Voormezele, het dorp van de papeters

Posted by  ivan.vanherpe@westhoek.net   in       1 year ago     627 Views     Leave your thoughts  

Ge gaat door de Rijselse Poort te Ieper en weldra brengt de baan u in brede bochten voorbij de Britse militaire begraafplaats ‘Bedford House Cemetery’, en over de onvoltooide vaart naar Komen, op het gehucht St.-Elooi dat tot Voormezele behoort.

Te St.-Elooi zelf zult ge niet veel vinden dat uw weetlust kan voldoen. Hier nochtans, op deze kleine hoogte, kampeerde eens de koning van Frankrijk, de jonge Karel VI, toen hij met zijn leger naar Vlaanderen was afgezakt en alle steden die hem wederstonden. plunderde en brandschatte, enkele tijd vooraleer het in 1382 te Westrozebeke tot een treffen kwam met Filips van Artevelde.

Voormezele-dorp ligt in vogelvlucht op ongeveer 4 km zuid van de Grote Markt van Ieper, tussen de steenwegen naar Waasten en naar Kemmel. Het heeft een bevolking van amper 951 zielen, een oppervlakte van 1.171 ha, en is uitsluitend bewoond door een landbouwbevolking. De bewoners dragen er de typische naam van “Voormezeelse papeters”,

Voormezele ligt op slechts 27 m hoogte boven de zeespiegel. De Bollaartbeek, gevormd door de Wijtschatebeek en de Diependalebeek, loopt er in de richting van Ieper, vlak door het dorp, waar eveneens tot in 1793 /94 een kasteel stond, tijdstip waarop het door de Fransen werd verwoest.

Voormezele, waarvan de naam vroeger op verschillende manieren werd geschreven (Voormiselle, Fourmenzieles, Formiselles), bezat gedurende meer dan zeven eeuwen een der vermaardste abdijen van het Vlaamse land. Een der heren van Voormezele, een zekere Isaac, stichtte er in 1068 (of 1069), samen met zijn schoonmoeder Ermengardis, een college van wereldlijke kanunniken. Tot hun onderhoud begiftigde hij deze vergadering met twee hofsteden, de ene gelegen te Aardenburg, de andere te Jabbeke; daarbij voegde hij nog 6 gemeten lands te Voormezele, 32 op Wijtschate en 24 op Waasten.

Door toedoen van Joannes van Waasten, Augustijner monnik en later bisschop van Terwanen, waartoe Voormezele geestelijk behoorde, werd de gemeente van wereldlijke kanunniken omgevormd tot een kloostergemeente van reguliere monniken, die zich in 1100 aan de regel van Sint Augustinus onderwierp. Karel de Goede, graaf van Vlaanderen, begiftigde het nieuwe klooster in 1119; hij schonk het namelijk een uitgestrekt gebied dat toen Sadalt heette. De monniken ontgonnen dit gebied, richtten er een kapel op ter ere van St.-Elooi en zo kreeg die vlek de naam van St.-Elooi-ten-Zadelt – naam die het nu nog soms draagt. Ook Graaf Robrecht (van Jeruzalem) geeft het zes “arpens” 2 grond in het jaar 1109; verder verwierf het in 1102 het patronaat der kerken van Zandvoorde en Zillebeke.

Voormezele en het H. Bloed

Een der volgende proosten van Voormezele, nl. een andere Isaac, ondernam verscheidene reizen naar Rome, en van een dezer reizen bracht hij in 1152 een relikwie van het H. Bloed mee, welke op 29 juli van datzelfde jaar plechtig van Ieper naar Voormezele werd overgebracht.

Tijdens de 16e eeuw, toen het godsdienstig leven in Vlaanderen erg te lijden had, werd het klooster en de kerk verwoest door de Geuzen (1566 en ook in 1578). De monniken hadden echter hun bezit en ook hun kostbare relikwie in veiligheid gebracht naar Ieper, waar ze binnen de stad een refuge bezaten. Het zou echter bijna honderd jaar duren alvorens het klooster weer opgebouwd was en de H. Relikwie terug naar Voormezele kwam. Er was inderdaad een betwisting ontstaan over de echtheid ervan en verschillende onderzoeken moesten worden ingesteld alvorens toelating werd verleend, ze terug naar Voormezele te laten overbrengen. Dit geschiedde op 20 maart 1664, door breve van Paus Alexander VII (waarbij de stichting tot abdij werd verheven), die terzelfdertijd de Confrerie van het H. Bloed stichtte.

Ruim honderd jaar nadien zou opnieuw een gesel over Voormezele neerkomen. Pas was de Franse Revolutie uitgebroken of Voormezele werd er het slachtoffer van; op 10 mei 1789 werd het klooster en ook de kerk door de Revolutionairen in brand gestoken, de tweede maal sedert haar ontstaan. Het zou het einde van de abdij zijn. De monniken verspreidden zich, en van heropbouwen of heroprichten van de abdij was geen sprake meer. Tot in 1914 herinnerde een oude toegangspoort nog aan de abdij. De laatste monnik Petrus, Joannes, Franciscus Caestryck, geboren te Poperinge in 1761 en priester gewijd in 1787, dus een paar jaar vóór de Revolutie, overleed te leper op 30 mei 1844.

Enkele jaren na de afsluiting van het Concordaat kon eraan gedacht worden de parochiekerk herop te bouwen. Zulks geschiedde van 1808 tot 1811 onder het bestuur van een oud-monnik van de abdij, Dominicus Calve, die tot pastoor van Voormezele was aangesteld. Die kerk had slechts één beuk en was zonder bouwkundige waarde. Zij zou ruim honderd jaar nadien, tijdens de jaren 1914 en 1915 tot gruis geschoten worden.

Na de oorlog kreeg Architect J. Coomans de opdracht te Voormezele een nieuwe kerk te bouwen; zij werd in dienst genomen op Kerstdag 1924. De bouwmeester maakte er een geheel van in neo-romaanse stijl. Zij biedt een mooi effect, maar staat in een niet al te gunstige omgeving. Al is nu sedert meer dan anderhalve eeuw de abdij van Voormezele verdwenen, toch behoudt het stille kerkje nog steeds de kostbare relikwie van het H. Bloed.

Deze is bevat in een schrijn: een kristallen cilinder in een zilveren lijst en versierd met symbolen van de passie onzes Heren. Zij wordt elke vrijdag en zondag tentoongesteld. Toen de eerste wereldoorlog in 1914 uitbrak werd de relikwie eerst naar Dikkebus overgebracht, daarna naar Reningelst, Abele, Giberville (Calvados), en ten slotte naar Lourdes, van waar ze in december 1919 terugkwam naar Voormezele.

Tijdens de tweede wereldoorlog, en wel in 1943, werd ze te Ieper in veiligheid gebracht, tot ze het volgend jaar weer naar de kerk van Voormezele terugkeerde. Daarheen gaan dan ook elk jaar, van de zondag na H. Sacramentsdag af, duizenden mensen ter bedevaart. Op de laatste dag der novene, steeds een maandag, is het voor Voormezele het grote feest van het jaar en gaat een plechtige processie uit.

Het reservaat van de Palingbeek

Wie nog enige tijd aan de prospectie van dit gebied zou willen besteden zou er heel wat voldoening aan beleven. Een uiterst interessant gebied staat de natuurminnaar open: de verlaten bedding van het Kanaal Ieper-Komen, welke hij kan volgen van de steenweg Ieper-Waasten tot aan de brug van Hollebeke, en welke onder bescherming staat van “De Wielewaal”

Dit kanaalpand, dat in zijn hoogst gelegen deel de Grote Sleuf van Hollebeke vormt, zal de wandelaar, althans zo hij bramen noch beslijkte schoenen ontziet, een natuurleven ontsluiten zoals er weinige in de omgeving te vinden zijn: een wereld van spontane plantengroei, een uitzonderlijk rijk vogelleven, merkwaardige geologische verschijnselen in miniatuur; een natuurlijk en woest landschap, ongeveer zoals het vóór meer dan veertig jaar uit de eerste wereldoorlog was overgebleven.

‘In dit heerlijke domein broeden jaarlijks ongeveer 60 diverse vogelsoorten. Van de hoogwonende wielewaal tot de dicht bij de grond nestelende nachtegaal, de waterral, dodaars, waterhoen en woudaapje, de specht, torenvalk en boomkruiper, om er maar enkele te noemen, vinden er ideale nestplaatsen. De loofbossen op de randen, de diepe waterputten, de moerassige rietvelden, de stroken struikgewas en weiland en de oude ruïnes der sassen en bruggen zijn zovele diverse biotopen die er de specifieke vogelsoorten aanlokken.’

Het graven van voornoemd kanaal, dat de verbinding tussen de IJzer en de Leie moest verwezenlijken werd voor de eerste maal aangevangen in 1864. Om het hoogteverschil op de kruin van Hollebeke te overwinnen zou een gemetselde tunnel worden gebouwd, doch moeilijkheden bij de uitvoering ervan legden de werken stil. In 1893 werden zij hervat, doch opnieuw onderbroken na de instorting van de 318 m lange tunnel, welke ditmaal in beton werd uitgevoerd.

Deze mislukking werd veroorzaakt door bewegingen van de ondergrond welke aan de wisselvalligheden van het weer was blootgesteld. Een derde maal, in 1909, hervatte men de werken; thans echter werd een brede gracht in open lucht voorzien. Helaas, in 1913, toen de werken goed gevorderd waren, stortte de reeds gebouwde brug aan de weg St.-Elooi Verbrande Molen in. Dit was het einde der onderneming. Een jaar nadien brak de oorlog uit en de gebeurtenissen in de Ieperse Uitsprong kwamen heel de kanaalstrook omwoelen.

Na de oorlogsperiode werd herhaalde malen gepoogd de werken opnieuw aan gang te brengen. Al schenen enkele jaren geleden de kansen gunstig te staan voor de voltooiing van dit kanaal, toch werd er sedert 1913, dus gedurende een tijdspanne van vijftig jaar, niet meer aan gewerkt.

Op de plaats waar, als in een chaotische verwarring nog steeds de steenblokken liggen verspreid van de voormalige brug, eindige clan deze exploratietocht, en kunnen we, langsheen het park van het kasteel ‘White Chateau’ de weg naar St.-Elooi bereiken. Hoe afwisselend is van op deze plaats, ongeveer 50 m hoog, het landschap voor ons, waaruit de Westvlaamse Bergen met hun zachte rondingen zo rustig en vredig opstijgen. Ongeveer van uit deze plaats had een vroegere eigenaar van het voormelde kasteel een deels dieper uitgegraven, deels verhoogde weg in rechte lijn naar de steenweg van Waasten laten aanleggen, welke tijdens de eerste wereldoorlog door de Duitsers “Dammstrasse” werd gedoopt.

Niet alle wegen …

Zo niet àlle wegen naar Voormezele leiden dan kunnen we het nochtans over een paar andere bereiken van uit Ieper : over de steenweg naar Kemmel, voorbij het Surmonthof, na 1918 opgebouwd op de plaats van een vernield kasteeltje en aan welker ingang twee oude zuilen staan, waarvan één een oud Lieve-Vrouwenbeeldje draagt.

Even voorbij de Kruisstraat, van waar een nieuwe betonweg naar Voormezele loopt, ligt nog het Kasteel van Elzenwalle, omringd door een schoon park. Het werd omstreeks 1925/30 gebouwd en is volledig in beton opgetrokken. Het heeft een eigenaardige koepelvormige, doorluchtige spits. Over de kleine wallen omheen het park zijn op verscheidene plaatsen brugjes met betonnen zuiltjes geslagen.

.

Uit ‘De Westvlaamse Bergen – Verloren Hoek – Vergeten Heuvels’ – door René Buckinx van 1963

No Comments

No comments yet. You should be kind and add one!

Leave a Reply

You can use these tags:   <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <s> <strike> <strong>