Zannekin, de Ché Guevara van zijn tijd

Posted by  ivan.vanherpe@westhoek.net   in       1 year ago     440 Views     Leave your thoughts  

Zannekin gaat zich verpoppen in Veurne
In Veurne-Ambacht zijn ze best trots op hun Zannekin met zijn Saksische wortels, Janneken, geboren en getogen in Lampernisse en een kind van de streek. Langs de vaart in Loo, op één uur stappen van Veurne bestaat het gehucht ‘t Zandeken. Was dit ooit misschien de thuisbasis waar ooit het Zannekinsheim stond? Enkele jaren geleden is hij om één of andere reden uit de Kasselrij verjaagd. Waarom? Pauwel Heindericx blijft nogal op de vlakte met zijn antwoord.

Uitgever Edmond Ronse gaat op zoek naar de werkelijke redenen en belandt in 1322. In dit jaar vindt er een volksopstand plaats in Veurne-Ambacht. Nikolaas Zannekin staat hier dus al aan het hoofd van het gemeen dat strijdt voor het behoud van hun vrijheden. Blijkbaar nam Zannekin het initiatief om zijn volk te bewapenen. In maart van 1323 komt het tot een geforceerd akkoord tussen de gemeente en de graaf. De regeling blijkt niet echt naar de zin te zijn van een verongelijkte Zannekin die er voldoende redenen in ziet om de schepen achter zich te verbranden en zich te gaan verpoppen in de veilige binnenstad van Brugge.

Zannekin, de Ché Guevara van zijn tijd
De populariteit die hij bezat in Veurne-Ambacht, achtervolgt poorter Zannekin tot in Brugge waar hij binnen het jaar al grote ogen gooit bij de werkende klasse. Tijdens zijn terugkeer naar Veurne, wordt hij er ontvangen als de Messias, als een ‘Engel van God’ schrijven de kronieken. De lieden van Veurne, Veurne-Ambacht, Sint-Winoksbergen, Broekburg, Duinkerke, Belle en Cassel zijn razend enthousiast om hun nieuwe leider.

En Zannekin kan zich natuurlijk verkopen als de beste. Veurne voelt zich nauw verbonden met hem. Zijn welbespraaktheid en voorkomen, de wetenschap dat hij gehaat wordt door de Vlaamse adel en zijn persoonlijke opofferingen uit het verleden, maken hem beslist tot de Ché Guevara van zijn tijd. Ondertussen verblijft de graaf al lang op zijn Franse landgoed en laat hij de zaken over aan een zekere heer van Aspremont. Die laat er geen gras over groeien.

Zijn bureaucraten beginnen van vooraf aan met de lokale Vlamingen af te persen. De machtige steden Brugge en Gent kunnen de schade binnen hun steden nog enigszins beperken maar op het vlakke land grenst de fiscale afpersing aan het ongelooflijke. Een nest van vreemde ridders overvalt nu systematisch de woonsten en hoeves van de landbewoners. Als ze niet krijgen wat ze willen, worden de bewoners ervan koelbloedig gelyncht.

Dat de haat en frustratie bij het volk diep zit, valt eigenlijk niet moeilijk om te begrijpen. Eigenlijk kan je nu nog amper spreken van militievorming. Iedereen doet gewoon mee met Zannekin. Het gemeen kiest volop zijn zijde. Maar ook slecht volk zoals landlopers, straatschenders en crapuul alom zien grote mogelijkheden door op te trekken met de bende. Samen voelen ze zich sterk. De huizen van rijke lui worden geplunderd.

1324: de noodgedwongen terugkeer naar Vlaanderen
Alles wat de mensen buit maken, wordt onder elkaar verdeeld. De schrijver blijft toch ietwat karig met verdere details over het wat en waar van de plunderingen. Met kerstmis 1324 komt de graaf noodgedwongen terug naar Vlaanderen. Er wordt gedreigd met grote straffen als de plunderingen niet ophouden en hier en daar bekopen oproerkraaiers hun daden met de dood. In plaats van de oorzaak van de malaise weg te nemen, draait Lodewijk van Nevers nog wat meer in de etterende wonde van de Vlaming. Zijn ongenuanceerde en harde aanpak, geeft het volk nog extra redenen en zuurstof om nog meer verongelijkt te zijn en daarom wraak te nemen.

Is dit hun beschermer Robrecht van Cassel?
Het volksleger van Bovyn, Janszone en Zannekin verovert nog tijdens de winter de bezette burchten van Oudenburg en Gistel. Zannekin en zijn Veurnse aanhang rukken nu op naar de burg en de versterkte stad van Nieuwpoort waar Robrecht van Cassel, de zoon van Robrecht van Bethune, de plak zwaait. De Nieuwpoortenaars staan natuurlijk aan de zijde van de opstandelingen en denken er nog niet aan om weerstand te bieden.

Het ogenblik is aangebroken om een einde te maken aan al die zware lasten en pointingen. Ze geven zich met de glimlach over aan Zannekin en de zijnen. Robrecht van Cassel laat de overgave oogluikend toe. Hij is precies niet de beste vriend met zijn neef Lodewijk van Nevers en zich hier en nu afzetten tegen het volk, lijkt in deze optiek niet het meest verstandige. Wie weet kan hij met de nodige steun van het volk zelf wel graaf van Vlaanderen worden? Hij trekt naar Sint-Winoksbergen en dan naar Duinkerke waar hij zich volledig distantieert van de voorbije jaren van repressie tegen het gewone volk. Maar ondertussen fronsen de honderden weggevluchte edelen de wenkbrauwen. Is dit hun Robrecht van Cassel. De man die hen moet beschermen en leiden? Is dit de potentiële graaf van Vlaanderen?

Drie gewapende leger zullen Duinkerke aanvallen
Van Cassel kampt met een geloofwaardigheidsprobleem. Zijn autoriteit is aangetast. Zannekin, Janszone en Bovyn hebben het verrassende nieuws van zijn terugtrekking uit Nieuwpoort vernomen en beseffen dat er misschien mogelijkheden bestaan om hem aan hun kant te krijgen en zo het bestuur van Lodewijk van Nevers en zijn kliek verder te isoleren. Ze sturen een delegatie van zes voorname personen uit het Brugse Vrije naar Zuidkote, een gemeente centraal gelegen ergens halfweg tussen Veurne en Duinkerke. Het is de bedoeling om onderhandelingen aan te vatten en eventuele mogelijkheden tot samenwerking te bespreken.

Op één of ander plekje in deze kronieken, wordt Robrecht van Cassel omschreven als een zeer onbetrouwbaar figuur. De gebeurtenis in Zuidkote is hier een mooi staaltje van. Door zijn vlucht in Nieuwpoort en het zich distantiëren van de adellijke plunderingen van de voorbije weken, is hij een flink stuk van zijn autoriteit kwijt. Hier ruikt hij zijn kans om zich te rehabiliteren en om de heersende twijfel van zijn achterban weg te nemen. Hij wil zijn blazoen oppoetsen met een voorbeeld van leiderschap. De zes onderhandelaars worden de dupe van zijn profileringsdrift. Ze worden op zijn bevel genadeloos om het leven gebracht.

Langs de zeekant zijn er 3 gewapende legers op komst om de vesting Duinkerke aan te vallen. De Oostvrijenaars onder het bevel van Zeger Janszone, vormen het eerste leger. Zannekin en alle Veurnenaars bezetten de tweede groep. Het volk van Nieuwpoort maakt deel uit van de derde brigade. De ridders ter plekke beseffen dat ze geen kans maken tegen de overmacht van al dit vijandig gezinde volk. Maar Robrecht van Cassel moet water en vuur verzoenen.

Hij moeten zich enerzijds tonen als een waardig leider en anderzijds kan hij moeilijk zijn eigen volk bekampen. Aanvankelijk besluit hij om ostentatief de volkslegers op te wachten buiten zijn eigen vesting van Duinkerke. Tegen de zin van zijn ridderleger. Maar het gevecht is amper aangevat als hij beslist om zich terug te trekken naar het voorlopig veilige St.-Omer. Hij kan trouwens moeilijk anders als het weinige voetvolk dat hem vergezeld heeft, de zijde kiest van de opstandelingen.

Zannekin trekt nu naar Poperinge
Het weerspannige volk trekt Duinkerke, de thuisstad van Robrecht van Cassel, met het nodige lawaai binnen. Hier heeft de gravenzoon nog vrij recent geleden een kasteel laten optrekken. Zannekin revancheert zich voor de dood van de 6 gezanten en steekt alle eigendommen van de graaf, kasteel incluis, in brand. Na de verovering van het bastion van Robrecht van Cassel, sluit de bevolking van Sint-Winoksbergen, Cassel, Belle, Torhout, Roeselare en Kortrijk zich aan bij hun nieuwe ‘kleine’ koning Zannekin. Zannekin trekt nu naar Poperinge en viseert van daaruit één van de laatste bolwerken van de graaf van Nevers: het sterke en machtige Ieper.

Maar de Brugse lobby adviseert Zannekin om de confrontatie met Ieper voorlopig niet aan te gaan en om onderhandelingen te starten. Op Palmzondag 24 maart worden de wapens in onderling overleg even terzijde gelegd om na te gaan of er kan onderhandeld worden tussen de rivaliserende partijen. De onderhandelingen zullen doorgaan in de abdij van Ter Duinen in Koksijde. Er moet eerst en vooral een oordeel komen over de wederzijdse misdragingen. Zowel die van de adel als die van de schadelijke reacties van het volk. De uitspraak laat op zich wachten en dat maakt de kerels van Zannekin erg onrustig. Wat is er eigenlijk aan de hand? Er wordt uiteindelijk toch een vonnis aangekondigd dat zal uitgesproken worden op 11 juni 1325.

De zes edelmannen worden te Brugge in stukken gekapt
Zannekin en Janszone zijn met een grote groep rumoerige medestanders afgezakt naar Koksijde. Ze willen nu wel eindelijk eens effectieve straffen zien voor de edelen die zo driest te werk gegaan zijn de voorbije periode. Het vervolg is bekend. Er komt geen uitspraak. Robrecht van Cassel, de man die het oordeel moet vellen, wordt vakkundig van het toneel verwijderd. Ieper komt opnieuw in het vizier. Lodewijk van Nevers die er verblijft, voelt de hete grond onder zijn voeten en vlucht met 400 ridders naar Kortrijk. Het verhaal van de inname van Ieper en van de volksfurie tijdens en na de Kortrijkse Metten, staat uitvoerig neergepend in ‘De Kerels van Zannekin’ in de ‘Kronieken van de Westhoek’.

Kort: de graaf wordt door uitzinnige Kortrijkzanen en Bruggelingen gevangen genomen en vastgezet in een Brugse gevangenis. Wydoot De Craene en Wydoot De Visch zijn twee edelmannen en gewezen schepenen uit de Kasselrij Veurne die aan de zijde staan van de graaf en die met de 400 ridders het idiote plan hebben opgevat om Kortrijk in brand te steken. Ze bekopen hun actie met het leven. De jaarboeken van Veurne preciseren de aankomst van de gevangen graaf met zes edelmannen in Brugge. De zes worden in het bijzijn van de graaf in stukken ‘gekapt’. Ondanks zijn smeekbeden aan de Bruggelingen om dat niet te doen.

Ondertussen is Zannekin als een held ontvangen door het gemeen van Ieper. De schepenen en de magistraat zijn gevlucht en hun eigendommen worden aangeslagen en verdeeld onder de Ieperlingen. Zannekin geeft de achtergestelde bevolking van de Ieperse voorgeborchten eindelijk iets waar ze al decennia lang om vragen: de vestingen die hen scheiden met de binnenstad worden afgebroken en verplaatst naar de buitenzijde van de voorgeborchten. Dank zij Nikolaas Zannekin zijn ze nu voor het eerst echte Ieperlingen geworden.

Jacob Peyt van Sint-Winoksbergen
De volgende drie jaar beleven de Vlamingen verwarrende jaren die uiteindelijk leiden naar een veldslag tussen een almachtig Frans leger en het leger van Zannekin op de Casselberg in 1328. De hele Vlaamse legerleiding, Zannekin inbegrepen, heeft de nodige boter op het hoofd voor de dramatische nederlaag en de dood van vele duizenden Vlaamse vaders en kinderen. Kort na 1325 leren we trouwens een zekere Jacob Peyt kennen. Het volk dat meezeult met Zannekin, is natuurlijk niet allemaal goedaardig. In de gemeente van (Sint-Winoks)Bergen leeft er een oproerige, goddeloze en bloeddorstige man die niet aarzelt om te doden als iemand ook maar enige affectie toont met de rijke burgerij.

Hij schopt het, dank zij zijn steun aan Zannekin, tot leider van Sint-Winoksbergen. In die functie koestert hij een ongekende haat tegen alles wat ook maar ruikt naar geloof, clerus en geestelijkheid. Vooral priesters werken op hem in als een rode lap op een stier. Hij schuimt met een bende gemene en tot op de tanden gewapende crapuuls, het Westland af op zoek naar elke priester die ze ook maar kunnen vinden. Een ongeziene razzia tegen het katholiek geloof. Hij laat ze ophangen en dood slaan. Overal slaan de pastoors op de vlucht voor Peyt. Een priester in Hondschote wordt door Jacob Peyt persoonlijk doodgeslagen. Een feit waarvoor hij zelf nogal over opschept tegen de zijnen. Zijn geweld en zijn fanatieke haat lopen zodanig de spuigaten uit, dat het volk van Veurne-Ambacht zich tegen hem keert. Althans zo leren ons de geschiedenisboeken.

Winnock de Fiere
Of gaat het hier om een ordinaire afrekening op een medestander die ze liever kwijt zijn dan rijk? Ze nemen in elk geval de wapens op tegen hem om verdere bestialiteiten en wreedheden van die smeerlappen van Sint-Winoksbergen in de toekomst te verijdelen. Het komt tot een gevecht waarbij Jacob Peyt om het leven wordt gebracht. Zijn aanhang wordt verjaagd. De mensen van Bergen komen achteraf het lijk van hun voorman ophalen en laten het begraven in de kerk van Coudekerke. Drie jaar later zal de bisschop van Terwaan zijn stoffelijke resten laten opgraven. Hij wordt als een ketter tot as verbrand.

De ketterij verdwijnt echter niet met de dood van Jacob Peyt. Twee jaar lang krijgt Sint-Winoksbergen een nieuwe leider: de genaamde Winnock De Fiere, die al even onmenselijk is als zijn voorganger en die tijdens de slag op de Casselberg samen met veel van zijn medestanders de dood zal vinden. Edmond Ronse voegt er bij de handschriften van Heindericx een relevante bedenking aan toe. Misschien was De Fiere meer Vlaming dan ketter?

Zijn die handschriften niet het gevolg van een eeuwenlange Franse manipulatie om het oude Vlaamse volkswezen en alles wat er aan kon ruiken ongeloofwaardig te maken, te ondermijnen en te vernietigen? Wilden Peyt en De Fiere de dwingelandij van de edelen in Bergen en Bergenambacht stoppen? Is het niet bizar dat het voltallige Sint-Winoksbergen zo maar opnieuw massaal achter Winnock De Fiere ging staan, zoals dat eerder het geval was bij Jacob Peyt? Misschien zijn de beschuldigingen van barbaarse ketterij het bewuste gevolg van een actie ‘beschadiging’. Moedwillig aangebrachte schandvlekken op de zielen van beide Vlamingen en hun volk?

De Leliaardgezinde Ieperlingen
Na de dramatische en desastreuze nederlaag van de Vlamingen in Cassel en de dood van Zannekin en duizenden andere Westhoekers, komt West-Vlaanderen in een heel ander vaarwater terecht. De macht van de nieuwe Franse koning Filips van Valois laat zich snoeihard gelden. Centra als Veurne, Sint-Winoksbergen en andere steden, worden dankzij de tussenkomst van Lambert, de abt van Ter Duinen, nog enigszins ontzien. Maar het zijn vooral de mensen op den buiten, in de Kasselrijen, die kwalijk bezoek krijgen van de Fransen die zowat overal leeggeroofde en platgebrande huizen achterlaten.

De Leliaardgezinde Ieperlingen komen de koning tegemoet en geven zich over aan de Fransen. Ze bidden hem om genade en leveren een aantal opstandige leiders uit. Die worden ter plekke opgehangen. Dat is niet naar de zin van de Ieperse wevers die het belachelijk vinden dat hun eigen magistratuur zich overgeeft aan de Fransen. Hun plaats is net als die van allen in Ieper aan de versterkte vestingen die Zannekin heeft laten opbouwen.

Waarom zijn ze hier niet zo moedig en dapper als die brave landbouwers in Veurne-Ambacht? Die veel te snelle overgave is niet min en niet meer dan een regelrecht verraad tegenover de Vlaamsgezinde werkende klasse. De pastoor van de Sint-Michielsparochie roept zijn stadsgenoten van uit de preekstoel op om zich te verzetten tegen de Fransen. Maar zijn oproep brengt geen zoden aan de dijk. Meer zelf. Dank zij zijn eigen stadsbestuur, wordt hij als één van de eersten geviseerd door de vijandelijke legers. Hij verschanst zich met 14 burgers en wil van geen overgave weten. Uiteindelijk steken de Fransen het vuur aan de woning. Ze sterven alle vijftien in de vlammen. Ook in Brugge werpen ze zich aan de voeten van de koning.

Vijfhonderd Vlamingen worden ter dood veroordeeld
De Franse justitie komt op gang. De Franse koning vertrekt naar Frankrijk en geeft graaf Lodewijk van Nevers de opdracht om de schuldigen op te sporen en te berechten. Vijfhonderd Vlamingen worden ter dood veroordeeld. Veel onder hen wonen in Veurne en zijn Kasselrij. De meesten worden opgehangen. Maar het aantal mensen dat wegens hun sympathie voor Zannekin wordt verbannen, is schrikwekkend.

Vergeet niet dat er al duizenden boeren zijn omgekomen in Cassel. De hele regio blijft desolaat en flink uitgedund achter. In Veurne worden er twee personen aangesteld om de goederen en eigendommen van de gestraften te inventariseren en aan te slaan. Een groot deel daarvan keert terug naar de edellieden die schade hebben ondervonden door het volksgeweld. De schrijver vergeet te vermelden dat Robrecht van Cassel en Filips van Valois in grote mate mee profiteren van de inbeslagnames. Op 19 oktober 1328 komt de graaf zelf naar Veurne. Het stadbestuur krijgt de volle laag om hun weerspannigheid en minachting tegenover Frankrijk en het bestuur dat hij zelf vertegenwoordigt in Vlaanderen. Alle privileges en vrijheden worden ingetrokken. En geloof me: dat is een ramp voor gelijk welke stad in de middeleeuwen.

Zowel die van Veurne als van de hele Kasselrij worden aangemaand om in een akte hun onderdanigheid en hoogste respect te zweren tegenover hem en de koning. De ‘akte van onderwerping’ ziet er als volgt uit: ‘Wij, burgemeesters, schepenen, raadsleden en de hele gemeenschap van Veurne, laten aan iedereen weten dat we biechten en vergiffenis vragen voor onze misdaden en ons misprijzen ten opzichte van de vredesakkoorden die we met Frankrijk aangingen tijdens het verdrag van Arques. Van hoog naar laag zullen wij ons vrijwillig schikken naar de wensen en wetten van onze gewaardeerde heer Lodewijk, graaf van Vlaanderen en van Nevers.’

Duizenden Vlaamse pandsmannen vertrekken als borg
‘We engageren ons zo veel gijzelaars over te maken als hij zelf wil, en zweren op het evangelie om trouw en gehoorzaam te blijven aan het Franse bestuur’. Het is trouwens een aardige bende gijzelaars die verplicht wordt om te vertrekken naar Frankrijk waar mensen van alle soort en slag in verzekerde hechtenis worden genomen om te voorkomen dat ze het in hun thuisland opnieuw te bont zouden maken. De bronnen hebben het over 900 pandsmannen in Ieper alleen al.

Op 17 september worden er in Brugge 500 burgers als gijzelaars weg geleid. De graaf blijft een diep wantrouwen koesteren tegen die van Veurne-Ambacht. Hij wil absoluut voorkomen dat dergelijke oproer zich in de toekomst nog kan voordoen en geeft opdracht om een citadel te bouwen aan de Oostpoort van Veurne. Een peloton van soldaten zal voortaan vanuit die versterkte burcht controle houden en zo nodig elk oproer in de kiem smoren. Tweehonderd jaar lang, tot aan een nieuw oproer in het jaar 1535, zal dit kasteel bemand blijven.

De muren rond de Oostpoort
Als de muren rond de Oostpoort en de poort zelf, zullen worden afgebroken in 1673, vindt men nog steeds overblijfselen terug die herinneren aan de versterking die Lodewijk van Nevers liet bouwen in 1328 om de Veurnenaars in het grafelijk gareel te houden. In 1332 is de rust terug. In Veurne vernemen ze dat enkele Vlaamse steden hun vrijheden hebben teruggekregen van de graaf omdat ze zich al vier jaar geschikt hebben naar zijn gezag. Ze besluiten om ook hun aanvraag in te dienen. De graaf die ziet dat ze het deze keer goed menen in Veurne, beslist om Veurne en Veurne-Ambacht nieuwe wetten en privileges toe te kennen zo dat justitie en politie weer eigen Veurnse wetten kunnen laten opleggen en respecteren. De nieuwe wet van Veurne beslaat 104 artikelen.

Voor de Kasselrij Veurne-Ambacht worden er 137 verschillende wetsartikelen voorzien. De aktes die vergezeld gaan van de nieuwe wetten, verwijzen nog maar eens uitgebreid naar de voorbije burgerlijke ongehoorzaamheid en hebben het ten overvloede over de oprechte goedertierenheid van de graaf om het volk van Veurne ondanks zijn misdragen toch ter wille te zijn met nieuwe privileges. In realiteit zijn de keuren en aktes natuurlijk een exacte kopie van die van de andere Vlaamse steden. Goedertierenheid zegt u? Eerst en vooral laat hij zich fors betalen door de goegemeente. Een zoenoffer om zijn liefde af te kopen. Grote sommen geld die dienen om de kosten te vergoeden die hem berokkend werden.

Veurne moet afdokken, afdokken en nog eens afdokken
De stad Veurne moet 1.000 Parijse ponden in baar geld afdokken en daarboven op een eeuwige rente van 100 pond die moet vereffend worden op 1 juni van elk jaar. De Kasselrij moeten 12.000 Parijse ponden betalen via een jaarlijkse rente van 1.000 ponden. Voor de stad Lo, die een tijd lang heeft samengespannen met Veurne, bedraagt de vergoeding 300 pond en jaarlijks 20 Parijse ponden. Ook in de rechtspraak eigent Lodewijk van Nevers zich bijzondere privileges toe.

Hij zelf zal recht spreken als het gaat over misdaden begaan op geestelijken, wetsdienaars of ambtenaren. Ook rellen, opstoten van geweld en het berokken van schade aan duinen of dijken zal door de graaf bestraft worden. Hij eigent zich trouwens ook het recht toe om, indien hij dit nodig acht, elke beslissing van het schepencollege binnen de acht dagen te herroepen. In het laatste artikel van de nieuwe wet eist Lodewijk dat de ingezetenen van de stad en van de Kasselrij altijd de kant moeten kiezen van de graaf en dat hij hen te allen tijde kan oproepen om de wapens voor hem op te nemen.

Hij wijst er in de slotrede trouwens nog eens op dat er al veel Veurne-Ambachters bestraft werden met de dood of met lichamelijke straffen omdat ze het hadden aangedurfd zich vijandig en weerspannig op te stellen tegenover zijn persoon. De grafelijke wetten en vrijheden worden op 1 mei van het jaar 1332 aan de magistratuur van Veurne overhandigd. Ze worden verplicht om die te laten respecteren en jaarlijks een ‘akte van aanveerdinge’ te laten registreren in de rekenkamer van Rijsel.

De handschriften van Pauwel Heindericx vermelden dat de jaarlijkse belasting van 100 ponden die de stad van Veurne moet betalen, nog altijd in zwang is. Die wordt nu elk jaar opnieuw betaald aan de commandeur van Slijpe die de som doorsluist naar de orde van de ridders van Malta (de hospitaalridders die veel van de Tempeliersorde erfden als die in 1307 verboden en opgeheven werd) die ooit die rente geschonken kregen door graaf Lodewijk van Male. Een bedrag dat trouwens een aflossing is voor een lening van 500 pond die hij bij de orde is aangegaan is in 1363.

Er komt uiteindelijk een akkoord op 3 augustus 1334
De relatie tussen Veurne, Veurne-Ambacht en de Franse koning verloopt nog altijd stroef in 1334. Er ligt nog altijd een omvangrijke financiële boete op tafel voor de misdaden die begaan werden tijdens en voor de slag van Cassel in 1328. Filips van Valois heeft al verscheidene keren aanmaningen gestuurd naar het Veurnse en geëist dat er afgevaardigden naar Parijs zouden worden gestuurd om de kwestie af te handelen. Maar keer op keer zoeken de Veurnenaars excuses om niet te moeten betalen. De beschikbare fondsen worden nu al helemaal opgesoupeerd door de terugbetaling van vroegere herstelbetalingen aan de graaf en aan zichzelf.

De mensen zijn arm, waar kan trouwens Veurne die immense sommen geld tevoorschijn toveren? De Franse koning is echter niet te vermurwen. Arm of niet. Betalen moeten ze. Als het spel lang genoeg aangesleept heeft, beginnen de dreigementen met straffen. Uiteindelijk stellen de magistraten van Veurne enkele gevolmachtigden aan om ter plekke te gaan onderhandelen met de heren van de Parijse rekenkamer. Ridder Jan van Stavele, de burggraaf van Veurne, Rogier Chonin, lid van de magistratuur van Veurne. Van Veurne-Ambacht worden de magistraten Christiaen Blandelin en Thomas Manin afgevaardigd.

Het viertal trekt begin augustus 1334 met lange tanden naar Parijs. Op 3 augustus 1334 komt er uiteindelijk een akkoord uit de bus. De acht parochies van de Kasselrij en de stad Veurne maken zich elk voor zich sterk om 14.000 Parijse ponden te betalen, gespreid over 7 jaar. De eerste afbetaling van 2000 ponden dient te gebeuren op kerstmis van 1334. De Franse ambtenaren handelen trouwens als regelrechte bankiers. Er komt een onderpand op de schuld.

De eigendommen van de huidige en toekomstige burgemeester, schepenen en raadsleden dienen als borgstelling van de lening. Het akkoord van 3 augustus 1334 is lange tijd te vinden geweest in de Veurnse stadsarchieven, maar blijkt er in 1853 onvindbaar. Hoe dan ook: de overeengekomen afbetalingen werden nooit ten volle gerespecteerd door het uitbreken van nieuwe oorlogen en verdere weerspannigheden.

Dit is een fragment uit deel 3 van De Kronieken van de Westhoek

Tags

, , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , ,

No Comments

No comments yet. You should be kind and add one!

Leave a Reply

You can use these tags:   <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <s> <strike> <strong>