‘k En zal noch dag noch jaar noemen, maar hetgeen ik hier vertel, heb ik bij het Vlaamse volk gehoord. Zekere Tisten hield herberg in ‘De Kromme Krinkel’ maar, ik weet niet aan wie of waaraan het loog, de verkoop wat bitter klein. Menigmaal had Ciska de bazin daarover haar beklag gemaakt aan de weinig klanten, die nog van tijd tot tijd in ‘De Kromme Krinkel’ hun dorst kwamen lessen: maar het was allemaal boter aan de galg, niets een baatte.
Al wie zich eens goed wil verzetten, moet eens een reisje naar Voormezele doen. Daar is het altijd plezant. Bijna alle zondagen is er ringsteking, en dan nog een ringsteking voor ’t vrouwvolk. Zondag laatst trok ik er naartoe. Mijn verwondering was waarlijk groot toen ik tegen de avond inderdaad zag dat de jongelingen zich naast een poezelig meisje in een voiture en met kloeke hand de lans naar de ringen uitstaken.
Verleden zaterdag, de zesde, hebben de politieagenten Bastin en Demerlie op onze markt een goede vangst gedaan. Drie knappe jongheden stelden er elf kiekens te koop. Die mannekens hadden voor onze wakkere agenten een verdacht voorkomen en ze werden door hen verzocht naar het politiebureel te gaan om uitleggingen te geven.