Wildstropersdrama in Oostvleteren

Posted by  ivan.vanherpe@westhoek.net   in       1 year ago     362 Views     Leave your thoughts  

Woensdagvoormiddag werd de zaak opgeroepen ten laste van de genaamde Emeric Vandecasteele, werkman te Oostvleteren, beschuldigd van moordpoging en jachtmisdrijf. Zie hier hoe de akte van beschuldiging de zaak verhaalt:

Op 3 juli 1912 rond 4 uur ’s morgens deed Cyriel Saezen, jachtwachter te Oostvleteren, een ronde op de jacht van zijn meester. Eensklaps hoorde hij een geweerschot. Hij ging in de richting van het geknal en zag weldra, op een stuk land een persoon gaan die in de linkerhand een haas en in de rechterhand een geweer droeg.

Hij ging de jager achterna, maar deze, hem gewaar wordende, trad in een stuk rogge, menende in de reed langgewassen vruchten uit het oog te verdwijnen. Saezen zag hem op een meter afstand zitten, hij herkende hem en riep ‘Ah Casteele, gij zit hier!’. Casteele antwoordde niet, maar mikte met zijn geweer en schoot op de jachtwachter.

Saezen had, door een natuurlijke beweging, zijn linkerarm opgeheven om zijn hoofd te beschermen en zo kreeg hij in de arm de lading van het geweer. DE wildstroper loste het tweede schot niet en nam de vlucht.

Saezen sukkelde tot aan de ingang van de naast bijgelegen hofsteden van de weduwe Baes. Daar viel hij in bezwijming. Na geneeskundige verzorging werd hij naar het gasthuis van Ieper overgebracht.

De wonden waren zeer erg, de geneesheren bevonden dat hij in doodsgevaar verkeerde, en dat hij, in geval van genezing het gebruik van zijn gekwetste arm zou verliezen.

De beschuldigde loochent krachtdadig de hem laste gelegde feiten. Hij beweert dat hij twintig minuten voor 5 uur de vaderlijke woning verlaten heeft om zich naar Reninge te begeven, waar hij werkzaam is. Dat is waar, maar deze omstandigheid sluit hoegenaamd niet uit dat hij de dader van de moordpoging zou zijn, omdat dit feit tenminste een half uur voordien plaats greep.

Pogingen van verschillende aard werden aangewend om de beschuldigde uit de zaak te helpen en het gerecht te doen dwalen.

De beschuldigde is een gekende wildstroper en is reeds twee maal uit dien hoofde veroordeeld geweest.

Het is toch niet bewezen dat de betichte wel de schuldige is, en getuigen en naamloze brieven door het parket ontvangen, zeggen zelfs dat Saezen zichzelf zou gekwetst hebben al over een gracht springend.

Openbaar ministerie, Mijnheer de substituut De Clercq, verdediger Meester Begerem van Ieper.

Na treffende pleidooien van de advocaten Colaert en Begerem en gezien de broosheid van de beschuldiging die tegengesproken wordt door getuigen, werd op de vier gestelde vragen ‘neen’ geantwoord. Vande Casteele werd bijgevolg vrijgesproken.

Uit ‘Het Ypersch Nieuws’ van 1912 – www.historischekranten.be –

No Comments

No comments yet. You should be kind and add one!

Leave a Reply

You can use these tags:   <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <s> <strike> <strong>