Vogels voor de kat zullen we zijn

Posted by  ivan.vanherpe@westhoek.net   in       1 month ago     129 Views     Leave your thoughts  

Half augustus. Precies op het moment dat ik nog eens van schouder wissel in mijn bed zijn die dekselse trompetten er weer. Het is godgeklaagd amper 6 uur. De duisternis begint aarzelend plaats te ruimen voor de nieuwe dag. Het geschal is bestemd voor de ruiters. De idee dat ze vermoedelijk een opdracht voor de kiezen krijgen en straks de stad gaan verlaten blijkt helemaal verkeerd. Er staat dwaas genoeg alweer een parade en troepenschouwing op het programma. Mannen en paarden begeven zich met bekwame spoed naar het plein voor de Sint-Maartenskerk en van daar verhuist de monstering naar de markt zelf. Het spektakel duurt tot de middag.

Op zondag 17 augustus zitten de bestuurders weer allemaal samen. Er moeten een griffier en twee pensionarissen verkozen worden die een soort comité zullen vormen in opdracht van het ‘Groot Gemeen’. De commissarissen komen af met hun eigen kandidaten. De keuze valt op Guillaume Keynaert Grypenale, de zoon van de voorschepen. Hij wordt de nieuwe griffier. Als pensionarissen komen de heren Baelde en Pueteman uit de bus. Tijdens de meeting wordt meegedeeld dat de functie van hoogbaljuw vacant staat en verder komt het verzoek dat een deel troepen de stad zou moeten verlaten weer aan bod. Van Assche laat weten dat de ruiters allemaal weg mogen. Samen met een vendel voetknechten. De vrouwen en kinderen van de voetknechten die in Ieper blijven zullen eveneens vertrekken zodat de burgers niet langer moeten opdraaien voor de kosten en de service zoals dat het geval is in de andere steden.

Een dag later zitten de mannen weer allemaal samen. Grote discussies over stemrecht. De commissarissen eigenen zich veel te veel macht toe en dat zorgt toch wel voor de nodige wrevel bij de verkozen schepenen. De commissarissen dringen er op aan dat zij een kandidaat mogen voorstellen voor de functie van hoogbaljuw en ze leggen de kandidatuur van hun Gentse collega jonkheer Nicolays Uttenhove op tafel. Na grote discussies krijgt Uttenhove het postje toegewezen en krijgt hij de assistentie van Michiel Eynde en Roeland Carpentier. Als tegenprestatie krijgen de achttien mannen stemrecht in de grote vergadering met de commissarissen.

Het vertrek van de paardenmannen staat gepland op 20 augustus. De trompetten bevestigen dat al in de vroege morgen. Eerst moeten de ruiters allemaal nog aanschuiven om hun soldij in ontvangst te nemen. Tijdens de voormiddag gaan ze op zoek naar de nodige wagens en karren om hun bagage te kunnen transporteren. Rond 16u komen ze allemaal samen op de grote markt. De ruiters en hun lichte paarden voeren nog eens een parade uit, gevolgd door een rondgang en daarna vertrekken ze dan eindelijk via de Diksmuidepoort op weg naar Roeselare. Sommige paarden zijn door hun meesters prachtig versierd maar het is nog veel prachtiger dat we die bende indringers en hun rossen hier kwijt zijn.

Op 22 augustus worden de mannen van pelotonscommandant Jacques Simoen opgetrommeld om dringend naar de markt te komen. Voor de gevangenis wordt de stroppade in aanslag gezet. Ondertussen worden de straten van de grote markt afgesloten door de soldaten. Dat belooft niet veel goeds. Officier Joris brengt een van zijn eigen manschappen naar voor en laat de sukkelaar vastbinden voor die vreselijke stroppade. De voetknechten zijn het er duidelijk niet mee eens. ‘Geef onze collega toch gratie’, bedelen ze richting commissarissen. Ik ben hoogst verwonderd dat die zo snel overstag gaan en de soldaat ontzien. Geen tijd later staat er al een nieuw slachtoffer aan te schuiven voor een behandeling aan de katrol. Het zelfde scenario herhaalt zich nog eens en de man komt er net als zijn kompaan met de schrik van af. Een derde soldaat krijgt een speciale behandeling. Hij wordt met gespreide benen op een groot stuk artillerie gezet waar hij een heel uur moet blijven zitten tot het kanon wordt afgevuurd. Rond de middag zijn de festiviteiten afgelopen en vertrekt elkeen naar zijn gastwoning in de stad. De sukkelaar met zijn verschroeide en door elkaar geschudde ballen zal vermoedelijk enkele dagen nodig hebben om te herstellen.

In Kortrijk werd er blijkbaar grote schade aangericht in een aantal katholieke kerken. De godsdienstvrede blijkt daar van het ene op het andere moment dode letter te zijn. Als roddels zich dan nog gaan vermengen met echt nieuws weet niemand nog wat nu waarheid en verzinsel is. Een ding staat vast: hier in Ieper zijn de mensen heel erg ongerust geworden. Het nieuws van Kortrijk dringt hier al binnen in de morgen van de 26ste augustus. Kortrijk volgt daarmee de gebeurtenissen van Gent en het is best plausibel dat Ieper weldra aan de beurt zal komen. De markt vult zich met panikerende poorters. Allemaal katholieken die echt niet weten wat ze moeten aanvangen met die dreigende informatie. De volgende dag worden de geruchten nog sterker. Voor alle zekerheid worden de heiligenbeelden in de diverse kerken weggehaald en in veiligheid gebracht.

Op een zitting van het ‘Groot Gemeen’ worden de resterende middelen voor het jaar 1578 vastgepind. Er vertrekt een verzoek naar aartshertog Matthias en de prins van Oranje. Ze moeten maatregelen nemen om de gezinnen te beschermen zodat de mensen altijd voldoende inkomsten hebben om te overleven. De geëiste belasting van 1%, kan die niet wekelijks afgerekend worden? De burgemeester van het Brugse Vrije is ook aanwezig tijdens deze vergadering. Hij doet zijn boekje open over de schrijnende toestanden bij de soldaten van het leger waar blijkbaar grote noden heersen. Vooral een gebrek aan geld en middelen en als de inwoners niet wat inschikkelijker worden om die mannen te betalen dan zal iedereen met de gebakken peren komen te zitten. Als het leger er de brui aan geeft dan zit Vlaanderen zonder bescherming. En dan? Vogels voor de kat zullen we zijn. Aan onze grenzen staan 100.000 voetknechten en 18.000 ruiters te wachten om ons land te veroveren. Wat zal er dan gebeuren? Vlaanderen zal gewoonweg leeggeplunderd en kaalgeplukt worden.

Na dit hartstochtelijk pleidooi van de Brugse commissaris trekken die van ons zich terug in een gesloten zitting en buigen ze zich over een schrijven van Matthias. De Staten eisen nog een bijkomende taks van twee stuivers op het bier. En dan is er nog het geval van Gerard Grancaey Focker die geld tegoed heeft van de Staten en daar rentebrieven als pand voor terugeist en zich daarin bevestigd ziet door deze Ieperse vergadering. Verder is er nog de keuze van acht nieuwe kapiteins en luitenants. Er wordt eveneens beslist om een bijdrage van een tiende penning te eisen van de geestelijken, en dat op de helft van hun jaarinkomen van 1578. Naast de aanstelling van de nieuwe kapiteins worden er twee kolonels gekozen. De keuze valt op hoogbaljuw Uttenhove, de gewezen commissaris van Gent die al zijn eed heeft afgelegd in Rijsel. Mijnheer van Wintershove de Cerf vult de tweede functie in.

Op de agenda wordt ook ruimschoots tijd gemaakt voor de agressie die de katholieke kerk vreest te zullen ondergaan. Sinds gisteren gonst het van de geruchten dat de geestelijken zullen weggejaagd worden. ‘Hoe zit dat nu?’, vragen de schepenen aan de officials van Gent die natuurlijk allemaal calvinisten zijn. ‘Het kan toch niet dat jullie het einde willen van onze traditionele kerk? Zijn we niet overeenkomen dat er zoiets als godsdienstvrede bestaat?’ ‘Wij weten van niets’, antwoorden de achttien commissarissen. Veel verontschuldigingen dat de eigen soldaten op hun ongemak zijn en dat ze de volgende dag nog eens een oproep zullen doen dat de mannen met hun poten van de geestelijken moeten afblijven of dat ze anders mogen rekenen op lijfelijke straffen. Die boodschap wordt de 29ste augustus effectief en bij het gebruikelijk tromgeroffel verspreid.

Na het vertrek van dat vendel soldaten nemen de poorters weer een deel van de bewaking van de stadswallen voor hun rekening. Ze beginnen er aan de 31ste augustus. De acht kapiteins loten onder elkaar wie de eerste wachtbeurt zal uitvoeren. De keuze valt op Carlos Velle. De volgende dagen zal iedereen aan de beurt komen. In onze kerken worden er gelukkig weer geestelijke diensten uitgevoerd zoals we dat hier al altijd gewoon zijn om te doen. De vraag is natuurlijk hoe lang deze relatieve rust zal aanhouden. Hebben onze gezagsdragers voldoende grip op de soldaten? Het zou best eens kunnen zijn dat ze andere instructies krijgen zonder dat men hier in Ieper er iets van af weet.

Wees er maar zeker van! Dat blijkt al de eerste week van september. Gewezen soldaten die nog gediend hebben onder Simoen Uttenhove en mijnheer van Ryhove hebben opdracht gekregen om een reeks bezoekjes af te leggen in de dorpen van het Ieperse. Over de precieze opdrachtgever hangt een waas van geheimzinnigheid. Net zoals nevel en mist die de hele week als een sluier over het landschap begraven liggen. Zo ontvangt Kemmel hun bezoek, en de 4de september krijgt ook Poperinge met die soldaten te maken. Enkele kwaadwilligen stappen de kerk van Sint-Bertin binnen waar ze de inboedel kort en klein slaan. Andere godshuizen volgen. Het wordt stilaan duidelijk dat Gent de feitelijke opdrachtgever is. Hembyze en Ryhove zijn de aanstokers. Hun agenda is klaar en duidelijk: de katholieke kerk moet ophouden met bestaan en dat moet beginnen met de uitdrijving van de priesters. In Ieper valt er voorlopig niets op te merken van een eventuele vervolging. De poorters blijven natuurlijk in nauw contact met de buitenlieden en ze beseffen maar al te goed dat ook hier de geestelijken zullen verjaagd worden. Raar maar waar is de wetenschap dat we hier op 4 september toelating krijgen om op 7 september alsnog een processie te laten uitgaan.

Op 8 september dringen het stadsbestuur en de raad van de officials er samen op aan dat ieder die nog geen tijd gehad heeft om de bomen en de hagen in een straal rond Ieper te verwijderen dat nu wel dringend moet doen. Drie dagen tijd krijgen ze nog. Als het dan niet gebeurd is zal de stad de boel zelf opruimen en zullen de eigenaars de kosten van dien aangerekend krijgen. Werkloze houthakkers zijn welkom op de vierde dag na deze afroeping. Men zal hen direct aan het werk stellen tegen een goede daguur.

9 september 1578. De trommels kondigen het vertrek aan van het vendel van kapitein Costere. De mannen krijgen eerst nog hun soldij en moeten daarmee direct eventuele leningen aan inwoners terugbetalen. Eigenlijk zijn de bewuste soldaten van wacht maar ze worden stante pede vervangen door een ander vendel. Ze verlaten Ieper via de Torhoutpoort en onder het toezicht van enkele zwijgende en in zichzelf gekeerde poorters die niet echt goed weten waarheen ze het nu aftrappen. Ze nemen de weg naar de Nonnenbossen en gaan dan verder naar Menen. Pas achteraf vernemen we dat Rijsel het benauwd krijgt met oprukkende bendes katholiek gezinden die zich nu ook al in de omgeving van Mesen aan het nestelen zijn. Het peloton van Costere verhuist korte tijd daarna naar Seclin boven Rijsel en moet het opnemen tegen zeker vijftien Waalse vendels. Allemaal vrijgevochten en beenharde soldaten die ooit nog gediend hebben in het Frans leger.

Een weekje later mag Ieper zich ook gerust in de gevarenzone wanen. Dat blijkt uit een crisisvergadering van 14 september. De stadspoorten gaan onherroepelijk dicht met de berichten dat er een bende voetvolk op weg is naar hier. Soldaten die eigenlijk niet echt meer weten wat ze met zichzelf moeten uitrichten in deze troebele tijd vol verwarring. Er zouden wel 17 vendels ronddolen in de streek van Belle, Mesen, Waasten en Poperinge. Blijkbaar mannen van Ryhove en van Assche die zich blijkbaar heer en meester wanen als keursoldaten van de Gentse republiek. Maar waarom gaan de poorten dan dicht? En de hele dag die paniekerige crisisvergadering? Vreemd toch, onze officials zijn toch ook van diezelfde Ryhove-clan? Buiten staan hele bosjes mensen te wachten om hier in het centrum naar de kerk te mogen gaan. Ze worden pas binnen gelaten wanneer de arbeiders na hun werkuren naar huis vertrekken.

Bij ons thuis zien ze de bui al hangen. Lizelot mijn lieve echtgenote gaat nu wel niet elke dag naar de kerk maar net zoals ikzelf voelen we ons van kindsbeen af al verbonden met de kerk van Jezus en staan we heel wantrouwig tegen het nieuw geloof van Maarten Luther. Tja, we konden wel leven met dit nieuw evenwicht tussen de religies en ieders vrijheid daaromtrent. De toestand in Kemmel en Poperinge, en in Kortrijk en Gent wijst er op dat de andersgelovigen blijkbaar meer willen dan hun eigen plaatsje in de zon. Ze willen verdomme onze vertrouwde kerk helemaal in de schaduw duwen. Hoe lang zal het nog duren voor onze ‘officials’ maatregelen zullen nemen om daar aan mee te werken? Ik voel een golf van walging over me heenkomen als ik alleen maar aan die duivelse Gentse clan moet denken. Als ik denigrerend doe over mijn ‘officials’, dan zal het maar zo zijn.

Ons kwaad vermoeden wordt nog diezelfde namiddag bevestigd. De bende van achttien verplicht de minderbroeders, de broeders van Sint-Jan, de predikheren en de augustijnen om de stad te verlaten. Na een verblijf van eeuwen mogen ze het aftrappen. Als reden komen de Gentse zeikers af met het argument dat deze kloosterordes als een rode lap op een stier werken op de soldaten hier in Ieper. Hun vertrek is vooral bedoeld voor hun eigen veiligheid. Als ik trouwens goed rondkijk vermaken de huurlingen zich nu al met het verjagen en wegpesten van de geestelijken. Onze eigen wetheren hebben zich tegen deze maatregel verzet maar hebben zich tenslotte moeten neerleggen bij het verplicht vertrek. Binnen Ieper lopen er toch wel veel mensen rond die hun zinnen hebben gezet op de vernietiging van de kloosters. En zo wordt er al direct beslist om een openbare verkoop van al hun eigendommen te houden. Dat dient te gebeuren binnen de drie dagen. De broeders zijn meer dan ontstemd, maar ze mogen al blij zijn dat ze enkele dagen tijd kunnen kopen.

Sukkels, bedriegers, notoire zeveraars, strontvolk. Ik voel me boos en cynisch worden als ik mijn dagboek opzoek tijdens de vooravond van de 15de september. Mijn twee dochtertjes kijken me verrast aan. Schuttingtaal zijn ze van hun vader niet gewoon. De paters hebben niet eens een fatsoenlijke kans gekregen om hun vertrek te regelen. Tot ontsteltenis van velen lopen de soldaten al van bij het krieken van de morgen naar de kerk van de minderbroeders waar ze grote overlast plegen en enkele beelden tegen de vloer flikkeren. En wanneer de broeders tegenpruttelen komen daarbij nog eens vijftig soldaten met hun geweren in aanslag aanstormen met de vaste bedoeling om het gebouw eens helemaal aan te pakken.

Gelukkig komen hun kapitein en de hoogbaljuw net op tijd om die plannen te verijdelen en wordt er tenminste niets gestolen. De openbare verkoop gaat deze namiddag al direct door en nog voor de stenen beelden aan de man kunnen gebracht worden sneuvelt nog heel wat ander kerkgoed. Vannacht zijn er enkele posturen gebroken voor de diverse kerkdeuren, zo onder meer de Mariabeelden voor de voute en voor het gasthuis. De hoofden van de beelden worden pijnlijk suggestief vastgehangen op de galg voor het bezant. Onze heilige maagd in de rol van eersteklas misdadigster. De letterlijke en figuurlijke onthoofding van ons zo dierbaar geloof, ik schrijf het nog eens op in de taal van mijn voorvaderen, ‘gehangen aan het pellerij in een ringel gebonden met linten.’

Anarchie regeert over de Westhoek. De Walen verzetten zich met hand en tand tegen de demonisering van de katholieken en wanen zich in oorlog tegen de calvinisten en de Gentse geuzendictatuur van Willem van Oranje. Het zuiden van West-Vlaanderen is op een paar dagen tijd omgetoverd in een ongelooflijk conflictgebied tussen beiden partijen. De 16de september rukken hele benden op richting Belle. Soldaten en huurlingen, godsdienstfanatici en nietsnutten van Gent, Kortrijk, Menen, Brugge en andere plaatsen. Op zoek naar avontuur en roof zoeken ze de rechtstreekse confrontatie met de Walen en stomen ze verder tot aan de buitengebieden van Rijsel. Rond 5u, de dag is amper geboren, melden twee vendels Gentse poorters zich aan bij onze Mesenpoort met de pertinente vraag om hier binnengelaten te worden.

Er ontpopt zich meteen een vinnige discussie rond de heikele vraag wat we hier met die bende moeten aanvangen. De trommels kondigen om 8u de algemene verzameling van manschappen aan. De kapiteins Jacques Simoen en van Capelle plegen overleg met hun manschappen en met een deel Ieperse poorters om de intocht van de Gentenaars zo veilig mogelijk te laten verlopen zodat er geen wanorde kan ontstaan. Het wordt pas nu duidelijk dat de Gentse poorters naar Ieper gekomen zijn ter vervanging van de vendels soldaten die hier huizenieren en er dus een wisseling van de bezetting op de agenda staat. De straten worden afgezet, de bewoners steken hun lantaarns aan, vlammende kaarsen wiegen als spookachtige wegwijzers in de atmosfeer. Stenen vuurpannen tonen het traject dat de Gentenaars zullen moeten volgen.

Het vendel van kapitein Jacques Simoen vertrekt als eerste, onmiddellijk gevolgd door de mannen van Capelle. Hun leiders hebben daartoe nog niet eens het bevel gegeven en nog voor ze aan de stadspoorten arriveren staan ze al te scanderen om geld, keren ze hun kar en willen ze meteen terug om op zoek te gaan naar roof en diefstal. De maatregel om de straten af te zetten blijkt de goede strategie geweest te zijn. De soldaten zien zich weldra verplicht om Ieper zonder extra geld achter te laten, ze druipen teleurgesteld af via de Bellepoort. De nieuwe brigades trekken ondertussen Ieper-stad binnen door de Mesenpoort. Ze krijgen elk hun biljetten en identificatiebewijzen waarop elkeen zich kan aanmelden bij zijn logement en kan kennismaken met hun Ieperse gastgezinnen.

Uit ‘Dagboek van Augustijn 1572-1579’

 

 

No Comments

No comments yet. You should be kind and add one!

Leave a Reply

You can use these tags:   <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <s> <strike> <strong>