Vlamertinge in vervlogen dagen

Posted by  ivan.vanherpe@westhoek.net   in       10 months ago     389 Views     Leave your thoughts  

Sedert haar ontstaan lijkt Vlamertinge verbonden te zijn geweest met het lot van het dichtbij gelegen Ieper. Tot in 1794 deelde ze in de wisselvalligheden van de zo dikwijls verwoeste vesting Ieper. Daarover zijn echter zeer weinig gegevens bekend. Maar men mag deze gang van zaken logischerwijze aannemen, zonder echter over bewijzen te beschikken.

M. Beke, de pastoor van Dranouter-bij-Belle bezat een kleine kroniek over Ieper en omliggende, geschreven door een onbekende in de 15de eeuw, en die bij mjn weten tot nog toe nooit gepubliceerd werd. Daar putten we enkele gegevens;

1) Anno 857 wast beginne vande cappelle van Flamertinghe, die ghebaut wert door den grave Baldwin, ghenoumpt den Calueven.
2) Anno 970: in desen jare was Ipre ghedestruirt ende cappelle van Flammertinghe gebarnt.
3) Anno 1080: soo brande nogh de kercke van Vlamertinghe ende ooc die van Steenwerck, door hemelsviere; ende die van Vlamertinghe was nogh niet lanc upgebaut.

We hebben het recht niet de gegevens uit deze kroniek volledig in twijfel te trekken. Het is goed mogelijk en zelfs waarschijnlijk dat Vlamertinge in de negende eeuw een kerk of kapel zou gehad hebben, want de meeste kerken dateren uit die tijd. Het ware eveneens fout alles als authentiek te beschouwen.

Op het schutblad van een renteboek uit 1564 van de Onze-Lieve-Vrouwkerk te Poperinge lezen we dat Vlamertinge één van de oudste kerken van de streek heeft. Het grondgebied rond de jaren 1100 was veel uitgestrekter dan in 1564: ‘Vlamertinghe heeft eene van d’oudste kerckghebauwen van de strecke, ende was in dien tide syn platte land ooc vele groter ende uutgestreckt.’

Over de stichting van deze kapel in 857 door Boudewijn de Kale mogen we ernstige twijfels uiten, vermits Boudewijn II slechts graaf van Vlaanderen werd in 879.

Nota van Ivan Vanherpe: de naam van de Vlamertingse patroonheilige Vedastus verwijst naar Sint-Vaast die rond 500 aangesteld werd in de streek van Arras om het christendom te prediken bij de heidenen van de Westhoek. Rond 667 werden zijn relieken overgebracht naar de nabijgelegen kerk en werd er begonnen aan de bouw van de abdij van Sint-Vaast. Naast Vlamertinge is ook de kerk van Wijtschate en Reningelst opgedragen aan deze heilige. Goed mogelijk dat dit ook rond die tijd was. Er bestond hoe dan ook een bepaalde mode om pas gestichte kapellen of bidhuizen te noemen naar de populaire heiligen van het moment. Hiervoor werden heidense offerplaatsen en tempels afgeworpen en vervangen door eenvoudige kapellen, in Vlamertinge dus een primitieve kapel voor de heilige Sint-Vaast. In een tweede fase zal inderdaad wel een kerk in de plaats van die eerste kapel gekomen zijn.

Rond 1114 kwamen wevers en volders uit Ieper zich te Vlamertinge vestigen: ‘Anno MCXIV ofte daeromtrent. Doe quamen de wevers ende vulders van Ipre ten Brielen ende Vlamertinghe ende ooc tot Vormesele.’.

De toename van de bevolking rond 1111 noopte een deel van de wevers en de volders om zich buiten de stad te vestigen. Men bouwde nieuwe huizen, vooral in het zuiden, buiten de Mesense poort. Daar bouwde men ook de Sint-Michielskerk. Deze bouwwerken gaven het ontstaan aan de buitenwijken, die reeds de eeuw erop uitgestrekter waren dan de stad zelf. De kerk van Vlamertinge werd in 1118 heropgebouwd en vergroot.

Vanaf dit ogenblik ontwikkelde het dorp zich tot een belangrijke lokaliteit, ondanks de moeilijkheden ten tijde van de strijd tussen Lodewijk de Dikke, koning van Frankrijk en Willem van Lo die zich in de stad Ieper teruggetrokken had. Eén van die gevechten vond plaats in Vlamertinge zelf. ‘Na de beklagenswaardige moord op Karel de Goede te Brugge op 2 maart 1127 werd Willem van Normandië tot graaf benoemd. Onder zijn mededingers bevond zich Willem II, burchtheer van Ieper, kleinzoon van Robrecht de Fries en neef van de overleden graaf. Hij maakte aanspraak op zijn rechten terwijl hij tegelijkertijd de stad Ieper liet versterken.’

”Maar Lodewijk VI, de Dikke genoemd, was met een sterke troepenmacht gekomen om de rechten van Willem van Normandië als graaf van Vlaanderen te doen erkennen. Hij belegerde de stad Ieper op 25 mei 1127. Willem van Lo deed een uitval en leverde slag met de fransen nabij Vlamertinge. Hij moest zich echter in de stad terugtrekken.’

‘Volgens Sanderus was Willem, de zoon van Isaac, rond 1116 heer van Vlamertinge. Het betreft hier waarschijnlijk Isaac, de heer van Voormezele, waarover gesproken wordt in de ‘chronicon Vormselense’.

Anno 1221: 12 maart – Johanna van Constantinopel, gravin van Vlaanderen en Henegouwen, bevestigt de overdracht van een tiende uit Outersteene (bij Belle) dat gegeven werd aan het klooster van de Nonnenbossche door Jan van Vlamertinge (Joannes de Flamertingha).

Anno juni 1257: ridder Bernard van Gent, met toesteming van zijn echtgenote, staat een deel van de tienden af, die geïnd werden te Vlamertinge, aan het kapittel van Sint-Pieter te Rijsel.

Anno 24 maart 1275: tussen de documenten die bewaard worden in de rijksarchieven te Gent, bevindt zich een rekening van de baljuw van Vlamertinge, opgemaakt door Jan Hondermarc, in aanwezigheid van Roger de Mortagne, gedateerd te Elverdinge, het jaar des heren 1174; de ‘diemensche dele mi-quaremme’.

Anno 13 juni 1276: de geestelijke rechter van Doornik liet weten dat ten gevolge van de betwistingen, gerezen tussen Beatrix, weduwe van Willem, graaf van Vlaanderen, met Roger de Mortagne enerzijds, en Jan, zoon van de voornoemde Mortagne en konsoorten anderzijds; dat deze laatsten toestemden niet meer op te komen tegen zekere goederen, nagelaten door genoemde Roger, waaronder een kasteel en twee lenen te Vlamertinge.

.

Uit ‘Histoire de Vlamertinghe en Flandre’ van Emile Vanden Bussche van 1880, vertaald door Frans Lignel in juli 1983 Vlamertinge in vervlogen dagen

– lees verder hier –