banner
Jan 18, 2025
177 Views
Reacties uitgeschakeld voor De wraak van de keikoppen

De wraak van de keikoppen

Written by
banner

Eind 1792. In Ieper hebben nogal wat Franse vluchtelingen hun veiligheid gezocht. Die zijn nu met de komst van de revolutionairen de dupe. Ze vliegen in gevangenissen en worden vervolgens in kleine groepjes naar hun land teruggevoerd om er gevonnist te worden. Er is onder andere sprake van elf priesters en vijf kloosterzusters die in Atrecht voor de bloedraad van monsieur Lebon zullen moeten verschijnen die hen allen laat onthoofden. Die ‘vieze’ patriotten van Ieper gaan zich ook al bemoeien in Poperinge. Op 26 december 1792 komen ze naar hier om de inwoners te verfransen en de ‘provisoire repésentanten’ aan te stellen. Ze zijn met vier. Apotheker De Puydt, hoedenmaker Huyghebaert en nog twee andere die in 1789 bekend stonden als grote ‘vijgen’. Het volk wilde niet weten van hen. Wanneer deze kerels op het Poperingse stadhuis hun zaken uit de doeken doen stormen de Poperingenaars er in massa toe om hen te lijf te gaan. Wie een klein beetje de gevoeligheden van de geschiedenis kent weet dat het zeker de Ieperlingen niet zijn die hier in Poperinge op hun neus moeten komen zetten. De Ieperse clubgangers krijgen het te warm onder de voeten en slaan op de vlucht. Huyghebaert kan geen kant meer uit en springt dan maar in de vaart. Aan het Rekhof komt hij terug op het droge, maar ook hier wordt hij geconfronteerd met de woede en de wraak van de keikoppen. De hoedenmaker kan alsnog ontkomen door in de richting van Frankrijk te vluchten. Uiteindelijk zal Poperinge onder impuls van de heer Reyphins de ‘représentanten’ kiezen die ze zelf waardig vinden.

De teruggekeerde ‘clubisten’ kunnen het bij hun terugkeer in Ieper niet verkroppen dat ze weggejaagd werden in Poperinge. Twee dagen later zien de Poperingenaars hen terug. Met 150 Fransen en twee kanonnen. Er staat die namiddag een prijsuitdeling voor arme kinderen op het programma in Poperinge. Die zal doorgaan in de kerk van Sint-Bertijns en er zullen eveneens een vijftal gevluchte priesters aanwezig zijn. Wanneer de klokken van de kerk het evenement aankondigen vrezen de Ieperse ‘helden’ dat de Poperingenaars alarm slaan wegens hun komst. Ze durven haast niet verder te gaan met hun plannen. Maar omdat alles zo rustig en stil blijft in de stad trekt de bende dan toch met veel geraas en gerucht Poperinge binnen. Ze begeven zich recht naar de kerk om er de klokstrengen af te snijden zodat die de inwoners niet meer om hulp zullen kunnen roepen.

Vloekend en tierend vallen de wildemannen nu de Sint-Bertijnskerk binnen. Met de zwaarden in de hand kunnen ze het natuurlijk halen tegen de aanwezige kinderen en priesters. De youngsters slaan schreeuwend op de vlucht. De woestelingen grijpen de priesters vast, slaan en stampen ze en sleuren hen vervolgens aan hun priestergewaden tot op de markt, tot bij de boom van vrijheid die ze nu allen knielend moeten omhelzen. De parochiepriesters Waterschoot, Rouseré en Ramu beleven de schrik van hun leven. Priester Quillet uit het bisdom van Boulogne krijgt er nog een houw van een sabel in zijn arm bovenop. Het zien van het blootliggend bot stilt een beetje de woede van de bende. Daarna trekken ze de schandpaal omver die op de grote markt opgesteld staat. Zowat overal slaan ze de dubbele arenden aan stukken. Om de ‘hooligans’ ietwat te kalmeren moeten de heren van het magistraat zich verlagen tot excuses dat ze helemaal niets te maken hadden met de oneer die de achtbare mannen van de Ieperse club ondergaan hadden op 26 december.

De toestand verbetert er niet op. In maart 1793 komt een bende van 150 Carmagnolen te Poperinge aan met het bevel dat alle Franse priesters moeten opgepakt worden. Gelukkig voor hen was het magistraat op voorhand verwittigd. De burgers die nu al de priesters verborgen hielden gaven hen het advies om op tijd naar de platteland te vluchten, waar ze in kleine huisjes ergens op hooi en stro een rustplaats vinden ofwel moeten schuilen in de bossen. De volgende morgen stellen ze in Poperinge vast dat alle woningen waar de priesters hun stek vonden nu een merkteken hebben aan deur of ramen. Het werk van de Ieperse clubisten om de vangst vandaag gemakkelijk te maken. Het Jodenkruis avant la lettre. Wanneer de Carmagnolen de gemerkte huizen doorsnuffelen en geen priesters aantreffen steken ze woedend met hun zwaarden door de bedden, vloeken en tieren op los. Van de woningen razen ze nu naar de kloosters. Een zoektocht naar geld en voorraden. Wat ze niet kunnen meenemen maken ze dan maar kapot. Bij de paters-recolletten bedrijven ze in hun dronkenschap alle soorten van baldadigheden. Achteraf vinden de Poperingenaars een kruisbeeld aangekleed als ‘cocarde’, Jezus als symbool van een goed ‘citoyen’. Kan men in die dagen werkelijk een grotere doodzonde bedrijven?

In de stad lopen ze binnen in de herbergen, ze smeren en teren zoveel hun keelgat kan verdragen. Ze pikken vlees bij de beenhouwers en graaien voedselwaren weg bij de winkeliers. Alles op de plak, bruut, onbeschoft en allemaal zonder te betalen. Het stadsbestuur staat er bij en kijkt er naar. Ja, ze sturen twee heren naar hun Franse opperbevelhebber, maar de lelijke jakobijn lacht hen vierkant uit in het gezicht. ‘Ze moesten dat al veel eerder gedaan hebben’, zijn reactie laat niets aan de verbeelding over. Schepen Van den Ameele verkrijgt na veel smeken dat het gespuis de kloosters ongemoeid zal laten. Maar nu plaatsen ze aan elk klooster twee schildwachten die moeten betaald worden door de geestelijken zelf. Zo gaat het er aan toe in Poperinge en in de Westhoek.

Dit is een fragment uit Boek 10 van De Kronieken van de Westhoek

Article Categories:
fragment uit deel 10
banner
http://www.dekroniekenvandewesthoek.be

Vlaamse geschiedenis zoals je die nog nooit beleefd hebt!

Comments are closed.