Op een dag in mei van het jaar 1784, stapte Jan Victoor, een struise jonge man, door de Koekuitdreef. Hij had de stad Poperinge pas verlaten langs de Pottestraat en was nu in ’t open veld gekomen. Hij ging voorbij de herberg De Koekuit, waar reeds enkele voorbijgangers binnen zaten. Dit volk ging ook naar het klooster van Sint Sixtusbos, waar vandaag de inboedel verkocht werd.
Het eenvoudige Vlaamse volksleger heeft het elitaire ridderleger van de Fransen verslagen. Zowat in heel Vlaanderen luiden en jengelen de uitbundige klokken om de overwinning van het volk te vieren. De mensen zijn uitgelaten en opgewonden. Nu gaat alles veranderen in Vlaanderen! Victorie. Victorie. Victorie. De mensen van de Gentse achterbuurten komen geestdriftig op straat met de banieren van Gwijde van Namen en die van Willem van Gulik. Al snel zwelt de massa aan tot een uitbundige feestelijke stoet. Het voelt aan als de bevrijding. De bassen van de trommels en het geschal van de trompetten bezwangeren de Gentse lucht. De Leliaards worden vertrappeld
Met al die willekeur en die afpersmentaliteit is het niet moeilijk dat de moraliteit terugloopt in Ieper. De ‘God ziet u’ bordjes bestaan nog niet en de priesters hebben wel andere interesses dan de geestelijke integriteit van hun onderdanen. Er is amper sprake van nieuwe acquisities tijdens het bewind van abt Pierre. Het zijn blijkbaar moeilijke tijden voor het klooster. De Rubrum registers maken melding van een aankoop in januari 1247. Walter, de abt van Grimbergen, verkoopt aan de Ieperse proosdij alle eigendommen die zijn abdij bezit binnen de stadsmuren van Ieper. Het betreft opbrengsten van meer dan 9 pond afkomstig van verscheidene huizen in de stad en blijkbaar ook deels op de lakenhalle.