Heerlijkheden – lenen Heel het leenroerig tijdvak berustte vooral op grondgebied en onderworpenheid van bepaalde personen tegenover hun meesters van wie ze de grond in leen kregen. De grote leenheer was de koning van Frankrijk. De graaf van Vlaanderen was zijn leenman. Hij verdeelde zijn grondbezit in heerlijkheden die op hun beurt in nog kleinere lenen verdeeld werden. Deze verdeling werd beschouwd als een soort beloning voor bewezen diensten.