Zoudcote, de Zoutkant, Zuydcoote

Posted by  ivan.vanherpe@westhoek.net   in       1 year ago     483 Views     Leave your thoughts  

Zoutcote, de zoutkant, later bekend geworden als Zuydcoote, moet al bestaan. In het jaar 121 wordt hier al het christelijk geloof gepredikt. Mardick, de haven en de Romeinse nederzetting. De golf van Itius die de vloot van Caesar herbergt en waarvan de Aa zowat het ultieme overblijfsel van is. Van dat laatste is Derode niet zo zeker. Een zekere M. Goutier van Sint-Winoksbergen heeft een bijzonder gestaafde mening dat Portus Itius, de haven van waaruit Caesar vertrok voor zijn invasie van Engeland, zich op Vlaamse bodem bevindt. In de geschiedenis van Nieuwpoort van René Dumon, vinden we een identieke claim terug.

Goutier laat zich leiden door de Vlaamse historicus Van Vaernewyck die in de 16de eeuw pretendeert dat Portus Itius zich op zowat 3 à 4 mijl van Nieuwpoort bevindt. Sanderus schrijft ook iets in diezelfde richting en preciseert dat de haven in 1260 door de golven zal worden verzwolgen. De Latijnse fysionomie van Spycker (Spicarium), Ledringhem (Leodedringae mansiones), Caestre (Castrum) en van Flêtre (Fletrinium) verraadt dat de locaties al bestaan in de Romeinse periode. Ook Belle, Cassel, Watten en Minariacum of Stegrae (Estaires of Pont d’Estaires) zijn er al. De schrijver vergeet Wervik, Viroviacum te vermelden. Of Ypra al bestaat is niet duidelijk. In Morinië wordt in de derde eeuw al volop het evangelie gepromoot door Victoricus van Amiens en door Sint-Fuscien die het territorium van Terwaan platlopen met hun blijde boodschap.

De Romeinen houden zich strikt aan hun wetten en regels maar doen zelf niet de minste inspanningen om de zeden van de lokale bevolking in de juiste banen te leiden. Maar ze houden de predikers ook niet tegen. Keizer Constantijn de Grote zorgt er zelf voor dat de heilige mannen bescherming genieten. We spreken over het begin van de 4de eeuw.

Reims kiest Terwaan als kerkelijk bastion in Morinië

Tijdens zijn regeerperiode komen de kerkelijke structuren in Gallisch België tot stand onder druk van de kerken van Trier en Reims die gelden als centra van het vroege christendom. Reims kiest Terwaan als zijn lokaal bastion in Morinië. Het stuk van Germanië dat de Romeinen hadden weten te veroveren, zijn ze ook het eerst weer kwijt aan de barbaren. De breuk aan de grenzen, vergelijk het met een dijkbreuk, zal voortaan zorgen voor een onophoudelijke reeks invallen van vijandelijke volkeren. De Goten en de Vandalen. En ook vanuit eigen middens wordt er aan de Romeinse stoel gezaagd, want met die generaal Belisarius was het absoluut niet zeker of hij nu voor of tegen de Goten acteert. Hoe dan ook; de Romeinse reus is bij het aanbreken van de 6de eeuw zo goed als geïmplodeerd. Het brengt ons bij de Franken.

De schrijver wil zich focussen op de Franken in de Westhoek. Hij wil echter nog kwijt dat het niet de eerste keer is dat de Franken hun handen wilden leggen op het latere Frankrijk. In het jaar 211 werden ze nog teruggedrongen na aan veldslag dicht bij Mainz. Maar ze blijven terugkeren en in 262 zijn ze al doorgedrongen tot in Spanje en zelfs tot in Italië. In 292 krijgen ze er opnieuw van langs maar ze blijven Constantinus en zijn zoon bestoken in de periode 340-350. Vanaf de 4de eeuw zijn de Franken één pot nat geworden met de Saksen en zorgen ze voor voortdurende vernielingen aan de Vlaamse kust. Ze maken zich meester van Cambrai waar ze de bevolking afslachten om dan achteraf de hele streek tot aan de Somme af te dweilen. De dappersten van alle volkeren houden nu een deel van de kuststreek van Morinië bezet. Ze worden gesignaleerd in Boulogne, tussen de grenzen met Gallië en het gebied dat door de Saksen bezet wordt. Rome wordt in 410 door de Germaan Alaric ingenomen en geplunderd.

Pharamond, de eerste koning van de Franken
‘Over and out’ is het met de Romeinen en ook in onze streek brengen de Franken nu de finale laatste slagen toe aan de eeuwenlange Italiaanse bezetting. De macht ligt nu bij Pharamond, de chef van de Franken die Doornik uitkiest als zijn hoofdkwartier. In 447 verjagen ze de Saksen uit Cambrai en komt Meroveus, de tweede koning van de Franken aan de macht. Wie nog overgebleven is van de Romeinen, Goten en Visigoten, wordt verjaagd uit de streek van Terwaan.

Wat voeren de Franken uit bij ons? Het lijkt niet helemaal duidelijk. Er staat weinig neergeschreven over die periode. De geschiedenis laat ons wat in de steek. Vermoedelijk zullen de nieuwe bezetters volop gebruik maken van de Romeinse steenwegen om alle steden binnen te vallen. En Terwaan is al helemaal geen probleem. Hier maakt Chararik zijn hoofdstad. Het gebied van deze Frankische koning strekt zich uit van het zuiden bij Montreuil tot aan Nieuwpoort in het noorden en van de monding van de Canche tot aan de Leie. Heel maritiem Vlaanderen dus. 100 km verderop, in Cambrai, zwaait er in het jaar 496 een andere Frankische koning de plak. Hier is er sprake van een zekere Regnacaire.

Al dat gedoe met de Heilige Drievuldigheid
De discipline van de Romeinen is omgeslagen in een maatschappij waar de zeden ver te zoeken zijn. Al dat gedoe over de Heilige Drievuldigheid wordt door die nieuwe Franken, als heiligschennis beschouwd. De Germanen beschouwen het zoontje en de heilige geest in geen enkel geval als een onderdeel van hun God. Een reeks concilies, waaronder die van Nicea in 325 hebben de tweespalt binnen de kerk niet kunnen oplossen. Het heilige vuur van de prediking is zowat stil gevallen en zorgt tijdens de 5de eeuw voor een ‘revival’ van het heidendom en de barbarij.

De kentering komt in 481 als de 15-jarige Clovis zijn vader in Doornik opvolgt als koning van de Franken en zich onder druk van zijn vrouw Clothilde laat bekeren tot het echte christendom. Op tien jaar tijd maakt hij brandhout van al de Frankische stammenvorsten die elk een stuk van dat vroegere Romeinse rijk in hun bezit hebben genomen. Chakarik van Terwaan valt in het jaar 488 in de handen van een meedogenloze Clovis en wordt samen met zijn zoon onthoofd. De vrienden van Regnacaire willen hun vriend Chakarik wreken, maar dat breekt hen zuur op. Ze moeten vluchten naar de ‘Littus Saxonicum’, waar ze asiel krijgen terwijl Clovis met succes heel Vlaanderen overneemt.

De Westhoek is, net zoals grote delen van Frankrijk in de handen gevallen van de nieuwe sterke man van Doornik die trouwens in 507 verhuist naar de nieuwe hoofdstad Parijs. De dynamische en energieke Clovis zorgt ervoor dat het christendom weer volop ruimte krijgt bij ons. In 511, het jaar van zijn dood, organiseert hij een concilie in Orleans en zorgt hij voor een fusie tussen de staat en de kerk. Geloven in God wordt voortaan verplicht door de wet. Van bescheidenheid hebben de Franken trouwens weinig last.

De pagus Mempiscus versmelt met de pagus Flandrensis
In 511 lezen we in het nieuwe Salische wetboek dat deze ‘übermenschen’ sterk zijn met de wapens, vredevol en eerlijk zijn, ‘corpore nobilius et incoluminus’. De Franken beschouwen zichzelf als perfecte mensen. Korte tijd later zal Terwaan het hoofd worden van een nieuw bisdom. Na de dood van Clovis in 511 krijgen zijn zonen Theuderik, Childebert, Clodomer en Clotarius elk hun stuk van de grote taart. Laatstgenoemde Clotarius is 15 als hij baas wordt over de gebieden ten noorden van Somme en daardoor ook Morinië onder zijn controle krijgt. Het deel dat stilaan aan het uitgroeien is als Vlaanderen. In geen tijd ontstaan er conflicten tussen de zonen over hun respectieve grondgebieden.

Victor Derode beslist om hier niet dieper op in te gaan. Met het aantreden van Clovis II komt vooral zijn echtgenote Bathildis in beeld. We spreken over de periode rond de jaren 650. Zelf ooit nog het slachtoffer geweest van vrouwenhandel, heeft ze zich weten op te werken tot koningin van de Merovingers, de Franken die heersen over onze gebieden. Na het overlijden van Clovis wordt ze zelf regentes voor haar minderjarige zoon Clotarius de 3de. Het is de tijd van bisschop Eligius die het bisdom van Doornik onder zijn bevoegdheid krijgt en van Sint-Elooi, de apostel van Vlaanderen.

De kerstening van Vlaanderen etaleert zich in de stichting van een reeks abdijen. Vooral die van Corbie, de abdij die eeuwen lang grote stukken bossen en gronden zal bezitten in de Westhoek, springt in het oog. Bathildis wordt als dank voor haar bewezen hand- en spandiensten voor de kerk na haar dood heilig verklaard. De pagus Mempiscus is stilaan aan het versmelten met de pagus Flandrensis. Het graafschap Vlaanderen komt tot stand in de 9de eeuw. Honderd jaar later is de graaf van Vlaanderen de belangrijkste van de 12 ‘pairs’, vazallen van de koning van Frankrijk. De naam ‘Franken’ heeft ondertussen de plaats geruimd voor de term ‘Fransen’. In deze nieuwe wondere wereld zien we Mommelinus en Winox die de streek van Sithiu gaan evangeliseren.

Het buikgevoel van Karel de Grote
De komst van de Noormannen laat een onuitwisbaar spoor na in de geschiedenis van onze contreien. De echo van de ellende die ze aanrichten, blijft lang nagalmen. In 782 komen ze voor de eerste keer oog in oog te staan met Karel de Grote. De ‘Northmans’ komen vanuit Scandinavië en Denemarken. Soit, vanuit het noorden. De ‘vader van Europa’ weet vermoedelijk niet eens dat ze bestaan. Hij kan niet vermoeden dat ze ooit de wrakstukken van zijn rijk zullen overnemen. Ze zijn bijzonder sluw, de mannen uit het noorden. En bijzonder belust op onze gebieden. Er gaat geen jaar voorbij zonder dat ze de meeste intelligenten onder hen naar Vlaanderen sturen, waar ze de kuststreek van Gallië in kaart brengen.

Ze noemen die streek trouwens ‘Kerlingaland’. Karel de Grote ontmoet voor het eerst een delegatie Noormannen tijdens de rijksvergadering van 782 in Noordrijn-Westfalen, aan de bronnen van de rivier de Lippe. Hier krijgt hij voor het eerst dat knagend voorgevoel dat die noorderlingen wel eens spionnen van de barbarij kunnen zijn. Niet dat hij dat laat merken hoor. Hij slooft zich uit om hen gunstig te stemmen en overlaadt ze met geschenken. Zijn buikgevoel blijkt correct. Enkele jaren gaan voorbij zonder noemenswaardige problemen. Enfin; 22 jaar duurt het toch nog vooraleer de Noormannen hun eerste grootscheepse bezoeken brengen aan de Morinische kusten en aan westelijk Gallië.

De kronieken hebben het toen in elk geval over hun plunderingen. Ze vertellen over een slag op zee in 804, de term ‘grootscheepse’ blijkt een goede woordkeuze, en ze stipuleren het jaar 808 aan als datum voor hun eerste invasie op vasteland. Met 13 grote zeilschepen die voorzien zijn van riemen, meren ze aan in Vlaanderen. Vreemde luizen uit het noorden of vanuit Groot-Brittanië waar ze al enkele eeuwen huizenieren.

De abdijen worden geviseerd door het Noorse crapuul
Plunderen. Het is een gemakkelijk woord om neer te pennen. We proberen ons in te leven wat die plunderingen effectief betekenen voor het Vlaamse volk dat zich gesetteld heeft en hard werkt om een voor die tijd menswaardige levensstandaard op te bouwen en hun bestaan nu bruusk verstoord ziet door die woeste en meedogenloze baardmannen van wie ze niet eens de taal begrijpen en die het gemunt hebben op hun leven en op hun schamele bezittingen. Een ongegeneerde en verschrikkelijke terreur moet het geweest zijn. Plunderingen dus en de Noorse invasies herhalen zich zowat om de 5 jaar.

De terreur houdt meer dan een eeuw aan. Beeld u dat eens in; tot aan 925 riskeren de bewoners, tot diep in het binnenland, van het ene moment op het andere slachtoffer te worden van de Vikingse roofmoorden. Karel de Grote probeert zich natuurlijk te wapenen tegen de drieste aanvallen. In 810 installeert hij te Gent een grote vloot die de kusten zou moeten beschermen. In 811 komt hij poolshoogte nemen op het strand van Boulogne, bezoekt hij Wissant en zowat de hele kuststreek, waar hij versterkingen laat aanleggen en de defensie organiseert. Vooral de rijke abdijen zien zich bedreigd door het Noorse crapuul. Het valt niet te verwonderen dat de geestelijken ruim hun steentje bijdragen bij de verdedigingswerken van ‘Charlemagne’.

Ingelram en Odoacer, de forestiers van Vlaanderen, organiseren zich zo goed en zo kwaad als ze kunnen, om de diefstallen van de Noormannen te verijdelen. We zien het aan de heropbouw van meerdere kerken en vooral van bouwvallige forten die de Hunnen al enkele eeuwen geleden hadden verwoest. Hier en daar wordt tijdens de eerste jaren wel wat succes geboekt met die nieuwe Frankische verdedigingsmaatregelen. Beetje bij beetje echter, verwatert de defensie. Er is vooral niets te doen aan een nieuwe inval vanuit Friesland, waar de Deen Godfried met 200 schepen aanlegt en nog eens karrenvrachten Noormannen gedropt worden aan de Vlaamse kusten. Huizen en boerderijen worden in brand gestoken tot aan de oevers van de Seine.

De geestelijken verstoppen hun kostbaarheden
De Franken in de noordelijke provincies voelen zich in de streek gelaten door hun eigen volk. Waar blijft de hulp? Hun eigen koning zoekt hulp en slaat zelf aan het onderhandelen met de Noormannen. Op een bepaald moment laat hij zelfs zomaar het hele platteland ten noorden van de heuvels van Terwaan over aan hen. Ze mogen plunderen en verwoesten wat ze maar wensen. Naar hartenlust!

Zolang ze de zuidelijke gebieden maar met rust laten. Vlaanderen wordt in de steek gelaten. Niets zal ooit nog hetzelfde zijn. Hier en nu vinden de Guldensporenslag van 1302 en de eeuwen lang aanslepende conflicten tussen Vlaanderen en Frankrijk hun oorsprong. In 842 spoelen de Noormannen via het Friese Katwijk de Morinische kustlijn binnen. De pagi Mempiscus en Flandrensis zullen het geweten hebben. Nieuwpoort, Zuydcoote, Mardyck, Sangatte, Wissant, Boulogne en Quentovic worden zwaar geteisterd en vernield. Het gerucht van de barbaarse inval verspreidt zich als een lopend vuur naar het binnenland. De bevolking is dodelijk verschrikt en vlucht weg voor de dreigende ravages. Ze verlaten in paniek hun steden en hun kloosters. De kerken worden achtergelaten.

Ze reppen zich met man en macht naar Sithiu, dat in de 7de eeuw nog Hebbingeham noemt en later zal omgedoopt worden in St.-Omer. Sithiu geldt in die dagen als een belangrijke versterking. Ze verschuilen zich hier met al hun kostbaarheden. De kerkschatten en de relieken van de heiligen worden angstig verborgen gehouden voor de grijpgrage handen. Niet alles kan in veiligheid gebracht worden in St.-Omer. De geestelijken verstoppen hun overvloedige rijkdommen in uitgegraven depots onder de grond. In Villers-Plouich, in de buurt van Arras, wordt een galerie van 24 kamers uitgehakt in de stenen. In Bellinghem wordt een complex en verschillende verdiepingen tellend onderaards netwerk van gangen en overwelfde kamers aangelegd. In Hermies ontdekken spelende kinderen in 1840 een ondergrondse ruimte (l’énigme des muches) die bestaat uit 8 straten en zowat 800 cellen.

De gouw van Mempiscus heeft het weer zweten
De raids volgen elkaar op. In 845 steken de Noormannen de abdij van Sithiu in brand. Lodewijk de Duitser, kleinzoon van Karel de Grote onderhandelt koortsachtig met de Deense koning Erik om tot een vredesbestand te komen dat er uiteindelijk ook komt in 847 met het verdrag van Meerssen. De Frankische koningen proberen de Vikingen te paaien door hen grote grondgebieden in leen aan te bieden. Maar wat baat het allemaal? Het gevaar komt vooral vanuit Nederland waar de Deense broers Harald en Rorik de scepter zwaaien. Na de dood van Harald verbreekt Rorik zijn overeenkomst en maakt hij goede vriendjes met zijn neef Godfred Haraldson.

In 850 duiken hun troepen opnieuw op aan de mondingen van de Schelde en de Seine. De gouw van Mempiscus en de regio van Terwaan hebben het weer zweten. In 853 geeft Karel de Kale de opdracht om een inventaris op te maken van de aangerichte schade. Adelard en Wala, de abten van Sithiu en Corbie, maken deel uit van het onderzoeksteam. Ze omschrijven de toestand in onze regio als volgt: ‘helaas, deze vuile oorlog heeft ons leger verwoest, er wonen noch amper mensen in onze steden en de schaarse achtergebleven inwoners hebben hun kracht en hun moed verloren.

Het krioelt van de vreemde snuiters die er voor hebben gezorgd dat de bevolking zo goed als uitgeroeid is. Het aantal in brand gestoken dorpen en steden is amper te tellen.’ In 856 wordt Parijs een tweede keer aangevallen door de Noormannen. Nieuwpoort krijgt opnieuw bezoek in het jaar 861 wanneer de reusachtige vloot van aanvoerder Weland er voor anker gaat. Een ooggetuige vertelt dat de zee bedekt is met schepen.

De foltering van Worard, Winetbold, Gerwald en Reginhard
Precies een woud van masten waar het krioelt van vervaarlijk uitziende mensen. Zeg maar roofdieren. De horde verspreidt zich over het land en volgt de loop van de Ijzer. Overdag houden ze zich schuil en ‘s nachts trekken ze verder richting Sithiu waar de rijkdom hen toelacht. Onderweg steken ze de abdij van Wormhout in brand. In de vroege morgen van de zaterdag voor Sinksen bereiken ze hun doel. In het klooster zijn er maar 4 geestelijken overgebleven. Priester Worard is de oudste. Hij wordt bijgestaan door de diakens Winetbold en Gerwald en de jonge Reginhard. Samen wachten ze onverstoorbaar op de komst van de barbaren.

Ze weigeren om te antwoorden op de vraag waar de kostbare relieken zich bevinden. Er komt foltering bij te pas. Maar ze blijven zwijgen. Worard en Reginhard worden doodgemarteld. De andere twee kunnen ontkomen. Het is de voorbode van nog meer geweld. Heel Morinië wordt het slachtoffer van brandstichtingen. Terwaan wordt met de grond gelijk gemaakt. Bisschop Humfrid ziet het niet meer zitten en wil er de brui aan geven maar paus Nicolas kan hem overtuigen om te blijven. St.-Valery, Amiens en St.-Quentin vallen ondertussen ook al ten prooi van de woestelingen. Karel de Kale kan ze uiteindelijk tot staan brengen met de belofte van 3.000 zilveren ponden, maar nog voor dat het geld klaar is, eist Weland al 5.000 ponden.

En ook hele kuddes vee en graan moeten ze hebben. In het eens zo machtige rijk van Karel de Grote, heerst een nooit geziene chaos en desorganisatie. En wees er maar gerust van dat de Noormannen dat in de gaten hebben. In 863 schenkt Karel de Grote Vlaanderen en Artesië aan zijn dochter Judith en wordt zijn schoonzoon Boudewijn met de Ijzeren Arm de leenheer van het nieuwe Vlaanderen. Hij krijgt de opdracht om te waken over Vlaanderen. Een bijna onmogelijke opdracht. Hier en daar bouwt hij versterkte burchten. Ook in Bergues en Dunkerque.

Dit is een fragment van deel 4 van De Kronieken van de Westhoek

Tags

, , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , ,