Dit merkteken bestond ofwel uit een misvorming of misgroeiing van een ledemaat, zoals van de voet of het been of elders aan het lichaam, ofwel uit een lidteken op het lichaam van de patiënt.
Toen ik in 1941 na gedane studies naar huis terugkeerde, hadden mijn ouders een pensiongast opgenomen. De jongeman in kwestie was een militair in vast verband die na enkele weken krijgsgevangenschap, zoals tal van zijn collega’s, ergens op een rantsoeneringsdienst werd geplaatst.
E kukchat (wordt gezegd van iemand met een kleine gestalte)
E gatlek’r (een persoon die op een overdreven kruiperige manier vleit om een speciale gunst te bekomen)
E gatfoag’r (is iemand die zich niet bekommert om iets of iemand)