De jaren 500 zijn zo goed als onbekend voor de meesten onder ons. Dat geldt […]
Bij de scheiding tussen het Oost- en West-Frankenrijk wordt ongetwijfeld nog geen rekening gehouden met […]
Vanaf de 7de eeuw krijgen we de eerste info over de infrastructuur in onze streek. […]
Er bestaat dus niet het minste bewijs dat de Romeinen een nederzetting hebben in de laaggelegen graslanden van Ieper, daar waar eeuwen later de ‘Burgus de Ipra’ zal gebouwd worden. Op een archeologische kaart van historicus Vander Maelen staat vermeld dat er in de buurt van Ieper Romeinse munten worden gevonden. Rond 1872 worden er in Ieper inderdaad verschillende stukken aardewerk opgegraven onder de funderingen van een woning ter hoogte van de veemarkt. De veemarkt bevindt zich dan dicht bij de Ieperlee bij de uitgang van de stad.
Walbert heeft al een hele tijd geleden voor Bertinus gekozen als zijn favoriete zielenherder. Hij gaat hem regelmatig opzoeken en verlaat de abdij nooit ofte nimmer zonder eerst de speciale zegen van de abt gevraagd en gekregen te hebben. Toch riskeert hij op een bepaalde dag (hij moet om een of andere reden dringend vertrekken) de abdij te verlaten zonder die zegen. Hij is nog maar pas vertrokken als zijn paard struikelt en hij met een harde smak op de rotsachtige bodem valt.
Gust Thierry wil geen geschiedenis schrijven van een natie, maar die van burgers. Van mensen. Om dat werkelijk te doen moet je mensen als mensen bekijken. Gust volgt het spoor van wezens alsof hij oprecht bezorgd de stappen van zijn vrienden tijdens hun gevaarlijke reizen mee beleeft. Hij keert terug naar de originele bronnen en probeert de gebeurtenissen van het ver verleden ook met de ogen van toen te bekijken. Zijn voornaamste bron is een erfstuk van bisschop Gregorius van Tours.
Vanuit hun haast ondoordringbare schuilplaatsen drongen de Morinen en de Menapiërs het legerkamp van de Romeinen te Roeselare binnen. Een plotse aanval bij de Nerviërs in het jaar -57 was geslaagd, maar Julius Caesar, de beroemde veldheer, had de tactiek van de inwoners door en in een minimum van tijd stond zijn leger (ongeveer 80.000 man) slagvaardig. Ondanks de heldenmoed van de streekbewoners moesten ze terugtrekken tot in de bossen en van daar verder.
In de hoge middeleeuwen geldt nog steeds het Germaanse principe: de beklaagde moet zijn onschuld bewijzen! Hij wordt als schuldig beschouwd zolang hij geen bewijs van zijn onschuld kan voorleggen. Meer en meer laat de kerk zijn invloed gelden in de barbaarse rechtspleging. In de 14de eeuw zijn die barbaarse principes al helemaal omver gesmeten. De betichte is zolang onschuldig tot dat de aanklager zijn schuld op een klare manier heeft kunnen bewijzen.
Rechtstreekse beledigingen aan het adres van God, de heilige maagd of de heilige kerk zijn taboe. Ook hier velt de vierschaar verschillende vonnissen. Een zekere Meulin Heerbrecht wordt aan de schandpaal gebonden en vervolgens met afgekorte tong voor zeven jaar in verbanning weggestuurd: ‘pour les despiteuses inhonestes et innaturèlez parolez blas fèmes qu il dist sour notre Seigneur Jhesu Crist et de la glorieuse benoite Vierge Marie’. De poorter Eloy Mazin wordt voor 7 jaar verbannen ‘de destourbir le ville des parolles qui dist au contraire de sainte eglise…’. Menselijke Majesteitsschennis.
Boudewijn de imperialistische trekjes geërfd van zijn voorouders. Als hij de kans krijgt om aan de oostelijke kant van de Schelde een gebied te verwerven ter grootte van zijn bezit aan de Westelijke kant, waarom zou hij dan nog twijfelen?
Vlaanderen is ingedeeld in gouwen Sinds de Franken van Karel Martel, (door hem de Karolingische […]