Verwijfde bijbelbroeders en psalmbleiters

Posted by  ivan.vanherpe@westhoek.net   in       1 year ago     338 Views     Leave your thoughts  

Het loopt al lekker met mijn nieuwe kroniek. De werktitel ‘Storm over Vlaanderen’ is voorlopig en zal vermoedelijk nog veranderen. Onderstaand fragment heb ik geschreven de voorbije twee dagen en handelt over de revolutie die plaats grijpt in het jaar 1578. Willem van Oranje heeft zich meester gemaakt van Vlaanderen en dat zullen vooral de katholieke priesters aan de lijve ondervinden. Opgepast; dit is slechts een voorlopige tekst, recht van het klavier. Mezelf kennende zal die nog wel aangepast worden naar stijl en taal… Vergeef me dus eventuele taalfouten, toch leuk dat ik dit kan delen met mijn volgers.

‘Het krijgsvolk. Reken en tel maar, dat zijn meer dan duizend soldaten, wordt nu te slapen gelegd in de huizen van de goede katholieken. Vooral de kloosters moeten hen herbergen en de manschappen voorzien van spijs en drank. Als dank krijgen ze alleen smadelijke en schimpende woorden. De Augustijner monniken krijgen tweeëndertig van die gasten, die na zich goed volgepropt te hebben plaats ruimen voor zestien anderen. Op vier dagen tijd draait het klooster zo zestig gulden door de molen. Gelukkig vertrekken de meeste soldaten rond de 25ste maart en blijven alleen de krijgsoversten over. Ook het schepencollege wordt vernieuwd. Joris van Brakele wordt nu de nieuwe burgemeester en leider over zijn schepenen terwijl Joos De Cabootere de functie van ‘burgemeester van de commune’ toegemeten krijgt. Die willen natuurlijk goede vrienden blijven met die van Gent en van Oranje. Uit wiens hand men eet; je weet wel. ‘Ze zochten in alles om de geestelijken en de goede katholieken te pesten met nieuwe wetten en verordeningen. Ze werden beroofd van hun privileges, geen vrijstelling van accijnzen meer voor een periode van drie jaar.’

De schrijver nuanceert de toestand in Brugge enigszins. Er zijn veel bestuurders die de katholieken gewoon met rust laten. Ze laten zich alleen maar gewillig meeslepen met de algemene gang van zaken. ‘Even gelijk als te Brugge, was het te Gent en in de andere steden gesteld. De katholieken werden verdrukt en de schepsels van de prins, allemaal bezeten door de geest van de ketterij en weerspannigheid, wierpen alles ondersteboven, tot verderf van veel eerlijke families, zich verrijkende op de ellende van het vaderland dat jammerlijk verwoest werd door de Engelsen, Duitsers, Schotten, Walen, Spanjaarden en Italianen. Samengevat door vrienden en vijanden.’

Kort daarna beveelt de krijgsraad om alle huizen en kloosters in de onmiddellijke buitenomgeving van de stadsmuren te slopen. Ze zouden mogelijk kunnen dienen als schuiloorden voor kwaadwilligen. De kerken van Sint-Baafs, Sint-Kruis en Sinte-Catherine moeten er aan geloven. De katholieken moeten verbijsterd zijn. Het lijkt er wel op dat ik hun pijn voel. Er gaat nog veel meer tegen de vlakte. De kloosters van de Karthuizers, de Predikheerinnen en de reguliere kanunniken samen met de kapel van St.-Ewoud. Gesloopt en gepluimd worden ze. De materialen worden verkocht voor eigen profijt, de religieuzen krijgen wel een woonplaats toegewezen binnen de stadsvesten.

De meest gegoede Bruggelingen worden beleefd verzocht om leningen te verstrekken aan het stadsbestuur met daarbij nog een wekelijkse bijdrage zodat de arbeiders die werken aan de versterkingen kunnen betaald worden. Na één week vertrekt van Ryhove terug naar Gent. Hij is naar verluidt al de hele week onpasselijk. Zijn soldaten worden vervangen door vreemd krijgsvolk waardoor de krijgsraad nog meer meester wordt van de situatie en zich ‘meer en meer verstoutte zijn verborgen haat tegen de geestelijken te tonen.’

Ik krijg voor de eerste keer iets te horen over Oostende. De havenstad is altijd een open plaats geweest. Het wordt nu blijkbaar erg nodig om de bekwame haven te versterken. Volgens van Male zal Oostende daarna voor veel jaren een scherpe doorn zijn in de voet van de leeuw van Vlaanderen. In Brugge moeten ze nog diezelfde maand met een eed afstand nemen van Don Juan. Dat de Spanjaarden in één pot nat gegooid worden met de katholieken zorgt voor een verdere repressie in de gemeenten. Overal worden de klokken weggehaald uit de kerk- en kloostertorens. De geestelijken moeten hun baarden afscheren en zich als gewone burgers kleden.

De invloedrijke monnik Cornelius Adriani predikt heftig tegen de stand van zaken. De krijgsraad vindt er niets beter op om de oude en eerbiedwaardige man te beschuldigen van ontuchtige handel met vrouwspersonen. Pooierschap dus en andere geestelijken worden ervan verdacht om zich te bezondigen aan onderlinge sodomie. Na enkele dagen gevangenschap moeten ze op 17 mei voor de krijgsraad verschijnen. Negen onder hen vliegen achteraf weer in de stadsgevangenis. In de boeien terwijl de ketters het gat schoon zien om hun klooster uit te roven. De 12de juni van 1578 loopt een nieuwe identieke aanklacht binnen. Aartshertog Matthias beschuldigt twee kanunniken van het kapittel van Sint-Donaas die nu ook in staat van beschuldiging worden gesteld.

In Gent is de toestand voor de religieuzen nog erger dan hier in Brugge. Men verwijt hen voortdurend van onnatuurlijke zonden en laat toe dat het krijgsvolk de spot met hen drijft. Op 18 mei sluit men drie kloosters af. Niemand kan er nog binnen of buiten. De abt van de Predikheren wordt tot bij van Ryhove gesleept en daarna weer tot in zijn klooster teruggevoerd. De adem van de Gentse lucht dampt nog hevig na tussen de regels; ‘hij werd naar het klooster terug gebracht met een groot gevolg en geschreeuw van het gemeen volk, hetwelk versterkt door de nodige bijval van allerhande gespuis en bij het vallen van de avond binnenviel in het klooster. Vrouwen, kinderen, soldaten en burgers, allemaal dooreen gemengd braken binnen in het klooster, en smeten er de boeken, bedden, stoelen en andere huisraad uit de ramen terwijl anderen die buiten stonden alles wegdroegen.’

Het plunderen zal de hele nacht voortgezet worden. Met medeweten van de heer van Ryhove en zijn gezellen die pas achteraf en rijkelijk laat doet omroepen dat alle gestolen goed naar het stadhuis moeten worden gebracht op straffe van direct opgeknoopt te worden. Zowel de mannelijke als de vrouwelijke religieuzen gehoorzamen noodgedwongen en trekken hun burgerkleren aan. Ze verlaten hun kloosters en gaan logeren bij vrienden ofwel gaan ze op zoek naar een veilige abdij. Tot de begijnen toe beginnen te vrezen voor hun hebben en houden en beginnen met de verhuis van hun huisraad naar een veiliger oord.

‘Ondertussen werden de kloosters beroofd en geschonden. Men deed de belle uitroepen dat men de 27ste mei aan de meestbiedende zou verkopen de overige huisraad van de Predikheren. Op diezelfde dag werden enkele Minderbroeders en Augustijnen goed gekneveld naar het gravenkasteel gebracht waar ze vreselijk gepijnigd werden en waarbij Franciscus D’Hamere overleed tijdens de pijniging. Zijn dood lichaam werd in opdracht van de magistraat tot buiten de Rindepoort gevoerd waar het naast de galg tot assen werd verbrand.’

Vreselijke en schokkende taferelen zijn het. Ze komen recht uit mijn vaderlandse geschiedenis, zomaar en pardoes op mijn schrijftafel terecht. ‘Omtrent een maand later heeft men omwille van hun zogezegde onderlinge sodomie zes broeders naar het vuur verwezen. Vier Minderbroeders en twee Augustijnen waarvan hun namen nog bekend zijn. Judocus Van Dycke en Nicolaeys Daneels. Op 28 juni werden al de straten en toegangen naar de Vrijdagmarkt met gewapend krijgsvolk bezet en de zes ongelukkigen werden uit de gevangenis gehaald en op een hoogschavot aan evenveel staken vastgemaakt.’

‘Zij hadden tot troosters tijdens hun laatste momenten de prior van de Karmelieten en enkele anderen en zijn daarna conform hun sententie verbrand. Enkele anderen die alleen maar beschuldigd waren van misbruik van dergelijke vuiligheid werden ontdaan van hun haren, gegeseld en voor vijftig jaar en één dag uit het land verbannen. De half geroosterde lichamen werden naar het galgenveld gevoerd en daar aan staken gebonden. Dit onwaardig schouwspel zorgde voor veel verdriet en tranen vooral omdat de oudsten nauwelijks achttien jaar konden zijn. Dit treurig theater zou er nog twee dagen blijven staan. Men meende dat er nog enkele anderen zouden volgen, maar dat gebeurde niet. Het schavot werd op 30 juni weer weggenomen.’

Tijdens diezelfde week spelen zich gelijkaardige taferelen af in Brugge. Drie Minderbroeders worden er om dezelfde boosheid in het vuur verbrand en drie anderen worden geschoren, gemarteld en verbannen. Heel het land is nu in de ban van de ketterij. De ketterse predikanten zwaaien nu overal de plak waar ze de ziel en het lichaam van de mensen bederven. Dat is toch de mening van mijn diep katholieke schrijver. Zowat overal worden de geestelijken, priesters, kanunniken, monniken verjaagd. Als ze ten minste nog te vinden zijn. Van het katholiek geloof blijft er alleen nog maar een karkas over. Geen priesters zijn er nog, geen sacramenten en geen diensten.’

De pacificatie van de Vlaanderen is inderdaad een lege doos. Dat was niet de afspraak toen Willem van Oranje zich begon te manifesteren tegen de Spanjaarden. De nieuwgezinden denken van de wind in de zeilen te hebben omdat ze hun geloof delen met Oranje. Wat kan de krijgsraad en de magistraat hen eigenlijk maken? Diezelfde krijgsraad trekt het afsluiten van huwelijken naar zich toe. Trouwen en scheiden is niet langer een recht van de katholieke elite.

‘Aldus verviel alles van kwaad naar erger. ‘Huisraad en kerkelijke sieraden van de geestelijke ordes werden openbaar verkocht. De koperen platen van de zerkstenen werden weggenomen. Men verstoutte zich om de beelden, kruisen, statiehuisjes en afschutsels van de dode beenderen af te smijten en te breken. En de magistraat verbood het amper. Hij was een gemene man die van elke priester die nog een mis deed zijn kelk afnam en hem daarna in de gevangenis liet droppen. De schone pacificatie was zowel in Brugge als in Gent gewoon machteloos!’ Ook Ieper is in de greep van de Gentenaars geraakt. Ze hebben er de schout en de leden van het stadsbestuur gevangen genomen en weggevoerd. Daarna begint hun brutaal spel van beeldenstormen in de Ieperse kloosters en kerken en ook het paleis van bisschop Rhytovius die nog altijd in Gent gevangen zit, wordt geplunderd.

Gelukkig begint er zich een tegenreactie te ontwikkelen. De adel van Waals Vlaanderen, Brabant, Henegouwen en Artesië aanvaardt helemaal niet dat er een loopje wordt genomen met de zo plechtig gezworen pacificatie. Ze hebben blijkbaar ook niets meer in de pap te brokken. ‘Zo zijn ze onder elkaar een nieuw verbond aangegaan om de katholieke religie te beschermen, de handvesten van de pacificatie van Gent af te dwingen en om de heerschappij van de koning van Spanje te herstellen hier in dit land dat zo deerlijk heen en weer geslingerd werd tussen deze prins van Oranje en de oproerige staten.’

De nieuwe liga neemt de wapens op tegen deze staten. Valentijn de Pardieu leidt de milities en maakt zich meester van verscheidene steden en sterkten. Spijtig genoeg bezondigen zijn Waalse troepen zich al evenzeer aan roven en brandstichten. De nieuwgezinden spotten met de Walen. De ‘paternosterknechten’, schimpen ze. ‘Maar bij veel voorvallen toonden ze wel dat ze met hun paternosters betere krijgslieden waren dan die verwijfde bijbelbroeders en psalmbleiters.’ Priester van Male laat zich eens goed gaan terwijl ik met gulzige teugen smul van zijn scherp sarcasme.’

No Comments

No comments yet. You should be kind and add one!

Leave a Reply

You can use these tags:   <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <s> <strike> <strong>