door alle aanwezigen bijgewoond. Rond 9 1/2 uur waren de bedevaarders terug.

De toestand donderdag
De toestand van Vanhoutte en Tanghe was verbeterd; bij Soete was er ook beternis. Bafcop van Lo, die, zoals we zegden, ook nogal erg gekwetst was, verslechtte. M. Bruynooghe van Alveringem werd gans onderzocht en men bestatigde dat hij inwendig niet gekwetst was. Uit de bil van M. Demolder, zoon van de burgemeester van Steenkerke, werd een spreudel ijzer uitgehaald.

De treinwachter Vandamme die door een ogenblik van verstrooidheid onvrijwillig de schuld is van deze ramp, was sedert 18 jaar in dienst van de maatschappij en was gekend als een voorbeeldige bediende. Naar het schijnt heeft hij donderdag zijn ontslag in gezonden.

Vrijdag was de toestand van Soete, Vanhoutte en Tanghe zo goed mogelijk. Soete sprak en vertelde en de geneesheren verklaarden dat bijna zeker alle drie gingen genezen. Bafcop en Demolder waren slechter, vooral eerstgenoemde.

Een week later
De toestand van de gekwetsten van de trambotsing van Fortem: René Tanghe is verbeterd, men verhoopt hem allicht te kunnen naar huis overbrengen. Camille Soete en Jan Vanhoutte zijn nog altijd erg ziek. Emile Bafcop heeft 2 à 3 dagen veel geleden maar betert nu ook zeere. Emile Tryssesoone is beter. Zijn zoontje Maurice en Romain Devloo zijn zo goed als genezen. Jules Bruynooghes been betert ook.

Uit ‘De Poperinghenaar’ van 1911 – www.historischekranten.be –

No Comments

No comments yet. You should be kind and add one!

Leave a Reply

You can use these tags:   <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <s> <strike> <strong>