De 14de juli van 1537 had de Raad van Vlaanderen te Gent uitspraak te doen over een geschil, opgerezen tussen de schepenen van Ieper en de lakenhandelaar Pieter Van Aelst. Deze laatste had enige jaren te voren aan de Spanjaard Pedro de Médalie een stuk laken verkocht van de soort, genaamd ‘Thune’, waaraan Van Aelst naar het schijnt valse loodjes had laten hechten.
Sedert lang’n waren de inbraken en dieften zoo menigvuldig niet als nu. St. Maartens te Yper is nog het voorwerp van veler gesprekken, maar blijft nog altijd niet opgeklaard en niet gestraft. Bij jufvrouw Verlende te Elzendamme en vindt men ook geen spoor van de daders. Zondag avond ten zeven ure heeft men gepoogd, in de St. Maartensnieuwweg, en nu dezen nuchten stond geheel de stad overende voor een nieuwen diefstal in St. Jacobskerke.