Weerbarstige landbouwer in Westvleteren

Posted by  ivan.vanherpe@westhoek.net   in       1 year ago     456 Views     Leave your thoughts  

Het jaar 1551. Het misdrijf van Joos de Brits, een 32-jarige landbouwer van Westvleteren, is een kenschetsend geval van een burgerrechtelijke schuldvordering die een strafgeding veroorzaakt. Op eisch van een zekeren Malin de Cueninck, werd Joos de Brits door de rechtbank van Veurne-Ämbacht tot de betaling van 66 pond par. veroordeeld.

Nadat de Cueninck zijn schuldenaar vruchteloos tot een regeling in der minne aangemaand had, wendde hij zich tot den amman, die ongeveer de rol van den huidigen deurwaarder vervulde, beval hem het vonnis te beteekenen en tot de rechterlijke uitvoering over te gaan. Overeenkomstig het recht van Veurne-Ambacht moest de inbeslagneming door den schuldenaar in eigen persoon, bijgestaan door den amman, verricht worden.

Na den schuldenaar te zijnen huize een laatste maal tot betaling te hebben opgevorderd, kon de schuldeischer hand aan de goederen slaan, ze door den amman laten weghalen, ze lichten zooals men zei, en ze daarna openbaar laten verkoopen om zich op den koopprijs te betalen. Wanneer nu Malin de Cueninck bijgestaan door den amman van Westvleteren, Pieter Annoot, zich ten huize van Joos de Brits aanbood, had deze het toen klassieke middel om aan de lichting te ontsnappen aangewend en het eenige goed van waarde dat hij bezat, zijn koeien, op de naastgelegene heerlijkheid gedreven.

Daar de kasseirijbeambten geen rechtsbevoegdheid in de heerlijkheden bezaten, moesten Malin de Cueninck en zijn amman onverrichter zaak, en wellicht onder het spotlachen van den schuldenaar, huiswaarts keeren. Herhaaldelijk herbegon de Brits hetzelfde spel, en telkenmale moesten de Cueninck en zijn amman met ledige handen afdruipen. Tegen de kwaadwilligheid van zijn schuldenaar was de Cueninck eigenlijk ongewapend, want de amman van de heerlijkheid waarheen de koeien gevlucht waren, kon niet zonder tusschenkomst van de heerlijkheidsrechtbank, tot de uitvoering van het Veurnsche vonnis overgaan.

Er bleef aldus de Cueninck niets anders over dan het gunstige oogenblik te bespieden, waarop hij de koeien op Veurnsche gebied zou kunnen verrassen. Inderdaad, in October 1551, gelukte dit hem. Onverwachts daagde hij, bijgestaan door den amman, op en kon de inbeslagneming verrichten, vooraleer zijn schuldeischer gelegenheid had zijn koeien te ontvoeren. Het moet een zware ontgoocheling voor Joos de Brits geweest zijn, te zien dat hij ten laatste toch het onderspit moest delven.

Het lukken van de herhaalde vroegere vluchten had hem wellicht de overtuiging gegeven dat zijn schuldenaar zijn koeien nooit in handen zou krijgen, en misschien had hij er in het dorp op gepocht dat hij, met zijn behendigheid, noch rechter noch amman hoefde te vreezen. Wat er van zij, nu lag zijn hoop verbrijzeld; de naakte werkelijkheid stond daar voor hem in de gedaante van Malin de Cueninck en vooral van Pieter Annoot, den gehaten amman, die zegevierend de koeien hadden gelicht.

Het oogenblik werd hem waarlijk te machtig; in een vlaag van woede en wanhoop: ‘Pierkin Armoot.’ schold hij misprijzend, ‘zoudt ghij mijn beesten wechdrijven?’ sprak hij; ‘loopt eerst omme u cuerbroeders en Gij zijdt maer een boufve’, besloot hij zijn dreigende uitbarsting. De aangesprokene die zich blijkbaar getroffen voelde, wedervoer tamelijk onbehendig terugscheldend: ‘Ghij zijd t zelve een boufve’.

Die scheldwoorden deden de mate overloopen. De getarte landbouwer sprong op den amman toe, doch Malin de Cueninck kon hem vastgrijpen. Een slag op het hoofd van dezen laatste maakte den weerhoudene vrij, die opnieuw den amman te lijf wilde. Een tweede maal werd hij vastgegrepen. Met stampen en slaan ontwrong hij zich uit de handen van de Cueninck, en vloog als een waanzinnige zijn huis binnen.

In een oogwenk stond hij, met een vork in de handen, weer buiten. Dreigend stormde hij op den amman toe, doch vond alweer de Cueninck op zijn weg. De slagen die hij deze toebracht, deden de vorksteel in stukken vliegen, en het arme slachtoffer moest in huis gedragen worden. Nu eerst kon de Brits den arnrnan , die het op een loopen zette, te lijve. Bliksemsnel haalde hij dezen in, greep hem bij het haar, rukte er een heele tres van uit en bewerkte hem duchtig met vuistslagen, onder het uitkrijschen van een vloed scheldwoorden.

Eindelijk kwam de razende landbouwer tot bedaren en werd een einde aan die baldadigheden gesteld. Enkele dagen nadien kreeg de gebeurtenis haar onvermijdelijk beslag op de rechtbank te Veurne. De amman had klacht bij de rechtbank te Veurne ingediend en op 15 Oktober werd Joos de Brits onderhoord. Boudweg ontkende hij alles, niet alleen de slagen, maar zelfs eIken tegenstand. Aan een zoo plompe loochening stoorde de rechtbank zich allerminst, en nog den zelfden dag velde zij het vonnis.

In den geest van de rechtbank waren het niet de slagen op Malin de Cueninck, doch wel de scheldwoorden en de aanval op den amman die het hoofdmisdrijf vormden. De amman immers was een gerechtsdienaar, en ieder misgrijp tegen hem was een smaad tegen het gerecht zelf. Joos de Brits werd dan ook veroordeeld tot een openbare heerlijke betering, tot een boete van 20 pond en tot het plaatsen in de vierschaar van een ‘motalen vuust met een ijseren traielle’ en van een plaat met ophelderend opschrift.

Deze plaat is thans nog op het stadhuis te Veurne aanwezig. Uit brons vervaardigd meet ze een breedte van 241 mm op een hoogte van 190 mm Verschillende gaten op de randen hebben gediend om ze destijds aan de muur vast te hechten.

De tekst, in gotische letter in het brons gedreven, beslaat de geheele oppervlakte van de plaat. Na oplossing van de afkortingen luidt het opschrift: Joos DE BRITS, FILIUS JANS, WAS GHEWIJ(ST) BIJ JUSTITIEN DEZEN VUUST HIER TE STELLEN OM DAT HIJ DEN AMMAN VAN WESTVLEETREN SLOUCH INT EXERCEREN ZIJNDER OFFICIEN DEN XV IN OCTOBRE 1551.

Uit ‘Biekorf’ jaargang 46 van 1940

No Comments

No comments yet. You should be kind and add one!

Leave a Reply

You can use these tags:   <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <s> <strike> <strong>