De Hoeken van Poperinge

Posted by  info@dekroniekenvandewesthoek.be   in       5 years ago     6839 Views     Leave your thoughts  

Om in het Poperinge van de 18de eeuw enigszins onze weg te kunnen vinden, moeten we minstens de hoeken van Poperinge kennen. De namen van de hoeken van Poperinge worden in de notariële akten van het Ancien Regime gebruikt. Na de Franse Revolutie, in de loop van de 19de eeuw, worden deze namen van de hoeken als nog gebruikt in de bevolkingsregisters van Poperinge.

De stad Poperinge opgedeeld in de ‘port’ of stad en de verschillende ‘hoeken’. Deze kaart is getekend door Henri Vandenberghe.

We vinden de volgende hoeken:

+ De Hamhoek
+ De Peselhoek
+ De Oosthoek
+ De Edewaarthoek
+ De Haeghebaerthoek Sint Jan
+ De Haeghebaerthoek
+ O.L.Vrouw De Lyssenthoek
+ De Wypperhoek
+ De Helhoek
+ De Schoudemonthoek
+ De Hipshoek
+ De Eeckhoek

De betekenis of etymologie van deze namen is niet altijd duidelijk. De Hamhoek is nog één van de gemakkelijke namen.

Ham komt nog veel voor in toponiemen, zowel in de dorpen Ham als Hamme en zelfs nog in Hamburg., maar we kennen het ook in een woord als ‘inham’. Het betekent zoveel als een ‘uitstekend stuk land’, eigenlijk wat in de betekenis als aangespoeld land, dus aan de kanten van een rivier of een beek, en in die zin is het ook vruchtbaar land.

De Peselhoek is iets wat moeilijker te verklaren. Een ‘pezel’ betekent zoveel als graanzolder, en waarschijnlijk ligt hier ook de betekenis waaruit onze Peselhoek gegroeid is. De Peselhoek ligt aan beide kanten van de Vleterbeek en is één van de vruchtbaarste hoeken van Poperinge en waarschijnlijk ook één van de eerste die in cultuur gebracht is.

Carlo geeft de volgende uitleg: Pesel – In Noordschote heb je de toponiem Poesel. Ik vermoed dat pesel en poesel hetzelfde zijn. Het is ook niet vreemd om poesels/pesels te hebben in de polders van Noordschote, namelijk drassige weiden. Je hebt de indeling van ‘magere weiden’ en ‘vette weiden’. Ik vermoed dat pesel, poesel een synoniem is voor vette weiden, dus vitaminnerijk en suikerhoudende grassen.

Pesel is ook een term die een graanopslagplaats boven een woonruimte of een stal aanduidt. Kwam ook voor als term voor graanopslagplaats in Noord-Duitsland, maar ook bij ons rond Gent en het Meetjesland. Een andere benaming voor dit type graanopslagplaats is ‘meukens’. Noord-Duitsland of Oost-Friesland: moet ik eens verder nachecken, maar dan zo pezel ook een voorbeeld van Kustwestgermaans zijn. Let op dit is een hypothese. Rond al die gezamenlijke begrippen langs de Noordzeekust moet nog veel vergelijkend onderzoek gebeuren. Wat betreft pezel in de Pezelstraat, blijf ik echter twijfelen, omdat je – zover ik weet- geen gebouwen hebt in straatnamen of toch letter (om in het Saksisch te blijven). Ken je een zwijnestalstraat, een schuurstraat, een bakovenstraat. .. ? Vandaar mijn idee dat de pezel toch eerder een vervorming is van poezel. Heeft er iemand dit begrip al in beide contexten in onze contreien ontmoeten of gekend? Contexten: 1/graanopslagplaatse; 2/ poezel: vette weiden?

They can come in the form of viagra sale india jelly. In addition, beware usa generic viagra of “one big downline”. no prescription viagra In other words, this is also known as impotence. More often than buying that acquisition de viagra not, it happens without warning and always requires immediate medical attention.

Dan hebben we de Oosthoek. De uitleg hier voor is evident. Deze hoek ligt dan ook in het oosten van de gemeente Poperinge.

En dan is er de Edewaarthoek. Misschien is het wel effectief de hoek van Eduard of Edward. Maar het zou ook de hoek kunnen zijn ede – n – waarts of dus in de richting van Eden, indien we een Eden wisten liggen in de omgeving. Wat niet het geval is. De naam blijft voor mij een vraagteken.

Carlo heeft wel een plausibele uitleg: Edewaert – Waert of waard, zijn de broeken, of meersen die dienden voor het begeerde hooi. In Nederland spreekt men van de ‘uiterwaarden’, in Klein-Brabant bestaat het toponiem ‘buitenland’, allemaal hetzelfde. ‘Ede’ is Kustwestgermaans (waarvan het Poperings en omstreken, het best bewaarde van dit taalidioom is, en is synoniem voor ‘water’. Edewaert is dan de hooiweiden ofwel langs het water of wel drassige hooi weiden.

De Haeghebaerthoek is dan weer wat duidelijker. Een ‘hageberd’ is immers een plank of een stok die men vroeger gebruikte om een haag te leiden. Vandaar dat de hoek van Poperinge waarin men van die ‘berden’ of stokken vond, wel de Haeghebaerthoek zal genoemd hebben. Carlo geeft ons de volgende uitleg: Haeghebaert. Ingaande op jouw verklaring, meen ik een andere uitleg te hebben, namelijk, een ‘heining’ ( dus een afgebakend terrein voor veeteelt of akkerbouw) afgebakend door houten planken. Een haag is niet altijd een vegetatief iets, maar soms ook een term die staat voor een heining.

En dan hebben we de Lyssenthoek. Dat kan wel zoveel betekenen als het ‘end’ van het ‘lis’. Samengebracht tot Lyssenthoek., en typerend voor een moerassig gebied.

Daarna vinden we de Wipperhoek. We nemen aan dat dit slaat op een wip. Een hoek waarover men kon wippen, een heuvel, die aan de beide kanten afdaalt. Carlo schrijft het volgende: Wypper of wip blijft een moeilijke. Tot nu toe nergens een bevredigende verklaring gevonden voor dit woord. Niettemin toch enkele indicaties die ik je niet wil onthouden. Een toponiem dat het meest ‘wipperhoek’ benaderd is het gehucht ‘Wippelgem’ bij Kluizen, boven Gent. De naam “Wippelgem” gaat wellicht terug tot de 6de of 7de eeuw en is afgeleid van de Frankische persoonsnaam Wipula; de naam moet oorspronkelijk iets als ‘Wipulingahaim’ geluid hebben, wat zoveel betekent als ‘woonplaats van de Wipulingen (volgelingen van Wipula)’. (volgens Wikipedia) Het dorp Lippelo (prov. Antwerpen) bezit een wipheide, maar hier is wel degelijk een verband met een staande wip en de plaatsnaam, want op dit stukje heide stond vroeger de schietwip.

We hebben nog de Wiphoek bij Woesten, ook soms uitgesproken als de ‘wuppe’. Een wuppe is ook een soort schop of hefboom. Het zou best kunnen dat we hier op het goede spoor zitten, want ook ‘wippe’ is een dergelijk voorbeeld van typisch Kustwestgermaans (waarvan we in tal van woorden ‘i’ gebruiken in plaats van ‘u’, bvb. rik ipv. rug, schippe ipv. schuppe). Wippe is toch ook een familienaam in Poperinge? Dan toch de lokatie waar zich een schietwip bevond?

Wyppe als een maatbepaling? In het Waasland is een wipkodde of een wipsteert, een koevoet. Een wip = een koestaart. Een koestaart was in de middeleeuwen ook een lengtemaat. In Molenbeek, Beerzel zijn er nog oude herbergen genaamd ‘De Koesteert’ die verwijzen naar deze oude lengtemaat. Mijn voorkeur voor een verklaring van “‘wipperhoek’ gaat uit naar een lengtemaat, maar zeker ben ik natuurlijk niet

De Helhoek is dan een hoek gelegen in een helle of holle, of diepte. Carlo voegt daarbij: Helle is inderdaad geen hille, volgens mij is dit een dalkom, dus de bodem van de hille. Hellegat, gat is in feite een toegang tot iets, dat moet volgens mij een opening of een soort plek geweest zijn waar mensen die helle of onderkant van de heuvel konden bereiken. (denk ook aan je Wullegat) (over die wulle heb ik ook een gedacht)

Wulf is volgens mij ook geen wolf, maar verwant aan ‘gewelf. In Dilbeek heb je bvb. de Wulfputten, waar men hier denkt dat wulf iets te maken heeft met de groeves waar men Dilbeekse steen (bekend voor zijn kwaliteit in de architectuur) delfde. Onze wulfhulle ligt op de top, dus ik denk dat het de afronding (wulf) van een heuvel (hille) betekent. Het woordje ‘hel’ zit vervat in het modern Nederlands woord ‘helling’. Ik denk dat ‘hel’ vooral de onderkant van een helling aanduidt en niet heel de helling, maar ook niet de dal bodem.

De Schoudemonthoek lijkt mij dan weer moeilijk. Bij de was werden er vroeger schoudekuipen gebruikt. Kuipen waarin de was te weken werden gelegd, maar die ook gebruikt werden om de was daarin te ‘schoudenen’ of te ‘frotten’ of te wrijven. Misschien slaat dit dus wel op een wat bobbelig landschap. Carlo heeft hier een uitgebreide uitleg. Schoudemont: de betekenis van het werkwoord ‘schouden’ = met kokend water begieten, zoals bij de slacht van zwijnen waar niet altijd het haar van het dier werd verwijderd via afbranden zoals nu wordt gedaan, maar door het overgieten met kokend water wat toeliet om de haren gemakkelijk af te schrapen. (het blijkt dat het varkensvlees van dergelijk gevlaade varkens een betere smaak heeft dan geschroeide varkens)

Er zal wel geen kokend water door de Schoudemont (ook niet in een waterloop in deze hoek) gelopen hebben, maar mogelijks water met snel verval dat dan lijkt op water dat aan het koken is, m.a.w. snelstromend of kolkend water? (een kolk in Brabant, is meestal een snelstromende waterloop). In het Frans-Vlaams woordenboek, staat bij schouden een link met geschoude gerst, hete of heel warme gerst. Lijkt me te wijzen op het mouten van gerst dat vermoedelijk geschoud werd, maar dit terzijde.

Volgens prof. Magda De Vos is ‘muide’ of ‘monde/mont’ een typisch voorbeeld van het Kustwestgermaans. Een muide is een waterdoorbraak tussen duinen (zie bvb. Diksmuide) dat vorm gaf aan de waddeneilanden, dus eilanden doorbroken met watergeulen of muiden.

Een mont of monde, is ongeveer hetzelfde als muide namelijk een water dat uitmondt in een ander water (een muide maakt de connectie tussen de zee en het water achter de wadden gelegen waar een lagune ligt) , zo zou je een monde kunnen omschrijven. (in het standaard Nederlands: monding, uitmonden) De plaats waar de Dender uitmondt in de Schelde, heet Dendermonde, de plaats waar de Rupel uitmondt in de Schelde, heet Rupelmonde, de plaats waar de Deule uitmondt in de Leie, heet Deulemonde. Misschien heeft mont ook te maken met ‘berg’ of ‘oever’? dus de oever of steile helling van een waterloop?

Was Schoudemont dan ook de plek waar een secundaire waterloop in een primaire waterloop uitmondde? Probleem is we kennen geen Schoudemontbeek in Poperinge. Indien er ooit een Schoudemontwaterloop in Poperinge bestaan zou hebben, waarvan de naamgeving als waterloop verloren gegaan is, maar in de naamgeving van de hoek is blijven verder bestaan, dan zijn er dus twee mogelijkheden: 1. Een monding van de ene waterloop in een andere hoofdwaterloop, of 2. Een waterloop met een snel verval.

Waterlopen met snel verval kunnen antropogeen zijn en zo aangelegd zijn om druk op het waterverval kunstmatig aan te brengen. Ik herinner me gelezen te hebben dat er langs de bovenloop van de Vleterbeek dergelijke waterkunstbekkens of waterbakken door de mens werden aangelegd om te zorgen voor voldoende watervolume in de beek bij droogtes, of eventueel om voldoende verval op de Vleterbeek op te wekken. Gekend zijn ook de aparte leilopen en/of molenvijvers naar watermolens om druk te zetten op de waterraderen ..

De middeleeuwse waterhuishouding valt niet te onderschatten. De middeleeuwer pakte de waterhuishouding op een ingenieuze wijze aan omdat de waterlopen één van de belangrijkste energiebronnen waren, namelijk de stuwkracht van het water om watermolens aan te drijven. We weten dat er zich langs de Poperingevaart (in de Kom) tot vrij recent een watermolen bestond. (het is een mythe om watermolens enkel aan reliëfrijke gebieden toe te schrijven, die kwamen evengoed voor in vlakke gebieden) Een paar ideetjes: zouden er niet meerdere watermolens bestaan hebben in Poperinge waarvan de Schoudemont nog een verwijzing naar is? Of zou een Schoudemont iets te maken gehad hebben met het verzorgen van voldoende waterstuwkracht op de Vleterbeek? Of beiden? Of nog iets anders?

En dan hebben we de Hipshoek. Deken De Bo spreekt in zijn Kruidwoordenboek uit 1888 van hippebraam wat zoveel wilt betekenen als egelenteer of de wilde rozelaar. Dit zou dan ook wel de oorsprong kunnen zijn van de naam voor deze hoek. Carlo vond ook hier een andere uitleg. Hipshoek. Een woord dat de term ‘hips’ sterk benaderd is het woord ‘hippen’= zaadkoppen van het vlas. De hippen of vlaskoppen werden tijdens het slijten van het vlas van de stengel verwijderd en deze vlaskoppen werden vervolgens gemalen. Het kan zijn dat de bloemkoppen van de egelantier ook hippen waren, maar dit is een gokje. De Hipshoek zou dan de plek zijn waar vlas geteeld werd.

En dan hebben we nog de Eekhoek. Of de hoek waar de eiken staan, of stonden. Carlo zegt daarop: Eekhoek. Het gaat hier niet over eiken maar over een eik. Bepaalde bomen zoals eiken dienden vroeger dikwijls om een grens van een gebied afte bakenen. Het kan dus goed zijn dat deze hoek met één eik werd gemarkeerd die letterlijk op de hoek van deze hoek stond.

Carlo Jengember & Guido Vandermarliere – Uit Doos Gazette van 2011 -Dit artikel is samengesteld uit Guido’s oorspronkelijk artikel, waar hij de commentaar van Carlo Jengember graag erbij heeft geplaatst.

Vlaamse geschiedenis zoals je die nog nooit beleefd hebt!

No Comments

No comments yet. You should be kind and add one!

Leave a Reply

You can use these tags:   <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <s> <strike> <strong>