In de loop van de 13de eeuw is de stad Brugge een handelscentrum geworden van internationaal belang, maar het is vooral op het einde van die eeuw dat de stad het toppunt van haar macht heeft bereikt.
De Sluizenaars mogen geen lakens opslaan, laat staan getouwen of apparatuur om te weven. En ook geen verven om de lakens een ander kleurtje te geven. ‘Die van Sluys vermochten oock niet te hebben een gewichte boven de 60 ponden swaer, nochte oock eenigen wissel te houden, of smittinge van silver te doen. Het was aen een ieder verboden binnen Sluys eenig hout te stapelen, het welcke allegaeder naer Brugghe komen moeste.’ Filips de Stoute stelt de Brugse ambachtslieden nog meer op hun gemak.
Monikerede, evenals Damme, Hoeke, Mude en Sluis, heeft zijn ontstaan te danken aan zijn ligging langs het Zwin en aan de Brugse handel in de middeleeuwen. In al deze havens, die geen kaaien bezaten, konden de zeeschepen op het droge gezet worden, en er hun waren overladen in lichters, die de koopwaren dan verder naar Brugge voerden.