In 1147 is de plek al uitgegroeid tot stad. Voor wie er woont en zich […]
De villa ‘Pupurningahem’ situeert zich langs de grote Romeinse heerweg. De plek zelf zit diep […]
Het mag eigenlijk wel verwondering wekken dat over de geschiedenis van Harelbeke tijdens de middeleeuwen nog bijna geen studies gemaakt werden. Er zijn toch genoeg archiefbronnen voorhanden. Wat gepubliceerd is, beperkt zich tot de z.g. forestiers en het kapittel. Wel bevindt zich heel wat handschriftelijk werk uit de rode eeuw en het begin van de 1oste eeuw in het kerkarchief; vooral J. Ferrant heeft heel wat aantekeningen nagelaten.
In de hoge middeleeuwen geldt nog steeds het Germaanse principe: de beklaagde moet zijn onschuld bewijzen! Hij wordt als schuldig beschouwd zolang hij geen bewijs van zijn onschuld kan voorleggen. Meer en meer laat de kerk zijn invloed gelden in de barbaarse rechtspleging. In de 14de eeuw zijn die barbaarse principes al helemaal omver gesmeten. De betichte is zolang onschuldig tot dat de aanklager zijn schuld op een klare manier heeft kunnen bewijzen.
Die scheldwoorden deden de mate overloopen. De getarte landbouwer sprong op den amman toe, doch Malin de Cueninck kon hem vastgrijpen. Een slag op het hoofd van dezen laatste maakte den weerhoudene vrij, die opnieuw den amman te lijf wilde. Een tweede maal werd hij vastgegrepen. Met stampen en slaan ontwrong hij zich uit de handen van de Cueninck, en vloog als een waanzinnige zijn huis binnen.
Rechtstreekse beledigingen aan het adres van God, de heilige maagd of de heilige kerk zijn taboe. Ook hier velt de vierschaar verschillende vonnissen. Een zekere Meulin Heerbrecht wordt aan de schandpaal gebonden en vervolgens met afgekorte tong voor zeven jaar in verbanning weggestuurd: ‘pour les despiteuses inhonestes et innaturèlez parolez blas fèmes qu il dist sour notre Seigneur Jhesu Crist et de la glorieuse benoite Vierge Marie’. De poorter Eloy Mazin wordt voor 7 jaar verbannen ‘de destourbir le ville des parolles qui dist au contraire de sainte eglise…’. Menselijke Majesteitsschennis.