De mensen worden nu genoemd naar hun activiteit zoals we al eerder aangaven. De Wever. […]
De stichting van de hal dagtekent van het begin van de 13de eeuw. Het was de 1ste maart van het jaar 1200 dat Boudewijn IX, achttiende graaf van Vlaanderen en zijn gemalin Maria van Champagne er de eerste steen van legden in de tegenwoordigheid van de hoogbaljuw van Ijperen.
Vanaf 1150 rijpen de plannen om een ongeëvenaarde commerciële halle op te richten. Een paleis van een lakenhalle. Met voor die tijd ongeziene, immense afmetingen. Deze keer in steen. Er is blijkbaar grote nood aan een professionele verkoopsruimte en aan een fabriekshal van voldoende omvang en uitstraling. Een industriegebouw nog voor de term wordt uitgevonden. Zo arriveren we in het jaar 1200. Woensdag 1 maart, om precies te zijn.
ANNO 1200 den 1sten maerte wiert binnen de stad Yper den eersten steen geleyt van de vermaerde Laeken halle of het stadhuys door Boudewijn van Henegauw den 18de graef van Vlaenderen, den 2de steen door Marguerita van Elzatien sijne huysvrouwe, den 3de door Herlibaldus, den 4de hoogbaillieu dezer stede. Deze Laeken halle wierd opgebouwt ten koste van het gemeente. Eerst wierd opgetrokken den thoren genaemt het beffrois, dan het onderste gebouw dat op de markt staet en daer naer het ander van sijden en van achter. Dit konstig gebouw wierd eygentlijk opgetrokken tot het gebruyck van de laekkeweverie die alsdan binnen Yper ten hoogsten floreerde.