Wonen in het oude Roeselare

Posted by  ivan.vanherpe@westhoek.net   in       2 weeks ago     170 Views     Leave your thoughts  

In de middeleeuwen waren alle binnen het Roeselaarse schependom geboren poorterskinderen van nature ‘poorters’ of burgers van de ‘poort’ of ‘stad’ Roeselare: ‘alle kinderen van poorters ofte poorterssen der voornomde stede zoo wel ghetraude als bastaerde syn gehouden voor poorters’.

Wanneer zij echter de ouderdom bereikt hadden waarop ze over zich zelf konden beschikken, waren ze verplicht zich in het ‘poortersboek’ te laten inschrijven: ‘kinderen die de poorterye toecompt vytten hoofde van heurlieder voorsaten, zyn gehouden hemlieden te doen registreren ten… poorterlicken boecke als zy heurlieder zelfs bedeghen zyn, t’sy by bejaertheden (meerderjarigheid), emancipatie, huwelicke oft anderssins’; zij moesten de akte van ‘verhoofdynghe’ ondertekenen.’

Een vreemdeling, die als Roeselaarse ‘poorter’ of ‘stadsbewoner’ wenste opgenomen en beschouwd te worden, moest vooreerst sedert drie jaren metterwoon te Roeselare gevestigd zijn: ‘men bediet poortere ofte poortesse van Rousselaere by bewoonden huys ende menaige ghehauden hebbende binnen der voornoomde stede den tydt van drie jaeren continueerlyck’.

Eerst dan mocht hij vóór de stadsmagistraat verschijnen om ‘ten poorteryeboecke gheinregistreert te worden’; hij was verplicht zijn door hem gekozen woning op te geven en de ‘poorterseed’ af te leggen: ‘doende hem beschryfven ten boucke van der poorterie, alsvooren verifierende syn residentie voorseidt ende daertoe doende den eedt ghecostumeert’; hij moest het poorterschap verwerven ‘by coope’ en de daartoe bij de ‘wet van de poort’ bepaalde cijns betalen: ‘betaelende aenden ontfangher vander camere tot proffite van t’ collegie twee p.p. ende aenden greffier twelf sch.p. ende noch vier sch.p. aenden messagier’.

Alleen door het volbrengen van deze formaliteiten kon hij als poorter worden erkend: ‘sonder twelcke te vulcommen hoe langhe hy in stede woonende es gheen poortere bedien en sal’. Nu werd zijn naam in het ‘poortersboek’ ingeschreven, en hijzelf was poorter of burger van Roeselare geworden.

Een vreemde meerderjarige vrouw, die een Roeselaarse poorter huwde, werd daardoor vanzelf poorteres: ‘elck vremde ende ghedyde vrauwe persoon heur beghevende ten huuwelick met poorter deser stede, zal de zelve metter consumatie van dien poortersse bedyen neffenen heuren man’.

Een vreemd man echter, die een poorteres ten huwelijk nam, was verplicht binnen de veertien dagen het poorterschap te aanvaarden, of zich zoniet te laten ‘ontpoorteren’. Daartoe moesten beiden dan vóór de magistraat verschijnen en zich laten ‘onpoorteren, betaelende dysuwe’ van de vrouw.

Het ‘issuwrecht’ (issuwe = uittocht), door de keure van de kasselrij aan de stad Roeselare verleend, bepaalde dat de tiende penning moest worden betaald van alle goederen die, bij ‘ontpoortering’ of ‘uittocht’ uit de stad, hetzij door huwelijk, hetzij door verdeling of erfenis, in vreemde handen vielen: ‘de voornomde stede vercright recht van issue, dat es den gherechtighen thienden penninck vande goedynghen commende van poorters, t’sy by deele versterfvenisse ofte ontpoorteren tot vremde handt’.

De namen van deze ‘ontpoorterde’ personen werden opgeschreven in de akten van ‘verissuwinge’ of ‘issuwbrieven’. In 1723 werd door Brugge een voorstel gedaan om met Roeselare een ‘hanse’ te sluiten, waardoor het issuwrecht zou worden afgeschaft, maar Roeselare weigerde ‘als niet proffijtabel aende poorters van Rousselaere ende schadelijck aen t’ corpus van stadt uijt diverschen hoofde’.

Een poorter, die zich buiten het eigenlijke Schependom verlangde te vestigen, en zodoende ‘afwoonen’ van de stad, moest vóór de magistraat verschijnen, ‘hemlieden ende t’huys dat sy kiesen voor poorterye ofte panthuijs beschryvende ten registre daer toe by den Clercq te houden’; hij zag zich immers verplicht een huis open te houden binnen het schependom, en te ‘doen registreren thuys ende domicilie by hem ghecoren binnen der selver stede, omme aldaer te doene alle dagynghen ende insinuatie ter wat fyne dat sy’. Hij was ‘foraine poorter’ geworden.

De eigenlijke ‘poort’ of stad was dus het schependom, dat de ‘poortdijken’ of stadsdijken onderhield, en aan zijn noordergrens, bij de stadspoort, de ‘Poortbilk’ of ‘Portaalbilk’ lag.

Uit ‘Het Roeselaarse volksleven’ van Désiré Denys (1955)

No Comments

No comments yet. You should be kind and add one!

Leave a Reply

You can use these tags:   <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <s> <strike> <strong>