Vrijdag weglopersdag

Posted by  ivan.vanherpe@westhoek.net   in       1 month ago     178 Views     Leave your thoughts  

Er waren destijds, zo zegde men, 700 superstitiën! Bad men dagelijks het ‘Gebed van Keizer Karel’, dan was men van 82 ongelukken gevrijwaard en had men na de dood geen vagevuur te doorstaan.

Een paardijzer in huis betekende geluk, een spiegel breken zeven jaar ongeluk; gekruiste messen en een omgevallen zoutvat op tafel voorspelden onheil; een op één poot wentelende stoel ‘draaide ‘t geluk uut het huus’; een ‘roenkende stove’ en een ruisende ‘moor’ brachten nieuws; ging het rechter oor aan het ‘tuten’, dan sprak men goed van u ; tuitte het linker, dan sprak men kwaad ;de rechter elleboog ‘stuken’ beduidde goed nieuws, de linkere slecht; een spin bracht ‘s morgens druk, ‘s middags geluk en ‘s avonds min’; ‘schetterende’ eksters boven het veld waren voorboden van ongeluk, ‘schetterende’ kraaien van ‘nieuwe maren of vreemdelingen’. Een zwaluwnest in huis of schuur brengt thans nog geluk, en het mag niet worden uitgestoten, zo men het geluk niet wil verdrijven.

Dertien was het ongeluksgetal: zaten dertien personen aan tafel, dan was er onder hen een ‘Judas’, die in de loop van het jaar zou sterven. De vrijdag was de ongeluksdag. Trouwde men de donderdag, dan moesten alle feestelijkheden zijn afgelopen en iedereen naar huis gekeerd vóór middernacht, om niet in de vrijdag te treden. ‘s Vrijdags mocht de boer niet verhuizen, en mochten de meiden niet ‘thuusgaan’. De vrijdag was voor de nieuw in dienst tredende ‘maarten’ de ‘weglopersdag’, en de maandag voor de jonggehuwden.

Was de eerste persoon die men ‘s morgens op straat ontmoette een ‘bulte’, dan mocht men zich aan geluk of aan regen verwachten; was het een ‘nunne’, dan was het ‘ne slichten dag’. Ontmoette de loteling, bij het verlaten van zijn woning een vrouw, dan zou hij op de loterij een slecht nummer trekken!

‘s Nachts kon men soms ‘van de mare bereen’ zijn, en dan liggen hijgen onder de druk van de merrie die op uw borst ging zitten. Het was ook altijd geraadzaam rond middernacht in huis te zijn, want ‘tusschen twaalven en één is ol ‘t gespuus ip de been!’; dan reden de heksen op een bezem door de lucht en kwamen op de kruisstraten bijeen, en om hun de toegang tot het huis te ontzeggen, moest men bidden: ‘Het is vandage zundag (of maandag, … ) en heiligdag, en ‘t kwaad en ê geen macht’.

Kwam men, gedurende de nacht, op straat, dan was het een uiterste vermetelheid naar een ‘doodkêse’ in een boom te wenken, want dan was de kaars ‘verlost’, kwam nader en brak u de nek.

Kwam een dode terug, omdat hij nog een belofte te vervullen had die hij tijdens zijn leven had gedaan, dan moest men op bedevaart gaan; nochtans moest men aan de dode gebieden ‘In Gods naam, ga voren’, zoniet kon de laatste in de rij van de bedevaartgangers hem, hijgend en zwetend, de ganse weg op zijn rug dragen.

Moest een paard een wijtewagen of lijkwagen voeren, dan tekende de ‘boever’ het ‘s avonds te voor met het teken des kruises en verwittigde het dat het ‘s anderendaags een lijk zou; verzuimde hij dit, dan zou het paard geweldig zweten gedurende de hele tocht; zag het paard om, terwijl het de lijkwagen trok, dan moest een van de begeleidende familieleden sterven.

Zo leefde de Roeselaarse mens in een immer knellende band van angst en vrees, geluk en ongeluk; bijgeloof en superstitie waren in zijn leven geankerd en konden elk ogenblik van zijn leven vergallen. Van dit alles is echter weinig overgebleven, en het kan zelfs van een zekere gemoedsgezondheid getuigen en een tikje humor, dat sommige angstaanjagende bijgelovigheden, ten huidigen dage, in goede en weldoende zijn verkeerd.

Thans is het getal ’13’ een geluksnummer geworden, zozeer zelfs dat, bij de verkoping van een hofstede, iedereen het perceel land wilde kopen dat de ‘dertiende koop’ vormde, en sindsdien is het ‘Koop Dertien’ gebleven.

Indien de oude superstitiën zijn vergeten, indien ook bij waarzegsters en kaartlegsters op kermissen en foren niet meer wordt te rade gegaan, toch worden sommige oude wijvekens nog als ‘toverheksen’ nagewezen, en als de duistere oorzaak van ‘kwaad oog’ en ‘kwade hand’ en onverklaarbare kinderziekten beschouwd.

Met de dag groeit het aantal van diegenen die zich door een amulet in auto of wagen tegen verkeersongevallen willen beschermen. En de onschuldigste vorm van superstitie wordt bij de schoolgaande kinderen gevonden die, bij het ontmoeten van elke ‘strooien hoed’, de rechterduim bevochtigen, hem naar de palm brengen van de linkerhand en er vervolgens met de rechtervuist een klop op geven; wie er het meest heeft geteld, is in het bezit van het volste geluk!

Uit ‘Het Roeselaarse Volksleven’ van Désiré Denys (1955)

No Comments

No comments yet. You should be kind and add one!

Leave a Reply

You can use these tags:   <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <s> <strike> <strong>