De hoogten van Terrest en van de de Kaaiaard zijn bekleed met keivelden (silex of vuursteen, koppekeien). Die silexen werden ter plaatse bewerkt, wat blijkt uit de splinters die daar lagen. Ook moeten bewerkte silexen overgebracht geworden zijn uit Henegouwen (Spiennes).
De Vlamingen werden direct aan drie zijden omsingeld. De legerbenden van de ruwaard liepen op elkaar, vluchtten zonder het gevecht van man op man af te wachten. Ze liepen ongeordend in alle mogelijke richtingen om toch maar een volledige omsingeling te voorkomen. Op minder dan één uur was de helft van het leger gedood. Enkele duizenden mannen konden vluchten richting Kaaiaard.