Zijn bovenkamers staan te pachte

Posted by  ivan.vanherpe@westhoek.net   in       1 year ago     571 Views     Leave your thoughts  

Ken je deze spreekwoorden nog?

* Het hoofd scharten zonder jeuken (zich in verlegenheid bevinden, radeloos zijn)
* Hij heeft het hoofd van een geirnoare (hij heeft niet veel verstand)
* Hij heeft een hoofd lijk een ijzeren pot (hij heeft sterke hersenen)
* Hij kamt hem het hoofd met een stoel (hij rost hem af)
* Wie geen hoofd heeft, moeten benen hebben (zegt men aan iemand die iets vergeten is en moet terugkeren)
* Zijn hoofd loopt op stelten (hij is helemaal in de war)
* Hij heeft de haver in zijn hoofd (hij is dronken)
* Hij heeft een krulle in zijn hoofd (last hebben van kuren en grillen)
* Hij zit met wind in zijn hoofd (hij vleit zich in hersenschimmen)
* De bovenkamer is niet bewoond.
* Zijn bovenkamers staan te pachte (zijn geestelijke vermogens zijn gekreukt)
* Hij heeft een stalen voorhoofd (hij is onbeschaamd en heeft geen last van blozen)
* Hij loop met zijn hersens up zijn hoed (hij is niet wel bij zijn hoofd)
* Hij heeft een scheure in zijn hersens
* Hij zette zijn aanzichte in den derden plooi (hij keek plots ernstig)
* Hij trekt een aanzichte lijk nen boer die zeer aan zijn tanden heeft
* Hij is geboren met een gouden lepel in zijn mond (hij is rijk geboren)
* Hij kan zijn kaken goed roeren (hij kan het goed uitleggen)
* Hij houdt zijn tonge voor zijne mond (hij zegt niet wat hij denkt)
* Hij heeft een slappe lippe (hij is dorstig van natuur)
* Zijn tanden doen al lange geen zeer meer (hij is al lang overleden)
* Hij is met zijn neuze in de moaze gevallen (hij is mislukt)
* Hij heeft een goe snee onder de neuze (hij kan goed praten)
* Hij houdt één oog up de panne en d’ andere up de katte (hij let op alles)
* Hij heeft ogen en hij kijkt er niet deure
* ‘t kittelt aan zijn oren (hij hoort dat graag)
* Zijn ore staat up wacht (hij luistert scherp toe)
* Hij is in zijn ore gebeten (hij is dronken)
* Hij ligt nog op één ore (hij ligt nog in bed)
* Hij heeft een luis in zijn ore (hij heeft een voorgevoel)
* Als ‘t nen lacht is het Pasen achter zijn oren (hij lacht bijna nooit)