Vlaanderen & Gallië in de zesde eeuw

Posted by  ivan.vanherpe@westhoek.net   in       2 years ago     438 Views     Leave your thoughts  

Zondag 22 november 2015. De voorbije weken gaat het best hard met mijn kronieken. Ik schrijf alsof mijn leven er van afhangt. De beslissing om de lay-out van mijn teletijdmachine te veranderen, zal er wel iets mee te maken hebben. Concrete doelen, daar houd ik wel van. Ik probeer regelmatig een oud hoofdstuk in een nieuw jasje te steken en hoop er stiekem op dat het werk af zal zijn zo ergens begin 2016. Met die nieuwe lay-out mogen jullie best al eens kennismaken. Surf maar eens naar www.dekronieken.com/P1476100.html om er kennis te maken met de metamorfose.

Zoals jullie al hebben kunnen vaststellen, probeer ik dagelijks een nieuw stukje te plaatsen op mijn ‘spielerei’ website www.dekroniekenvandewesthoek.be . Eigen werk afgewisseld met de pennenvruchten van heemkundeliefhebbers, historici, geschiedenisschrijvers, kroniekschrijvers. Met daarbij een saus van streekdialect, boerenwijsheden, sappige verhalen. De Westhoek op zijn eigenzinnigst.

Sinds een week ben ik al volop aan de gang met episode nummer 88. ‘De Merovingers’ zal vertellen over de Franken die ons land en Gallië hebben overgenomen van de Romeinen. Een periode die eigenlijk een zwart gat is in onze geschiedenisboekjes. Wat er ook deze keer boven water komt is erg verrassend. Ik houd eraan om mijn update af te sluiten met een tekst die ik de voorbije dagen heb kunnen distilleren uit de oude geschiedschriften. Ik neem het risico op taalfouten en misbaksels er graag bij. Zo zien jullie dat mijn teksten er niet van zelf komen en meestal maar beginnen te leven na een volgehouden inspanning om stijl, spelling en zinsbouw op niveau te brengen. Nog een prettige zondag!

Gallië is eigenlijk een groot woord. De Karolingische en Merovingische vorsten beschouwen hun koninkrijk eigenlijk niet als een staat maar als een domein waar zij toevallig de eigenaar van zijn. Na de dood van de eigenaar wordt het land zonder scrupules of zorgen verdeeld over de beschikbare zonen zonder dat hierbij rekening gehouden wordt met enige grenzen of geografische beschouwingen. Deze toestand blijft eigenlijk bestaan tot in de tiende eeuw. Eigenaardig genoeg herstelt het grondgebied van het Frankenrijk zich telkens tot één domein, maar dat heeft veel te maken met neven en nonkels die in tweede instantie bereid zijn om hun landerijen weer samen te brengen onder het bestuur van een enige zoon-opvolger. Braine is dus zonder twijfel het lievelingsverblijf van Chlotarius. Hij is de jongste van de vier zonen van Clovis.

Na de dood van zijn drie broers is hij koning van heel Gallië geworden. Chlotarius laat een geheime kamer inrichten in zijn kasteelhoeve te Braine. Hier huizen grote koffers met driedubbele grendels en sloten, volgestouwd met rijkdom, geld, vazen en precieuze juwelen. Hier kan je ook de aktes en documenten terugvinden die zijn koninklijke macht moeten staven. Het is in Braine dat hij de conferenties van zijn bisschoppen laat doorgaan. De wetten van het land zijn enkel geldig indien ze afkomstig zijn van beslissingen van deze synodes en die kunnen enkel opgeroepen worden door de koning in hoogsteigen persoon.

Het is zeker geen slecht idee om de aanwezigen van deze concilies (synoden) even te duiden. De grote Gallische steden hebben elk hun bisschop. Vertegenwoordigers van buitenlandse koningen worden er in stijl ontvangen. Chlotarius zit de vergaderingen der vrije mannen van de Frankische natie voor. Achteraf worden er grote festijnen georganiseerd. Everzwijnen en herten worden in hun geheel op brochetten geplaatst en gebraden. Met enig inlevingsvermogen hoor, zie en ruik ik het afdruipen van de vetten op de gulzige vlammen. Het vlees wordt opgediend op gebroken vaten die overal verspreid staan tot in de vier hoeken van de zaal.

Chlotarius spendeert zijn tijd met het bezoeken van zijn diverse domeinen. Zolang hij geen oorlog moet voeren uiteraard. Zijn vijanden zijn hem goed bekend. De Saksen die hun gebied hebben tussen de Weser en de Elbe. De Bretoenen of de Visigoten van Septimanië, ‘Zevenland’, de landstreek van Zuid-Frankrijk met steden zoals Carcassonne, Nîmes en Perpignan.

Ik krijg wat details over enkele van die domeinen. Attigny aan de Aisne in de Ardennen, Compiègne, Verberie aan de Oise. Koning Chlotarius gaat er de voorraden controleren en levert zich samen met zijn Frankische vertrouwelingen over aan de geneugtes van de jacht, de visvangst, de zwemkunst en deze van de vrouwen. Aan maitresses is er geen gebrek. De dochters van zijn huurders staan vrijuit ter beschikking. Het gebeurt vrij dikwijls dat de mooiste meisjes zich kunnen bevrijden uit hun staat van concubine (bijvrouw) en promotie maken tot echtgenoten en koninginnen.

Chlotarius moet zodanig veel getrouwd zijn dat mijn schrijver er zowat de tel bij verliest. Zo huwt hij met Ingonde een jong meisje van lage afkomst. ‘Zonder overigens van zijn ongeregelde levenswijze af te zien, die zij als slavin met een uiterste onderwerping duldde, beminde hij haar hartelijk en leefde met haar in de beste eensgezindheid.’ Ik moet er wat om lachen. Ondergeschiktheid, laat me niet lachen, maar ondertussen gaat ze wel op zoek naar een geschikte man voor haar zuster Aregonde. Een dappere en vermogende echtgenoot zodat ze niet zal belachelijk gemaakt worden door de inferieure status van haar zus.

Misschien kan haar man de koning haar wel helpen. ‘Dit verzoek wekte de nieuwsgierigheid van de vorst en tegelijk zijn begeerte naar genot.’ De vleselijke lusten die de geile Chlotarius ondervindt ergens rond de jaren 534-535, gutsen nu nog altijd over mijn scherm. Best wakkere geschiedenis, geromantiseerde kronieken die om verdere uitleg vragen en zo ga ik verder met de amoureuze escapades van mijn Frankische vorst Chlotarius.

‘Hij vertrok diezelfde dag naar het goed waar Aregonde woonde en een van de handwerken uitoefende die aan de vrouwen opgedragen waren zoals het weven en verven van wollen stoffen. Chlotarius vindende dat zij haar zuster op zijn minst in schoonheid evenaarde, nam haar met zich, gaf haar zijn koninklijk vertrek tot verblijf en de naam van vrouw tot titel.’ Achteraf keert hij terug naar Ingonde met de boodschap dat hij geen betere man heeft kunnen vinden voor haar zus Aregonde dan hemzelf.

Je moet het maar kunnen zeggen in het leven. Veel meer dan slikken en ja knikken zal Ingonde wel niet kunnen uitkramen hebben vermoed ik. De romantische variante geeft het een andere draai: ‘zonder enige blijk van ontroering te geven of enigszins haar geest van onderwerping te verloochenen, antwoordde Ingonde: mijn heer en meester, doe wat gij goed vindt, indien zijn dienstmaagd slechts niets van zijn genegenheid verliest.’

Ik pluis er Wikipedia even op na. Chlotarius zorgt officieel voor vier mannelijke opvolgers. Van eventuele dochters is er geen sprake. Ingonde is officieel een Duitse prinses maar ik weet ondertussen wel beter. Ze staat genoteerd als de moeder van Charibert (520), Gontran (532) en Sigibert (535). Halfbroer Chilperik, vermoedelijk de jongste, is een kind van Aregonde en wordt geboren in datzelfde jaar 535. Een vijfde stiefbroer, Chramm, wordt hier eigenaardig over het hoofd gezien.

Zachtzinnig zal het er niet aan toegaan tussen vader Chlotarius en zijn zonen. Dat kan ik alvast uitmaken uit volgende passage: ‘in het jaar 561, na een tocht tegen een van zijn zonen, wiens opstand hij strafte, door hem met zijn vrouw en zijn kinderen te doen verbranden.’ Het gaat hier over Chramm. Ik begrijp meteen waarom er geen plaats vrij werd gemaakt voor zijn aanwezigheid in onze vaderlandse geschiedenis.

‘Na zijn wraakoefening kwam hij zeer bedaard en met een gerust geweten in zijn huis te Braine terug. Daar maakte hij zich gereed tot de herfstjacht, bij de Franken een soort van plechtigheid. Door een menigte mannen, paarden honden gevolgd, begaf de koning zich naar het bos van Cuise, waarvan dat van Compiègne in deze tegenwoordige tijd slechts een gerting overblijfsel is. Te midden van die geweldige inspanning, waartegen zijn jaren niet meer bestand waren, kreeg hij de koorts en zich naar zijn naastbij gelegen goed hebbende doen vervoeren, stierf hij aldaar na een regering van vijftig jaren.’

Na zijn dood in 561 eist Chilperik naast de schatkist van zijn vader eveneens het hele Franse grondgebied op, maar hij krijgt lik op stuk. Zijn oudere halfbroers krijgen ook een deel van het grondgebied toegewezen. Chilperik erft uiteindelijk het kleinste stuk: Vlaanderen, de Westhoek, het gebied ten noordwesten van de Somme tot aan Zeeuws-Vlaanderen. Sigibert zal voortaan heersen over de oostelijke gebieden. Van Tongeren in het westen tot Thuringen in het oosten en een flink stuk verder dan de Rijn.

Hij palmt daarmee een flink stuk van het later Duitsland in. Zijn land draagt in de zesde eeuw de naam ‘Austrasië’. Ten zuiden van Reims en Parijs worden west en oost verdeeld tussen Haribert (Aquitanië) en Bourgondië (Gontran). De verdeling zal al direct zorgen voor conflicten tussen de broers. In 562 breekt er een oorlog uit tussen Chilperik en Sigibert en probeert eerstgenoemde weer in het bezit te komen van de regio Reims.

Dit is kort gezegd de stand van zaken na de dood van Chlotarius, op mijn manier geschreven, mijn kroniekschrijver staat echter te trappelen om het wel zelf te vertellen. Ik laat hem dan ook graag aan het woord. De ‘petite histoire’ heeft bij mij altijd zijn rechten. ‘Zijn vier zonen Haribert, Gontran, Chilperik en Sigibert volgden zijn lijkstatie tot aan Soissons, psalmen zingende en waskaarsen in de hand houdende.’

De kat zan wel nu gauw op de koord springen. ‘Nauwelijks waren de plechtigheden van de begrafenis afgelopen of de derde van de vier broers, Chilperik, vertrok in allerijl naar Braine en dwong de bewaarders van dat koninklijk goed om hem de sleutels van die schatkamer te geven en zo over al de schatten door zijn vader verzameld te kunnen beschikken.’

‘Hij begon nu een gedeelte van deze schatten aan de opperhoofden der benden en aan de krijgslieden uit te delen die ofwel te Braine of in de nabijheid hun woningen hadden. Allen zwoeren hem trouw, hun handen in de zijne leggende, begroetten hem juichend met de titel van koning en beloofden hem overal te volgen waar hij hen zou leiden.’

Dat is nu eens een brok geschiedenis waar ik geen barst van afwist. Jullie toch ook niet? De kinderjaren van mijn streek hebben heus wel wat meer voorgesteld dan de oude Belgen, de Romeinen die dan gevolgd werden door de Franken. Het bloedvergieten en de kleine kantjes hebben er in ruime mate deel van uitgemaakt. Parijs, Vlaanderen, Gallië zoals ik ze allemaal nog nooit bekeken had.

‘Toen, zich aan hun hoofd stellende, trok hij recht op Parijs aan, het oude verblijf van zijn grootvader Clovis en later van zijn overleden oom Childebert. Misschien, zo dat Chilperik, dat het bezit van de stad eertijds door de veroveraar van Gallië bewoond hem enige voorrang zou geven. Misschien beoogde hij daarmee niets anders dan zich het koninklijk paleis toe te eigenen, welke gebouwen en tuinen zich langs een aanzienlijk gedeelte van de linkeroever van de Seine uitstrekten.’

No Comments

No comments yet. You should be kind and add one!

Leave a Reply

You can use these tags:   <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <s> <strike> <strong>